Strafrecht overig
Jeugdstrafrecht. Veroordeling van openlijke geweldpleging, handelen in strijd met WWM en de Opiumwet en…
Rechtbank Rotterdam, 17 februari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7046 · Rechtbank Rotterdam · 17 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-7046
Zaakgegevens
Op 17 februari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 februari 2026
- Datum publicatie
- 18 juni 2026
- Zaaknummer
- 10/130864-23, 10/211992-23, 10/103679-24 en 10/218
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7046
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdstrafrecht. Veroordeling van openlijke geweldpleging, handelen in strijd met WWM en de Opiumwet en diefstal met geweld. Oplegging deels voorwaardelijke jeugddetentie.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers:10/130864-23, 10/211992-23, 10/103679-24 en 10/218633-25 (gevoegd ttz)
Parketnummer vordering TUL: 10-259037-23
Datum uitspraak: 17 februari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op:
het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam],
thans verblijvende op:
het adres [verblijfadres]
raadsman: mr. R.V. Paniagua, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 februari 2026.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
-
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 180 dagen met aftrek
van voorarrest, waarvan 98 dagenvoorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) geadviseerd; -
gedeeltelijke tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10-259037-23, te weten 20 dagen jeugddetentie en dit om te zetten naar 40 uren werkstraf subsidiair 20 dagen jeugddetentie.
4 Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/103679-24 ten laste gelegde heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de parketnummers 10/130864-23, 10/211992-23 en 10/218633-25 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
Parketnummer 10-130864-23
hij op of omstreeks 28 april 2023 te Rotterdam,
openlijk, te weten, op metrostation Beurs, in elk geval op of aan de openbare weg
en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 2],
door die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal,
- in/op/tegen het gezicht, althans het lichaam te slaan en/of
- tegen het lichaam te schoppen en/of
- met een kettingslot op/tegen het lichaam te slaan en/of
- een knietje te geven en/of
- met kracht beet te pakken.
Parketnummer 10-211992-23
1
hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te Rotterdam, terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een mes, voorhanden heeft gehad.
2
hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te Rotterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 14,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Parketnummer 10-103679-24
hij op of omstreeks 23 maart 2024 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, op/aan de Clematis, althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld (1100 euro, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door die [slachtoffer 3]
- onverhoeds (met kracht) bij de keel te grijpen en/of vast te houden in een wurggreep en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te drukken en/of
- (hierbij) de woorden toe te voegen: "Geef je geld, geef je geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- meermalen, althans eenmaal te slaan en/of te schopppen tegen het hoofd en/of het lichaam.
Parketnummer 10-218633-25
hij op of omstreeks 5 april 2025 te Rotterdam,
op/aan het metroplein, in elk geval openlijk
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 4] en/of
[slachtoffer 5],
welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit
- tegen het lichaam van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te duwen en/of slaan,
- tegen/op het hoofd van die [slachtoffer 4] te slaan,
- tegen/op het lichaam van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te schoppen,
- te spugen in de richting van die [slachtoffer 5] en/of
- aan de tas van die [slachtoffer 5] te trekken,
terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5 Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Parketnummer 10/130864-23
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
Parketnummer 10/211992-23
Feit 1:
handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie;
Feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
Parketnummer 10/103679-24
diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Parketnummer 10/218633-25
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6 Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7 Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op vijftien-, zestien- en zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten.
De verdachte heeft zich op 23 maart 2024 samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende straatroof. Hierbij hebben de verdachte en zijn medeverdachten het slachtoffer onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en met gebruik van geweld gedwongen tot afgifte van het geld dat hij op zak had. De verdachten zijn uiteindelijk met een geldbedrag weggevlucht. Zij hebben met hun handelen voor het slachtoffer een zeer bedreigende en beangstigende situatie gecreëerd, waarbij ernstig inbreuk is gemaakt op het gevoel van veiligheid en op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De verdachten hebben kennelijk alleen oog gehad voor hun eigen financieel gewin.
Daarnaast heeft de verdachte zich samen met anderen op 28 april 2023 schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging in Rotterdam. Bij de openlijke geweldpleging zijn de slachtoffers meermalen beetgepakt, geslagen en geschopt, waaronder tegen het gezicht. Ook is één van de slachtoffers geslagen met een kettingslot. Vervolgens heeft de verdachte zich op 5 april 2025 nogmaals samen met anderen schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging in Rotterdam. Hierbij zijn de slachtoffers meermalen geduwd, geslagen, geschopt en bespuugd. De verdachte en zijn medeverdachten hebben met hun handelen een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. De incidenten moeten buitengewoon bedreigend zijn geweest en moeten bij de slachtoffers, naast pijn en letsel, ook gevoelens van angst en onveiligheid hebben opgeroepen.
Ten slotte heeft de verdachte zich op 18 augustus 2023 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van cocaïne en een wapen, te weten een mes. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. De ervaring leert dat het bezit van wapens gemakkelijk leidt tot het gebruik ervan met ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg. Daarnaast is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen gevaar oplevert voor de volksgezondheid en dat dit direct en indirect een oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Door zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van de hieraan verwante maatschappelijke problemen.
Alle feiten veroorzaken bovendien breder binnen de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid en vormen een ernstige inbreuk op de rechtsorde, vooral omdat de geweldsfeiten op de openbare weg hebben plaatsgevonden. De rechtbank rekent dat de verdachte zwaar aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
Uit het strafblad van 6 januari 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Dit betekent dat het strafblad strafverzwarend werkt.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
De Raad heeft op 24 december 2025 een rapport over de verdachte opgemaakt. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.
Het algemeen recidiverisico en het totaal dynamisch risico profiel komen uit op midden. De verdachte heeft een zorgelijke justitiële voorgeschiedenis en is meerdere keren verdacht en/of veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten waarbij geweld is toegepast. Ondanks de inzet van de Harde Kern-aanpak bleef hij in contact komen met de politie. De verdachte lijkt sinds zijn laatste aanhouding in april 2025, voor het uithalen van drugs in een Belgische haven, een positieve ontwikkeling te hebben doorgemaakt. Er worden op veel domeinen beschermende factoren waargenomen. De verdachte laat progressie en pro sociaal gedrag zien. Hij woont bij Zorg Hoop en Liefde, houdt zich aan de geldende afspraken en heeft goed contact met zijn mentor. De verdachte profiteert van de begeleiding vanuit zijn jongerencoach en heeft het behandelingstraject bij De Waag goed afgerond, waardoor hij nauwelijks meer alcohol drinkt en niet meer blowt. Daarnaast heeft de verdachte zijn mbo-1 diploma behaald en werkt hij fulltime tot de start van zijn mbo-2 opleiding in februari 2026.
De verdachte erkent dat hij in de periode waarin de verdenkingen speelden enkel aan zichzelf en het verdienen van snel geld heeft gedacht. Hij heeft afstand genomen van zijn vroegere vrienden, is meer op zichzelf gericht en spendeert zijn vrije tijd niet meer buiten op straat. Hij wil graag iets van zijn leven maken en zijn toekomst voortzetten in Nederland. Dat is echter nog onzeker, omdat hij mogelijk geen permanente verblijfsstatus zal kunnen verkrijgen door zijn justitiële contacten. De risicofactoren die eerder werden waargenomen zijn de laatste maanden dus afgenomen. De nog bestaande risicofactoren zijn gelegen in de beneden gemiddelde intelligentie van de verdachte, zijn belaste voorgeschiedenis en de onrustige relatie van zijn ouders. Ook zijn financiële situatie vormt een risico. De verdachte heeft forse schulden, wat de kans op het plegen van een vermogensdelict aanzienlijk vergroot.
Om de kans op herhaling te verkleinen is het belangrijk dat de positieve schoolgang, de begeleiding vanuit de jongerencoach en de inzet van de hulp van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering) worden gecontinueerd. De Raad adviseert daarom een deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk staat aan het voorarrest. Tevens acht de Raad het van belang dat de verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf opgelegd krijgt, zodat hij leert dat dit gedrag niet wordt geaccepteerd en dat daar consequenties aan verbonden zijn.
De jeugdreclassering heeft op 28 januari 2026 een rapport over de verdachte opgemaakt. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.
Een beschermende factor is het feit dat de verdachte is gestart met een poliklinische behandeling bij De Waag. Daar gaan ze aan de hand van de adviezen van het NIFP aan de slag met de verdachte. Daarnaast heeft de verdachte goed contact met de trainer van So Cool, toont hij openheid in gesprekken en lijkt hij sinds de voorlopige hechtenis is geschorst meer positief gericht op school. De verdachte is na zijn vrijlating op een andere woonlocatie geplaatst, waar hij meer op zijn plek lijkt te zitten. Hij zet zich in voor een positieve verandering van zijn situatie en is zich inmiddels bewust van het feit dat de veroordelingen invloed kunnen hebben op zijn verblijfsstatus.
De jeugdreclassering adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk staat aan het voorarrest, met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar. De bijzondere voorwaarden zijn: toezicht door de jeugdreclassering, dagbesteding in de vorm van onderwijs of werk, verblijven bij Zorg Hoop en Liefde of een soortgelijke instelling, meewerken aan een jongerencoach en een zinvolle vrijetijdsbesteding in de vorm van een bijbaan of sport.
