Strafrecht overig
Vonnis van de rechtbank inzake onderzoek Meike
Rechtbank Oost-Brabant, 4 november 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:7828 · Rechtbank Oost-Brabant · 4 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbobr-2026-7828
Zaakgegevens
Op 4 november 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 4 november 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 01-123304-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:7828
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vonnis van de rechtbank inzake onderzoek Meike
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummers: 01.123304.24 en 02.057157.24 (ter terechtzitting gevoegd)
Parketnummer vordering: 02.158476.21
Datum uitspraak: 4 november 2026.
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [2004] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 juli 2024, 23 september 2024, 7 september 2026, 9 september 2026 en 27 oktober 2026 (sluiting).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak met parketnummer 01.123304.24 (onderzoek Meike) is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 mei 2024. Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 23 september 2024 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:
Feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2023 tot en met 25 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] . [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht;
Feit 2:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 9 maart 2024 in Best, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Drunen, Eindhoven, Geldrop, Helmond, Mierlo, Oirschot, Oss, Valkenswaard en/of Veldhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, personen en/of bedrijven die in de bijlage worden genoemd, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:
- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of
- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of
- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een [pinapparaat] en/of (even later) door middel van een geldautomaat, en/of
- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank.
De zaak met parketnummer 02.057157.24 (onderzoek Murcia) is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 augustus 2024. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 23 april 2023 tot en met 26 april 2023 te Emmen
en/of Wijchen en/of te Vlissingen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van en/of afgifte en/of betaling van 3.122,52 EUR ( [slachtoffer 1] ) en/of 2.155,- EUR ( [slachtoffer 2] ), door
- zich in een of meer WhatsApp-berichten, verzonden naar die/dat slachtoffer(s), tegenover dat/die slachtoffer(s) voor te doen als de zoon van dat/die slachtoffer(s) en/of
- daarbij/daarin dat/die slachtoffer(s) mede te delen/ te verzoeken – zakelijk weergegeven –
* dat zijn telefoon kapot is gegaan en/of dat hij zijn telefoon is verloren en dat hij een nieuw telefoonnummer heeft en/of
* dat hij geld nodig heeft en/of met het verzoek om een geldbedrag over te maken/boeken en/of
* daarbij het rekeningnummer naar rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 1] door te sturen en/of een betaalverzoek te sturen waarop het desbetreffende bedrag gestort kan/mag worden;
Feit 2:
hij in of omstreeks de periode van 24 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Yerseke,
Wijchen, Gapinge (gemeente Veere), Lewedorp (gemeente Borsele), Schilde, Wilnis,
Middelburg, Sas van Gent (gemeente Terneuzen) en/of Hulst, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer personen, te weten slachtoffer(s) [slachtoffer 49] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 43] , [slachtoffer 44] , [slachtoffer 45] , [slachtoffer 48] en/of [slachtoffer 46] , [slachtoffer 47] , heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van een of meer pincode(s) en/ofde afgifte van een of meer betaalpas(sen) en/of de afgifte van een of meer telefoon(s) en/of de afgifte van sieraden en/of de afgifte van geldbedragen door
- telefonisch contact op te nemen met dat/die slachtoffer(s) en/of - zich voor te doen als bankmedewerker van de Fraudedesk en/of de [slachtoffer 13] en/of de [slachtoffer 3] , althans een financiële instelling en/of
- dat/die slachtoffer(s) te vertellen dat er geprobeerd was een geldbedrag van zijn/haar/hun rekening af te schrijven en/of
- dat/die slachtoffer(s) te vertellen dat er een of meer ongewenste en/of verdachte transactie(s) plaatsvonden vanaf de rekening(en) van aangever(s) en/of
- dat/die slachtoffer(s) te bewegen tot installeren van het programma [programma] (een remote desktop tool) en/of (vervolgens) het accepteren van een externe (remote) verbinding, waarna de computer(s) van dat/die slachtoffer(s) binnengedrongen en/of overgenomen werden en/of (vervolgens) acties uit te voeren en/of
- dat/die slachtoffer(s) te verzoeken zijn/haar/hun pincode(s) in te spreken en/of in te typen en/of
- dat/die slachtoffer(s) te vertellen dat een koerier/bankmedewerker de bankpas(sen) en/of creditcard(s) zou komen ophalen en/of omruilen en/of
- (daarbij) dat/die slachtoffers een code te geven ter verificatie van de koerier/ bankmedewerker en/of
- zich naar de woning van dat/die slachtoffer(s) te begeven en/of
- (vervolgens) de bankpas(sen) (met pincode(s)), randomreader(s), telefoon(s) en/of sieraden toebehorende aan dat/die slachtoffer(s) in ontvangst te nemen en/of mee te nemen en/of
- (vervolgens) nogmaals contact op te nemen met dat/die slachtoffer(s) en – zakelijk weergegeven- te vertellen dat criminelen nog steeds actief zijn en dat er geld op een kluisrekening kan worden gestort;
Feit 3:
hij in of omstreeks de periode van 25 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Wijchen, Gapinge (gemeente Veere), Lewedorp (gemeente Borsele), Schilde, Wilnis, Middelburg, Sas van Gent en/of Hulst, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal sieraden, een telefoon en/of een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, te weten
- 4.100 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 21] ,
- 9.500 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22] ,
- 370 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 43] ,
- 2.558 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 44] ,
- 3.737 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 45] ,
- 3.400 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 46] en/of
- 1.500 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 47]
althans enig geldbedrag dat in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen en/of geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door meermalen, althans eenmaal,
- gebruik te maken van (een) bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) van voornoemde slachtoffer(s) en/of
- (vervolgens) met die bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) een of meer van die (grote) geldbedrag(en) op te nemen bij geldautoma(a)t(en) en/of
- een of meer (grote) uitgaven en/of overschrijvingen en/of transacties te doen/uit te voeren vanaf de rekeningen en/of met de bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) van die aangever(s), waartoe verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd en/of gemachtigd en/of bevoegd was/waren.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De zaak met parketnummer 02.158476.21 is aangebracht bij vordering van 15 mei 2024. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de Kinderrechter bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 september 2021.
