3.4.1
De redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
- Identificatie personen
Door de politie is onderzoek gedaan naar de telefoonnummers en aliassen van personen die in het strafdossier naar voren komen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de conclusies die de politie daarover in de processen-verbaal trekt. De rechtbank stelt daarom, op grond van de feiten en omstandigheden die door de politie in de van toepassing zijnde processen-verbaal van bevindingen zijn opgenomen en in de bewijsbijlage zijn weergegeven, het volgende vast:
[medeverdachte 6] maakt gebruik van het telefoonnummer +[telefoonnummer 1];
[medeverdachte 1] maakt gebruik van de telefoonnummers +[telefoonnummer 2] (waarbij hij op Whatsapp de gebruikersnaam ‘[alias 1]’ gebruikt) en +[telefoonnummer 3] (waarbij hij op Whatsapp de gebruikersnaam [alias 1] gebruikt);
[medeverdachte 2] maakt gebruik van de telefoonnummers +[telefoonnummer 4] (waarbij hij op Whatsapp de gebruikersnaam ‘[alias 2]’ gebruikt) en +[telefoonnummer 5] (waarbij hij op Whatsapp de gebruikersnaam ‘[alias 2]’ gebruikt);
[medeverdachte 5] maakt gebruik van de telefoonnummers +[telefoonnummer 6] en +[telefoonnummer 7] (waarmee hij in de telefoon van [medeverdachte 6] als ‘[alias 3]’ staat opgeslagen);
De niet nader geïdentificeerde ‘[medeverdachte 7] ’ maakt gebruik van verschillende telefoonnummers en aliassen. Hij maakt in ieder geval, en voor zover van belang, gebruik van het telefoonnummer +[telefoonnummer 8] (waarmee hij in de telefoon van [medeverdachte 1] als ‘[alias 4]’ staat opgeslagen en in de telefoon van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] als ‘[alias 5]’ staat opgeslagen). [medeverdachte 6] heeft verklaard dat ‘[medeverdachte 7] ’ en ‘[alias 5]’ dezelfde persoon zijn.
De rechtbank zal bij de bespreking van de feiten en omstandigheden niet de gebruikte telefoonnummers en bijbehorende aliassen benoemen, maar zal gebruik maken van de namen van de verdachten en [medeverdachte 7].
- Groepschat [chat naam] voorafgaand aan 30 juli 2024
In de telefoon van [medeverdachte 1] is een Whatsapp-groepschat aangetroffen met de naam ‘[chat naam]’. De groepschat wordt op 18 juli 2024 aangemaakt door [medeverdachte 7]. De leden van de groepschat zijn [medeverdachte 7], [medeverdachte 1], ‘[alias 6]’, ‘[alias 7]’ en ‘[alias 8]’. Nadat de groepschat is aangemaakt vinden gesprekken plaats over het inklaren van verschillende containers, betalingen en het regelen van documenten. Op 23 juli 2024 chat [alias 7] “Die dat volgende week aankomt is prioriteit” en “volgende week dinsdag woensdag komt die aan”. Op
29 juli 2024 stuurt [alias 7] “Zodra die kan opgehaald worden moet die gelijk opgehaald worden niet wachten ermee” en “Belangerijk dat wij vandaag minstens 1 in ontvangst hebben we zitten zonder product en hebben dat nodig voor deze”. [alias 8] chat hierna onder meer “broeders morgen hebben wij 2pallets nodig minimaal” en “[alias 9] kan jij ervoor zorgen dat wij 2pallets vandaag kunnen ophalen”. [medeverdachte 7] reageert hierop dat het goed komt en dat ze er mee bezig zijn. Verder wordt tussen de groepsleden afgesproken dat nog geen tijd voor scanning en verificatie van de container met nummer [code] wordt doorgegeven, omdat de container ook opgehaald kan worden zonder een afspraak voor de scan. In de avond van 29 juli 2024 wordt in de groepschat besproken dat iedereen die volgende ochtend vroeg online moet zijn. [medeverdachte 1] reageert met “Yes wij zijn 06:30 op locatie”.
- Transport container [code] naar de loods op 30 juli 2024
In de ladingspapieren van container [code] (hierna ook: de container) staat dat deze afkomstig is uit Ghana en het product ‘fresh yams’ (zoete aardappelen) bevat. De container is afgesloten met een zegel met het nummer [nummer 1], wordt verscheept naar de haven van Antwerpen en de ontvangende partij is [bedrijf 1] B.V. De geregistreerde afleverlocatie van de container is [bedrijf 2] in [plaats 3]. Op 30 juli 2024 is de container aangekomen in Antwerpen en gereed voor het afhaalproces.
