Strafrecht overig

Ontneming. Procesafspraken. De officier van justitie is niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van…

Rechtbank Rotterdam, 27 juni 2025

Zaakgegevens

Op 27 juni 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
27 juni 2025
Datum publicatie
14 augustus 2025
Zaaknummer
10-651042-18 (ontneming)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:9851
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontneming. Procesafspraken. De officier van justitie is niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, vanwege het ontbreken van strafrechtelijk belang. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2025:9850

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10-651042-18 (ontneming)

Datum uitspraak: 27 juni 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen

[naam veroordeelde] , de veroordeelde,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

waarnemend raadsvrouw mr. T. Altindag, advocaat te Rotterdam.

1 Procedure

De officier van justitie heeft bij vordering van 25 januari 2019 ontneming van het wederrechtelijk voordeel gevorderd.

Voorafgaande aan het onderzoek ter terechtzitting hebben het Openbaar Ministerie en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman, procesafspraken gemaakt met betrekking tot de afdoening van de inhoudelijke strafzaak en de ontnemingsprocedure.

De (procesafspraak over de) ontnemingsvordering is gelijktijdig met de samenhangende strafzaak aan de orde gekomen op de terechtzitting van 27 juni 2025. De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. R.P.L. van Loon, de veroordeelde en zijn waarnemend raadsvrouw hierover gehoord.

De rechtbank heeft de veroordeelde in de inhoudelijke strafzaak overeenkomstig de procesafspraken veroordeeld voor – kort gezegd – het dealen van harddrugs, het voorhanden hebben van harddrugs en het deelnemen aan een criminele organisatie.

2 Beoordeling

2.1.

Vordering Openbaar Ministerie en standpunt verdediging

Zowel de officier van justitie als de verdediging bepleiten primair dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot ontneming en subsidiair dat de vordering moet worden afgewezen gelet op de procesafspraak over de ontnemingsprocedure en de procesafspraak dat de veroordeelde in de strafzaak afstand doet van de in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan. De officier van justitie wijst erop dat met de procesafspraak dat het Openbaar Ministerie geen ontnemingsprocedure start, bedoeld is af te spreken dat de lopende ontnemingsprocedure wordt gestaakt. Met het uitbrengen van de ontnemingsvordering was de ontnemingsprocedure immers formeel al gestart. Deze procedure zal daarom moeten eindigen met een niet-ontvankelijkverklaring, zodat het Openbaar Ministerie voldoet aan de procesafspraak op dit punt.

2.2.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet onvoldoende strafrechtelijk belang meer bij de ontnemingsvordering, ook omdat de officier van justitie er van uitgaat dat het voordeel al in voldoende mate is ontnomen doordat de veroordeelde afstand doet van de in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan. De rechtbank zal daarom het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

3 Beslissing

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,

en mr. R.H. Kroon en mr. E.M. Rocha, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 27 juni 2025.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.