Strafrecht overig
Mega Ridderkerk. Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd. Toepassing artikel 9a Sr. Feit is flink…
Rechtbank Rotterdam, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10428 · Rechtbank Rotterdam · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10428
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10.336531.21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10428
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mega Ridderkerk. Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd. Toepassing artikel 9a Sr. Feit is flink gedateerd en vennootschap na aanvang vervolging ontbonden.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10.336531.21
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Verstek
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte vennootschap:
[verdachte vennootschap] C.V.,
gevestigd [adres] , [postcode] [vestigingsplaats] .
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 28 mei en 14 juli 2026.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte vennootschap is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. S. Sondermeijer heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
-
veroordeling van de verdachte vennootschap zonder oplegging van straf of maatregel.
4 Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte vennootschap het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Zij,
[verdachte vennootschap] C.V., in de periode van 1 september 2017 tot en met 27 december 2018 te Ridderkerk , tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, voorwerpen, te weten
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 350.000,-- , (ZD [schip] bijlagen p.
702) en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.010 ,--, (ZD [schip] bijlagen p. 703)
(2102180900.D15 p. 753) en
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 82.500 ,--, (ZD [schip] bijlagen p. 704)
(2102180900.D16 p. 754) en
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 12.500 ,--, (ZD [schip] bijlagen p. 705)
(2102180900.D20 p. 758) en
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,--, (ZD [schip] bijlagen p. 707)
en
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 21.010,35, (ZD [schip] bijlagen p. 707)
en
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 2.362,50, (ZD [schip] bijlagen p. 707)
en
- van een motorschip, m/v [schip] , met IMO registratienummer [nummer] , althans
een motorschip,
heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet en gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dat die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte vennootschap moet daarvan worden vrijgesproken.
De overtuiging dat de verdachte vennootschap het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
6 Strafbaarheid verdachte vennootschap
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte vennootschap uitsluit.
De verdachte vennootschap is dus strafbaar.
7 Motivering toepassing artikel 9a van het Wetboek van strafrecht
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte vennootschap wordt schuldig verklaard, zonder oplegging van straf.
De verdachte vennootschap heeft samen met anderen een geldbedrag van ruim zes ton en het motorschip “ [schip] ” witgewassen. Ze hebben de beschikking gekregen over dit geld waarvan zij wisten dat het een criminele herkomst had en hebben dit vervolgens gebruikt voor de aankoop van dat schip. Witwassen vormt een aantasting van de integriteit van het financiële en economische verkeer en heeft een corrumperende invloed op het reguliere handelsverkeer. Het is daarom zeer kwalijk.
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte vennootschap is na 2018 evenmin met politie en justitie in aanraking gekomen.
Voor het bewezenverklaarde feit zou het opleggen van een geldboete op zijn plaats zijn. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het volgende is daarbij van belang. De feiten zijn flink gedateerd: ze zijn meer dan zeven jaren geleden gepleegd. Ter terechtzitting is vast komen te staan dat de persoon die ten tijde van het feit de bestuurder van de vennootschap was, inmiddels is overleden. De officier van justitie heeft gesteld dat de rechtspersoon is ontbonden. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen wanneer de rechtspersoon is ontbonden, maar gaat er gelet op de feiten en omstandigheden (het overlijden van de bestuurder) van uit dat dit na aanvang van de vervolging is geweest. Vervolging is derhalve nog mogelijk, maar onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de verdachte vennootschap een straf of maatregel op te leggen. De verdachte vennootschap wordt daarom schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
8 Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
9 Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte vennootschap het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte vennootschap strafbaar;
bepaalt dat ten aanzien van het bewezen verklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feraaune, voorzitter,
en mrs. A.S. Flikweert en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 14 juli 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte vennootschap wordt ten laste gelegd dat
zij
[verdachte vennootschap] C.V., in de periode van 1 september 2017 tot en met 27 december 2018 te Ridderkerk , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen, te weten van (een) of meer contant geldbedrag(en)
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 350.000,-- , (ZD [schip] bijlagen p.
702) en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.010 ,--, (ZD [schip] bijlagen p. 703)
(2102180900.D15 p. 753) en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 82.500 ,--, (ZD [schip] bijlagen p. 704)
(2102180900.D16 p. 754) en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 12.500 ,--, (ZD [schip] bijlagen p. 705)
(2102180900.D20 p. 758) en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,--, (ZD [schip] bijlagen p. 707)
en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 21.010,35, (ZD [schip] bijlagen p. 707)
en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 2.362,50, (ZD [schip] bijlagen p. 707)
en/of
- van een motorschip, m/v [schip] , met IMO registratienummer [nummer] , althans
een motorschip,
de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf.