Strafrecht overig
Verdachte heeft samen met anderen de 99-jarige slachtoffer opgelicht door zich voor te doen als…
Rechtbank Overijssel, 26 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6527 · Rechtbank Overijssel · 26 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2026-6527
Zaakgegevens
Op 26 oktober 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2026
- Datum publicatie
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 08.141488-26 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:6527
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte heeft samen met anderen de 99-jarige slachtoffer opgelicht door zich voor te doen als politieambtenaar en/of elektricien en haar bewogen tot de afgifte van haar sieraden en pinpas. Daarnaast heeft hij samen met anderen kort daarna € 250,-- van slachtoffer gestolen door met haar bankpas te pinnen. De rechtbank acht het, alles afwegend, passend en geboden om aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 254 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Het voorwaardelijk gedeelte van de gevangenisstraf hoeft verdachte nu niet uit te zitten, op voorwaarde dat hij binnen drie jaren niet nogmaals een strafbaar feit pleegt.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.141488-26 (P)
Datum vonnis: 26 oktober 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres 1] ,
nu verblijvende in het Justitieel Complex [verblijfplaats] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 oktober 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. C.Y. Kekik, advocaat in Rotterdam, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, na aanpassing van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 12 oktober 2026, kort gezegd, op neer dat verdachte:
feit 1: op 15 mei 2026 samen met anderen [slachtoffer] heeft opgelicht door zich voor te doen als politieambtenaar en/of elektricien en haar heeft bewogen tot de afgifte van haar sieraden en pinpas, dan wel dat verdachte daaraan medeplichtig was;
feit 2: op diezelfde datum samen met anderen € 250,-- van [slachtoffer] heeft gestolen door onbevoegd met haar bankpas te pinnen.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
feit 1 primair
hij op of omstreeks 15 mei 2026 te Dalfsen, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig(e) goed(eren), het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,
te weten een of meer gouden ringen en/of een kralenketting en/of kettingen en/of armbandjes, althans een hoeveelheid sieraden en/of een pinpas, door
- die [slachtoffer] te bellen en/of in strijd met de waarheid zich uit te geven voor politieambtenaar en/of
- die [slachtoffer] te vragen of er camera's in huis zijn en/of
- bij de woning van die [slachtoffer] langs te gaan en/of zich daar voor te doen als politieambtenaar en/of elektriciën en/of
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij, verdachten, in de meterkast willen kijken omdat er iets is gebeurd in de buurt en/of
- de woning van die [slachtoffer] te betreden en/of
- die [slachtoffer] te helpen bij het afdoen van haar ringen en/of
- met voornoemde sieraden en/of de pinpas die woning te verlaten;
feit 1 subsidiair
[medeverdachte] op of omstreeks 15 mei 2026 te Dalfsen, althans in Nederland
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig(e) goed(eren), het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meer gouden ringen en/of een kralenketting en/of kettingen en/of armbandjes, althans een hoeveelheid sieraden en/of een pinpas, door
- die [slachtoffer] te bellen en/of in strijd met de waarheid zich uit te geven voor politieambtenaar en/of
- die [slachtoffer] te vragen of er camera's in huis zijn en/of
- bij de woning van die [slachtoffer] langs te gaan en/of zich daar voor te doen als politieambtenaar en/of elektricien en/of
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij, verdachten, in de meterkast willen kijken omdat er iets is gebeurd in de buurt en/of
- de woning van die [slachtoffer] te betreden en/of
- die [slachtoffer] te helpen bij het afdoen van haar ringen en/of
- met voornoemde sieraden en/of de pinpas die woning te verlaten;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 15 mei 2026 te Dalfsen en/of te Zwolle, althans op een of meer plaatsen in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door toen daar:
- als bestuurder van een voertuig die [medeverdachte] (nepagent) op korte afstand van het adres van [slachtoffer] af te zetten en/of mee te lopen naar de woning van die
[slachtoffer] en/of te wachten totdat die [medeverdachte] weer terugkwam en/of (met de buit) in de auto stapte
en/of
- (vervolgens) die [medeverdachte] te vervoeren naar een pinautomaat te Zwolle (alwaar wordt gepind met de pas van die [slachtoffer] ) en/of te wachten totdat die [medeverdachte] weer terugkwam en/of (met het geld) in de auto stapte;
feit 2
hij op of omstreeks 15 mei 2026 te Zwolle
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een bedrag van 250 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van een pinpas toebehorend aan die [slachtoffer].
