Strafrecht overig

Vrijspraak voor het seksueel benaderen van minderjarigen. Veroordeling voor het opzettelijk verrichten van…

Zaakgegevens

Op 27 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 augustus 2026
Datum publicatie
17 september 2026
Zaaknummer
23-000388-26
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2656
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vrijspraak voor het seksueel benaderen van minderjarigen. Veroordeling voor het opzettelijk verrichten van handelingen die aanstootgevend zijn voor de eerbaarheid tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Geen sprake van een vormverzuim.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000388-26

datum uitspraak: 27 augustus 2026

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 november 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-172005-25 en 13-230590-25 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteland] op [geboortedag] 1993,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 augustus 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 13-172005-25:

primair

hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2025 tot en met 19 mei 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een/meerdere kind(eren) beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of nog onbekend gebleven ander(en), getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door:

- in het openbaar naakt in de bosjes te liggen (met een penis ring om en/of seksspeeltje(s) bij zich), terwijl hij porno kijkt en/of die [getuige 1] en/of die [getuige 2] en/of (een) ander(en) bij zich roept en/of

- het vragen van de wifi-code aan die [getuige 2] om samen met die [getuige 2] porno te kijken en/of

- het naakt achtervolgen van die die [getuige 1] en/of die [getuige 2] ;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2025 tot en met 19 mei 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op/aan de [locatie 1] een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten:

- in het openbaar naakt in de bosjes te liggen (met een penis ring om en/of seksspeeltje(s) bij zich), terwijl hij porno kijkt en/of [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of (een) ander(en) bij zich roept en/of

- het vragen van de wifi-code aan die [getuige 2] om samen met die [getuige 2] porno te kijken en/of

- het naakt achtervolgen van die die [getuige 1] en/of die [getuige 2] ;

Zaak met parketnummer 13-230590-25 (gevoegd):

hij op of omstreeks 2 september 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de openbare weg, te weten de [locatie 2] , een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zijn broek (een stukje) naar beneden te trekken en/of zijn (ontblote) penis vast te pakken en/of te masturberen, althans zijn hand en/of een voorwerp over zijn penis (heen en weer) te bewegen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging in de zaak met parketnummer 13-172005-25

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde en tot bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde, omdat het dossier onvoldoende steunbewijs bevat, zodat de tenlastegelegde handelingen niet kunnen worden vastgesteld. Daarnaast zou er geen sprake zijn geweest van (voorwaardelijk) opzet op het primair en subsidiair tenlastegelegde.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het procesdossier volgt dat er op 18 mei 2025 een melding is gemaakt dat de verdachte in een park nabij een schoolplein op zijn laptop porno zou kijken en minderjarigen naar zich toe zou lokken. De minderjarige getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij kreungeluiden uit de laptop van de verdachte hoorde komen, maar niet heeft gezien wat hij aan het kijken was. De verdachte ontkent dat hij in het park porno heeft gekeken.

Op 19 mei 2025 wordt opnieuw een melding gemaakt over de verdachte. Dit keer zou hij naakt in de bosjes liggen en aan minderjarigen hebben gevraagd bij hem te komen liggen. De minderjarige getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard dat zij de verdachte naakt zagen slapen in de bosjes. Toen hij wakker werd zou de verdachte achter hen zijn aangerend. De ter plaatse gekomen verbalisanten troffen de verdachte slapend in de bosjes aan met zijn broek en onderbroek om zijn enkels en om zijn ontblote geslachtsdeel een penisring. Ook had hij een laptop en flesjes babyolie en intensive warming gel bij zich. De verdachte heeft verklaard dat hij zichzelf in de bosjes wilde bevredigen.

Volgens artikel 342 lid 2 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), kan de rechter het bewijs dat verdachte de ten laste gelegde handelingen heeft gepleegd, niet uitsluitend aannemen op basis van de verklaring van één getuige. Er moet, met andere woorden, ander bewijsmateriaal zijn dat de verklaring van de getuige voldoende ondersteunt.

