Strafrecht overig

De rechtbank verlengt de terbeschikking van de betrokkene met één jaar.

Rechtbank Midden-Nederland, 1 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
1 oktober 2026
Datum publicatie
16 oktober 2026
Zaaknummer
16.340303.21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:7119
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank verlengt de terbeschikking van de betrokkene met één jaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16.340303.21 (vordering verlenging terbeschikkingstelling)

Datum uitspraak: 1 oktober 2026

Datum zitting: 1 oktober 2026

Beslissing op vordering verlenging terbeschikkingstelling (hierna: tbs)

van de betrokkene:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,

verblijvend in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (hierna: [verblijfplaats] .

Advocaat van de betrokkene: mr. A.J. Sprey (hierna: de advocaat).

Officier van justitie: mr. L.H.J. Verheijden.

1 Terbeschikkingstelling

De rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 22 augustus 2022 de betrokkene veroordeeld voor brandstichting (terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was) en hem de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden (hierna: tbs met voorwaarden) opgelegd.

De tbs is ingegaan op 16 oktober 2022 en op 11 oktober 2024 met twee jaar verlengd door de rechtbank Midden-Nederland. Op 29 april 2025 heeft de rechtbank Midden-Nederland de vordering tot omzetting van de officier van justitie van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging toegewezen en alsnog de dwangverpleging bevolen.

2 Procedure

Vordering

De officier van justitie heeft op 24 augustus 2026 gevorderd dat de tbs met twee jaar wordt verlengd.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het vonnis in de strafzaak;

  • de laatste verlengingsbeslissing en de omzettingsbeslissing;

  • het advies van de kliniek van 14 augustus 2026;

  • de wettelijke aantekeningen over het tweede kwartaal van 2026.

Zitting

Op de zitting zijn gehoord:

  • de officier van justitie;

  • de betrokkene;

  • de advocaat;

  • de deskundige: de heer [A] (klinisch psycholoog en regiebehandelaar bij [verblijfplaats] ).

3 Advies

De kliniek

De kliniek adviseert de tbs-maatregel te verlengen met twee jaar. De kliniek stelt zich op het standpunt dat bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Daarnaast is het risico op herhaling van delictgedrag nog aanwezig en wordt dat risico bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.

4 Standpunten

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelde zich aanvankelijk op het standpunt dat de vordering moest worden toegewezen en dat de tbs met twee jaar moest worden verlengd, maar heeft gedurende de zitting haar vordering gewijzigd en een verlenging van één jaar gevorderd.

Standpunt van de advocaat

De advocaat bepleit dat de tbs met één jaar moet worden verlengd. Er is sprake van een gemaximeerde tbs met als einddatum 17 maart 2029. Als de tbs met twee jaar wordt verlengd, zal de duur van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging slechts 6 maanden kunnen bedragen.

5 Beoordeling

De rechtbank komt op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken tot het volgende oordeel.

Maximale duur van de tbs

Aan de betrokkene is bij vonnis van 22 augustus 2022 de maatregel van tbs met voorwaarden opgelegd. De rechtbank heeft in haar vonnis overwogen dat de maatregel

kan worden omgezet naar dwangverpleging in het geval de verdachte niet of onvoldoende meewerkt aan de voorwaarden. Daarbij heeft de rechtbank opgemerkt dat de maatregel niet is opgelegd voor een geweldsmisdrijf. Uit de wet volgt dat de totale duur van de tbs dan beperkt is tot vier jaar.

De rechtbank heeft bij beslissing van 29 april 2025 de tbs van de betrokkene omgezet in tbs met dwangverpleging. De tbs van betrokkene is dus in duur gemaximeerd.

Gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis en herhalingsgevaar

De rechtbank stelt op basis van het hiervoor genoemde advies vast dat bij de betrokkene nog altijd sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis, namelijk een verstandelijke beperking, een bipolaire-I-stoornis (met psychotische kenmerken) en stoornissen in het gebruik van alcohol (matig, gedwongen in remissie) en cannabis (matig, ernstig). Uit het advies blijkt dat het risico op herhaling van delictgedrag bij onmiddellijke beëindiging van de tbs hoog is.

Verlenging van de maatregel

Gelet op het advies van de kliniek en de tijdens de zitting gegeven nadere toelichting van de deskundige, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de tbs eist. Zij is van oordeel dat daarbij wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Duur van de verlenging

De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs verlengd moet worden met een termijn van twee jaar, als aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de betrokkene nog langer dan één jaar duurt. Alleen in geval van bijzondere omstandigheden kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

De betrokkene is op 27 mei 2026 opgenomen bij [verblijfplaats] op de opname- en diagnostiekafdeling Koraal. De deskundige heeft tijdens de zitting toegelicht dat de betrokkene goed meewerkt, inmiddels ook aan de urinecontroles meewerkt en dat hij sinds 1 september 2026 alleen nog maar negatieve controles heeft. De betrokkene is samen met een psychiater bezig met het afbouwen van het antipsychoticum.

Er moet nog een nadere evaluatie van de diagnostiek worden uitgevoerd om te kunnen starten met een gerichte behandeling. De komende periode wordt ook de delictanalyse opgestart. De betrokkene staat op de wachtlijst voor een uitgebreid delict-scenario om de risicofactoren goed in kaart te brengen en om duidelijk te krijgen waarom vorig jaar een omzetting van de maatregel nodig was. De kliniek heeft een vervolgafdeling binnen [verblijfplaats] voor betrokkene op het oog, waar ook gekeken zal worden naar de mogelijkheden van verlof.

De kliniek adviseert in haar schriftelijk advies om de huidige maatregel met twee jaar te verlengen. De kernproblematiek die ten grondslag ligt aan het indexdelict is nog actueel. Dat maakt dat er sprake is van een hoog recidiverisico bij verval van zorg/toezicht. De afwikkeling van het behandel- en resocialisatietraject neemt naar verwachting nog meer dan twee jaar in beslag. De deskundige heeft ter zitting aangevuld dat de kliniek ook nog de afbouw van de medicatie de komende tijd goed wil monitoren. In het advies is geen rekening gehouden met de omstandigheid dat bij een verlenging met twee jaar, minder dan een half jaar overblijft voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging vanwege het bereiken van de maximale duur van de maatregel. De inschatting van de deskundige is dat in dit geval een half jaar te kort is voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging en dat verlenging met één jaar aan dat bezwaar tegemoet komt.

De betrokkene heeft op de zitting aangegeven vooral veel behoefte te hebben aan duidelijkheid en perspectief.

De rechtbank kan het advies van de kliniek en de toelichting van de deskundige ter zitting goed volgen. Toch zal de rechtbank de maatregel met een termijn van één jaar verlengen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de betrokkene nu goed meewerkt, medicatietrouw is en er geen incidenten zijn geweest. De rechtbank vindt het heel belangrijk dat de betrokkene deze positieve lijn vasthoudt en dat volgend jaar wordt gekeken hoe het ervoor staat en welke vervolgstappen moeten worden gezet. Daarbij speelt mee dat als de maatregel nu met twee jaar verlengd zou worden de rechtbank de betrokkene pas weer ziet als de maatregel (vanwege het gemaximeerde karakter) nog maar een half jaar doorloopt. Daardoor is de mogelijkheid om tussentijds de voortgang te toetsen en een en ander bij te sturen heel beperkt. De rechtbank is van oordeel dat, mede gelet op wat de deskundige hierover heeft gezegd, dit niet in het belang van de betrokkene is.

6 Beslissing

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van [betrokkene] met één jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. N.M.H. van Ek, voorzitter, mr. J. Edgar en mr. F.D.M. Osinga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Besselink, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 1 oktober 2026.

De jongste rechter is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.