Tenzij anders vermeld hebben de hierna vermelde observaties en chatberichten met daarbij vermelde tijdstippen allemaal betrekking op de datum 30 juli 2024.
In de [chat naam] groepschat wordt vanaf 06:19 uur gechat. [medeverdachte 1] chat om 06:32 uur dat ze zo op locatie zijn voor ‘die twee pallets’. [medeverdachte 2] arriveert op dat moment bij de loods. Om 06:46 uur parkeert een vrachtwagen voor koeltransport bij de loods. [medeverdachte 2] tilt met een heftruck twee pallets uit de vrachtwagen en rijdt deze de loods in. Op de pallets staan dozen gestapeld met daarop de tekst ‘Fresh Yams’. Om 06:53 uur arriveert [medeverdachte 1] bij de loods en om 06:56 uur chat hij in de [chat naam] groepschat dat de pallets binnen zijn.
[medeverdachte 5], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] vervullen die dag een rol bij het proces van vrijgave en het transport van de container. In de ochtend van 30 juli 2024 staat [medeverdachte 1] in nauw contact met zowel [medeverdachte 5] als [medeverdachte 6]. [medeverdachte 5] voert tussen 10:38 uur en 10:57 uur meerdere telefoongesprekken over de vrijgave van de container met de bij dit proces betrokken professionele partijen. Tussen 10:28 uur en 11:04 uur vinden er – telkens direct nadat [medeverdachte 5] een telefoongesprek heeft gevoerd met een professionele partij – videogesprekken plaats tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5]. [medeverdachte 1] heeft in datzelfde tijdsbestek chatcontact met [medeverdachte 6] over de vrijgave van de container. In die chats komt naar voren dat [medeverdachte 1] over informatie beschikt vanuit zakelijke partijen en agenten die betrokken zijn bij het vrijgaveproces en dat [medeverdachte 6] – als transporteur van de container – toegang heeft tot een portaal waarin de status van de container wordt weergegeven. [medeverdachte 6] stuurt om 11:03 uur op verzoek van [medeverdachte 1] een schermafbeelding met daarop een overzicht van de status van de container die is weergegeven met gekleurde bolletjes. Diezelfde schermafbeelding stuurt [medeverdachte 6] op datzelfde moment naar [medeverdachte 7]. [medeverdachte 1] stuurt deze schermafbeelding direct door in de [chat naam] groepschat.
Om 11.26 uur chat [medeverdachte 7] “voor wanneer zullen we afspraak scan maken”, waarop [alias 7] reageert met “Wacht daar even mee laten we uurtje afwachten mss komt die zo op groen en dan stellen we die scan uit tot werk klaar is”. [medeverdachte 1] reageert vervolgens met “Ok”.
Om 13:32 uur chat [medeverdachte 6] naar [medeverdachte 1] “is green now”, “I go to pick up” en “My self”. Om 15:00 uur chat [medeverdachte 6] naar [medeverdachte 7] “Time pickup” en stuurt hij een schermafbeelding van zijn navigatie. Op deze schermafbeelding is te zien dat de eindbestemming van de ingevoerde route is gelegen in de omgeving van Antwerpen en dat de verwachte aankomsttijd 15:32 uur is. [medeverdachte 7] stuurt deze schermafbeelding direct door in de [chat naam] groepschat. Om 15:42 uur stuurt [medeverdachte 6] een foto van een containerzegel met daarop het nummer [nummer 1], waarop [medeverdachte 7] reageert met “Topp” en “You drive now”. Ook de foto van het zegel wordt door [medeverdachte 7] meteen doorgestuurd in de [chat naam] groepschat met de opdracht om deze te controleren. [alias 7] reageert hierop met “klopt” en “zegel is zelfde”. [medeverdachte 7] vraagt in de groepschat “Wat doen we laten afkoelen of gelijk aan de slag” en [medeverdachte 1] vraagt of er spotters zijn. [alias 7] reageert hierop met “Broer gewoon opletten of gevolgd word”, “Laat mensen bij de grens staan” en “Bak volgen als die passeert”. [medeverdachte 1] chat “Ik ga hier in de buurt wel in de gaten houden op locatie”. Om 15:47 uur stuurt [alias 8] “broer niemand erbij betrekken”, “ik regel dat allemaal” en “nu neem ik het over”, waarop [alias 7] reageert met “Ja jij gaat over de jongens”. [medeverdachte 1] stuurt dat hij met zijn maatje op locatie is en “Zouden 2 van jullie komen”. [alias 8] reageert met “okee onze boys komen”.