Primair is aan de verdachte tenlastegelegd het seksueel benaderen van minderjarigen, zoals dat sinds de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven strafbaar is gesteld in artikel 251 Sr. Evenals de advocaat-generaal en de raadslieden is het hof van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om de seksuele benadering door de verdachte vast te stellen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Subsidiair is aan de verdachte tenlastegelegd dat hij handelingen heeft verricht die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid, zoals dat sinds de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven strafbaar is gesteld in artikel 254b Sr.

Het hof overweegt dat uit het dossier is gebleken dat de verdachte op 19 mei 2025 seksueel getinte handelingen heeft verricht die voor het normaal ontwikkeld schaamtegevoel als kwetsend moeten worden beschouwd, namelijk door met een ontbloot onderlijf en een penisring om in de bosjes te liggen nabij een schoolplein. Dit kan worden vastgesteld aan de hand van de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en wordt ondersteund door de bevindingen van de ter plaatse gekomen verbalisanten. Bovendien blijkt uit de verklaring van de verdachte dat hij opzettelijk in de bosjes is gaan liggen om zichzelf te bevredigen.

Het hof is van oordeel dat daarmee wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich op 19 mei 2025 schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde, namelijk het verrichten van handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid.

Bewijsoverweging in de zaak met parketnummer 13-230590-25

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, omdat er geen sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het procesdossier volgt dat de aangeefster op 2 september 2025 omstreeks 07.00 uur door haar raam op straat de verdachte zag staan. De verdachte had zijn broek een stukje omlaag, hield zijn geslachtsdeel vast en was zichzelf aan het bevredigen door een huidkleurig object over zijn geslachtsdeel heen en weer te bewegen. Op een gegeven moment is de verdachte midden op straat gaan liggen, met zijn broek nog steeds omlaag, om daar door te gaan met zichzelf te bevredigen. Na zijn aanhouding is door een verbalisant tussen de spullen van de verdachte een huidkleurig siliconen seksspeeltje aangetroffen.

Tegen de ter plaatste gekomen verbalisanten heeft de verdachte verklaard dat hij bij een sekswerker was geweest, maar dat het hem niet was gelukt om klaar te komen. Daarom wilde hij het buiten afmaken. Tijdens het latere politieverhoor heeft de verdachte verklaard dat hij eerst heeft geprobeerd op het toilet een erectie te krijgen, maar toen dit niet lukte hij naar buiten is gegaan.

Het hof is van oordeel dat op grond van voornoemde feiten en omstandigheden kan worden vastgesteld dat de verdachte in het openbaar handelingen heeft verricht die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid, namelijk door met behulp van een seksspeeltje te masturberen op de openbare weg. Door zowel staand als liggend op straat te masturberen heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn handelen het normaal ontwikkeld schaamtegevoel kwetst.

Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verrichten van handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-172005-25 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 13-230590-25 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 13-172005-25:

subsidiair:

hij op 19 mei 2025 te Amsterdam, opzettelijk in het openbaar, te weten op de [locatie 1] , handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten:

- in het openbaar naakt in de bosjes te liggen met een penis ring om.

Zaak met parketnummer 13-230590-25 (gevoegd):

hij op 2 september 2025 te Amsterdam, opzettelijk in het openbaar, te weten op de [locatie 2] , handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten door zijn broek (een stukje) naar beneden te trekken en te masturberen, althans een voorwerp over zijn penis heen en weer te bewegen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-172005-25 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 13-230590-25 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 13-172005-25 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 13-230590-25 bewezenverklaarde levert op:

telkens: opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-172005-25 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 13-230590-25 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met aftrek van het voorarrest

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in de zaak met parketnummer 13-172005-25 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 13-230590-25 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met aftrek van het voorarrest.