Deskundige [naam], werkzaam bij de jeugdreclassering, heeft op de zitting ter aanvulling naar voren gebracht dat de verdachte al sinds 2023 door de jeugdreclassering wordt begeleid. In het begin was het met name in de thuissituatie onrustig. De ouders hebben nu ieder een eigen plek, waardoor er meer rust is en de loyaliteitsproblematiek is afgenomen. Ook lijkt de verdachte zelfstandiger, staat hij goed in contact met de hulpverlening en werkt hij mee met de jongerencoach. Een werkstraf bovenop alles wat er al speelt in het leven van de verdachte is misschien teveel, omdat de verdachte dan overvraagd kan worden. Hij moet zich focussen op zijn werk, het starten van zijn opleiding en het aflossen van zijn schulden.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij het bepalen van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank houdt er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat hij sinds mei 2025 een positieve ontwikkeling lijkt door te maken. De verdachte heeft een passende woonplek gevonden bij Zorg Hoop Liefde, heeft een bijbaan en heeft zijn MBO1-opleiding afgerond. Ook stelt hij zich begeleidbaar op en werkt hij mee aan de ingezette behandeling.
Verder houdt de rechtbank in de zaken met de parketnummers 10/130864-23, 10/211992-23 en 10/103679-24 rekening met een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat een straf die tot gevolg heeft dat de verdachte terug moet naar de jeugdgevangenis, niet in het belang van de verdere ontwikkeling van de verdachte is en daarmee ook niet in het belang van de samenleving. Daarom wordt de onvoorwaardelijk op te leggen jeugddetentie beperkt tot de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Om de ontwikkeling van de verdachte gunstig te beïnvloeden en om de kans op recidive te verkleinen, is het belangrijk dat de verdachte begeleiding en structuur wordt geboden. Overeenkomstig de adviezen van de Raad en de jeugdreclassering legt de rechtbank daarom een deel van de jeugddetentie voorwaardelijk op, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Bij het opleggen van de jeugddetentie aan de verdachte wordt er rekening mee gehouden dat de verdachte in totaal 82 dagen in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij zijn meegeteld de 3 dagen gelegen tussen de aanhouding van de verdachte op 10 februari 2025 en de opheffing van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis op 12 februari 2025. Strikt genomen zijn deze dagen niet in voorlopige hechtenis doorgebracht, maar het meetellen van deze dagen ligt wel in lijn met de bedoeling van de aftrek van het voorarrest: het in mindering brengen van alle vrijheidsbeneming in de voorfase.
In beginsel vindt de rechtbank het, gezien de ernst van de feiten, passend om ook een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen. Mede gelet op de vordering tenuitvoerlegging die zal worden toegewezen en omgezet in een werkstraf, het advies van de jeugdreclassering waaruit volgt dat het belangrijk is dat de verdachte niet overvraagd wordt, in combinatie met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, volstaat de rechtbank echter in dit geval met een (grotendeels voorwaardelijke) jeugddetentie.
Alles afwegend vindt de rechtbank jeugddetentie voor de duur van 180 dagen met aftrek, waarvan 98 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden, passend en geboden.
8 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
De vorderingen
[benadeelde partij 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd ter zake van het onder parketnummer 10/103679-24 ten laste gelegde feit, [benadeelde partij 1] bijgestaan door mr. I. Amghar. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.000,- aan materiële schade en een bedrag van
€ 2.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[benadeelde partij 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd ter zake van het onder parketnummer 10/130864-23 ten laste gelegde feit, [benadeelde partij 2] bijgestaan door mr. A.R. Hamers. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 63,- aan materiële schade en een bedrag van
€ 1.250,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ook vordert de benadeelde partij € 500,- aan vergoeding voor nader te onderbouwen schade.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de [benadeelde partij 1] hoofdelijk toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De officier van justitie stelt zich ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij 2] op het standpunt dat de materiële schade dient te worden toegewezen en de immateriële schade moet worden toegewezen tot € 500,-, beide hoofdelijk, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Standpunt verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij 1].
De verdediging heeft ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij 2] verzocht de materiële schade slechts toe te wijzen voor € 25,- en de immateriële schade toe te wijzen voor € 750,-.
Beoordeling
[benadeelde partij 1]
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Uit het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer] komt naar voren dat een geldbedrag van € 860,- is gevonden bij de verdachte. Dit deel van de vordering zal daarom worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige deel van de gevorderde materiële schadevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ook is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Voor wat betreft de grondslag voor de immateriële schade is de rechtbank van oordeel dat voldoende is aangetoond dat er bij de benadeelde partij sprake is van geobjectiveerd geestelijk letsel..
Bij de begroting van de schade heeft de rechtbank acht geslagen op paragraaf 19.1 onder B van de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. De bewezenverklaarde straatroof, gepleegd door meerdere daders met gebruikmaking van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, past qua aard en ernst binnen de genoemde categorie. Het gevorderde bedrag van € 2.000,- aan immateriële schadevergoeding past eveneens binnen deze categorie. De immateriële schade zal gelet hierop naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 2.000,-, zodat de vordering dus in zijn geheel wordt toegewezen.