Een kopie van de vordering bevindt zich in het digitale dossier.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Inleiding
In december 2023 zijn, met name in de regio Eindhoven/Helmond, tientallen (hoog)bejaarden opgelicht door een groepering die hen telkens op dezelfde wijze geld afhandig maakte. Slachtoffers werden telefonisch benaderd, waarbij de verdachten zich voordeden als medewerkers van de bank. Zij vertelden de slachtoffers dat criminelen op dat moment bezig waren geld van hen afhandig te maken en dat een medewerker bij hen langs zou komen om te helpen. Deze “medewerker” nam een SumUp-terminal mee, waarna veelal de pincode van het slachtoffer werd gevraagd om vervolgens zonder medeweten van het slachtoffer geld over te maken. Ook werd er gevraagd om contant geld en sieraden te overhandigen, zodat deze tijdelijk veilig zouden kunnen worden opgeborgen bij de bank. Bij slachtoffers zijn tot duizenden euro's afhandig gemaakt. De uit het opsporingsonderzoek Meike voortgekomen bevindingen hebben geleid tot de aanhouding, de vervolging en de veroordeling van medeverdachten [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 3] . Eerder, in mei 2023, werd verdachte al aangehouden wegens overschrijding van schorsende voorwaarden in een andere zaak, waarna de telefoon van verdachte werd uitgelezen. Op de telefoon bleken gegevens te staan die in verband konden worden gebracht met verschillende soortgelijke oplichtingen in de periode van april en mei 2023. Aan de hand van deze telefoongegevens is het onderzoek Murcia gestart.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten, zoals uitgewerkt in het schriftelijk requisitoir van 7 september 2026. Met betrekking tot het onderzoek Meike zou verdachte zich binnen de criminele organisatie hebben beziggehouden met het ronselen van loopjongens en het innen en wegbrengen van de buit. Ook was hij bij verschillende oplichtingen in de buurt en reisde mee naar de regio’s waar op dat moment potentiële slachtoffers werden gebeld. Door zijn deelname aan de criminele organisatie is verdachte ook verantwoordelijk als medepleger van de oplichtingen. Ook de feiten zoals deze ten laste zijn gelegd in het onderzoek Murcia kunnen wettig en overtuigend worden bewezen. Met betrekking tot het eerste feit is de officier van justitie van mening dat verdachte de rekening op naam van [naam 1] heeft beheerd, heeft gebruikt en die heeft ingezet bij het plegen van oplichtingen. Met betrekking tot het tweede en derde ten laste gelegde feit is de officier van justitie van mening dat, wanneer alles in onderlinge samenhang wordt bezien, er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het medeplegen van alle oplichtingen en diefstallen met valse sleutel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de tenlastegelegde feiten binnen het onderzoek Murcia. Met betrekking tot het onderzoek Meike is de verdediging van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde. Allereerst wordt ten aanzien van feit 1 de ten laste gelegde periode betwist, na 12 december 2023 komt verdachte niet meer in het dossier voor. Daar komt bij dat verdachte enkel op drie dagen in de buurt van oplichtingen is geweest. Niet is gebleken dat verdachte een rol heeft gehad bij de oplichtingen. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] is onbetrouwbaar en alleen bedoeld om zijn eigen rol te minimaliseren. Slechts drie dagen van eventuele incidentele betrokkenheid zonder structurele rol, zonder taakverdeling of organisatorische bijdrage voldoet niet aan het deelnemingscriterium van feit 1. Ten aanzien van het tweede ten laste gelegde feit is er, mede gelet op het voorgaande, geen bewijs voorhanden dat verdachte een medepleger is geweest van deze oplichtingen. Subsidiair is de verdediging van mening dat de rechtbank ook bij feit 2 enkel tot een bewezenverklaring kan komen van de periode van 9 december 2023 tot en met 12 december 2023.
Het oordeel van de rechtbank.
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis verwijst de rechtbank voor de gebezigde bewijsmiddelen naar de uitwerking daarvan in de bewijsbijlage, die van dit vonnis deel uitmaakt.
Onderzoek Murcia.
De rechtbank acht de feiten ten laste gelegd onder het onderzoek Murcia wettig en overtuigend bewezen. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank verwijst dan ook naar de bewijsmiddelen in de bewijsbijlage die dragend zijn voor de integrale bewezenverklaring.
Onderzoek Meike.
Bewijs- en partiële vrijspraakoverwegingen.