De container verlaat om 15:50 uur het haventerrein van Antwerpen. Om 15:59 uur geeft [medeverdachte 7] aan [medeverdachte 6] de instructie om – hoewel de container volgens de officiële papieren naar [plaats 3] moet worden gebracht – naar [plaats 1] te rijden en vraagt hij om de ETA (estimated time of arrival). [medeverdachte 6] antwoordt dat hij minimaal twee uur onderweg zal zijn en stuurt een schermafbeelding van de navigatie waarop te zien is dat hij op dat moment in de omgeving van Antwerpen rijdt. De eindbestemming van de ingevoerde route is gelegen in de omgeving van [plaats 1]. Deze schermafbeelding wordt door [medeverdachte 7] om 16:01 uur doorgestuurd in de [chat naam] groepschat met daarbij de tekst “is onderweg loods”. Om 16:30 uur wordt met een ANPR-camera een foto gemaakt op de A17 bij Roosendaal van de container die op dat moment voorzien is van een geel zegel.
Om 16:35 uur stuurt [medeverdachte 7] in een privé Whatsapp-gesprek met [medeverdachte 1] een afbeelding van een tekening met tien vierkanten, waarvan in twee van de vierkanten een kruis staat, en “Alles met doorzichtige plakband zijn met spullen” en “Die dozen met plakband en stift zijn de goede”. Hierop antwoordt [medeverdachte 1] “Ok duidelijk broer”, waarop [medeverdachte 7] chat “Heb die jongen die komt ook uitgelegd”.
Om 17:45 uur chat [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 6] “About 15 min left?”, waarop [medeverdachte 6] reageert met een schermafbeelding van een navigatie-app. De resterende tijd is 27 minuten en de verwachte aankomsttijd is 18:12 uur. [medeverdachte 6] chat “make a round” en “if there is no any strange cars around”. [medeverdachte 1] reageert hierop met “I am already driving around” en “Wait for you at rotonde close to truck parking”.
[medeverdachte 1] vraagt om 17:50 uur in de [chat naam] groepschat of er busjes of auto’s vooruit zijn gereden waar ze vanaf moeten weten. Hij stuurt een afbeelding waarop meerdere voertuigen te zien zijn en chat “ze hebben deze zien stil staan in de buurt 10 min lang”. [alias 8] reageert hierop met “moment geef die loca snel” en “ik ga iemand laten checken”. [alias 7] vraagt “Is dat politie?”. Hierna stuurt [medeverdachte 1] dat ze al weg zijn en dat hij het wilde checken. [alias 8] chat “ik laat onze jongens ff rondje rijden” en op de opmerking van [alias 7] dat de snelweg afrit gecheckt moet worden reageert [alias 8] dat hij daar ook jongens heeft gezet. [medeverdachte 1] stuurt “Ook van mij staat ook in de buurt maar die is gewoon gaat helpen zo” en “1 is gewoon in loods”. Om 18:05 uur stuurt [alias 8] “broer zodra bak komt beetje afkoelen 5-10m en open doen alles eruit en bak vullen en weg ermee”, “dus tp weg jij doet deur dicht”, “en daarna tellen” en “niemand verlaat pand en iedereen zicht op spullen”. [medeverdachte 1] reageert met “Ok gaan we fixen”. Om 18:10 uur chat [medeverdachte 1] dat tp (de rechtbank begrijpt: transporteur) net langsrijdt en hij er dus over vijf minuten is. Ook naar [medeverdachte 2], die op dat moment in de loods is, chat hij “Rijdt net langs”.
