Strafrecht overig
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep. Onbevoegdelijk hoger beroep ingesteld.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 september 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:5891 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-5891
Zaakgegevens
Op 14 september 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 14 september 2026
- Datum publicatie
- 14 september 2026
- Zaaknummer
- 5287-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:5891
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep. Onbevoegdelijk hoger beroep ingesteld.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005287-25
Uitspraakdatum: 6 augustus 2026
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 16 december 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-231871-25 en 18-234279-25, 18-234286-25, 18-264593-25, 18-284009-25, 18-297935-25 en 18-303406-25, tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ( [land] ),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
Hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 augustus 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot het niet-ontvankelijk verklaren van verdachte in het hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Uit de akte instellen hoger beroep blijkt dat op 18 december 2025 hoger beroep is ingesteld door mr. K.E. Wielenga, advocaat te Leeuwarden, die in die akte heeft verklaard daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd door verdachte.
Op de zitting bij de politierechter is verdachte niet verschenen en verklaarde mr. Wielenga niet gemachtigd te zijn hem ter terechtzitting te verdedigen.
Op 1 juli 2026 heeft het hof een e-mail van mr. Wielenga ontvangen, waarin hij aangeeft dat hij geen contact met verdachte heeft gehad en dat destijds in overleg met de voogd van verdachte, te weten [Stichting] , hoger beroep is ingesteld. Ook geeft hij aan dat de reden van hoger beroep is gelegen in de strafmodaliteit, naar aanleiding van wat besproken was op de zitting bij de politierechter.
Op 29 juli 2026 heeft het hof wederom een e-mail van mr. Wielenga ontvangen. Daarin geeft hij aan dat hij tot op heden geen contact met verdachte heeft gehad en hij niet bepaaldelijk gevolmachtigd is om namens verdachte ter zitting het woord te voeren. Verder geeft hij aan dat hij geen gronden voor hoger beroep kenbaar kan maken.
Het hof stelt voorop dat ingevolge artikel 450, eerste lid, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering het instellen van hoger beroep onder meer kan geschieden door tussenkomst van een advocaat die verklaart daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd.
Uit het bericht van 16 oktober 2025 van de Immigratie- en Naturalisatiedienst blijkt dat een leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden. De Zwitserse autoriteiten hebben na een interview met verdachte ervoor gekozen om de door verdachte opgegeven geboortedatum te wijzigen naar [geboortedatum] 2007. Verdachte heeft ook daarna de twijfel over zijn leeftijd niet weggenomen, en is hij meerderjarig verklaard. Dit betekent dat verdachte meerderjarig was ten tijde van de ten laste gelegde feiten en het instellen van het hoger beroep.
Gelet op het voorgaande concludeert het hof dat [Stichting] niet bevoegd was om namens verdachte hoger beroep in te laten stellen, omdat verdachte op dat moment meerderjarig was. Het hof gaat ervan uit dat verdachte ook niet expliciet aan [Stichting] heeft gevraagd om hoger beroep te laten instellen omdat [Stichting] blijkens het proces-verbaal van de zitting bij de politierechter heeft aangegeven dat verdachte met onbekende bestemming is vertrokken en verdachte niet ter zitting was verschenen.
Nu verder door de mededelingen van mr. Wielenga en zijn waarnemer ter zitting is gebleken dat mr. Wielenga geen contact met verdachte zelf heeft gehad over het instellen van hoger beroep dan wel dat hij daartoe bepaaldelijk door verdachte is gevolmachtigd, is het hof van oordeel dat het hoger beroep onbevoegdelijk door mr. Wielenga is ingesteld. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het namens hem ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, mr. J.A.M. Kwakman en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 6 augustus 2026.