Feit 1: deelname aan de criminele organisatie.
De rechtbank stelt voorop dat het oogmerk van een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) gericht moet zijn op het plegen van misdrijven. Van deelneming aan zo’n organisatie kan slechts sprake zijn, indien de verdachte (i) behoort tot het samenwerkingsverband en (ii) een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning verleent aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband dient te bestaan uit twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Niet is vereist dat deelnemers met alle personen in de organisatie samenwerken of alle personen in de organisatie kennen.
De criminele organisatie.
In de periode rond december 2023 was een criminele organisatie actief die zich bezighield met oplichtingen van bejaarde mensen volgens de hierboven beschreven bankhelpdeskfraude-methode.
[medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] waren de leiders van de organisatie. Zij gingen samen op pad en belden vanuit de auto met de verschillende slachtoffers. Ook stuurden zij anderen binnen de organisatie aan, vertelden bij welk huis de loopjongens naar binnen moesten, wat zij mee moesten nemen en hoe de buit verdeeld moest worden. Dit blijkt onder andere uit de chatberichten in de groepsapp [naam 2] , waaraan deze beide medeverdachten hebben deelgenomen onder het account “ [accountnaam 2] ”.
Medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren onder meer verantwoordelijk voor het ophalen en wegbrengen van de loopjongens naar de slachtoffers.
Medeverdachte [medeverdachte 6] hield zich onder andere bezig met de financiën van de criminele organisatie.
Ook medeverdachte [medeverdachte 3] was verantwoordelijk voor het veelvuldig bellen naar de slachtoffers. Hij zat elke dag met verdachte in de auto en zij waren dan samen op pad. Uit de chatberichten en de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 9] (loopjongen) en [medeverdachte 2] leidt de rechtbank af dat verdachte binnen de organisatie verantwoordelijk was voor het ronselen van deelnemers. Verdachte heeft medeverdachte [medeverdachte 2] in detentie benaderd met de vraag of hij dingen kon regelen. De rechtbank acht deze verklaringen betrouwbaar, onder meer omdat zij hun eigen rol niet veel kleiner hebben gemaakt. Daarnaast is gebleken dat verdachte de buit inde en hierna naar “ [accountnaam 2] ” ( [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] ) bracht. Verdachte nam daarnaast deel aan de groepsapp [naam 2] , waarin de oplichtingen veelvuldig werden besproken en anderen werden aangestuurd. Verdachte maakte gebruik van accountnaam “ [accountnaam 1] ”.
Verdachte heeft ontkend dat hij heeft deelgenomen aan de criminele organisatie, maar de rechtbank schuift die verklaring, gelet op het dossier en het voorgaande, als ongeloofwaardig terzijde. De rechtbank betrekt daarbij ook de vergelijkbare rol en positie van verdachte in de oplichtingen volgens de bankhelpdeskfraudemethode in het onderzoek Murcia.
Pleegperiode.
Uit het dossier is gebleken dat verdachte betrokken is geweest binnen dit crimineel samenwerkingsverband van 1 december 2023 tot en met 31 december 2023. In deze periode heeft verdachte deelgenomen aan de groepsapp [naam 2] én, zoals bij feit 2 wordt overwogen, verschillende oplichtingen gepleegd.
Conclusie.
Uit het voorgaande blijkt dat sprake was van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, bestaande uit meerdere personen waaronder verdachte.
Dit samenwerkingsverband had als oogmerk: snel en gemakkelijk geld verdienen door het plegen van oplichtingen.
Verdachte heeft gedurende één maand als ronselaar en buit ophaler/brenger, net onder de leiders, deelgenomen aan deze criminele organisatie. De rechtbank acht dan ook feit 1 wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2: oplichtingen.
De rechtbank overweegt allereerst dat bij diverse aan verdachte en zijn medeverdachten ten laste gelegde feiten dezelfde werkwijze, oftewel modus operandi, is gebruikt.
In december 2023 werd bij de politie meerdere malen aangifte gedaan van oplichting. Uit de verschillende aangiftes kwam naar voren dat de daders een min of meer vaste werkwijze hanteerden om de slachtoffers sieraden, contant geld en/of bankpassen afhandig te maken en daarmee vervolgens geld op te nemen. Deze methode staat bekend als bankhelpdeskfraude. De aangevers van deze feiten waren steeds ouderen, zij werden allen gebeld op de vaste telefoonlijn met een mobiele telefoon met Lebara simkaart, waarvan het beltegoed was opgewaardeerd met een e-voucher en speciaal bedoeld voor het bellen van de slachtoffers (beltelefoon). Er werd gebruik gemaakt van steeds andere mobiele telefoonnummers. Degene die belde deed zich voor als medewerker van de bank. De beller gaf aan dat er problemen waren met de bankrekening en dat er een medewerker naar het huis van het slachtoffer werd gestuurd om te helpen. Om vertrouwen te wekken, werd door de beller in het telefoongesprek soms een code genoemd die de bankmedewerker moest doorgeven terwijl hij aan de deur stond. Veelal werden de pinpassen (en bijbehorende pincode) gevraagd en meegenomen en/of tegen een SumUp-terminal gehouden. Sommige aangevers moesten inloggen in hun internetbankieren waarna de “medewerker” handelingen daarop verrichtte. Sommige aangevers moesten sieraden en contant geld in een envelop stoppen, waarna deze door de medewerker werd meegenomen. De beller sprak perfect Nederlands en bleef aan de telefoon totdat de koerier aan de deur stond. Met de op die manier afhandig gemaakte bankpassen werden vervolgens geldopnames gedaan.