3 De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit dat verdachte integraal van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.
Het oordeel van de rechtbank
Voor de leesbaarheid van dit vonnis worden de verdachten bij de bespreking van het bewijs met hun voor- en achternaam aangeduid.
Bewijs
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde op grond van de hierna genoemde bewijsmiddelen.
[slachtoffer] verklaart op 15 mei 2026 in haar aangifte dat zij die dag om 17:50 uur is gebeld door een man die zei dat hij van de politie was en vroeg of zij camera’s in huis had. [slachtoffer] antwoordde daarop dat zij die niet heeft. Tussen 18:15 uur en 18:30 uur ging de deurbel. [slachtoffer] deed de deur open en de personen aan de deur gaven aan dat ze bij de elektriciteit wilden kijken, omdat er in de buurt wat zou zijn gebeurd. [slachtoffer] verklaart dat één van de mannen smoesjes had en dat zij haar ringen moest afdoen. De man heeft haar geholpen met het afdoen van haar ringen, omdat deze strak om haar vingers zaten. [slachtoffer] verklaart dat haar tas met pinpas op tafel stond. Zij gaf haar pincode. Volgens [slachtoffer] zijn meerdere sieraden weggenomen en is ook nog € 25,-- uit haar tas weggenomen. Als de zoon van [slachtoffer] de bankrekening van zijn moeder checkt, dan blijkt dat om 19:18 uur € 250,-- is gepind bij de Geldmaat aan de [adres 2].
Van laatstgenoemde pintransactie zijn camerabeelden. [medeverdachte] wordt door meerdere verbalisanten op die beelden herkend als de pinner.
Omstreeks 19:33 krijgen verbalisanten het verzoek om een grijze Volvo V40 met kenteken [kenteken] te controleren. Dit voertuig was in het ANRP-systeem geplaatst met als doel het voertuig te controleren wegens betrokkenheid van het voertuig eerder bij oplichting . Een ANPR-melding in Heino volgde. Omstreeks 19:38 uur zien de verbalisanten genoemd voertuig op het kruispunt van de N35 met de N348. Nadat een stopteken wordt gegeven, stopt het voertuig aan de [adres 3] in Mariënheem. In het voertuig zitten twee personen: [verdachte] , als bestuurder, en [medeverdachte], als passagier. Als een van de verbalisanten met toestemming van [medeverdachte] in zijn iPhone 13 kijkt, dan ziet hij in Apple Maps dat om 18:10 uur het adres [adres 4] is opgezocht. [verdachte] en [medeverdachte] worden aangehouden. Bij het fouilleren van [medeverdachte] worden twee trouwringen aangetroffen die bij [slachtoffer] , woonachtig aan het [adres 5], zijn weggenomen.
De telefoons van [verdachte] en [medeverdachte] worden nader onderzocht.
Uit het onderzoek aan de iPhone Air van [verdachte] volgt dat deze telefoon op 15 mei 2026 in de omgeving van de plaats delict ([adres 5]) is geweest. Om 17:24:32 uur is met deze telefoon een selfie gemaakt, een selfie van [verdachte] , met de [adres 6] als locatie. Het is van deze locatie twee minuten lopen naar de plaats delict. Om 18:49:39 uur is met de iPhone Air ook nog een foto gemaakt van een politievoertuig, gemaakt in Mariënheem, waar [verdachte] is aangehouden.
