Leeuwarden · 6 oktober 2026
Arbeidsmigranten hoeven hun woningen op recreatiepark Van Harte voorlopig niet te ontruimen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft beslist dat ongeveer 50 Roemeense arbeidsmigranten voorlopig niet weg hoeven uit de door hen gehuurde woningen op recreatiepark Van Harte in Echten, gemeente De Wolden.
De achtergrond
Op recreatiepark Van Harte wonen al verscheidene jaren ongeveer 50 Roemeense arbeidsmigranten. Zij huren de recreatiewoningen daar van een bedrijf, dat gelieerd is aan het uitzendbureau waarvoor zij werken.
De gemeente Holten had permanente bewoning van de recreatiewoningen in het verleden tijdelijk toegestaan, maar wilde dat niet langer meer. De gemeente legde de verhuurder eind 2024 een dwangsom van € 250.000,- op wanneer zij er niet voor zou zorgen dat de permanente bewoning van de woningen op het park uiterlijk op 1 mei 2025 zou eindigen. Die termijn is enkele malen verlengd.
De vordering
De verhuurder heeft bij de kantonrechter in Assen gevorderd dat de huurders de woningen moeten ontruimen. Volgens de verhuurder is de permanente bewoning in strijd met het bestemmingsplan en kan zij de huurovereenkomst om die reden beëindigen. Omdat er haast bij is vanwege de door de gemeente opgelegde dwangsom, kan zij niet de tijdrovende weg van opzegging van de huurovereenkomst volgen. Om die reden vordert zij in kort geding ontruiming van de gehuurde woningen.
De beslissing
De kantonrechter heeft de vordering van de verhuurder toegewezen, maar het hof wijst de vordering af. Volgens het hof is de vordering van de verhuurder alleen toewijsbaar wanneer het bijna zeker is dat de verhuurder in een gewone procedure de huurovereenkomsten met succes zal kunnen beëindigen. Dat is volgens het hof onvoldoende zeker. Bovendien zijn de belangen van de huurders bij het voortzetten van de bewoning veel groter dan de belangen van de verhuurder bij de ontruiming.
De kans is klein dat de verhuurder daadwerkelijk de dwangsom zal moeten betalen wanneer het hof de vordering tot ontruiming afwijst. De verhuurder verkeert dan immers in de onmogelijkheid om aan de dwangsomveroordeling te voldoen. Daar staat tegenover dat het voor de huurders moeilijk zal zijn om op korte termijn andere, passende woonruimte te vinden. Zij lopen dan ook het risico om op straat te staan wanneer de vordering van de verhuurder wordt toegewezen.
Uitspraken in dit bericht
Bron: rechtspraak.nl