Strafrecht overig
De verdachte heeft als bestuurder van een personenauto op een kruising binnen de bebouwde kom het…
Rechtbank Rotterdam, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10336 · Rechtbank Rotterdam · 17 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10336
Zaakgegevens
Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Datum publicatie
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10.168718.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10336
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft als bestuurder van een personenauto op een kruising binnen de bebouwde kom het slachtoffer, dat zich op een fiets bevond, aangereden. De verdachte reed ten tijde van de aanrijding met 94 kilometer per uur terwijl ter plaatse een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold. Als gevolg van de aanrijding is zwaar lichamelijk letsel ontstaan bij het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVW, in die zin dat hij aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van twaalf maanden met een proeftijd van twee jaren.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.168718.25
Datum zitting en uitspraak: 17 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.H. Amstelveen
Officier van justitie: mr. J.P.G. du Chatinier
Kern van het vonnis
De verdachte heeft als bestuurder van een personenauto op een kruising binnen de bebouwde kom het slachtoffer, dat zich op een fiets bevond, aangereden. De verdachte reed ten tijde van de aanrijding met 94 kilometer per uur terwijl ter plaatse een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold. Als gevolg van de aanrijding is zwaar lichamelijk letsel ontstaan bij het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVW, in die zin dat hij aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van twaalf maanden met een proeftijd van twee jaren.
1 Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
primair
hij, op of omstreeks 21 november 2024 te Vlaardingen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Meester L.A. Kesperweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- met een (zeer) hoge snelheid, te weten een indicatieve snelheid van 101 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of gelet op de verkeerssituatie ter plaatse verantwoord was een oversteekplaats voor voetgangers en fietsers te naderen en/of
- ( vervolgens) bij het dichter naderen van voornoemd oversteekpunt af te remmen tot een indicatieve snelheid van 94 kilometer per uur (alwaar 50 kilometer per uur is toegestaan), althans zijn, verdachtes, snelheid (daarbij) niet of onvoldoende aan te passen aan de verkeerssituatie ter plaatse en/of
- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van te vergewissen dat een fietser doende was voornoemde Meester L.A. Kesperweg over te steken, althans die zich (daartoe) op de Meester L.A. Kesperweg bevond en/of
- ( vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor die fietser, waardoor hij, verdachte, (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemde fietser,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde breuk aan de rechter enkel,
of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair
hij, op of omstreeks 21 november 2024 te Vlaardingen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Meester L.A. Kesperweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- met een (zeer) hoge snelheid, te weten een indicatieve snelheid van 101 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en/of gelet op de verkeerssituatie ter plaatse verantwoord was een oversteekplaats voor voetgangers en fietsers te naderen en/of
- ( vervolgens) bij het dichter naderen van voornoemd oversteekpunt af te remmen tot een indicatieve snelheid van 94 kilometer per uur (alwaar 50 kilometer per uur is toegestaan), althans zijn, verdachtes, snelheid (daarbij) niet of onvoldoende aan te passen aan de verkeerssituatie ter plaatse en/of
- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van te vergewissen dat een fietser doende was voornoemde Meester L.A. Kesperweg over te steken, althans die zich (daartoe) op de Meester L.A. Kesperweg bevond en/of
- ( vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor die fietser, waardoor hij, verdachte, (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemde fietser,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit, in die zin dat sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primair tenlastegelegde feit en heeft zich ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Op 21 november 2024 reed ik als bestuurder van een personenauto op de Mr. L.A. Kemperweg. Bij het stoplicht is het ongeluk gebeurd. Ik heb de fietser gezien, maar verwachtte dat zij op het tussenstuk zou stoppen. Ik had groen licht. Het klopt dat ik harder reed dan de maximumsnelheid.
2. Proces-verbaal van politie, verkeersongevallenanalyse
Op 21 november 2024 had een ongeluk plaatsgevonden op de fiets/bromfietsoversteekplaats op de zuidelijke rijbaan van de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Mr. L.A. Kesperweg en de Olympiade, ter plaatse gelegen binnen de bebouwde kom in Vlaardingen. Omstreeks 18:05 uur werd een melding van het ongeval geregistreerd. Er zou een personenauto (Volkswagen) tegen een overstekende bestuurder van een fiets zijn aangereden. Ter plaatse gold op de Mr. L.A. Kesperweg een maximumsnelheid van 50 km/u voor motorvoertuigen.