Uit de resultaten van het opsporingsonderzoek kan dus in algemene zin en in grote lijnen een modus operandi ten aanzien van een groot deel van de zaken worden afgeleid. De rechtbank heeft ook verschillen geconstateerd. Deze zijn over het geheel gezien echter zo minimaal en bovendien te verklaren vanuit de specifieke omstandigheden van het betreffende feit, dat zij in het licht van het grotere geheel niet relevant zijn.
Betrokkenheid verdachte.
[slachtoffer 23] (zaak 2), [slachtoffer 25] (zaak 31), [slachtoffer 14] (zaak 32), [slachtoffer 24] (zaak 33), [slachtoffer 4] (zaak 34) en [slachtoffer 16] (zaak 35).
Zoals zojuist overwogen heeft verdachte deel uitgemaakt van het crimineel samenwerkingsverband dat gericht was op het oplichten van ouderen. Op 9, 11 en 12 december 2023 zijn de aangevers [slachtoffer 23] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 50] en [slachtoffer 16] gebeld door de beltelefoon van het crimineel samenwerkingsverband en zijn zij opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude.
De telefoon van verdachte is op 9, 11 en 12 december 2023 in de nabijheid van de locatie van de gepleegde oplichtingen in Eindhoven. Verdachte heeft voor die aanwezigheid geen logische verklaring gegeven.
Verder is er een SumUp-pinterminal in de auto van verdachte aangetroffen die is gebruikt bij de oplichting van aangever [slachtoffer 23] .
Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het medeplegen van deze oplichtingen wettig en overtuigend bewezen.
[slachtoffer 26] (Zaak 43), [slachtoffer 29] (zaak 44) en [slachtoffer 28] (zaak 45).
De rechtbank zal verdachte vrijspreken en overweegt daartoe als volgt. Uit het dossier is niet gebleken dat aangevers [slachtoffer 26] , [slachtoffer 29] en [slachtoffer 28] in de ten laste gelegde periode daadwerkelijk een geldbedrag of sieraad hebben afgegeven/overgemaakt aan verdachte of een medeverdachte. Integendeel, dit is voorkomen doordat de aangevers de beller kennelijk niet vertrouwden en de telefoon tijdig hebben opgehangen. Dat betekent dat de ten laste gelegde oplichting niet zijn voltooid, maar het bij een poging daartoe is gebleven. Nu het ten laste gelegde alleen de voltooide delicten betreft (en niet de poging) kan het ten laste gelegde dan ook niet worden bewezen en kan de rechtbank niet anders dan verdachte hiervan vrijspreken. Daar komt bij dat in de zaken van [slachtoffer 29] en [slachtoffer 28] geen concrete link kan worden vastgesteld met verdachte. Verdachte maakte weliswaar deel uit van de criminele organisatie, maar uit het dossier zijn geen andere feiten of omstandigheden gebleken waaruit zou volgen dat hij als (mede)pleger bij deze twee zaken betrokken is geweest.
[slachtoffer 3] (zaak 46), [slachtoffer 6] (zaak 47) en [slachtoffer 13] (zaak 48).
De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken van oplichting van de drie banken en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.
De banken hebben aangifte gedaan met betrekking tot een aantal slachtoffers die opgelicht zouden zijn door dit crimineel samenwerkingsverband, waarna zij de slachtoffers veelal schadeloos hebben gesteld. Niet is gebleken dat de banken zelf zijn opgelicht. Uit het dossier is immers niet gebleken dat de oplichtingsmiddelen zijn gebruikt jegens deze drie banken. De rechtbank merkt ten overvloede op dat de link tussen verdachte en de onderliggende aangiftes zeer mager is.