Onder [verdachte] is ook een iPhone XS in beslag genomen. [verdachte] heeft over deze iPhone XS, die volgens zijn eigen verklaring in het middenconsole van de auto lag, aan de politie verklaard dat dit zijn ‘extra telefoon’ is. In deze iPhone XS wordt een Snapchat-gesprek van 15 mei 2026 aangetroffen, waar verschillende Snapchat-gebruikers aan deelnemen, waaronder de gebruiker van de telefoon en ene [gebruikersnaam]. In dit chatgesprek deelt [gebruikersnaam] om 17:52:06 uur via een afbeelding het adres “[adres 5]”. Daarnaast deelt [gebruikersnaam] in de chat een afbeelding met de tekst “Goedemiddag mijn naam is [bijnaam] van de politie ICT dienst. Ik heb een dossiernummer voor u dat is: [nummer]”. Verder schrijft [gebruikersnaam] in de chat: “Je komt voor de malware virus je bent een techneut van de politie ict dienst”. “Alle vragen die mevrouw heeft moet zij aan de rechercheur stellen aan de telefoon. Jij beantwoord”. Ook wordt door [gebruikersnaam] een afbeelding gedeeld met de tekst “3 goude ringen, goude kettingen, 1 goude armband, 1 Baro pas”. Omstreeks 18:15 uur schrijft puntjee.5 in de chat “hij is er”. Even later wordt door een onbekend gebleven Snapchat-gebruiker gezegd “als je naar binne gaat gelijk camera aan”, waarna [gebruikersnaam] schrijft “bel maar aan”. Om 18:34:51 uur deelt [gebruikersnaam] een afbeelding met de tekst “kk domme bitch zegt goud haar kk ma snel ringen af pas mee door zwaaien dan next man dit zoek ik niet wa”. Omstreeks 19:19 uur schrijft [gebruikersnaam] ten slotte in de groepschat: “Iedereen GG verlaten a.u.b. Door next”.
Uit onderzoek aan de iPhone XS van [verdachte] volgt verder dat ook deze telefoon op 15 mei 2026 in de omgeving van de plaats delict is geweest. Om 18:15:18 uur zijn de coördinatoren van de [adres 6] als locatie in de telefoon opgeslagen. Hiervoor is reeds beschreven dat het van deze locatie twee minuten lopen is naar de plaats delict. Ook zijn om 19:17:20 uur de coördinaten van de [adres 7] als locatie in de telefoon opgeslagen. Het is van deze locatie één minuut lopen naar de [adres 2] alwaar om 19:18 uur met de pinpas van [slachtoffer] is gepind.
In de iPhone 13 van [medeverdachte] wordt een screenshot van een afbeelding aangetroffen dat [gebruikersnaam] op Snapchat heeft gedeeld. Dit screenshot is op 15 mei 2026 om 17:59:54 door de telefoon van [medeverdachte] ontvangen of gemaakt. Het betreft de afbeelding met de tekst: “Goedemiddag mijn naam is [bijnaam] van de politie ICT dienst. Ik heb een dossiernummer voor u dat is: [nummer]”. De iPhone 13 van [medeverdachte] betreft overigens ook de telefoon waarop in Apple Maps naar het adres [adres 4] is gezocht.
Op het politiebureau blijkt dat [medeverdachte] geld en meerdere sieraden in zijn onderbroek heeft verstopt. Het gaat om meerdere biljetten van € 50,-- en een biljet van € 20,--. In totaal betreft het een bedrag van € 270,--. De sieraden blijken van aangeefster [slachtoffer] te zijn.
[verdachte] verklaart ter zitting dat hij de aangetroffen selfie op de iPhone Air zelf heeft gemaakt. Die selfie is, zo verklaart hij, in de buurt van de plaats delict gemaakt, namelijk op de parkeerplaats naast de woning van [slachtoffer] .