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het is waarschijnlijk dat de verdachte ten tijde van de feiten te kampen had met psychische problematiek en daarom wordt verzocht de verdachte (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat strafvermindering moet worden toegepast, omdat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. Gelet hierop heeft de verdediging primair verzocht om een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen en subsidiair om de duur van de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf aanzienlijk te matigen en meer subsidiair te volstaan met een voorwaardelijk strafdeel.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk verrichten van handelingen die aanstootgevend zijn voor de eerbaarheid. De verdachte heeft nabij een schoolplein met een penisring om naakt in de bosjes gelegen en ook minderjarigen zijn geconfronteerd met die aanblik. Vervolgens heeft de verdachte enkele maanden later op straat zichzelf bevredigd met behulp van een seksspeeltje. Ook hiermee heeft de verdachte de eerbaarheid geschonden en gevoelens van onveiligheid gecreëerd. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.

Uit het strafblad van de verdachte van 30 juli 2026 volgt dat hij eerder voor een feit tegen de openbare orde onherroepelijk is veroordeeld. Ten aanzien van de onderhavige feiten is sprake van recidive ten aanzien van het verrichten van handelingen die aanstootgevend zijn voor de eerbaarheid. Het hof weegt dit ten nadele van de verdachte mee bij het bepalen van de straf.

Het hof stelt vast dat zich geen rapport bij de processtukken bevindt waarin over de verdachte met betrekking tot de onderhavige feiten is gerelateerd en waarin een oordeel wordt gegeven over de doorwerking van stoornissen in het tenlastegelegde. Hetgeen door de verdediging is aangevoerd rechtvaardigt niet zonder meer de conclusie dat de verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar zou zijn. Daarom wordt de verdachte beschouwd als volledig toerekeningsvatbaar.

Ten aanzien van het gestelde vormverzuim overweegt het hof als volgt.

Uit het dossier in de zaak met parketnummer 13-172005-25 volgt dat bij de verdachte transportboeien zijn aangelegd bij de aanhouding op 19 mei 2025. Het proces-verbaal van de aanhouding houdt in dat het gebruik van de handboeien plaatsvond met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de ambtenaar. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat de verbalisanten de verdachte naakt in de bosjes hebben aangetroffen, dat hij eerst niet aanspreekbaar was en vervolgens instabiel op zijn benen stond en wazig uit zijn ogen keek.

Uit het dossier in de zaak met parketnummer 13-230590-25 volgt dat bij de verdachte transportboeien zijn aangelegd bij de aanhouding op 2 september 2025. Het proces-verbaal van de aanhouding houdt in dat het gebruik van de handboeien plaatsvond met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de verdachte en met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de ambtenaar. Dit is in het proces-verbaal als volgt nader toegelicht: “Persoon onder invloed van verdovende middelen”.

Artikel 22 van de Ambtsinstructie houdt in dat handboeien kunnen worden aangelegd indien op grond van feiten of omstandigheden redelijkerwijs te vrezen valt voor de veiligheid van (onder meer) de ambtenaar. Het hof is van oordeel dat in beide zaken redelijkerwijs kon worden gevreesd voor de veiligheid van de ambtenaar, gelet op de aard van de verdenkingen en het feit dat de verdachte in beide gevallen onder invloed was van verdovende middelen. Het hof is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een vormverzuim en dat het verweer moet worden verworpen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken passend en geboden en overweegt dat niet met een andere of lichtere straf kan worden volstaan dan met een straf die deze vrijheidsbeneming met zich brengt. Vanwege de duur van verdachtes voorarrest betekent deze strafoplegging feitelijk evenwel dat de verdachte geen verdere vrijheidsbeneming in deze strafzaak hoeft te ondergaan.

Beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen in de zaak met parketnummer 13-230590-25, te weten: de wikkels met speed, zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane misdrijf aangetroffen. De verdachte was onder invloed van drugs toen hij dit feit beging en deze drugs kan dus feitelijk bij hem leiden tot het begaan van soortgelijke feiten. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen in strijd is met de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36d, 57 en 254b van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-172005-25 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-172005-25 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 13-230590-25 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-172005-25 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 13-230590-25 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

3 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: 2025220208, Wikkels met speed).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. N. van der Wijngaart en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 augustus 2026.

Mr. B.A.A. Postma en mr. S.B. Kuvel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]