De bewezenverklaring.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:
01.123304.24 (onderzoek Meike)
Feit 1:
in of omstreeks de periode van 1 december 2023 tot en met 31 december 2023 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van oplichting van personen als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht;
Feit 2:
op tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 december 2023 tot en met 12 december 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 23] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 16] , heeft bewogen tot de afgifte van grote geldbedragen en/of gouden sieraden door:
- zich (telefonisch) voor te doen als een medewerker van een bank, en/of
- (in die hoedanigheid) voornoemde personen erop te wijzen dat criminelen op dit moment hun geld afhandig maken en dat een medewerker van de technische dienst langs komt aan huis, en/of
- (vervolgens) bij voornoemde personen thuis langs te gaan om zoveel mogelijk geld af te schrijven met hun pinpas door middel van een SumUp-pinapparaat en/of (even later) door middel van een geldautomaat, en/of
- (vervolgens) voornoemde personen te overtuigen dat het verstandig is om contant geld en gouden sieraden mee te geven zodat dit veilig kan worden opgeborgen bij de bank;
02.057157.24 (onderzoek Murcia)
Feit 1:
in of omstreeks de periode van 23 april 2023 tot en met 26 april 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , heeft bewogen tot de afgifte van 3.122,52 EUR ( [slachtoffer 1] ) en 2.155,- EUR ( [slachtoffer 2] ), door
- zich in WhatsApp-berichten, verzonden naar die slachtoffers, tegenover die slachtoffers voor te doen als de zoon van die slachtoffers en/of
- daarbij/daarin die slachtoffers mede te delen/te verzoeken – zakelijk weergegeven –
* dat zijn telefoon kapot is gegaan en/of dat hij zijn telefoon is verloren en dat hij een nieuw telefoonnummer heeft en/of
* dat hij geld nodig heeft en/of met het verzoek om een geldbedrag over te maken/boeken en/of
* daarbij het rekeningnummer naar rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 1] door te sturen en/of een betaalverzoek te sturen waarop het desbetreffende bedrag gestort kan/mag worden;
Feit 2:
in of omstreeks de periode van 24 april 2023 tot en met 12 mei 2023 in Nederland
tezamen en in vereniging met anderen, meermalen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, slachtoffers [slachtoffer 49] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 43] , [slachtoffer 44] , [slachtoffer 45] , [slachtoffer 48] , [slachtoffer 51] en [slachtoffer 47] , hebben bewogen tot de afgifte van sieraden en/of de afgifte van geldbedragen door
- telefonisch contact op te nemen met die slachtoffers en/of
- zich voor te doen als bankmedewerker van een financiële instelling en/of
- die slachtoffers te vertellen dat er geprobeerd was een geldbedrag van hun rekening af te schrijven en/of
- die slachtoffers te vertellen dat er een of meer ongewenste en/of verdachte transactie(s) plaatsvond(en) vanaf de rekening(en) van aangevers en/of
- dat slachtoffer te bewegen tot installeren van het programma [programma] (een remote desktop tool) en/of (vervolgens) het accepteren van een externe (remote) verbinding, waarna de computer van dat slachtoffer binnengedrongen en/of overgenomen werd en/of (vervolgens) acties uit te voeren en/of
- die slachtoffers te verzoeken hun pincodes in te spreken en/of in te typen en/of
- /die slachtoffers te vertellen dat een koerier/bankmedewerker de bankpas(sen) en/of creditcard(s) zou komen ophalen en/of omruilen en/of
- (daarbij) die slachtoffers een code te geven ter verificatie van de koerier/ bankmedewerker en/of
- zich naar de woning van die slachtoffers te begeven en/of
- (vervolgens) de bankpas(sen) (met pincode(s)), randomreader(s), telefoon(s) en/of sieraden toebehorende aan die slachtoffers in ontvangst te nemen en/of mee te nemen en/of
- (vervolgens) nogmaals contact op te nemen met die slachtoffers en – zakelijk weergegeven- te vertellen dat criminelen nog steeds actief zijn en dat er geld op een kluisrekening kan worden gestort;
Feit 3:
in of omstreeks de periode van 25 april 2023 tot en met 12 mei 2023 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, meermalen geldbedragen, te weten
- 4.100 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 21] ,
- 9.500 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22] ,
- 370 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 43] ,
- 2.558 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 44] ,
- 3.737 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 45] ,
- 3.400 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 46] en
- 1.500 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 47]
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders die weg te nemen geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door meermalen,
- gebruik te maken van (een) bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) van voornoemde slachtoffers en/of
- (vervolgens) met die bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) een of meer van die (grote) geldbedrag(en) op te nemen bij geldautoma(a)t(en) en/of
- een of meer (grote) uitgaven en/of overschrijvingen en/of transacties te doen/uit te voeren vanaf de rekeningen en/of met de bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) van die aangever(s), waartoe verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd en/of gemachtigd en/of bevoegd waren;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
De strafbaarheid van het feit.
Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie bevindt zich in het digitale dossier.
Het standpunt van de verdediging.
Indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring heeft de raadsman verzocht de straf te matigen. De rechtbank dient rekening te houden met de oudere persoonlijkheidsrapportages. Hierdoor dient ook het jeugdstrafrecht van toepassing te zijn. De rechtbank dient daarnaast rekening te houden met het feit dat verdachte inmiddels behandeling en begeleiding in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel positief heeft doorlopen, artikel 63 Sr, het forse tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De raadsman heeft verzocht bij een eventuele strafoplegging een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 12 maanden waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de ondergane voorlopige hechtenis.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Aard en ernst van de feiten.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het met anderen plegen van zeventien oplichtingen, het met anderen plegen van diefstallen met een valse sleutel (pinnen met de buitgemaakte pinpassen) en deelname aan een crimineel samenwerkingsverband. Hij heeft samen met anderen van een flink aantal kwetsbare slachtoffers op geniepige wijze sieraden, (contant) geld, bankpassen en pincodes afhandig gemaakt. Zij hebben zich bewust gericht op oudere mensen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben de slachtoffers, die zoals gezegd allemaal op leeftijd zijn, hiermee niet alleen financiële schade toegebracht, maar ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig geschaad. Ook hebben de benadeelden geleden onder gevoelens van schaamte. Daar komt bij dat zij van sommige slachtoffers ook sieraden die een grote emotionele waarde vertegenwoordigden, afhandig hebben gemaakt. Verdachte heeft telkens weer de keuze gemaakt om mensen op te lichten met als enige doel ze kostbaarheden en geld afhandig te maken voor eigen financieel gewin. Daarbij heeft hij geen rekening gehouden met de schade en negatieve gevoelens die hij bij de slachtoffers en hun naasten heeft veroorzaakt en de maatschappelijke onrust die hij daarmee heeft veroorzaakt. Dit zijn ernstige feiten en de rechtbank neemt verdachte dit kwalijk. Dit is te meer het geval, omdat verdachte geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor de gepleegde feiten.
Persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 juli 2026. Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten en het feit dat verdachte de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd, terwijl hij in een proeftijd liep en zich aan voorwaarden moest houden.
De rechtbank zal, in straf verlagende zin, rekening houden met het feit dat verdachte op 27 februari 2024, dus na de onderhavige strafbare feiten, door de meervoudige kamer is veroordeeld tot een forse jeugddetentie en voorwaardelijke PIJ-maatregel.
De rechtbank ziet ook dat de onderhavige strafbare feiten gepleegd zijn toen verdachte nog niet behandeld was. Uit het reclasseringsrapport en ter terechtzitting is gebleken dat verdachte zijn leven nu beter op orde lijkt te hebben. De rechtbank houdt daar rekening mee.
Geen toepassing van het jeugdstrafrecht.
De rechtbank kan – ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar nog niet die van 23 jaren heeft bereikt – het jeugdstrafrecht toepassen. Het uitgangspunt is echter dat berechting plaatsvindt volgens het volwassenenstrafrecht. De vraag is of er, in afwijking van dit uitgangspunt, aanleiding is om het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Uit het reclasseringsadvies volgt het advies om het volwassenenstrafrecht toe te passen. Er is geen specifieke pedagogische of ontwikkelingsgerichte meerwaarde van toepassing van het jeugdstrafrecht.
De rechtbank volgt dit advies en zal daarom het volwassenenstrafrecht toepassen.
Redelijke termijn.
De rechtbank overweegt dat de redelijke termijn van berechting (twee jaar tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden) is aangevangen op 25 maart 2024 (de dag van inverzekeringstelling in onderzoek Murcia) respectievelijk 9 april 2024 (de van inverzekeringstelling in onderzoek Meike). Gelet op de uitspraakdatum (4 november 2026) is de termijn met ongeveer zeven maanden overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding enige matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.
Op te leggen straf.
Hoewel verdachte inmiddels een aantal positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, is de rechtbank, gelet op de aard en ernst van de feiten en de hoeveelheid feiten, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andersoortige of lichtere straf dan een gevangenisstraf van lange duur. De rechtbank is het met de officier van justitie eens dat de effecten van deze vorm van oplichting, waarbij slachtoffers in de veiligheid van hun eigen huis zijn gebeld, hun angst is aangejaagd en zij zich genoodzaakt zagen hun kostbaarheden, geld en bankpassen met pincode af te geven, vergelijkbaar zijn met die van een woninginbraak. De oriëntatiepunten van de rechtbank geven als oriëntatiepunt voor een woninginbraak een gevangenisstraf van 3 maanden.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
De vorderingen van de benadeelde partijen.
Binnen het onderzoek Meike en Murcia zijn verschillende vorderingen ingediend.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van de volgende vorderingen, met toekenning van de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel, gevorderd:
|
Benadeelde partij inzake Meike |
Toewijsbaar bedrag |
|
[slachtoffer 3] |
€ 25.894,10 |
|
[slachtoffer 4] |
€ 60,00 |
|
[slachtoffer 5] |
€ 3.412,50 |
|
[slachtoffer 6] |
€ 27.202,60 |
|
[slachtoffer 7] |
€ 1.740,30 |
|
[slachtoffer 8] |
€ 400,00 |
|
[slachtoffer 9] |
€ 1.095,00 |
|
[slachtoffer 10] |
€ 1.500,00 |
|
[slachtoffer 11] |
€ 2.000,00 |
|
[slachtoffer 12] |
€ 1.700,00 |
|
[slachtoffer 13] |
€ 31.165,00 |
|
[slachtoffer 14] |
€ 2.500,00 |
|
[slachtoffer 15] |
€ 1.400,00 |
|
[slachtoffer 16] |
€ 6.950,00 |
|
[slachtoffer 17] |
€ 4.900,00 |
|
[slachtoffer 18] |
€ 2.800,00 |
|
[slachtoffer 19] |
€ 1.500,00 |
|
Benadeelde partij inzake Murcia |
Toewijsbaar bedrag |
|
[slachtoffer 20] |
€ 370,00 |
|
[slachtoffer 21] |
€ 3.082,29 |
|
[slachtoffer 1] |
€ 750,00 |
|
[slachtoffer 22] |
€ 10.250,00 |
|
[slachtoffer 2] |
€ 1.083,85 |
De overige vorderingen dienen te worden afgewezen.
Het standpunt van de verdediging.