Lichtgesteldheid: duisternis
De betrokken Volkswagen was voorzien van een dashcam. De camera bleek in atoomtijd één uur achter te lopen. Op de beelden was zichtbaar dat de Volkswagen omstreeks 17:00 uur (18:00 uur atoomtijd) vanaf de rotonde optrok en de Mr. L.A. Kesperweg op reed. Op ongeveer 53 meter tot aan de plaats van het ongeval betrof de snelheid 97 kilometer per uur. De fiets is zichtbaar op het middengedeelte van de fietsoversteekplaats. Op ongeveer 24 meter tot aan de plaats van het ongeval betrof de snelheid 101 kilometer per uur. De bestuurder van de fiets is zojuist de rijbaan opgereden. Op ongeveer 9 meter tot aan de plaats van het ongeval was de weergegeven snelheid van de Volkswagen 94 kilometer per uur. Op het moment van de botsing betrof de snelheid van de Volkswagen indicatief 94 kilometer per uur.
Aan de hand van het onderzoek naar de werking van de verkeerslichten zijn wij van mening dat de bestuurder van de fiets bij het oprijden van het in haar richting gekeerde verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, moet hebben genegeerd. Tevens was op de dashcambeelden van de Volkswagen het groen uitstralende verkeerslicht op de Mr. L.A. Kesperweg vanaf fase 8 zichtbaar.
3. Schriftelijk stuk, FARR-verklaring
Informatie ontvangen van een chirurg van het Erasmus MC over behandeling aldaar op de spoedeisende hulp op 21 november 2024.
Er werden schaafverwondingen en bloeduitstortingen gezien. Er werd een breuk gezien van de rechter enkel. De geschatte genezingsduur bij de enkelbreuk bij een ongecompliceerd beloop is circa 6 weken.
4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer]
Door het ongeluk ben ik opgenomen geweest voor drie dagen in het ziekenhuis. Ik had een gebroken enkel rechts. Ik ben op 2 december 2024 aan mijn enkel geopereerd. Ik had ook nog een hersenschudding.
Bewijsmotivering
Zoals volgt uit de bewijsmiddelen, heeft op de avond van 24 november 2024 op het kruispunt van de Mr. L.A. Kesperweg met de Olympiade in Vlaardingen een verkeersongeval plaatsgevonden. De verdachte heeft met een door hem bestuurde personenauto een fietser aangereden. Vaststaat dat de fietser door het rood uitstralende verkeerslicht reed en dat de verdachte groen licht had, maar ten tijde van de botsing 94 kilometer per uur reed, waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold.
Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeersweg 1994 (hierna ook: WVW)?
Om tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in het geval van (tenminste) een aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid.
Omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond
Het verkeersongeval vond op een kruispunt plaats omstreeks 18:05 uur in november. Dat betekent dat het donker was. De verdachte had groen licht, maar is het kruispunt genaderd met een snelheid van twee keer de maximaal toegestane snelheid. Hij reed 24 meter voor de botsing met een snelheid van 101 kilometer per uur en ten tijde van de botsing nog 94 kilometer per uur. Dit terwijl een bestuurder bij een kruispunt als dit rekening moet houden met mogelijke verkeersfouten van anderen en zeker van kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals de fietser die in dit geval door rood is gereden. Van de verdachte mocht in deze situatie extra voorzichtigheid en oplettendheid worden verwacht. Dat de fietser door rood reed, neemt de schuld van de verdachte dan ook niet weg. De verdachte is veel te hard richting de kruising gereden en heeft daarbij nauwelijks afgeremd. Zoals hij ook zelf heeft verklaard, heeft hij de fietser wel gezien. Hij ging er echter vanuit dat zij zou stoppen. Door de snelheid van de verdachte was er vlak voor de aanrijding geen mogelijkheid meer om in te grijpen en de aanrijding te voorkomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld en dat daarmee sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.