Overwegingen en oordeel
De rechtbank komt, op basis van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, tot het oordeel dat verdachte op 15 mei 2026 samen met anderen [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van haar sieraden en pinpas. Door verdachte en/of zijn mededader(s) is daartoe gebruikgemaakt van een valse hoedanigheid door zich in strijd met de waarheid voor te doen als politieambtenaar en/of elektricien. Met de afgegeven pinpas is kort daarna € 250,-- gepind. Omdat onbevoegd gebruik is gemaakt van de pincode, is deze sleutel vals. Verdachte en zijn mededaders hebben een valse hoedanigheid aangenomen en bij aangeefster een onjuiste voorstelling van zaken in het leven geroepen waardoor zij er toe bewogen werd om de goederen aan hen af te geven. Er is dus sprake geweest van een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen. Dit handelen kan daarom als oplichting in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) worden gekwalificeerd.
De rechtbank is van oordeel dat tussen verdachte, [medeverdachte] en in ieder geval één onbekend gebleven ander persoon sprake is geweest van een voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering.
Voor dit oordeel bezigt de rechtbank de verklaring van aangeefster [slachtoffer] niet voor het bewijs, wat maakt dat het door de verdediging in verband hiermee gedane voorwaardelijke verzoek tot het horen van getuigen geen bespreking behoeft. De wijze waarop aangeefster is opgelicht, die zich kenmerkt door een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen in ieder geval drie personen, blijkt uit de bevindingen van het onderzoek aan de onder [verdachte] en [medeverdachte] in beslag genomen telefoons, in het bijzonder de daarin aangetroffen chats en locatiegegevens. De rechtbank merkt in dit verband op dat naar haar oordeel buiten redelijke twijfel vaststaat dat de iPhone XS die in de middenconsole van de auto is aangetroffen, toebehoort aan [verdachte] . Hoewel hij dat later ontkend heeft, heeft hij immers direct na de staandehouding verklaard dat dit zijn telefoon was. Het Snapchat-gesprek van 15 mei 2026 laat zien dat sprake is geweest van een vooropgezet plan om de bewoonster aan het [adres 5] op te lichten en te bestelen. In dit gesprek wordt tevens besproken hoe dit plan moet worden uitgevoerd. De uitvoerders moeten zich voordoen als een medewerker van de politie. Binnen dit samenwerkingsverband van in ieder geval drie personen, is de gebruiker van het account [gebruikersnaam] de opdrachtgever en zijn [verdachte] en [medeverdachte] de twee personen die ter plaatse zijn gegaan. [verdachte] en [medeverdachte] wisten dus van het plan en de uitvoering ervan en zij waren zowel vóór als ná het incident samen. Ook hebben zij na het feit samen ‘de buit’ vervoerd. [verdachte] heeft aldus actief aan het samenwerkingsverband deelgenomen en daaraan een wezenlijke bijdrage geleverd. Daarmee is sprake van medeplegen. Aan dat oordeel doet niet af dat de rechtbank niet met zekerheid kan vaststellen wie welke handelingen in de woning van [slachtoffer] heeft verricht en ook niet of [verdachte] daar wel binnen is geweest. Ook het feit dat alleen [medeverdachte] (voor zover op de beelden te zien is) later met de weggenomen pinpas gepind heeft maakt dit niet anders.
De rechtbank acht het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde daarom wettig en overtuigend bewezen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:
feit 1 primair
hij op 15 mei 2026 te Dalfsen,
tezamen en in vereniging met anderen,
met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van goederen, te weten een hoeveelheid sieraden en een pinpas, door
- die [slachtoffer] te bellen en in strijd met de waarheid zich uit te geven voor politieambtenaar en
- die [slachtoffer] te vragen of er camera's in huis zijn en
- bij de woning van die [slachtoffer] langs te gaan en zich daar voor te doen als politieambtenaar en/of elektricien en
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij, verdachten, in de meterkast willen kijken omdat er iets is gebeurd in de buurt en
- de woning van die [slachtoffer] te betreden en
- die [slachtoffer] te helpen bij het afdoen van haar ringen en
- met voornoemde sieraden en de pinpas die woning te verlaten;
feit 2
hij op 15 mei 2026 te Zwolle
tezamen en in vereniging met anderen,
een bedrag van 250 euro, dat geheel aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van een pinpas toebehorend aan die [slachtoffer].