Gelet op de bepleite vrijspraak inzake Meike, heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat de hierop betrekking hebbende vorderingen van de benadeelde partijen moeten worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsman inzake Meike het volgende bepleit:
|
Benadeelde partij inzake Meike |
Toewijsbaar bedrag |
|
[slachtoffer 4] |
nihil |
|
[slachtoffer 12] |
€ 1.950,00 |
|
[slachtoffer 14] |
€ 2.500,00 |
|
[slachtoffer 16] |
nihil |
Inzake Murcia heeft de raadsman het volgende bepleit indien door de rechtbank tot een bewezenverklaring wordt gekomen:
|
Benadeelde partij inzake Murcia |
Toewijsbaar bedrag |
|
[slachtoffer 20] |
€ 370,00 |
|
[slachtoffer 21] |
€ 3.012,30 |
|
[slachtoffer 1] |
nihil |
|
[slachtoffer 22] |
€ 9.500,00 |
|
[slachtoffer 2] |
€ 29,80 |
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank zal allereerst de vorderingen van de slachtoffers bespreken die op de tenlastelegging van verdachte staan en waar sprake is van een bewezenverklaring.
Ten aanzien van gevorderde immateriële schade in die zaken geldt in algemene zin het volgende. De aard en de bijzondere ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, kunnen meebrengen dat van aantasting in zijn/haar persoon op andere wijze in de zin van artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek sprake is. Dan kan ook zonder dat sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld vergoeding van smartengeld aan de orde zijn.
De rechtbank is van oordeel dat in onderstaande gevallen waarin een concreet bedrag aan immateriële schadevergoeding is gevorderd sprake is van een situatie waarin de aard en de bijzondere ernst van het strafbare feit in combinatie met de kwetsbaarheid van het slachtoffer reeds meebrengen dat er sprake is van aantasting in de persoon. De slachtoffers zijn juist gelet op hun ouderdom en dus op hun geringe weerbaarheid door de criminele organisatie uitgekozen. De rechtbank is van oordeel dat een bedrag van € 750,00 (dan wel een lager bedrag indien een lager bedrag is gevorderd) als immateriële schadevergoeding passend is.
[slachtoffer 4] (onderzoek Meike).
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte (oplichting) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat er schade is toegebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding de hoogte van het smartengeld te matigen. Een bedrag van € 600,00 aan immateriële schadevergoeding zal worden toegewezen.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het delict (12 december 2023).
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente.
[slachtoffer 24] (onderzoek Meike).
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte (oplichting) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat er schade is toegebracht. De rechtbank zal de materiële schade van € 1.950,00 in zijn geheel toewijzen. De rechtbank ziet aanleiding om de immateriële schade te matigen tot een bedrag van € 750,00.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het delict (11 december 2023).
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor genoemd.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
[slachtoffer 14] (onderzoek Meike).
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte (oplichting) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat er schade is toegebracht. De rechtbank zal de vordering van € 2.500,00 (materiële schade) in zijn geheel toewijzen.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het delict (11 december 2023).
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor genoemd.
[slachtoffer 16] (onderzoek Meike).
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte (oplichting) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat er schade is toegebracht. De rechtbank zal de materiële schade van € 6.350,00 en immateriële schade van € 600,00 in zijn geheel toewijzen.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het delict (12 december 2023).
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor genoemd.
[slachtoffer 20] (onderzoek Murcia).
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte (oplichting en diefstal met valse sleutel) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat er schade is toegebracht. De rechtbank zal de materiële schade van € 370,00 in zijn geheel toewijzen.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het delict (3 mei 2023).
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor genoemd.
[slachtoffer 21] (onderzoek Murcia).
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte (oplichting en diefstal met valse sleutel) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat er schade is toegebracht. De rechtbank zal de materiële schade als volgt gedeeltelijk toewijzen:
- Geld van bankrekening: € 3.007,35
- Reiskosten: € 15,79;
- Vervangen van de bankpassen: € 4,95;
- Reader: € 19,95.
Nu er geen bedrag is ingevuld onder het kopje “immateriële schade” is deze post onvoldoende onderbouwd.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het delict (25 april 2023).
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor genoemd.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
[slachtoffer 1] (onderzoek Murcia)
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte (oplichting) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat er schade is toegebracht. De rechtbank zal de immateriële schade echter matigen tot een bedrag van € 750,00.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het delict (23 april 2023).
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor genoemd.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
[slachtoffer 22] (onderzoek Murcia)
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte (oplichting en diefstal met valse sleutel) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat er schade is toegebracht. De rechtbank zal de materiële schade van € 9.500,00 in zijn geheel toewijzen. Ook de immateriële schade van
€ 750,00 zal in zijn geheel worden toegewezen.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het delict (1 mei 2023).
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor genoemd.
[slachtoffer 2] (onderzoek Murcia)
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde handelen van verdachte (oplichtingen en diefstal met valse sleutel) rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.
Benadeelde heeft voldoende onderbouwd dat er schade is toegebracht. De rechtbank zal de materiële schade gedeeltelijk toewijzen:
- Telefoon/abonnementskosten worden geschat op € 200,00;
- Vervangen van de bankpassen: € 4,95;
- Vervangen van de creditcard: € 4,95;
- Reader: € 19,95.
Nu er geen bedrag is ingevuld onder het kopje “immateriële schade” is deze post onvoldoende onderbouwd.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het delict (26 april 2023).
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor genoemd.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
Overige vorderingen.
De overig ingediende vorderingen zijn van slachtoffers van oplichtingen waarvan verdachte wordt vrijgesproken en van slachtoffers die niet op de tenlastelegging staan van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende verband bestaat tussen de bewezenverklaarde deelneming aan de criminele organisatie en de door de benadeelde partijen gevorderde schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partijen door dit handelen rechtstreeks schade hebben geleden.
