Strafrecht overig

De rechtbank verklaart het OM niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen…

Rechtbank Limburg, 15 juni 2026

Zaakgegevens

Op 15 juni 2026 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
15 juni 2026
Datum publicatie
15 juni 2026
Zaaknummer
03/260574-23 (ontneming)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:5710
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank verklaart het OM niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gelet op het feit dat de verdachte is vrijgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/260574-23 (ontneming)

Tegenspraak

Uitspraak van de meervoudige kamer van 15 juni 2026 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 2002,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen [verdachte] .

[verdachte] wordt bijgestaan door mr. J.H.L. Antonides, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 8 en 13 mei 2026. [verdachte] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/260574-23. Op 15 juni 2026 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.

2 Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op vordering van het openbaar ministerie aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij voormeld vonnis van 15 juni 2026 is [verdachte] vrijgesproken van al hetgeen aan hem ten laste is gelegd, wat meebrengt dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

3 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Deze uitspraak is gewezen door mr. H.E.G. Peters, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. I.T.H.L. van de Bergh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.F. Stuurman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 juni 2026.