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in artikelen 47, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1 primair
het misdrijf: medeplegen van oplichting;
feit 2
het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
5 De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.
6 De motivering van de straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot 190 dagen gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest, waarvan 26 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.
De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De aard en de ernst van de gepleegde feiten
Verdachte heeft samen met anderen de 99-jarige [slachtoffer] opgelicht door zich voor te doen als politieambtenaar en/of elektricien en haar bewogen tot de afgifte van haar sieraden en pinpas. Daarnaast heeft hij samen met anderen kort daarna € 250,-- van [slachtoffer] gestolen door met haar bankpas te pinnen. Wat door verdachte en zijn mededaders wordt gezien als ergens in het land “een ophaaltje” doen, heeft het vertrouwen dat [slachtoffer] in haar medemens en in het bijzonder in de politie mag hebben op grove wijze geschaad. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij samen met zijn mededaders op doortrapte en slinkse wijze te werk is gegaan. [slachtoffer] lijkt niet willekeurig, maar op basis van haar hoge leeftijd uitgekozen. Zij verkeerde in de veronderstelling dat een politieagent haar kwam helpen omdat er iets zou zijn gebeurd in de buurt, maar in plaats daarvan werd zij op brutale wijze van haar sieraden en pinpas beroofd. In haar woning, een plek waar zij zich veilig zou moeten voelen, is zij zelfs geholpen met het afdoen van haar sieraden. De sieraden die zijn meegenomen hebben naast financiële waarde ook een grote emotionele waarde voor [slachtoffer] . Het betreft immers onder meer een trouwring van haar overleden echtgenoot. Dat [slachtoffer] na het incident in chats wordt aangeduid als “kk bitch” is bovendien niet alleen grof maar laat ook de respectloosheid aan de kant van verdachte en zijn mededaders zien. Het respect voor de eigendom en de gevoelens van een ander is ver te zoeken. Voor iedereen is kenbaar hoe kwetsbaar een hoogbejaarde vrouw van 99 jaar is en wat de impact van een incident als het onderhavige op haar is, maar verdachte en zijn mededaders hebben zich daar niet door laten weerhouden en zijn enkel uit geweest op financieel gewin. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk. Bovendien leiden strafbare feiten als deze tot gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving in het algemeen.
De persoon van verdachte
Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte van 14 september 2026. Hieruit blijkt dat verdachte op enkele boetes voor overlastgevend gedrag na niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 21 september 2026 en op wat verdachte ter terechtzitting over zijn persoonlijke omstandigheden heeft verklaard. Verdachte, nu 19 jaar oud, woont bij zijn ouders en heeft een bijbaan als pizzabezorger. Op enkele CJIB-schulden na, heeft verdachte geen schulden. Als verdachte op vrije voeten komt, wil hij een hbo-opleiding gaan volgen.
De straf
De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf en de hoogte ervan rekening met straffen die in vergelijkbare gevallen door rechters zijn opgelegd. De door verdachte gepleegde feiten zijn naar het oordeel van de rechtbank zodanig ernstig, dat de rechtbank een hogere straf zal opleggen dan de officier van justitie heeft gevorderd. Deze zaak draait om het misbruik van de kwetsbaarheid van mensen op hoge leeftijd. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat feiten als deze niet worden getolereerd. De rechtbank weegt bovendien in strafverzwarende zin mee dat sprake is van een situatie waarin daders zich als politiemedewerker hebben voorgedaan. De rechtbank heeft geen redenen gevonden om een lagere straf op te leggen. Verdachte heeft zich grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen of geen volledige openheid van zaken gegeven, wat maakt dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen.
