Bestuursstrafrecht
Wahv. Doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Geen geslaagd beroep op…
Rechtbank Noord-Nederland, 2 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2926 · Rechtbank Noord-Nederland · 2 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-2926
Zaakgegevens
Op 2 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 11826602 BU VERZ 25-1813
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:2926
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. Doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Geen geslaagd beroep op overmacht. Betrokkene had anders kunnen handelen; zo had zij met de alarmlichten aan kunnen stoppen vóór het rode licht. Ook had zij naar de linker rijbaan kunnen gaan, waar het stoplicht op dat moment groen was (gelet op de foto’s in het dossier). Het argument dat betrokkene uit veiligheidsoverwegingen door rood is gereden geeft geen aanleiding om de boete te matigen, omdat door rood rijden juist onveilig is. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271063893
zaaknummer: 11826602 BU VERZ 25-1813
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’, verricht op 17 december 2024, om 08:44 uur, op de Dammelaan ter hoogte van de kruising met de Wollegaast in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. K.S.L. Kattick.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat toen zij haar dochter bij school had afgezet, haar auto bij het opstarten direct moeilijk ging doen. Er was verder echter nog niks zichtbaar en de auto reed gewoon. Toen betrokkene bij het stoplicht was begon de auto opnieuw te stotteren en alle lampjes in de klokkenteller gingen branden. Omdat de situatie steeds ernstiger werd raakte betrokkene in paniek, waardoor zij gas gaf om de auto naar een veilige plek te rijden, omdat zij anders midden op het kruispunt stil zou kunnen komen te staan. Dit deed zij voor de veiligheid van haarzelf en anderen. Zij heeft toen contact opgenomen met de garage om het probleem te verhelpen. Bij de garage gaven ze aan dat het hoogstwaarschijnlijk de klokkenteller betrof.
3. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
5. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te vernietigen of te matigen. Het uitgangspunt is wat de verbalisant heeft gezien. Bij het wegrijden van school leek het er al op dat de auto raar deed. In het verkeer moet je er altijd op letten dat je goed kunt rijden. Opzet is niet vereist. Betrokkene doet in feite een beroep op overmacht. Dat betekent dat de gedraging is verricht onder zodanige omstandigheden dat er geen boete kan worden opgelegd. Dan moeten er wél feiten en omstandigheden worden aangevoerd die aannemelijk maken dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Betrokkene had echter anders kunnen handelen; zo had zij met de alarmlichten aan kunnen stoppen vóór het rode licht. Ook had zij naar de linker rijbaan kunnen gaan, waar het stoplicht op dat moment groen was (zie de foto’s in het dossier). Het argument dat betrokkene uit veiligheidsoverwegingen door rood is gereden geeft geen aanleiding om de boete te matigen, omdat door rood rijden juist onveilig is. Het is aan betrokkene om als verkeersdeelnemer te anticiperen op naderende verkeerslichten. De kantonrechter vindt dat de boete terecht is opgelegd. Hij zal het beroep ongegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.