Materieel strafrecht
Veroordeling terzake het medeplegen van de productie van MDMA en het aanwezig hebben van MDMA, cocaïne en…
Rechtbank Noord-Nederland, 30 oktober 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4657 · Rechtbank Noord-Nederland · 30 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-4657
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2026
- Datum publicatie
- 2 november 2026
- Zaaknummer
- 18.024304.26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4657
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling terzake het medeplegen van de productie van MDMA en het aanwezig hebben van MDMA, cocaïne en amfetamine. Verdachte heeft ook anderen ertoe bewogen mee te helpen in de voorbereiding dan wel in het productieproces. Procesafspraken. Recidive. Gevangenisstraf. Maatregel kostenverhaal.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.024304.26
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 oktober 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 oktober 2026. Het onderzoek ter terechtzitting is op 30 oktober 2026 gesloten.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Schmit, advocaat te Rotterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.A. Jacobs.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025 te Bolsward en/of te [plaats] , althans in de
gemeente Súdwest-Fryslân tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (in en/of vanuit een loods gelegen aan [adres 1] en/of in en/of vanuit een woning gelegen aan de [adres 2] ) meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een of meer (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025 te Bolsward en/of te [plaats] , althans in de gemeente Súdwest-Fryslân tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (in en/of vanuit een loods gelegen aan [adres 1] en/of in en/of vanuit een woning gelegen aan de [adres 2] ) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
-
het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
-
het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
-
het opzettelijk vervaardigen
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten MDMA (methyleendioxymethamfetamine)
-
een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
-
zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
-
een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte
en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door (met zijn/haar mededaders)
-
de beschikking te hebben over een loods en/of een woning (met water en/of elektra) en/of voertuigen voorhanden te hebben en/of
-
(in deze loods en/of woning) grote hoeveelheden precursoren en/of bewerkingsmiddelen voor het produceren van harddrugs voorhanden te hebben/te hebben gehad en/of
-
(in deze loods en/of woning) grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen, die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of precursoren, waaronder (onder meer) fenacetine, natriumboorhydride, caustische soda, ammoniak, alcohol, zwavelzuur, gootsteenontstopper, fosforzuur, zoutzuur, aceton, methanol, methylamine, oxaalzuur, BMK voorhanden te hebben en/of
-
goederen aan te schaffen en/of te regelen en/of voorhanden te hebben die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van
diverse soorten drugs en/of precursoren waaronder (onder meer) (lege) emmers, jerrycans, maatbekers, trechters, weegschalen, koolstoffilter, infrarood thermometer, PH meter, mixer, volgelaatsmaskers, werkhandschoenen, vacuümpomp, drumvaten, reactieketel en/of een
destillatiebuis en/of (overige) gereedschappen en/of
- het produceren en/of voorhanden hebben van de precursor PMK
- aldus voornoemde loods en/of woning in te richten om (synthetische) drugs te vervaardigen;
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 december 2025 tot en met 2 december 2025 te Bolsward en/of te [plaats] , althans in de gemeente Súdwest-Fryslân tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 325 gram en/of 174,3 liter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine) en/of ongeveer 530 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 945 gram en/of 0,2 liter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine) en/of cocaïne en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Procesafspraken
Deze strafzaak kenmerkt zich doordat het Openbaar Ministerie en de verdediging zogeheten procesafspraken hebben gemaakt over wat volgens hen een passende uitkomst van de strafzaak zou zijn. Deze procesafspraken hebben zij opgenomen in een overeenkomst gedateerd 15 september 2026, die zij voorafgaand aan de inhoudelijke zitting, en voorzien van de handtekeningen van zowel de officier van justitie als die van verdachte en zijn raadsvrouw, hebben overgelegd aan de rechtbank. Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben de rechtbank daarmee een gezamenlijk voorstel gedaan over de wijze van afdoening van de zaak.
In reactie daarop heeft de rechtbank tijdens de behandeling ter zitting van 9 oktober 2026 aan partijen te kennen gegeven dat de overeenkomst slechts een ongestreepte tenlastelegging bevatte, dat een bewezenverklaring ontbrak en een kwalificatie waarnaar wel verwezen werd eveneens. Verder ontbrak een beslissing omtrent het beslag en was geen rekening gehouden met de aftrek van de voorlopige hechtenis.
Het Openbaar Ministerie en de verdediging zijn vervolgens opnieuw met elkaar in gesprek gegaan en hebben aanvullende procesafspraken gemaakt, vastgelegd in een addendum gedateerd 9 oktober 2026.