Letsel slachtoffer
Bij het slachtoffer is als gevolg van het handelen van de verdachte zwaar lichamelijk letsel ontstaan. Het slachtoffer heeft namelijk een enkelbreuk opgelopen, waaraan zij geopereerd moest worden. Het slachtoffer heeft vervolgens drie dagen in het ziekenhuis moeten verblijven. Daarnaast had zij een hersenschudding.
Conclusie
Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen in die zin dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan bij het slachtoffer.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
primair
hij op 21 november 2024 te Vlaardingen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Meester L.A. Kesperweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,
- met een (zeer) hoge snelheid, te weten een indicatieve snelheid van 101 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur en gelet op de verkeerssituatie ter plaatse verantwoord was een oversteekplaats voor voetgangers en fietsers te naderen en
- ( vervolgens) bij het dichter naderen van voornoemd oversteekpunt af te remmen tot een indicatieve snelheid van 94 kilometer per uur (alwaar 50 kilometer per uur is toegestaan), althans zijn, verdachtes, snelheid (daarbij) niet of onvoldoende aan te passen aan de verkeerssituatie ter plaatse en
- zich er (daarbij) in onvoldoende mate van te vergewissen dat een fietser doende was voornoemde Meester L.A. Kesperweg over te steken, en
- ( vervolgens) niet tijdig of voldoende af te remmen en niet, niet tijdig of voldoende uit te wijken voor die fietser, waardoor hij, verdachte, (vervolgens) in aanrijding is gekomen met voornoemde fietser,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde breuk aan de rechter enkel, werd toegebracht.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van twee jaar.
Standpunt van de verdediging
Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde komt, wordt verzocht de geëiste taakstraf door de officier van justitie te matigen gelet op artikel 63 Sr, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het gedrag van de fietser. Verder wordt verzocht een ontzegging van de rijbevoegdheid enkel in voorwaardelijke vorm op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval. Hij is op een kruispunt met een veel te hoge snelheid, twee keer zo hoog als de maximumsnelheid, komen aanrijden en heeft daar een fietser aangereden die als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Met zijn onvoorzichtige en onoplettende rijgedrag heeft de verdachte zijn verantwoordelijkheid als weggebruiker veronachtzaamd.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 23 juni 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Op 21 mei 2026 is hij veroordeeld voor een verkeersovertreding in november 2025. Dat betekent dat artikel 63 Sr aan de orde is. Verder is er nog een openstaande zaak, waarbij de verdachte wordt beschuldigd van het rijden met een ingevorderd rijbewijs in januari 2026.
Persoonlijke omstandigheden
De verdachte werkt als brandwacht. Om dat werk goed uit te kunnen oefenen, heeft hij zijn rijbewijs nodig. Hij werkt namelijk op wisselende tijden, waaronder ’s nachts, en op werklocaties die niet te bereiken zijn met het openbaar vervoer.
Oplegging straffen
Bij de bepaling van de straffen heeft de rechtbank gelet op de LOVS oriëntatiepunten. Op basis van die oriëntatiepunten wordt in de regel voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld en waarbij bij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is ontstaan, een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.
De verdachte heeft zich ter zitting schuldbewust opgesteld en heeft verantwoordelijkheid voor zijn handelen niet ontlopen. Mede om die reden wordt een taakstraf voor de duur van 100 uren passend geacht. De rechtbank merkt echter op dat de verdachte ook ná dit ongeval nog een snelheidsovertreding heeft begaan. Daarom acht de rechtbank met de officier van justitie een langere ontzegging van de rijbevoegdheid passend, maar zij zal deze wel in geheel voorwaardelijke vorm opleggen omdat de verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare (verkeers)feiten te plegen.
5 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
6 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 100 (honderd) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;
Voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid
ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 12 (twaalf) maanden;
bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs;
bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde, dat hij zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken, niet naleeft.
7 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.C. Bos, voorzitter,
en mrs. L. Stevens en M.E. Vos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 juli 2024.
Mrs. Bos en Vos zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.