Bestuursstrafrecht
Wahv. Doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Uit de foto’s in het…
Rechtbank Noord-Nederland, 23 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3435 · Rechtbank Noord-Nederland · 23 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbnne-2026-3435
Zaakgegevens
Op 23 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Datum publicatie
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11992289 BU VERZ 25-2468
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3435
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv. Doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat. Uit de foto’s in het dossier blijkt dat de verbalisant op het moment dat betrokkene het rode licht negeert, met de rug naar hem is toegekeerd. Dit toont aan dat de agent op dat moment geen aanwijzingen aan betrokkene gaf. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat op de foto’s is te zien dat de ambulance op de meest linker rijbaan reed voor rechtdoor, terwijl betrokkene op de meest rechterrijbaan rechtsaf sloeg. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 273671280
zaaknummer: 11992289 BU VERZ 25-2468
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’, verricht op 2 mei 2025, om 17:31 uur, op de Europaweg ter hoogte van de kruising met het Damsterdiep in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. R.A. van der Velde, aanwezig.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene stelt dat op de foto’s te zien is dat een politieagent het verkeer regelt vanaf het midden van het kruispunt. Door de aanwijzingen van deze agent rijden meerdere auto’s vóór betrokkene door rood, en ook betrokkene rijdt door rood. De aanwijzingen van de politieagent gaan vóór de verkeerstekens en verkeersregels. Achter betrokkene naderde bovendien een ambulance.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Kan de verweten gedraging worden vastgesteld?
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die die aanleiding geven tot twijfel.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat de overtreding met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s is vastgelegd. Op foto één is te zien dat het voertuig van betrokkene de radardetectie of lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht activeert. Op het moment van de constatering brandde het rode licht al 0,9 seconden. Op foto twee is te zien dat circa een seconde later het voertuig van betrokkene verder is gereden.
De gronden slagen niet. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de politieagent aanwijzingen heeft gegeven aan betrokkene. Uit de foto’s in het dossier blijkt namelijk dat de verbalisant op het moment dat betrokkene het rode licht negeert, met de rug naar hem is toegekeerd. Dit toont aan dat de agent op dat moment geen aanwijzingen aan betrokkene gaf. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat op de foto’s is te zien dat de ambulance op de meest linker rijbaan reed voor rechtdoor, terwijl betrokkene op de meest rechterrijbaan rechtsaf sloeg.
Alles overwegende kan op basis van de beschikbare gegevens voldoende worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. In het door betrokkene gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. De boete is terecht opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.