De rechtbank merkt op dat procesafspraken volledig en juist moeten zijn om te voorkomen dat deze juist leiden tot vertraging van de behandeling van de zaak.
Inhoud procesafspraken
Het afdoeningsvoorstel, vastgelegd in de overeenkomst van 15 september 2026 en het addendum van 9 oktober 2026, houdt in dat:
-
de verdediging zal afzien van het indienen van onderzoekswensen;
-
het Openbaar Ministerie de vordering 314a Sv zal indienen, welke na toewijzing door de
rechtbank de basis zal zijn voor de strafzaak;
3. de verdediging geen verweer zal voeren tegen de opgestelde 314a Sv vordering;
4. het Openbaar Ministerie ter terechtzitting een bewezenverklaring vordert voor de in de procesafspraken opgenomen feiten, te kwalificeren zoals eveneens in de procesafspraken vermeld, en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vordert voor de duur van 56 maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest;
5. verdachte niet zal betwisten het tenlastegelegde te hebben begaan en de verdediging geen verweer zal voeren tegen bewezenverklaring van die feiten en tegen de strafeis;
6. verdachte aanwezig zal zijn ter terechtzitting, zodat de rechtbank de totstandkoming van deze overeenkomst en de instemming daarmee kan toetsen;
7. verdachte zich niet zal onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de op te leggen straf;
8. de verdediging en het Openbaar Ministerie uitspreken voornemens te zijn geen hoger beroep in te stellen indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de gemaakte afspraken. Dit geldt eveneens indien de rechtbank tot een strafoplegging komt waarbij maximaal drie maanden van de overeengekomen straf wordt afgeweken;
9. het Openbaar Ministerie zich zal inspannen dat verdachte voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van de hoofdzaak de omgezette taakstraf van parketnummer 18.068161.19 zal uitzitten.
Beoordeling procesafspraken door de rechtbank
De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken af te doen. Bij de beoordeling zijn voor de rechtbank leidend geweest de uitgangspunten zoals verwoord door de Hoge Raad in het arrest van 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252.
De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken is bijgestaan door zijn raadsvrouw. Verdachte is ook samen met zijn raadsvrouw aanwezig geweest op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2026, alwaar de inhoud van het afdoeningsvoorstel is besproken.
De rechtbank heeft ter zitting benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de overeenkomst en dat de rechtbank daaraan niet gebonden is. De rechtbank houdt immers een eigen verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak plaatsvinden overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen, met name de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering.
De officier van justitie, de raadsvrouw en verdachte hebben ter zitting allen bevestigd achter het voorstel te staan. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het voorstel met zijn raadsvrouw heeft besproken, dat de inhoud van die afspraken duidelijk voor hem is en dat hij achter de gemaakte afspraken staat.
Verdachte begrijpt wat de consequenties zijn als de rechtbank het voorstel volgt - in het bijzonder met betrekking tot zijn verdedigingsrechten - en hij accepteert de op te leggen straf zoals deze is voorgesteld.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen doet geen afbreuk aan het aan verdachte op grond van artikel 6 EVRM toekomende recht op een eerlijk proces. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de inhoud van de procesafspraken niet bij haar oordeel te betrekken.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, overeenkomstig de procesafspraken, veroordeling gevorderd voor de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft, overeenkomstig de procesafspraken, geen verweer gevoerd ten aanzien van het bewijs.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.
Bewijsmiddelen
De rechtbank past de bewijsmiddelen toe zoals die zullen worden opgenomen in een eventueel later op te maken aanvulling van dit vonnis. Deze bewijsmiddelen bevatten de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Bewezenverklaring
In het kader van de procesafspraken is door het Openbaar Ministerie en de verdediging tot een bewezenverklaring gekomen zoals opgenomen in het addendum van 9 oktober 2026. De rechtbank neemt deze bewezenverklaring over met dien verstande dat deze nauwkeuriger is uitgestreept. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.
