Bestuursrecht overig

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag om compensatie…

Rechtbank Rotterdam, 28 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
28 oktober 2026
Datum publicatie
2 november 2026
Zaaknummer
ROT 25/2907
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:15179
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag om compensatie voor toeslagjaren 2013 en 2014. Daarnaast stelt zij dat de Dienst Toeslagen niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie heeft toegekend en alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn overgelegd. Het beroep is ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/2907


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres

(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),

en

Dienst Toeslagen

(gemachtigde: [naam]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag voor toeslagjaren 2013 en 2014. Daarnaast stelt zij dat de Dienst Toeslagen niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie heeft toegekend en alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn overgelegd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met de besluiten van 14 april 2023 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie afgewezen en een opzet/grove schuld (O/GS)-tegemoetkoming toegekend op grond van de Wht.

2.1.

Met het besluit van 10 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar tegen de besluiten van 14 april 2023 ongegrond verklaard.

2.2.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.3.

De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres heeft een aanvraag gedaan om compensatie op grond van de Wht voor de toeslagjaren 2011 tot en met 2014. Met twee besluiten van 14 april 2023 heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat er geen fouten zijn gemaakt bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag in de aangevraagde toeslagjaren en er dus geen recht is op compensatie op grond van artikel 2.1, eerste lid van de Wht. Wel is op grond van artikel 2.6 van de Wht een O/GS-tegemoetkoming toegekend omdat in het verleden een persoonlijke betalingsregeling is afgewezen. Met het bestreden besluit is de Dienst Toeslagen bij de besluiten van 14 april 2023 gebleven.

Wettelijk kader

4. Voor de beoordeling van het beroep zijn de volgende regels van belang. De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen of een te harde toepassing van het wettelijk systeem van de kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen kent een O/GS-tegemoetkoming toe aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag als de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld.

Heeft de Dienst Toeslagen terecht de aanvraag van eiseres om compensatie voor de jaren 2013 en 2014 afgewezen?

5. Eiseres betoogt dat de Dienst Toeslagen ten onrechte geen compensatie heeft toegekend voor de toeslagjaren 2013 en 2014. Zij voert aan dat de Dienst Toeslagen in deze jaren vooringenomen heeft gehandeld. Over het toeslagjaar 2013 stelt eiseres dat de kinderopvangtoeslag onjuist is vastgesteld, omdat zij in werkelijkheid meer opvanguren heeft afgenomen dan waarvan de Dienst Toeslagen is uitgegaan. Voor het toeslagjaar 2014 betwist eiseres dat zij de kinderopvangtoeslag zelf heeft stopgezet. Daarnaast stelt zij dat ook voor 2014 onvoldoende onderzoek is gedaan naar de feitelijke opvanggegevens. Eiseres heeft verder aangevoerd dat de wijze van invordering ten aanzien van de toeslagjaren 2013 en 2014 onevenredig hard was en dat dit een zelfstandige grond vormt voor compensatie.

Toeslagjaar 2013

5.1.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen voor het toeslagjaar 2013 terecht geen compensatie toegekend. Het recht op kinderopvangtoeslag is meermaals verlaagd in verband met een vermindering van het aantal opvanguren. Dit zijn reguliere wijzigingen die niet duiden op vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen. Eiseres heeft destijds bezwaar gemaakt tegen de beschikking van 10 april 2015 en beroep ingesteld tegen de beslissing op dat bezwaar van 6 oktober 2015. De rechtbank heeft het beroep destijds gegrond verklaard, omdat de Dienst Toeslagen eiseres meer tijd had moeten geven om te reageren op een verzoek om informatie. De Dienst Toeslagen heeft dat gedaan door eiseres daarna opnieuw in de gelegenheid te stellen de benodigde informatie aan te leveren. Dat heeft eiseres niet gedaan, omdat de benodigde informatie volgens haar niet meer beschikbaar was als gevolg van het faillissement van de betreffende kinderopvanginstelling. In het beroepschrift van 8 oktober 2015 heeft eiseres verklaard dat zij nog wel beschikte over nota’s en kwitanties van betalingen. Uit het dossier blijkt niet dat eiseres deze stukken destijds naar de Dienst Toeslagen heeft verstuurd. De Dienst Toeslagen heeft uiteindelijk het recht op kinderopvangtoeslag vastgesteld op basis van de wel aanwezige stukken. In deze gang van zaken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld.
Toeslagjaar 2014

5.2.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen ook voor het toeslagjaar 2014 terecht geen compensatie toegekend. De Dienst Toeslagen heeft een afschrift van de melding overgelegd naar aanleiding waarvan de kinderopvangtoeslag is stopgezet per 28 februari 2014. Het opschrift van de melding is “Burger zet toeslag stop”. Bij “bronidentificatie” staat het bsn en de naam van eiseres. De enkele ontkenning door eiseres dat zij de kinderopvangtoeslag heeft stopgezet, is onvoldoende om aan de inhoud van de melding te twijfelen. Het dossier bevat verder geen aanwijzingen dat eiseres in 2014 kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld.
Invordering

5.3.

