Verbintenissenrecht

Kort geding. Verstek. Ontruiming twee opslagruimtes en betaling huurachterstand met doorlopende…

Rechtbank Rotterdam, 29 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
29 oktober 2026
Datum publicatie
26 oktober 2026
Zaaknummer
12405019 VV EXPL 26-601
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14730
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding. Verstek. Ontruiming twee opslagruimtes en betaling huurachterstand met doorlopende bezettingsvergoedingen, rente en kosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12405019 VV EXPL 26-601

datum uitspraak: 29 oktober 2026

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

Shurgard Nederland B.V.,

vestigingsplaats: Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. D.A.R. Snelders,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die niet is verschenen.

Partijen worden hierna ‘Shurgard’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 7 oktober 2026, met bijlagen;

  • de aanvullende bijlagen van Shurgard.

1.2.

Op 15 oktober 2026 is de zaak tijdens een zitting met de gemachtigde van Shurgard besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[gedaagde] huurde sinds 2021 en 2022 twee opslagruimtes bij Shurgard. Hij heeft een betalingsachterstand laten ontstaan. Shurgard heeft daarom bij brief van 1 juni 2026 de huurovereenkomsten tegen 16 juni 2026 opgezegd. Ondanks herhaalde toezeggingen heeft [gedaagde] de ruimtes niet ontruimd en de schuld niet betaald. Shurgard eist nu in dit kort geding dat hij alsnog de ruimtes ontruimt en de openstaande bedragen betaalt met rente en kosten.

Beoordelingskader in kort geding

2.2.

Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Uit de stellingen van Shurgard volgt dat deze spoed aanwezig is.

Vorderingen

2.3.

Omdat [gedaagde] niet is verschenen en tegen hem verstek is verleend, worden de vorderingen op grond van artikel 139 Rv toegewezen, tenzij deze de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Dat is hier niet het geval bij de gevorderde ontruiming, de huurachterstand van € 4.077,77, de bezettingsvergoedingen, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. Deze vorderingen worden dan ook toegewezen.

2.4.

Shurgard vordert ook dat zij de ontruiming door een deurwaarder kan laten uitvoeren op kosten van [gedaagde] als hij niet vrijwillig vertrekt. Deze vordering wordt afgewezen. Volgens artikel 556 lid 1 Rv mag een schuldeiser een ontruiming niet zelf uitvoeren, maar moet hij daarvoor een deurwaarder inschakelen. Shurgard heeft daarvoor geen aparte machtiging nodig. Dit vonnis is zelf al de executoriale titel die nodig is (artikel 430 Rv).

Proceskosten

2.5.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Shurgard moet betalen op € 126,46 aan dagvaardingskosten, € 559-, aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.406,46. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen..

Uitvoerbaar bij voorraad

2.6.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Shurgard dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als [gedaagde] in verzet komt tegen dit vonnis en aan een andere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de opslagruimtes met [nummer 1] aan [adres 1] in [plaats 1] en [nummer 2] aan [adres 2] in [plaats 2] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de opslagruimtes met alle sleutels ter beschikking van Shurgard te stellen;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Shurgard te betalen € 4.077,77 voor de huurachterstand berekend tot 16 juni 2026 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de dag van verzuim tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan Shurgard te betalen € 223,56 per maand als bezettingsvergoeding over de periode van 16 juni 2026 tot en met de dag waarop de opslagruimte met [nummer 1] aan [adres 1] in [plaats 1] is ontruimd, een gedeelte van een maand naar rato te berekenen;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] om aan Shurgard te betalen € 619,56 per maand als bezettingsvergoeding over de periode van 16 juni 2026 tot en met de dag waarop de opslagruimte met [nummer 2] aan [adres 2] in [plaats 2] is ontruimd, een gedeelte van een maand naar rato te berekenen;

3.5.

veroordeelt [gedaagde] om aan Shurgard te betalen € 476,41 aan buitengerechtelijke incassokosten met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding (7 oktober 2026) tot de dag dat volledig is betaald;

3.6.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Shurgard worden begroot op € 1.406,46 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;

3.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.8.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

53954