Om 18:15 uur arriveert de vrachtwagen van [bedrijf 3] met de container en met [medeverdachte 6] als bestuurder bij de loods. [medeverdachte 6] rijdt de vrachtwagen en container achterwaarts de loods in. [medeverdachte 2] zegt “ff loskoppelen dat ding” en “één uurtje, dat je hier niet bent toch?”. [medeverdachte 2] chat om 18:20 uur naar [medeverdachte 1] “Pool weg” waarop [medeverdachte 1] reageert dat hij buiten staat en eraan komt. [medeverdachte 1] stuurt op datzelfde tijdstip in de [chat naam] groepschat dat de vrachtwagen binnen staat. [alias 7] vraagt om een foto van ‘de bak’ en [medeverdachte 1] reageert daarop met “Moment” en “Heeft afgekoppeld rijdt weg nu”. [medeverdachte 6] rijdt om 18:21 uur weg met de vrachtwagen zonder de container. [medeverdachte 1] chat om 18:22 uur naar [medeverdachte 2] “2 min” en “kijken nog” en arriveert vervolgens om 18:24 uur bij de loods met een witte Volkswagen Caddy en loopt de loods in.
Om 18:24 uur stuurt [medeverdachte 7] in de [chat naam] groepschat een foto waarop de achterkant van een container, voorzien van een geel zegel, te zien is met de chat “Boxstaat binnen laat jongens komen @[nummer 2]”. Uit de chat blijkt dat [medeverdachte 7] deze foto vanuit een ander gesprek doorstuurt in de [chat naam] groepschat. De foto is gemaakt met een toestel dat bij [medeverdachte 2] is aangetroffen tijdens zijn aanhouding. [alias 8] (die gebruik maakt van het telefoonnummer dat [medeverdachte 7] noemt in zijn bericht) reageert met “broer kan je in 3m deur open doen” en “ze gaan kloppen”. Om 18:26 uur arriveren [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bij de loods, kloppen zij op de deur en gaan zij naar binnen. Om 18:28 uur chat [alias 8] “oke jongens zijn binnen” en [medeverdachte 1] stuurt “Yes”. Hierna stuurt [alias 8] “straks komt nog 1boy aub neem hem ook naar binnen hij zit te posten in de buurt” en om 18:35 uur stuurt hij een foto waarop gestapelde dozen in een container te zien zijn met daarop de tekst ‘fresh yams’. [alias 7] reageert hierop met “Gele bandjes zijn product. De pallet erachter zie je die met tape dat zijn ze”. Daarop chat [alias 8] “oke broer” en “ze gaan uitladen nu”. Om 18:51 uur stuurt [alias 8] een foto met daarop een geopende doos waarin blokken te zien zijn en chat hij “oke busje zo naar binnen” en “kleurde stickers 32 dozen in busje” en “er weg ermee”. Om 19:08 uur gaat [verdachte] de loods in. Om 19:25 uur chat [medeverdachte 1] in de [chat naam] groepschat dat ze klaar zijn met laden en vraagt hij “waar is de zegel?” en “Moet weer erop”. [medeverdachte 7] reageert met “Zegel is onderweg broeder”, “Laat tp ergens parkeren en adres sturen” en “Gaan we daar erop klikken”. [alias 7] stuurt “Ja die jongen met zegel niet naar loods laten gaan is te veel beweging we zetten zegel wel erop op straat ergens”.
Omstreeks 19:28 uur chat [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 6] “Ok friend” en “you can come”. Daarna probeert hij [medeverdachte 6] te bellen. [medeverdachte 2] probeert op datzelfde moment [medeverdachte 6] meerdere keren te bellen en chat naar hem “koffie”. [medeverdachte 6] komt om 19:30 uur opnieuw aanrijden met zijn vrachtwagen, rijdt achterwaarts de loods in en heeft contact met [medeverdachte 1] die op dat moment in de [chat naam] groepschat stuurt “Rijdr nu naar binnen”. Om 19:39 uur rijdt [medeverdachte 6] de vrachtwagen met de container weer uit de loods en rijdt hij richting de [adres 2] te Rotterdam. Het observatieteam achtervolgt [medeverdachte 6] en op een door hen gemaakte foto van 19:55 uur is te zien dat de container is voorzien van een geel zegel. Twee minuten nadat [medeverdachte 6] de loods verlaat rijdt [medeverdachte 1] de witte Volkswagen Caddy achterwaarts de loods in en om 19:56 uur rijdt hij de loods uit.
Hierna wordt [medeverdachte 1] buiten de loods aangehouden door de DSI en wordt een inval gedaan in de loods. [medeverdachte 2] wordt buiten de loods onder een voertuig aangetroffen en aangehouden. [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [verdachte] worden links achterin de loods aangetroffen tussen pallets met opgeslagen hout en worden daar aangehouden.