De rechtbank acht de feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025 te Bolsward en [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, vanuit een loods gelegen aan [adres 1] en vanuit een woning gelegen aan de [adres 2] meermalen, telkens opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd, een of meer (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (methyleendioxymethamfetamine) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
hij in de periode van 1 september 2025 tot en met 1 december 2025 te Bolsward en te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, vanuit een loods gelegen aan [adres 1] en vanuit een woning gelegen aan de [adres 2] om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
-
het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken en
-
het opzettelijk vervaardigen
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten MDMA (methyleendioxymethamfetamine)
-
een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
-
zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
-
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededaders, wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door met zijn mededaders
-
de beschikking te hebben over een loods en/of een woning (met water en/of elektra) en/of voertuigen voorhanden te hebben en/of
-
(in deze loods en/of woning) grote hoeveelheden precursoren en/of bewerkingsmiddelen voor het
produceren van harddrugs voorhanden te hebben/te hebben gehad en/of
-
(in deze loods en/of woning) grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen, die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of precursoren, waaronder (onder meer) fenacetine, natriumboorhydride, caustische soda, ammoniak, alcohol, zwavelzuur, gootsteenontstopper, fosforzuur, zoutzuur, aceton, methanol, methylamine, oxaalzuur, BMK voorhanden te hebben en/of
-
goederen aan te schaffen en/of te regelen en/of voorhanden te hebben die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van
diverse soorten drugs en/of precursoren waaronder (onder meer) (lege) emmers, jerrycans, maatbekers, trechters, weegschalen, koolstoffilter, infrarood thermometer, PH meter, mixer, volgelaatsmaskers, werkhandschoenen, vacuümpomp, drumvaten, reactieketel en/of een
destillatiebuis en/of (overige) gereedschappen en/of
-
het produceren en/of voorhanden hebben van de precursor PMK
-
aldus voornoemde loods en woning in te richten om (synthetische) drugs te vervaardigen;
3.
hij in de periode van 1 december 2025 tot en met 2 december 2025 te Bolsward en te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 325 gram en 171,8 liter, van een materiaal bevattende MDMA en
ongeveer 530 gram van een materiaal bevattende cocaïne en
ongeveer 945 gram en/of 0,2 liter, van een materiaal bevattende amfetamine zijnde MDMA en/of cocaïne en/of amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Overweging met betrekking tot de kwalificatie
Met betrekking tot de kwalificatie van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat de feiten gekwalificeerd kunnen worden als in vereniging gepleegd en dat het meermalen is gepleegd. In (het addendum van) de procesafspraken is dit wel als zodanig opgenomen in de bewezenverklaring, maar het is niet opgenomen in de kwalificatie. De rechtbank komt, op basis van haar eigen verantwoordelijkheid, om te zorgen dat de beoordeling van de strafzaak plaatsvindt overeenkomstig de wettelijke bepalingen, tot een andere kwalificatie. De verdachte is hierdoor niet geschaad in zijn verdediging, omdat de door de rechtbank gehanteerde kwalificatie overeenkomt met de bewezenverklaring zoals opgenomen in de procesafspraken.
In afwijking van de procesafspraken is de rechtbank verder van oordeel dat voor feiten 1 en 2 sprake is van eendaadse samenloop, omdat deze bewezenverklaarde feiten zo nauw met elkaar samenhangen dat verdachte daarvan in wezen één verwijt kan worden kan gemaakt.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1 en feit 2:
De eendaadse samenloop van
feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het onder artikel 2 onder B en D gegeven verbod, meermalen gepleegd,
en
feit 2:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door
-
een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen en
-
een ander middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en
-
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit,
meermalen gepleegd.
Ten aanzien van feit 3:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, overeenkomstig de procesafspraken, gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur 56 maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen inhoudelijk strafmaatverweer gevoerd en heeft de rechtbank verzocht aan te sluiten bij het afdoeningsvoorstel zoals vastgelegd in de procesafspraken.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van Reclassering Nederland, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van drie maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan het produceren MDMA en het aanwezig hebben van MDMA, cocaïne en amfetamine. De MDMA en amfetamine werden aangetroffen en geproduceerd op verschillende locaties waarbij verdachte anderen ertoe heeft bewogen mee te helpen in de voorbereiding dan wel in het productieproces.
Het is algemeen bekend dat synthetische drugs en verdovende middelen in het algemeen zeer schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Amfetamine heeft bovendien een sterk verslavende werking. Daarnaast veroorzaakt de productie van synthetische drugs schade aan het milieu vanwege illegale afvaldumping. Ook zijn grote risicos verbonden aan het opslaan en het bewerken van de chemicaliën in een illegaal drugslab, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige en bijtende dampen. De productie van en handel in harddrugs gaat gepaard met vele andere vormen van criminaliteit die verdachte door zijn handelen heeft bevorderd of mede in stand heeft gehouden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
De rechtbank is van oordeel dat voor dergelijke feiten, mede gezien de oriëntatiepunten voor straftoemeting, een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. De rechtbank heeft zich beraden over het afdoeningsvoorstel zoals vastgelegd in de procesafspraken en heeft haar eigen afweging gemaakt bij de bepaling van de op te leggen straf. De rechtbank is van oordeel dat de voorgestelde straf in redelijke verhouding staat tot de ernst van de feiten en passend is, omdat hiermee zowel het belang van verdachte als het belang van de maatschappij wordt geëerbiedigd. Daarbij heeft de rechtbank in strafmatigende zin meegewogen dat verdachte afstand heeft gedaan van verdedigingsrechten en heeft toegezegd niet in hoger beroep te gaan, zodat de strafrechtketen minder wordt belast.
