Strafrecht overig
Ontnemingsvordering. De rechtbank stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen…
Rechtbank Overijssel, 25 juli 2023
ECLI:NL:RBOVE:2023:2919 · Rechtbank Overijssel · 25 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2023-2919
Zaakgegevens
Op 25 juli 2023 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almelo
- Datum uitspraak
- 25 juli 2023
- Datum publicatie
- 25 juli 2023
- Zaaknummer
- 08.034617.22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2023:2919
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontnemingsvordering. De rechtbank stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 4.320,-
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.034617.22
Datum vonnis: 25 juli 2023
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] (Angola),
wonende aan [adres]
.
1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 10.800,--.
2 De procedure
De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 13 juni 2023.
De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. D.P. Kant, advocaat in Almelo, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord.
Op de terechtzitting heeft de officier van justitie mr. M. ten Velde haar vordering gehandhaafd.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel hoogstens € 4.030,-- kan bedragen.
3 De beoordeling van de vordering
Veroordeling
De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2023 veroordeeld voor de strafbare feiten:
Het verwerven of voorhanden hebben van niet-openbare gegevens, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf zijn verkregen,
en
het ter beschikking stellen van niet-openbare gegevens aan een ander, het bekend maken van niet openbare gegevens aan een ander, het uit winstbejag voorhanden hebben en het gebruiken van niet openbare gegevens, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het door misdrijf verkregen gegevens betreft.
De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank acht het op basis van de voor de bewezenverklaring in de strafzaak gebruikte bewijsmiddelenen het in deze zaak opgemaakte rapport wederrechtelijk verkregen voordeel van 25 juli 2022 aannemelijk dat veroordeelde door het plegen van voornoemde strafbare feiten financieel voordeel heeft verkregen.
Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gaat de rechtbank uit van de bewezen verklaarde periode van 1 maart 2021 tot en met 14 februari 2022. In die periode heeft veroordeelde toetsen doorverkocht aan derden.
Aantal verkochte toetsen
De rechtbank stelt het aantal door veroordeelde ingekochte én verkochte toetsen vast op 48 stuks en baseert zich daarbij op WhatsAppgesprekken tussen veroordeelde en medeveroordeelde [medeveroordeelde 1] en het feit dat medeveroordeelde [medeveroordeelde 2] , aan wie veroordeelde als enige de toetsen doorverkocht, ter terechtzitting van 13 juni 2023 heeft verklaard dat hij dat aantal toetsen heeft afgenomen.
De rechtbank overweegt over het gebruiken van de verklaring van medeveroordeelde [medeveroordeelde 2] dat die verklaring weliswaar niet in de zaak van veroordeelde is afgelegd, maar -uitgaande van de vordering van de officier van justitie- in het voordeel is van veroordeelde. Daarbij komt dat die verklaring in lijn is met het namens veroordeelde gevoerde verweer.
In- en verkoopprijs
Voor de vaststelling van de in- en verkoopprijs neemt de rechtbank de berekening van het Openbaar Ministerie als uitgangspunt. De rechtbank stelt de inkoopprijs per toets vast op een bedrag van € 30,-- en de verkoopprijs per toets op een bedrag van € 120,-- per toets.
De netto opbrengst bedraagt daarmee per toets een bedrag van € 90,--.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel
Uit het voorgaande volgt:
aantal toetsen 48 x netto opbrengst € 90,-- € 4.320,--
=======
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel € 4.320,--.
De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 4.320,--.
De vaststelling van de betalingsverplichting
De rechtbank is van oordeel dat aan veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 4.320,--.
4 De wettelijke voorschriften
De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.
5 De beslissing
De rechtbank:
-
stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 4.320,--;
-
legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 4.320,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
-
bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 86 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en
mr. M.O. Frentrop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2023.
Mrs. Jordaans en Heijink zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.