Ten aanzien van het betoog van eiseres over de wijze van invordering oordeelt de rechtbank als volgt. Zoals hiervoor is overwogen, heeft de Dienst Toeslagen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag wat betreft de toeslagjaren 2013 en 2014 niet vooringenomen gehandeld. De omstandigheid dat de Dienst Toeslagen terugvorderingen aan kinderopvangtoeslag heeft verrekend met andere toeslagen, kan op zichzelf niet leiden tot een recht op compensatie.

5.4.

De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de Dienst Toeslagen de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd?

6. Eiseres stelt dat zij niet kan controleren of het bestreden besluit op juiste gronden is genomen, omdat zij niet over alle relevante gegevens beschikt. Zij voert aan dat de stukken die zien op het onderzoek naar de O/GS-kwalificatie en de registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) op de zaak betrekking hebbende stukken zijn in de zin van artikel 8:42 van de Awb en door de Dienst Toeslagen overgelegd hadden moeten worden. Zij verwijst daarvoor naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Ten slotte stelt eiseres dat documenten uit de recent ontdekte datakluis met 64 miljoen bestanden een ander licht op de situatie zouden kunnen werpen.

6.1.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de stukken over de O/GS-kwalificatie in dit geval geen op de zaak betrekking hebbende stukken. Alleen stukken die van belang kunnen zijn voor de beslechting van nog bestaande geschilpunten kunnen kwalificeren als op de zaak betrekking hebbende stukken. De Dienst Toeslagen heeft voor de toeslagjaren 2012, 2013 en 2014 een O/GS-tegemoetkoming toegekend. Eiseres heeft niet gesteld dat zij ten aanzien van andere toeslagjaren recht zou hebben op een O/GS-tegemoetkoming. Eiseres kan met deze procedure dus niet meer bereiken dan zij al heeft bereikt wat betreft de O/GS-tegemoetkoming. Dat betekent dat de stukken over de O/GS-kwalificatie niet relevant zijn voor de beoordeling van het geschil en dus niet kwalificeren als op de zaak betrekking hebbende stukken.

6.2.

De Dienst Toeslagen heeft vastgesteld dat eiseres staat vermeld in de FSV. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de stukken die aan die vaststelling ten grondslag liggen geen op de zaak betrekking hebbende stukken. Uit het dossier blijkt reeds welke beschikkingen zijn genomen, hoe deze tot stand zijn gekomen en welke gevolgen deze beschikkingen hebben gehad. Daarmee is duidelijk op welke wijze de Dienst Toeslagen uitvoering heeft gegeven aan de kinderopvangtoeslag in het geval van eiseres. Op basis van die stukken kan worden beoordeeld of eiseres recht heeft op compensatie.

6.3.

Gegeven de in het dossier aanwezige stukken, is naar het oordeel van de rechtbank de kans dat er stukken van eiseres in de datakluis zitten die een ander licht op de beoordeling werpen zo klein dat dit niet aannemelijk is. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor aanhouding van deze beroepszaak. Mocht uit onderzoek blijken dat er wel stukken van eiseres in de datakluis zitten, dan zijn haar rechten niet verspeeld. De staatssecretaris heeft namelijk in de brief van 15 april 2026 toegezegd zorg te dragen voor transparantie en openheid. In een nieuwsbericht van 16 april 2026 op de website van Dienst Toeslagen is daaraan toegevoegd dat er in het geval dat bij het doorzoeken van de datakluis alsnog nieuwe informatie naar voren zou komen die in het voordeel van de gedupeerde ouder zou uitpakken, er maatregelen zullen worden genomen om dat te herstellen.

6.4.

De slotsom is dat de rechtbank geen aanleiding ziet voor het oordeel dat stukken die relevant zijn voor de beoordeling van de zaak, ontbreken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Huisman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel 2.1, eerste lid, van de Wht. Artikel 2.6, eerste lid, van de Wht. Rb. Rotterdam, 27 januari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:1081, r.o. 5.5. Rb. Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3643. HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672, r.o. 3.4.2. Rb. Zeeland-West-Brabant 5 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5014, r.o. 5.8. https://herstel.toeslagen.nl/datakluis-gevonden-geen-gevolgen-voor-al-genomen-herstelbesluiten-ouders/