Strafrecht overig

Veroordeling voor het opzettelijk overtreden van artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. De…

Rechtbank Noord-Holland, 4 november 2026

Zaakgegevens

Op 4 november 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
4 november 2026
Datum publicatie
5 november 2026
Zaaknummer
15/205488-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:15095
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling voor het opzettelijk overtreden van artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk in voorraad hebben van ongeveer vijftien kilogram ketamine, zonder daarvoor over de vereiste registratie te beschikken. Beroep op psychische overmacht is afgewezen. Gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige economische strafkamer

Parketnummer: 15/205488-26 (P)

Uitspraakdatum: 4 november 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 oktober 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in P.I. Zuid Oost, locatie Ter Peel, HvB.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Shukrula en van wat de verdachte en haar raadsman, mr. A.S. van der Biezen, advocaat te 's-Hertogenbosch, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 17 juli 2026 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer al dan niet opzettelijk zonder registratie een of meer werkzame stoffen, te weten ketamine,
heeft bereid, heeft ingevoerd, in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden,
heeft afgeleverd, heeft uitgevoerd en/of anderszins binnen en/of buiten Nederlands
grondgebied heeft gebracht dan wel in die werkzame stoffen een groothandel heeft gedreven;

2 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Beoordeling van het bewijs

3.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, met dien verstande dat een partiele vrijspraak moet volgen voor de uitvoer van ketamine.

3.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van de opzettelijke variant van het ten laste gelegde feit bepleit. Op het standpunt van de raadsman wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.

3.3.2

Bewijsoverweging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op het in voorraad hebben dan wel uitvoeren van ketamine. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte onder dezelfde omstandigheden twee keer eerder via Nederland heeft gereisd. Zij is daarbij telkens gecontroleerd, hetgeen niet voor problemen zorgde. Volgens de raadsman kon de verdachte er dan ook op vertrouwen dat de koffer geen verdovende middelen bevatte.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Op 17 juli 2026 is bij een controle op de luchthaven Schiphol ketamine aangetroffen in de koffer van de verdachte.

Als uitgangspunt geldt dat dat een passagier, die per vliegtuig bagage vervoert, met de inhoud daarvan bekend is en voor die inhoud dan ook verantwoordelijk is.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij door ene [persoon] is gevraagd een koffer met sierraden en contant geld naar [plaats] te vervoeren. Zij heeft twee keer eerder op verzoek van [persoon] een koffer meegenomen vanuit Nederland naar [plaats] . [persoon] heeft voor deze reis de reis- en verblijfkosten voor de verdachte betaald. Ook zou [persoon] de kosten van haar advocaat in [plaats] betalen. Op de dag van haar vertrek op 17 juli 2026 is een koffer bij haar hotel afgeleverd. De verdachte heeft deze koffer niet op de inhoud gecontroleerd. Zij heeft de koffer meegenomen naar Schiphol en die vervolgens ingecheckt.

De rechtbank overweegt dat de verdachte, door tegen vergoeding van haar reis-, verblijf- en advocaatkosten, een koffer mee te nemen naar [plaats] zonder verder onderzoek te doen naar de inhoud van die koffer, een onaanvaardbaar risico heeft genomen dat zij iets illegaals zou meenemen. Dat de verdachte, zoals de raadsman heeft gesteld, voor dezelfde persoon tweemaal eerder via Nederland probleemloos koffers heeft vervoerd, maakt dat niet anders. Overigens blijkt uit niets dat de verdachte en haar bagage bij de twee vorige keren ook daadwerkelijk zijn gecontroleerd.

Door haar handelen heeft de verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat in de koffer verboden middelen waren verstopt, zoals het geval was. Aldus heeft de verdachte het voorwaardelijk opzet gehad op het in voorraad hebben van een hoeveelheid ketamine.

3.4

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

zij op 17 juli 2026 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk
zonder registratie ketamine in voorraad heeft gehad.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dan ook strafbaar.