De rechtbank houdt in negatieve zin rekening met de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor feiten van de Opiumwet. De feiten waarvoor hij nu wordt veroordeeld, zijn bovendien gepleegd terwijl hij in een proeftijd liep. Ten slotte heeft hij zich begin 2026 onttrokken aan reclasseringstoezicht in het kader van een voorwaardelijke invrijheidstelling.
De rechtbank zal verdachte - in lijn met het afdoeningsvoorstel - een gevangenisstraf voor de duur van 56 maanden opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Inbeslaggenomen goederen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, overeenkomstig de procesafspraken, gevorderd dat het inbeslaggenomen geld verbeurd verklaard wordt.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft, overeenkomstig de procesafspraken, geen verweer gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het inbeslaggenomen geldbedrag, te weten een bedrag van 225,00 vatbaar voor verbeurdverklaring nu dit door middel van of uit de baten van de strafbare feiten is verkregen en toebehoort aan verdachte.
Maatregel kostenverhaal
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de maatregel op te leggen waarmee verdachte wordt verplicht tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de Staat zijn gekomen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, te weten een bedrag van 6.551,83. De totale kosten bedragen 16.379,56.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft, overeenkomstig de procesafspraken, geen verweer gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
De maatregel kostenverhaal, opgenomen in artikel 13d van de Opiumwet, maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de Staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of volksgezondheid, op vordering van het Openbaar Ministerie worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een in artikel 13d, lid 1 van de Opiumwet genoemd strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp.
De rechtbank stelt vast dat aan voornoemde vereisten voor oplegging van de maatregel tot kostenverhaal is voldaan. In de drugslaboratoria in de panden waarbij verdachte betrokken was bij de productie van MDMA waren namelijk stoffen aanwezig die een ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid. Daarnaast heeft de Staat kosten gemaakt voor de vernietiging daarvan. Bij de stukken
bevinden zich facturen van [bedrijf] met een kostenoverzicht van het ontmantelen van de drugslaboratoria, inclusief de afvoer van chemicaliën, restafval en hardware ter vernietiging.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de drugslabs in [plaats] en Bolsward. De vordering van de officier van justitie is gebaseerd op facturen van laboratoria in [plaats] , Bolsward en Sneek. Betrokkenheid op enige wijze bij een drugslab in Sneek is niet aan verdachte ten laste gelegd. De rechtbank brengt het bedrag van deze factuur, te weten 2.437,64 in mindering en komt tot een bedrag van 13.941,92.
De rechtbank is van oordeel dat de kosten voldoende zijn onderbouwd en zijn aan te merken als kosten in de zin van artikel 13d van de Opiumwet. Uit het dossier blijkt tevens dat de facturen van [bedrijf] door de Staat zijn betaald.
Gelet op het voornoemde zal de rechtbank aan verdachte de maatregel kostenverhaal opleggen. Daarbij ziet de rechtbank aanleiding rekening te houden met de medeverdachten en de rol die verdachte heeft gespeeld in het geheel. Verdachte heeft samen met deze medeverdachten in de laboratoria MDMA vervaardigd. Derhalve legt de rechtbank aan verdachte - in lijn met het afdoeningsvoorstel - de verplichting op om 40 procent van het totaalbedrag, te weten 5.576,77, te betalen aan de Staat ter vergoeding van de hiervoor bedoelde kosten. Indien dit bedrag niet wordt voldaan, kunnen 55 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 47, 55, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a, 13d van de Opiumwet. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 56 maanden.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen geld, te weten een bedrag van 225,00.
Legt op de maatregel tot vergoeding van het bedrag van 5.576,77 (zegge: vijfduizend vijfhonderd zesenzeventig euro en zevenenzeventig cent) aan de Staat ter vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 13d van de Opiumwet. Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd bij niet-betaling op 55 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.L. Vreugdenhil, voorzitter, mr. H. de Ruijter en mr. L.S. Langius, rechters, bijgestaan door W. van Goor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 oktober 2026.
mr. De Ruijter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.