[medeverdachte 2] heeft tussen 18:12 uur en 19:57 uur meerdere keren (via Whatsapp) gebeld met [medeverdachte 7].
Direct naast en vlak achter de partij houtplaten waar de aanhouding van [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [verdachte] is verricht treft de politie losse blokken cocaïne en geopende dozen met blokken cocaïne aan. Daarnaast staat een pallet met daarop gestapelde en (voor een gedeelte) geopende dozen met cocaïneblokken. Ook in de Volkswagen Caddy worden dozen met blokken cocaïne aangetroffen. Alle dozen hebben het opschrift ‘fresh yams, product of Ghana’. In totaal worden 1.200 pakketten met verschillende logo’s aangetroffen met een nettogewicht van 1.001 gram per pakket. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft onderzoek gedaan naar een hoeveelheid monsters die van de pakketten is afgenomen. Door het NFI is vastgesteld dat de inbeslaggenomen partij cocaïne betreft. Het totale nettogewicht van de aangetroffen cocaïne bedraagt 1.201,2 kilogram.
- De gebeurtenissen na de inval
Op 30 juli 2024 stuurt [medeverdachte 6] om 21:19 uur een foto naar [medeverdachte 7] met daarop de aan de [adres 2] in Rotterdam geparkeerde vrachtwagen met container. Op dat moment is de container niet langer voorzien van een geel zegel. Om 22:48 uur vraagt [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 7] “Are you there?”. [medeverdachte 7] reageert op 31 juli 2024 om 00:40 uur met “Is problem in Place send e-mail to [bedrijf 1]” en op de vraag van [medeverdachte 6] wat het probleem is reageert [medeverdachte 7] met “Police inside” en “Wiss chat”. [medeverdachte 6] stuurt “Arrange seal men”. Op
31 juli 2024 om 00:49 uur stuurt [medeverdachte 6] een vraagteken naar [medeverdachte 1].
In de ochtend van 31 juli 2024 probeert [medeverdachte 6] contact te krijgen met [medeverdachte 7]. Om 12:23 uur belt [medeverdachte 6] naar [medeverdachte 1] die niet opneemt. In de tussentijd chat [medeverdachte 5] naar [medeverdachte 6] met de vraag waar de container is en of hij het nummer van [medeverdachte 7] kan geven. Kort daarna probeert [medeverdachte 5] [medeverdachte 6] te bellen. [medeverdachte 6] reageert met “I try to reach him”. Die avond om 20:04 uur chat [medeverdachte 7] naar [medeverdachte 6] “Call [bedrijf 1]”. [medeverdachte 6] reageert direct hierop met “What about seal”, “They push my to bring container back” en “With thesame numbers”. Om 20:06 uur stuurt [medeverdachte 6] dat ‘[bedrijf 1]’ niet antwoordt en om 20:07 uur stuurt hij dat ‘[alias 10]’ (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]) ook niet antwoordt.
Op 5 augustus 2024 chat [medeverdachte 6] naar één van zijn chauffeurs, [naam 1], “Go to [adres 2]”, “tomorrow after 9 h”, “Take refeer TLLU from [adres 2] and go to scan”. Hierna stuurt [medeverdachte 6] een foto van container [code] waarop te zien is dat de container is voorzien van een geel zegel. Op 6 augustus 2024 is de container terug vervoerd naar Antwerpen ([naam 2]) en heeft een scan plaatsgevonden.
3.4.3
Overwegingen van de rechtbank
Op grond van de bovengenoemde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat
de container op 30 juli 2024 in de loods is geopend waarbij het zegel is verbroken. Door [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] is de drugslading vervolgens gescheiden van de deklading (de yams) en is de container – gezien het feit dat er in de loods geen dozen met yams zijn aangetroffen – aangevuld met de dozen met yams die afkomstig zijn van de twee pallets die in de ochtend van 30 juli 2024 bij de loods zijn afgeleverd. Op die manier is de lading van de container in overeenstemming gebracht met de ‘bill of loading’. Hierna is een zegel op de container aangebracht dat identiek was aan het originele zegel. Zo is de container gereed gemaakt voor de douanescan, die dagenlang is uitgesteld en die vervolgens bewust pas na het uitladen van de cocaïne werd ingepland door [medeverdachte 6].