De rechtbank verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 31] , [slachtoffer 32] , [slachtoffer 33] , [slachtoffer 34] , [slachtoffer 35] , [slachtoffer 36] , [slachtoffer 37] , [slachtoffer 38] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 39] , [slachtoffer 40] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 41] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 42] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] dan ook niet-ontvankelijk in de vorderingen tot schadevergoeding.
De benadeelde partijen kunnen hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Omdat aan verdachte telkens meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij telkens van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 02.158476.21.
De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
De rechtbank zal de gevorderde tenuitvoerlegging echter afwijzen in verband met het tijdsverloop.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
36f, 47, 57, 63, 140, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht
DE UITSPRAAK
Bewezenverklaring.
Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Kwalificatie.
Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:
01.123304.24 (onderzoek Meike)
Feit 1: deelneming aan een criminele organisatie;
Feit 2: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.
02.057157.24 (onderzoek Murcia)
Feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
Feit 2: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
Feit 3: diefstal door twee of meerdere personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;
Strafbaarheid.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Straf.
Legt op de volgende straf:
Een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.
Beslissing over de vorderingen van de benadeelde partijen.
veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.
|
Benadeelde partij inzake Meike 01.123304.24 |
T.a.v. feit |
Bedrag |
Wettelijke rente |
|
[slachtoffer 4] |
2 |
€ 600,00 (immaterieel) |
12 december 2023 |
|
[slachtoffer 12] |
2 |
€ 1.950,00 (materieel) € 750,00 (immaterieel) |
11 december 2023 |
|
[slachtoffer 14] |
2 |
€ 2.500,00 (materieel) |
11 december 2023 |
|
[slachtoffer 16] |
2 |
€ 6.350,00 (materieel) € 600,00 (immaterieel) |
12 december 2023 |
|
Benadeelde partij inzake Murcia 02.057157.24 |
T.a.v. feit |
Bedrag |
Wettelijke rente |
|
[slachtoffer 20] |
2 en 3 |
€ 370,00 (materieel) |
3 mei 2023 |
|
[slachtoffer 21] |
2 en 3 |
€ 3.048,04 (materieel) |
25 april 2023 |
|
[slachtoffer 1] |
1 |
€ 750,00 (immaterieel) |
23 april 2023 |
|
[slachtoffer 22] |
2 en 3 |
€ 9.500,00 (materieel) € 750,00 (immaterieel) |
1 mei 2023 |
|
[slachtoffer 2] |
1, 2 en 3 |
€ 229,85 (materieel) |
26 april 2023 |
de rechtbank zal de benadeelde partijen voor het overige van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
bepaalt dat als de als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
legt aan verdachte tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal vervangende hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melen duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
|
Benadeelde partij inzake Meike 01.123304.24 |
T.a.v. feit |
Bedrag |
Gijzeling |
Wettelijke rente |
|
[slachtoffer 4] |
2 |
€ 600,00 (immaterieel) |
6 dagen |
12 december 2023 |
|
[slachtoffer 12] |
2 |
€ 1.950,00 (materieel) € 750,00 (immaterieel) |
27 dagen |
11 december 2023 |
|
[slachtoffer 14] |
2 |
€ 2.500,00 (materieel) |
25 dagen |
11 december 2023 |
|
[slachtoffer 16] |
2 |
€ 6.350,00 (materieel) € 600,00 (immaterieel) |
59 dagen |
12 december 2023 |
|
Benadeelde partij inzake Murcia 02.057157.24 |
T.a.v. feit |
Bedrag |
Gijzeling |
Wettelijke rente |
|
[slachtoffer 20] |
2 en 3 |
€ 370,00 (materieel) |
3 dagen |
3 mei 2023 |
|
[slachtoffer 21] |
2 en 3 |
€ 3.048,04 (materieel) |
30 dagen |
25 april 2023 |
|
[slachtoffer 1] |
1 |
€ 750,00 (immaterieel) |
7 dagen |
23 april 2023 |
|
[slachtoffer 22] |
2 en 3 |
€ 9.500,00 (materieel) € 750,00 (immaterieel) |
76 dagen |
1 mei 2023 |
|
[slachtoffer 2] |
1, 2 en 3 |
€ 229,85 (materieel) |
2 dagen |
26 april 2023 |
bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat als de als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
Overige benadeelde partijen
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 31] , [slachtoffer 32] , [slachtoffer 33] , [slachtoffer 34] , [slachtoffer 35] , [slachtoffer 36] , [slachtoffer 37] , [slachtoffer 38] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 39] , [slachtoffer 40] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 41] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 42] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding en de vorderingen slechts bij de burgerlijk rechter kunnen aanbrengen.
Omdat aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade zijn opgelegd, is hij van zijn betalingsverplichting bevrijd als hij aan één van beide heeft voldaan
Vordering tenuitvoerlegging
Wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Kinderrechter bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant in de zaak met parketnummer 02.158476.21 opgelegde voorwaardelijke straf;
Voorlopige hechtenis.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte, in verband met het ontbreken van de gronden, met ingang van heden. De voorlopige hechtenis was reeds geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S.J.W. Hermans, voorzitter,
mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. M.J.C. van der Vegte, leden,
in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier,
en is uitgesproken op 4 november 2026.