Strafrecht overig
Mega-zaak Vidar. Inzet criminele burgerinfiltrant. De rechtbank heeft 15 verdachten veroordeeld voor feiten…
Rechtbank Noord-Nederland, 17 augustus 2022
ECLI:NL:RBNNE:2022:3118 · Rechtbank Noord-Nederland · 17 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2022-3118
Zaakgegevens
Op 17 augustus 2022 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 17 augustus 2022
- Datum publicatie
- 29 augustus 2022
- Zaaknummer
- 18/730083-20 ontneming
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2022:3118
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mega-zaak Vidar. Inzet criminele burgerinfiltrant. De rechtbank heeft 15 verdachten veroordeeld voor feiten die verband houden met de uitvoer van forse hoeveelheden harddrugs, witwassen, deelname aan een criminele organisatie en wapenbezit. Vijf verdachten zijn vrijgesproken. De straffen die rechtbank heeft opgelegd variëren van 7 jaar gevangenisstraf tot 80 uur taakstraf.
Zie ook: ECLI:NL:RBNNE:2022:3113.
Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/730083-20
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 17 augustus 2022 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .
Procesverloop
De officier van justitie heeft op 8 maart 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 109.346,00 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/730083-20 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 22 maart 2022, 13 april 2022 en 19 mei 2022.
Beoordeling
Standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte hoofdelijk zal worden veroordeeld tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel, dat door hen wordt geschat op € 109.346,00.
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft bepleit de vordering af te wijzen, dan wel deze te matigen en op nihil vast te stellen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft verdachte bij vonnis van 17 augustus 2022 vrijgesproken van het haar ten laste gelegde feit. Gelet op deze vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, zodat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.
Beslissing
Wijst de vordering van de officier van justitie af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. F. Sieders en mr. J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door mr. W.D. de Boer en mr. C.G. Velvis, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 augustus 2022.