Strafrecht overig
De rechtbank Overijssel verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van…
Rechtbank Overijssel, 1 november 2018
ECLI:NL:RBOVE:2018:4127 · Rechtbank Overijssel · 1 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2018-4127
Zaakgegevens
Op 1 november 2018 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 1 november 2018
- Datum publicatie
- 1 november 2018
- Zaaknummer
- 08/952366-15 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2018:4127
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank Overijssel verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08/952366-15 (ontneming)
Datum vonnis: 1 november 2018
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de verdachte:
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 69.343,48.
2 De procedure
De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 4 juli 2017 en 18 oktober 2018. De verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. ing. M.J. Jansma, advocaat in Kampen, is op die terechtzittingen verschenen en op de vordering gehoord.
Op de terechtzitting van 18 oktober 2018 heeft de officier van justitie, mr. R.J. Wiegant, de vordering gewijzigd in die zin, dat het door de verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 60.000,-.
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de door hem gevraagde vrijspraak, de ontnemingsvordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De raadsman heeft subsidiair bepleit dat het niet aannemelijk is dat zijn cliënte wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten, zodat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen.
3 De beoordeling van de vordering
Nu verdachte bij vonnis van 1 november 2018 is vrijgesproken van het feit waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, dient het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4 De beslissing
De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Peper, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. P.M. Breukink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 november 2018.
mr. Breukink is niet in de gelegenheid dit ontnemingsvonnis mede te ondertekenen.