Strafrecht overig
Noordelijke Fraudekamer. Afwijzing van de ontnemingsvordering, omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat…
Rechtbank Noord-Nederland, 7 maart 2023
ECLI:NL:RBNNE:2023:818 · Rechtbank Noord-Nederland · 7 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2023-818
Zaakgegevens
Op 7 maart 2023 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 7 maart 2023
- Datum publicatie
- 6 maart 2023
- Zaaknummer
- 18/174262-22 ontneming
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2023:818
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Noordelijke Fraudekamer. Afwijzing van de ontnemingsvordering, omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de bewezen verklaarde feiten.
Zie ook: ECLI:NL:RBNNE:2023:811.
Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Groningen
parketnummer 18/174262-22
beslissing van de meervoudige kamer, Noordelijke Fraudekamer d.d. 7 maart 2023 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
in de zaak tegen
[veroordeelde] ,
hierna te noemen: veroordeelde, geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Procesverloop
De officier van justitie heeft d.d. 31 augustus 2022 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 9.569,49 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/174262-22 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel. Op 6 december 2022 heeft de officier van justitie een schriftelijke toelichting aan de rechtbank doen toekomen, waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 9.099,49.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 9 februari 2023. Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. D. Jakobs, advocaat te Emmen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.M. von Bartheld.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat het bedrag wordt geschat op
€ 9.099,49 conform de schriftelijke toelichting van 6 december 2022 en dat de rechtbank een betalingsverplichting van gelijke hoogte zal opleggen.
Standpunt verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen.
Beoordeling
De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 7 maart 2023 in de zaak met parketnummer 18/174262-22 veroordeeld ter zake van vier oplichtingen.
Uit de schriftelijke toelichting van de officier van justitie volgt dat het gevorderde bedrag is gebaseerd op de bewezen verklaarde oplichtingen, alsmede de oplichtingen die niet ten laste zijn gelegd ten aanzien van [bedrijf 5] en [bedrijf 6] . Het gevorderde bedrag is als volgt opgebouwd:
[bedrijf 1] : € 4.840
[bedrijf 2] : € 2.420
[bedrijf 3] : € 3.569,50
[bedrijf 4] : € 4.452,80
[bedrijf 5] : € 2.463
[bedrijf 6] : € 19.299,50
Bruto voordeel (inclusief BTW): € 37.044,80
Gelet op het aandeel van medeveroordeelde Ramdhan wordt het totaal door 2 gedeeld:
€ 37.044,80 / 2 = € 18.522,40
Minus loonkosten p.p: € 9.452,91
Totaal voordeel: € 9.099,49
De rechtbank overweegt dat ten aanzien van de gevorderde bedragen die zien op [bedrijf 5] en [bedrijf 6] uit het dossier onvoldoende aanwijzingen blijken dat in die gevallen sprake is van oplichting van SNN.
Ten aanzien van de overige bedragen, die zien op de bewezen verklaarde oplichtingen, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van deze feiten. Voor zover dit al kan worden vastgesteld, is het voordeel blijkens de bankafschriften in het vermogen van [bedrijf
7] gevloeid. Uit het dossier volgt niet dat het voordeel vervolgens ten gunste van veroordeelde is gekomen.
De rechtbank zal derhalve de vordering van de officier van justitie afwijzen.
Beslissing
Wijst de vordering van de officier van justitie af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. H. Brouwer, voorzitter, mr. F. Sieders en mr. T.M.L. Wolters, rechters, bijgestaan door mr. B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 maart 2023.
Mr. Sieders en mr. Wolters zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.