Opzettelijk aanwezig hebben cocaïne
De rechtbank dient te beoordelen of [verdachte] op 30 juli 2024 wetenschap had van de aanwezigheid van cocaïne in de container/loods en dat hij beschikkingsmacht had over de cocaïne.
[verdachte] is in de loods aanwezig geweest toen de dozen met daarin de cocaïne werden uitgeladen uit de container. Uit de wijze waarop de cocaïne in de loods is aangetroffen blijkt dat iedereen die zich in de loods bevond toegang had tot de cocaïne en hierover dus feitelijke macht kon uitoefenen, waaruit volgt dat [verdachte] beschikkingsmacht over de cocaïne heeft gehad.
Voor de beoordeling of [verdachte] wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de cocaïne acht de rechtbank het volgende van belang.
De rechtbank stelt voorop dat er in totaal 1.201,2 kilogram cocaïne in de loods en in de Volkswagen Caddy is aangetroffen. Een dergelijke hoeveelheid cocaïne heeft een straatwaarde van meerdere miljoenen euro’s. Het ging dus om een miljoenentransport, waarvan mag worden aangenomen dat dit niet aan willekeurige personen wordt toevertrouwd en dat de organisatoren van een dergelijke waardevolle drugslading de risico’s van ontdekking en verlies daarvan zoveel mogelijk zullen beperken. Het ligt daarom in de rede dat degenen die bij de invoer, het (verdere) vervoer, het in ontvangst nemen, uitladen en uit- en overpakken van deze lading betrokken worden personen zijn die te vertrouwen zijn en die geïnstrueerd en geïnformeerd worden met het oog op het uitvoeren van de te verrichten taak. De rechtbank acht het dan ook zeer onaannemelijk dat er bij een dergelijk transport volstrekt onwetende personen worden betrokken.
Dat [verdachte] en de andere uithalers ook daadwerkelijk vooraf zijn geïnstrueerd en geïnformeerd over de door hun te verrichten taken leidt de rechtbank af uit het volgende. Door gebruiker [alias 8] wordt in de [chat naam] groepschat gesproken over “onze boys” en “onze jongens”. Wanneer [alias 8] in de [chat naam] groepschat om 18:24 uur vraagt of de deur over drie minuten opengedaan kan worden en dat “ze” gaan kloppen, ziet het observatieteam om 18:26 uur [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] op de deur kloppen en de loods betreden. Om 18:29 uur wordt door [alias 8] gechat dat er straks nog één “boy” komt die naar binnen gelaten moet worden die aan het posten is in de buurt. Het observatieteam ziet vervolgens om 19:09 uur dat [verdachte] de loods betreedt. De rechtbank stelt vast dat de chatberichten qua tijdsduiding aansluiten bij de momenten waarop [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de loods betreden. Ook is door [medeverdachte 7] aan in ieder geval één van hen uitgelegd welke dozen (en welke twee pallets) in de container ‘de goede’, dus die met cocaïne, waren. Dit duidt erop dat [medeverdachte 7] – die een leidinggevende rol had in het hele proces – vooraf in ieder geval één van de uithalers heeft ingelicht over de precieze plek van de cocaïne in de container.
Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen dat zich, naast afgesloten dozen met pakketten cocaïne, ook geopende dozen met daarin pakketten met cocaïne en losse pakketten cocaïne in de loods bevonden. Deze geopende dozen en losse pakketten stonden in het zicht naast de plek waar [verdachte] in de loods is aangehouden en waar hij naar eigen zeggen al ongeveer een kwartier voor de inval stond, omdat hij klaar was met de sjouwklus. De stempels op de pakketten met cocaïne waren duidelijk te zien. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat [verdachte] op dat moment de cocaïne in zijn directe nabijheid heeft zien liggen. Alle cocaïne is in de loods op dezelfde plek aangetroffen. Ook tijdens het sjouwen moet [verdachte] dus in de directe nabijheid van de geopende dozen en losse pakketten zijn geweest om daar dozen bij te leggen en moet hij de cocaïne hebben gezien. Dat de cocaïne voor iedereen in de loods in het zicht stond en dat dit de bedoeling was blijkt bovendien uit de door [alias 8] gestuurde chat in de [chat naam] groepschat “niemand verlaat pand en iedereen zicht op spullen”.
