Gaza nr. AUA202403311
DE DIRECTEUR VAN DE DIENST OPENBARE WERKEN,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER, hierna ook te noemen: directeur DOW,
gemachtigden: mrs. J.J.S. Poeran en Y.F.M. Kaarsbaan (DWJZ).
INLEIDING
1. In deze uitspraak beoordeelt het gerecht het bezwaar van klager tegen de brief van 29 augustus 2024 van verweerder (hierna: de bestreden brief), waarbij verweerder klager waarschuwt en hem aanbiedt om deel te nemen aan een coachingstraject.
1.1
Verweerder heeft op 21 juli 2025 een contramemorie met onderliggende stukken ingediend. Hierna heeft klager, op 9 december 2025, nadere producties ingediend.
1.2
Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 23 februari 2026, waar klager in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn voornoemde gemachtigde, en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. Y.F.M. Kaarsbaan.
1.3
De uitspraak is hierna nader bepaald op heden.
Overwegingen
OVERWEGINGEN
Wat staat in de bestreden brief?
2. In de brief van 29 augustus 2024, met als onderwerp “herhaaldelijke grove overtredingen c.q. gedragingen” staat -voor zover hier van belang- het volgende:
“(…) Op donderdag 22 augustus 2024 hebben wij een incident gemeld gekregen waarin u een aantal grove overtredingen c.q. gedragingen zou hebben geuit naar een collega contractant. Dit gedrag is absoluut onacceptabel en in strijd met onze bedrijfsrichtlijnen en gedragsregels, zoals vermeld in ons Huishoudelijk reglement. (…)
Bij navraag bij de collega’s die tijdens het incident aanwezig waren hebben wij geconcludeerd dat er inderdaad sprake was van een aantal grove overtredingen c.q. gedragingen.
(…) Deze overtredingen zijn niet alleen frequent, maar ook van ernstige aard, wat aanleiding geeft om een disciplinaire procedure op te starten. Derhalve is dit overigens een officiële waarschuwing dat herhaling van dergelijk gedrag zal leiden tot
nog
zwaardere disciplinaire maatregelen op grond van artikel 82 van de Lma.
Aanbod voor Coachingstraject
(…) Om deze reden bieden wij u de mogelijkheid om deel te nemen aan een coachingstraject. Dit traject is bedoeld om u te ondersteunen in het ontwikkelen van betere communicatieve vaardigheden, het leren omgaan met conflicten en het verbeteren van de samenwerking met collega’s.
Wij verzoeken u vriendelijk om binnen een week na ontvangst van deze brief te informeren door middel van een schrijven of u dit coachingstraject wilt volgen. (…)
Wij rekenen op uw medewerking en hopen op een constructieve voortzetting van onze samenwerking. (…)”.
Waar is klager het niet mee eens?
3.1
Klager heeft zich op het standpunt gesteld, dat de bestreden brief tot stand is gekomen op grond van valse beschuldigingen. Hij ontkent dat hij zich op de bewuste dag ongepast heeft gedragen, en stelt zich op het standpunt dat het juist de andere partij was die hem die dag heeft bedreigd. Hij heeft dit incident gelijk aan zijn leidinggevenden gemeld en heeft hierna tegen de andere partij aangifte gedaan. Volgens klager werd hij na dit incident ten onrechte niet meer toegestaan om zijn gebruikelijke werkzaamheden op het ‘field’ te verrichten, en wordt hij verplicht deel te nemen aan een coachingstraject. Klager heeft schriftelijk zijn ongenoegen tegen deze beschikking geuit en werd hierna uitgenodigd voor een gesprek met de directeur van de DOW. Bij dit gesprek heeft de directeur gepersisteerd in zijn standpunt dat klager een coachingstraject moest ondergaan, hetgeen klager heeft ervaren als een drukmiddel om hem te dwingen mee te doen aan dat traject. Aldus klager.
3.2
Klager verzoekt het gerecht de bestreden beschikking te vernietigen en verweerder op te dragen om hem onmiddellijk toe te staan zijn werkzaamheden te hervatten, met veroordeling van verweerder in de kosten.
Wat is het standpunt van verweerder?
4. Verweerder heeft gesteld dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en daartoe aangevoerd, dat de bestreden brief geen beschikking is in de zin van artikel 35, eerste lid van de Lma, nu de brief niet afkomstig is van het bevoegd gezag, en geen rechtsgevolgen voor klager heeft. In de bestreden brief heeft verweerder klager meegedeeld en gewaarschuwd dat een disciplinair onderzoek zal worden gestart naar aanleiding van een incident, en is klager vrijblijvend een coachingstraject aangeboden, nu ook andere collega’s aan dit traject meedoen. Tegen deze brief staat dus geen bezwaar open, aldus verweerder.
Is klager ontvankelijk in zijn bezwaar?
5.1
Voor zover hier van belang, bepaalt artikel 35, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak dat een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven.
5.2
In dit geval behelst de bestreden brief geen beschikking, noch een handeling in de zin van voornoemde bepaling. Immers, de waarschuwing dat een disciplinaire procedure zal worden opgestart en dat klager disciplinair kan worden gestraft, noch het aanbod om mee te doen aan een coachingstraject strijdt feitelijk of rechtens met de toepasselijke wet- of regelgeving. Tegen deze brief kan dan ook geen bezwaarschrift worden ingediend.
5.3
Nu de bestreden brief ook geen beslissing inhoudt over de aan klager opgedragen werkzaamheden, zal het gerecht voorbijgaan aan zijn stelling dat hij naar aanleiding van deze brief niet meer wordt toegestaan zijn gebruikelijke werkzaamheden uit te voeren.
11. Klager is niet-ontvankelijk in zijn bezwaar.
12. Voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten is geen aanleiding.
DE UITSPRAAK
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het bezwaar van klager niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door mr. A.A. Wever, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend:
binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest:
in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.