Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op televisie en laptop onder ex-partner van klaagster t.z.v. verdenking van…
ECLI:NL:HR:2024:507 · Hoge Raad · 2 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2024-507
Zaakgegevens
Op 2 april 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 april 2024
- Datum publicatie
- 28 maart 2024
- Zaaknummer
- 22/03652
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:507
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op televisie en laptop onder ex-partner van klaagster t.z.v. verdenking van veroorzaken van geluidshinder. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. vernietiging, art. 134.2.c jo. 117 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR het cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen. CAG: Door griffie HR is bij OM geïnformeerd naar status van inbeslaggenomen voorwerpen. In reactie hierop heeft OM de griffie laten weten dat voorwerpen zijn vernietigd en dat daartoe machtiging a.b.i. art. 117 Sv is verleend. Dit betekent dat klaagster geen belang meer heeft bij haar cassatieberoep tegen beschikking Rb en dat zij om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar beroep.
Klaagster n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 februari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:126Hoge Raad · 2 april 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:507
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03652 B
Datum 2 april 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 5 september 2022, nummer RK 22/016638, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft N.J.H. Lina, advocaat te Groningen, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.1 tot en met 2.4.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2024.