[verdachte] heeft verklaard dat hij de inhoud van de dozen niet zou herkennen als zijnde cocaïne, als hij de inhoud al zou hebben gezien. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig. Het is een feit van algemene bekendheid dat cocaïne wordt verpakt op de wijze als de pakketten zoals die door de verbalisanten in de loods zijn gefotografeerd, namelijk in rechthoekige blokken verpakt in plastic en voorzien van verschillende stempels. Ook van het feit dat de cocaïne uit het buitenland afkomstig was en dat dus sprake was van invoer moet [verdachte] naar het oordeel van de rechtbank op de hoogte zijn geweest. De lading bevond zich in een zeecontainer, waarvan algemeen bekend is dat deze worden gebruikt voor internationaal en vaak overzees vervoer, en de container bevatte dozen met Afrikaanse yams. Op de dozen stond de opdruk ‘Fresh Yams, product of Ghana’.
De rechtbank komt op basis van deze omstandigheden – in onderlinge samenhang bezien – tot de conclusie dat [verdachte] niet alleen beschikkingsmacht, maar ook wetenschap van de cocaïne in de container en loods heeft gehad, en dus opzet heeft gehad op het aanwezig hebben daarvan.
Aan [verdachte] is ook het invoeren van de cocaïne ten laste gelegd. Uit de tekst van artikel 1 vierde lid juncto artikel 2 aanhef en onder A van de Opiumwet, volgt wat onder het invoeren van verdovende middelen moet worden begrepen. Dit is niet alleen het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de verdovende middelen zelf. Hieronder wordt ook verstaan het verrichten van handelingen gericht op het verdere vervoer, de opslag, de aflevering, de ontvangst of de overdracht van verdovende middelen. Dit kan plaatsvinden nadat de feitelijke invoer al is voltrokken.
De handelingen die door de verdachten in de loods zijn uitgevoerd, te weten het uitladen van de cocaïnepakketten uit de container, het inladen daarvan in de Volkswagen Caddy en het inladen van de container met legale lading, betreffen naar het oordeel van de rechtbank handelingen die vallen onder verlengde invoer. De rechtbank verbindt aan de uiterlijke verschijningsvorm van deze handelingen de conclusie dat het handelen van de verdachten erop gericht is geweest om een grote partij cocaïne van de container over te laden in de Volkswagen Caddy ten behoeve van het verdere vervoer, de opslag, de aflevering, de ontvangst of de overdracht daarvan.
Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat bij het begaan van het feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, dient rekening te worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling en het belang van de rol van de verdachte.
Uit de feiten en omstandigheden blijkt naar het oordeel van de rechtbank van een gezamenlijk plan. Het geheel van (achtereenvolgens) het laten vervoeren van de container vanuit Ghana naar Antwerpen, het regelen van nieuwe deklading, het vanuit Antwerpen vervoeren van de container naar [plaats 1] in plaats van de naar de in de papieren genoemde bestemming, de inzet van meerdere spotters op die route, het openbreken van de verzegeling van de container, het uitladen van de cocaïne uit de container buiten het zicht van de douane en het inladen van de cocaïne in de Volkswagen Caddy, het inladen van de deklading in de container, het aanbrengen van een vervalst zegel op de container en het terugbrengen van de container naar Antwerpen toont een proces van handelen dat naadloos op elkaar aansluit. Voornoemde feitelijke handelingen tonen een gezamenlijke uitvoering die vooraf (grotendeels) onderling moet zijn afgestemd.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] de taak had om eerst in de buurt van de loods op de uitkijk te staan voor de politie. Vervolgens had hij de taak om de lading cocaïne van de deklading te scheiden ten behoeve van het verdere vervoer en twee pallets met yams in de container te laden, zodat het een legaal transport zou lijken. De rechtbank is van oordeel dat de voornoemde handelingen die door [verdachte] zijn verricht een essentieel onderdeel van het proces zijn die zorgen voor een snel en soepel verloop van het drugstransport, omdat de cocaïne pas na deze handelingen verder verspreid kan worden, wat het uiteindelijke doel is van de invoer van cocaïne. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de mededaders, en dat de (hoofdzakelijk materiële) bijdrage van [verdachte] van dusdanig gewicht is geweest dat sprake is van medeplegen.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het tenlastegelegde heeft begaan. Naast het aanwezig hebben en invoeren van de cocaïne acht de rechtbank ook bewezen dat [verdachte] de cocaïne heeft vervoerd en afgeleverd, alles tezamen en in vereniging met anderen.