[benadeelde partij 2]
De benadeelde partij zal in de vordering ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering is, in het licht van de betwisting door de verdediging, onvoldoende onderbouwd.
Wel is vast komen te staan dat aan [benadeelde partij 2] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 750,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. Hetgeen meer is gevorderd zal worden afgewezen.
De gevorderde nader te onderbouwen schade betreft schade die nog niet bekend is en die is gevorderd met het oog op een eventuele procedure in hoger beroep. Deze post is dan ook niet onderbouwd en de vordering zal daarom op ten aanzien van deze post worden afgewezen.
De rechtbank bepaalt dat de delen van de vordering waarin de benadeelde partij niet-ontvankelijk is verklaard slechts kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.
Hoofdelijk
Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoedingen worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.
Wettelijke rente
De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag voor [benadeelde partij 1] vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2024 en het te vergoeden schadebedrag voor [benadeelde partij 2] vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 28 april 2023.
Proceskosten
Nu de vorderingen van de benadeelde partijen (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van € 2.860,- en de [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van € 750,-.
Alle te vergoede bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9 Vordering tenuitvoerlegging
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 1 februari 2024 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie van 90 dagen met aftrek, waarvan 40 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 16 februari 2024.
Beoordeling
De bewezen verklaarde feiten onder de parketnummers 10/103679-24 en 10/218633-25 zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In plaats van de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie te bevelen, legt de rechtbank een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uren.
10 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 54 van de Wet wapens en munitie, en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
11 Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12 Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 (zegge: honderdtachtig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 98 (zegge: achtennegentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich zal melden bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, wanneer en zo vaak als de instelling dat nodig acht, en zich zal houden aan de door of namens die instelling te geven voorschriften en aanwijzingen;
- meewerkt aan zijn plaatsing bij Zorg Hoop Liefde en zich houdt aan de daar gemaakte afspraken;
- zich zal inzetten voor een zinvolle dagbesteding in de vorm van onderwijs en/of werk;
- zich zal inzetten voor een positieve invulling van zijn vrije tijd, bijvoorbeeld in de vorm van een bijbaan en/of sport;
- zal meewerken aan de begeleiding van een jongerencoach, indien en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:
- aan de [benadeelde partij 1] een bedrag van € 2.860 (zegge: tweeduizendachthonderdzestig euro), bestaande uit € 860,- aan materiële schade en € 2.000 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- aan de [benadeelde partij 2] een bedrag van € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 april 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
wijst af hetgeen door [benadeelde partij 2] meer is gevorderd aan immateriële schade en wat is gevorderd aan nader te onderbouwen schade;
verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de resterende delen van de vorderingen; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader(s) de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat te betalen:
- ten behoeve van [benadeelde partij 1]: € 2.860 (zegge: tweeduizendachthonderdzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 23 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
- ten behoeve van [benadeelde partij 2] te betalen een bedrag van € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 28 april 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen, waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
legt op - in plaats van de gevorderde last tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis 1 februari 2024 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 40 dagen - aan de veroordeelde een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (zegge: tachtig) uren, met bevel dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. de Veld, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.S. van den Berge en E. IJspeerd, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10-130864-23
hij op of omstreeks 28 april 2023 te Rotterdam,
openlijk, te weten, op metrostation Beurs, in elk geval op of aan de openbare weg
en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 2],
door die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal,
- in/op/tegen het gezicht, althans het lichaam te slaan en/of
- tegen het lichaam te schoppen en/of
- met een kettingslot op/tegen het lichaam te slaan en/of
- een knietje te geven en/of
- met kracht beet te pakken;
Parketnummer 10-211992-23
1
hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te Rotterdam, terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een mes, voorhanden heeft gehad;
2
hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te Rotterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 14,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Parketnummer 10-103679-24
hij op of omstreeks 23 maart 2024 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, op/aan de Clematis, althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld (1100 euro, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door die [slachtoffer 3]
- onverhoeds (met kracht) bij de keel te grijpen en/of vast te houden in een wurggreep en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te drukken en/of
- ( hierbij) de woorden toe te voegen: "Geef je geld, geef je geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- meermalen, althans eenmaal te slaan en/of te schopppen tegen het hoofd en/of het lichaam;
Parketnummer 10-218633-25
hij op of omstreeks 5 april 2025 te Rotterdam,
op/aan het metroplein, in elk geval openlijk
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 4] en/of
[slachtoffer 5],
welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit
- tegen het lichaam van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te duwen en/of slaan,
- tegen/op het hoofd van die [slachtoffer 4] te slaan,
- tegen/op het lichaam van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te schoppen,
- te spugen in de richting van die [slachtoffer 5] en/of
- aan de tas van die [slachtoffer 5] te trekken,
terwijl het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge had;