5 Strafbaarheid van de verdachte

5.1

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte een beroep gedaan op psychische overmacht en heeft verzocht de verdachte daarom te ontslaan van alle rechtsvervolging. De verdachte en haar dochter worden met de dood bedreigd. Daarnaast dreigt de verdachte haar woning in [plaats] kwijt te raken en heeft zij een grote bedrijfsschuld omdat zij is opgelicht. [persoon] heeft van deze situatie misbruik gemaakt. Uit de chatberichten volgt dat de verdachte onder druk en bedreiging heeft gehandeld. Door de combinatie van al deze factoren ontstond een situatie waarin de enige uitweg was om koffers te vervoeren tussen Nederland en [plaats] . De verdachte kon en behoefte hier geen weerstand aan te bieden.

5.2

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen beroep op psychische overmacht toekomt. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij onder zodanige druk is gezet dat zij niet anders kon dan deze reis e maken.

5.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat aan een beroep op psychische overmacht zeer hoge eisen worden gesteld. Het kan slechts slagen wanneer sprake is van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Het moet daarbij gaan om een zodanige druk die op de verdachte is uitgeoefend, dat haar wilsvrijheid is aangetast en onder die omstandigheden niet van haar kon worden gevergd dat zij daar weerstand aan kon bieden.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de door en namens de verdachte aangevoerde omstandigheden niet aannemelijk geworden. De verdachte heeft pas ter terechtzitting naar voren gebracht dat zij en haar dochter worden bedreigd, terwijl zij ook heeft verklaard dat zij voor het meenemen van de koffer(s) een (financiële) beloning heeft gehad dan wel zou ontvangen. Het dossier bevat verder chatberichten tussen de verdachte en twee anderen personen. Uit deze chatberichten, die overigens dateren van bijna twee maanden voor het ten laste gelegde feit, blijkt niet van expliciete bedreiging richting de verdachte en haar dochter. Naar het oordeel van de rechtbank is op basis van wat de verdachte heeft verklaard niet aannemelijk geworden dat voor de verdachte geen andere, minder ingrijpende, uitweg bestond uit de door haar geschetste situatie dan het smokkelen van verboden middelen. Daarbij overweegt de rechtbank nog dat, hoewel zij de verdachte gelooft in haar stelling dat zij financiële problemen heeft, ook niet is gebleken dat als gevolg daarvan een zodanige druk op haar is uitgeoefend, waaraan zij bovendien geen weerstand kon of behoefte te bieden. Het beroep op psychische overmacht wordt verworpen.

Er is ook verder geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en gelet daarop de duur van de op te leggen gevangenisstraf te matigen.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk in voorraad hebben van ongeveer vijftien kilogram ketamine, zonder daarvoor over de vereiste registratie te beschikken. Ketamine valt, als werkzame stof, vanwege de geneeskundige toepassing ervan weliswaar onder de Geneesmiddelenwet, maar wordt tegenwoordig steeds vaker voor recreatieve doeleinden gebruikt als dissociatief tripmiddel, anders gezegd: een partydrug. Ketamine is qua werking vergelijkbaar met harddrugs en is een verslavend middel. Het is algemeen bekend dat drugs en illegaal gebruikte geneesmiddelen schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Daarnaast gaat de handel in dergelijke middelen veelal gepaard met verschillende vormen van criminaliteit, zoals geweldsdelicten en illegale geldstromen, waarbij de handel in dergelijke middelen een belangrijke schakel vormt in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ontwrichten. Met haar handelen heeft de verdachte bijgedragen aan deze voor de maatschappij zeer nadelige gevolgen van middelengebruik en de handel daarin. De rechtbank zal in strafverzwarende zin rekening houden met het feit dat de verdachte haar koffer al had ingecheckt en kennelijk als doel had de ketamine vanuit Nederland uit te voeren.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van 10 september 2026, waaruit blijkt dat zij in Nederland niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

De op te leggen straf

De rechtbank is gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit van oordeel dat daarop uitsluitend kan worden gereageerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor het in voorraad hebben van ketamine zijn (vooralsnog) geen oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht vastgesteld. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Na te melden gevangenisstraf wijkt om die reden af van de eis van de officier van justitie.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden moet worden opgelegd.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

  • 38 van de Geneesmiddelenwet;

  • 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

8 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij;

bepaalt dat het onder 3.4 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.F. van Halderen, voorzitter,

mr. G.M.G. Hink en mr. S. Mac Donald, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. T.J.A, Krips,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 november 2026.