Vanwege de jonge leeftijd van verdachte (hij was 18 jaar toen hij het feit heeft gepleegd) en omdat hij niet eerder door de rechtbank voor een strafbaar feit is veroordeeld, zal de rechtbank voor de hoogte van de onvoorwaardelijke straf aanknopen bij de duur van het voorarrest. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat verdachte in de toekomst weer de fout ingaat, acht de rechtbank een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Dit betekent dat verdachte bij het uitspreken van dit vonnis op vrije voeten komt.
De rechtbank acht het, alles afwegend, passend en geboden om aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 254 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Het voorwaardelijk gedeelte van de gevangenisstraf hoeft verdachte nu niet uit te zitten, op voorwaarde dat hij binnen drie jaren niet nogmaals een strafbaar feit pleegt.
7 De in beslag genomen voorwerpen
De standpunten van partijen
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de in beslag genomen iPhone Air-telefoon en iPhone XS-telefoon verbeurd moeten worden verklaard en dat de Google Pixel-telefoon en het geldbedrag van € 200,-- aan verdachte kunnen worden teruggegeven.
De verdediging heeft ten aanzien van het beslag geen opmerkingen gemaakt.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen iPhone Air-telefoon en iPhone XS-telefoon op grond van de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat dit voorwerpen zijn waarmee de bewezen verklaarde feiten zijn begaan of voorbereid. Deze voorwerpen worden daarom verbeurd verklaard.
De in beslag genomen Google Pixel-telefoon en het in beslag genomen geldbedrag van
€ 200,-- zijn naar het oordeel van de rechtbank niet vatbaar voor onttrekking aan het verkeer of verbeurdverklaring. Omdat de overige gronden voor inbeslagneming uit artikel 94 Sv niet langer aan de orde zijn en het belang van strafvordering zich dus niet tegen teruggave verzet, gelast de rechtbank de teruggave van de Google Pixel-telefoon en het gelbedrag van € 200,-- aan de rechthebbende zijnde verdachte.
8 De vordering van de benadeelde partij
[naam], de zoon van [slachtoffer] , heeft zich namens zijn moeder als benadeelde partij in dit strafproces gevoegd. Hij vordert de verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen. De gevorderde materiële schade betreft het bedrag dat met de pinpas van [slachtoffer] is gepind en het geld dat uit de tas van [slachtoffer] is weggenomen. Uit het strafdossier volgt dat onder [medeverdachte] een geldbedrag van € 270,-- in beslag is genomen. [medeverdachte] heeft bij de behandeling van zijn strafzaak op de zitting verklaard dat dit geld van [slachtoffer] is en dat dit geld aan haar kan worden teruggeven. In samenspraak met de zoon van [slachtoffer] is op die zitting aldus afgesproken dat de vordering met het beslag kan worden verrekend en daarmee geen sprake meer is van overgebleven materiële schade. De rechtbank houdt hier in de strafzaak tegen verdachte ook rekening mee, wat met zich brengt dat de rechtbank de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk zal verklaren.
9 De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 311 en 326 Sr.
10 De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1 primair
het misdrijf: medeplegen van oplichting;
feit 2
het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 254 (tweehonderdvierenvijftig) dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 90 (negentig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de volgende voorwaarde niet is nagekomen: de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd de in beslag genomen iPhone Air-telefoon en iPhone XS-telefoon;
- gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen Google Pixel-telefoon en het geldbedrag van € 200,--;
de vordering van de benadeelde partij
- bepaalt dat de benadeelde partij in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen, die ten aanzien van deze vordering zijn gemaakt;
opheffing bevel voorlopige hechtenis
- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. M. van Bruggen en
mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Klunder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2026.
Buiten staat
Mr. Schaap en de griffier zijn buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.