Strafrecht overig
Vordering tot ontneming afgewezen na vrijspraak.
Rechtbank Noord-Nederland, 7 december 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:6329 · Rechtbank Noord-Nederland · 7 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2015-6329
Zaakgegevens
Op 7 december 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 7 december 2015
- Datum publicatie
- 18 maart 2016
- Zaaknummer
- 18.820383-14 ont
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2015:6329
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering tot ontneming afgewezen na vrijspraak.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/820383-14 (vordering tot ontneming)
beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 december 2015 op een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
in de zaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
thans verblijvende in [verblijfplaats] ,
hierna ook: [verdachte] .
Procesverloop
De officier van justitie heeft d.d. 8 mei 2015 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan [verdachte] voornoemd de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 33.300,09 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 23 november 2015. [verdachte] , diens raadsvrouw, mr. M.R.M. Schaap, en de officier van justitie zijn op de vordering gehoord.
Beoordeling
Ter terechtzitting van 23 november 2015 heeft de officier van justitie in de zaak met parketnummer 18/820383-14 in welke zaak [verdachte] als verdachte van een tweetal oplichtingsfeiten terechtstond, tot vrijspraak gerekwireerd. In het verlengde daarvan heeft de officier van justitie op dezelfde zitting geconcludeerd tot afwijzing van de onderhavige, op bedoelde feiten gestoelde vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De raadsvrouw van [verdachte] heeft eveneens bepleit de vordering af te wijzen.
Bij vonnis van 7 december 2015 (parketnummers 18/830053-15 en 18/820383-14) is [verdachte] vrijgesproken van de feiten waarop de officier van justitie haar vordering heeft gebaseerd.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
De rechtbank
- Wijst de vordering van de officier van justitie af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Haisma, voorzitter, mr. L.H.A.M. Voncken en
mr. A.G.D. Overmars, rechters, bijgestaan door mr. A.C. Fennema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 december 2015.
mr. A.G.D. Overmars is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.