Strafrecht overig

Verdachte niet-ontvankelijk o.g.v. art. 416 lid 2 Sv. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Zaakgegevens

Op 21 januari 2025 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
21 januari 2025
Datum publicatie
23 april 2026
Zaaknummer
22-001163-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:2979
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte niet-ontvankelijk o.g.v. art. 416 lid 2 Sv.

Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 21 januari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2025:2979

  2. Conclusie A-G · 10 februari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:160
  3. Hoge Raad · 21 april 2026

    ECLI:NL:HR:2026:672

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-001163-23

Parketnummers: 09-094142-23 en 09-256706-22 (TUL)

Datum uitspraak: 21 januari 2025

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 7 april 2023 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1994,

BRP-adres in het buitenland: [adres],

[woonplaats] ([land]).

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 7 januari 2025 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven.

Aangezien het hof ook ambtshalve geen redenen ziet voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep, zal het hof de verdachte op de voet van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, als voorzitter, mr. B.P. de Boer en mr. C.M.M. Oostdam, leden, in bijzijn van de griffier mr. G. Schmidt-Fries.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 januari 2025.

Mr. C.M.M. Oostdam is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.