Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, bodemzaak civiel recht overig

ECLI:NL:OGEAA:2026:138

Op 13 May 2026 heeft de Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een bodemzaak procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is AUA202102833 AR, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEAA:2026:138.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
AUA202102833 AR
Datum uitspraak:
13 May 2026
Datum publicatie:
1 June 2026

Indicatie

Civiel, verdeling van de gemeenschap.

Uitspraak

Vonnis van 13 mei 2026

Behorend bij A.R. nr. AUA202102833

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende in Aruba,

eiseres,

hierna ook te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. D.G Kock,

tegen:

[Gedaagde],

wonende te Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1
DE PROCEDURE
1.1

Het verloop van de procedure tot 30 november 2022 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de door [eiseres] op de rol van 1 oktober 2025 genomen akte houdende uitlatingen, met producties (waaronder begrepen een proces-verbaal van de notaris van non-vereniging):

- de tegen [gedaagde] op 29 oktober 2025 verleende akte van niet dienen van een antwoordakte.

2.2

Vonnis is bepaald op heden.

Overwegingen

2
DE VERDERE BEOORDELING
2.1

Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen.

2.2

Partijen hebben zich ingevolge het laatste tussenvonnis tot de notaris gewend voor de verdeling van hun ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (hierna: de gemeenschap), maar hebben ter zake van die verdeling geen akkoord kunnen bereiken. Het Gerecht zal daarom de verdeling zelf vast stellen als volgt, waarbij voorop wordt gesteld dat [gedaagde] de door [eiseres] in haar laatste akte voorgestelde verdeling, welk voorstel grotendeels is gebaseerd op hetgeen partijen bij de notaris niet verdeeld hield, niet heeft bestreden. Het Gerecht zal daarom dat voorstel als hierna volgt onder 2.4 grotendeels in aanmerking nemen.

2.2 [

Gedaagde] heeft onbestreden gesteld dat van de gemeenschap de volgende bestanddelen deel uit maken en dat partijen het daarover bij de notaris eens waren:

a. het onroerend goed, kadastraal bekend als Land Aruba, Derde Afdeling Sectie D [sectie nummer], met daarop de woning met als adres [adres], met een vrije marktwaarde van Afl. 237.265,-- (hierna: de woning);

b. inboedelgoederen met een gezamenlijke waarde van Afl. 11.800,--

c. een auto van het merk KIA type Rio uit 2018 met een waarde van Afl. 28.000,--;

d. een auto van het merk Toyota type Yaris uit 2008 met een waarde van Afl. 7.000,--;

e. een bankrekening op naam van [gedaagde] bij de Aruba Bank met een positief saldo van Afl. 25.000,--;

f. een schuld op naam van [eiseres] bij Banco di Caribe van Afl. 14.375,25 (die zij zelf later heeft afgelost);

g. een schuld op naam van [gedaagde] bij Banco di Caribe van Afl. 24.500,-- (die hij zelf later heeft afgelost);

h. een creditcardschuld op naam van [eiseres] bij Banco di Caribe van Afl. 2.300,--;

i. een belastingschuld van 11.551,50.

2.3

Verder heeft [gedaagde] de in haar laatste akte neergelegde stelling van [eiseres], dat [gedaagde], anders dan [eiseres], na de echtscheiding van partijen in juni 2019 in de woning is blijven wonen en de inboedel daarvan is blijven gebruiken en dat hij daarvoor een gebruiksvergoeding dient te betalen aan [eiseres], niet nader betwist. Het Gerecht volgt [eiseres] daarom in die stelling. In het licht daarvan stelt [gedaagde] dat voor de berekening van bedoelde gebruiksvergoeding op jaarbasis 5% van de waarde van de woning in aanmerking moet worden genomen, aldus 5% van 237.265,-- = Afl. 11.863,25. Dat komt neer op maandelijks (11.863,25 : 12 =) Afl. 988,60. Het Gerecht volgt [eiseres] niet in die berekening, omdat in aanmerking genomen moet worden 5% van de helft van de waarde van de woning, nu de helft van de woning toebehoort aan [gedaagde] en de andere helft aan [eiseres]. Aldus komt het maandelijkse bedrag aan gebruiksvergoeding neer op (988,60 : 2 =) Afl. 494,30. Gerekend vanaf juni 2019 tot heden komt dat in totaal neer op (84 maanden x Afl. 494,30 =) Afl. 41.521,20, te vermeerderen met Afl. 494,30 voor iedere maand dat [gedaagde] na mei 2026 de woning in gebruik heeft.

2.4

In het licht van vorenstaande stelt het Gerecht de verdeling van de gemeenschap als volgt vast:

-de woning moet bij makelaar Century-21, of een door partijen gezamenlijk te bepalen andere makelaar, in de onderhandse verkoop worden gezet voor een koopsom van Afl. 237.265,-- (of een andere door partijen gezamenlijk te bepalen koopsom). Als die koopsom door een derde wordt geboden of meer dan dat, moet de woning aan die derde worden verkocht. De termijn waarbinnen de woning onderhands te koop wordt aangeboden bedraagt 12 maanden gerekend vanaf de uitspraak van dit vonnis, of een door partijen gezamenlijk af te spreken andere termijn. Na ommekomst van die termijn is ieder der partijen bevoegd om de woning zonder toestemming van de ander aan te brengen op de veiling om die in het openbaar te doen verkopen met als inzetprijs 70 procent van de hiervoor vermelde koopsom, ofwel Afl. 166.085,50 (of een andere door partijen gezamenlijk te bepalen andere inzetprijs). Bepaald zal worden dat dit vonnis in de plaats treedt voor alle vereiste door [gedaagde] te verrichten rechtshandelingen (1) voor het sluiten van de bemiddelingsovereenkomst met de makelaar, (2) voor de totstandkoming van de verkoopovereenkomst met een eventuele koper van de woning en (3) voor de levering van de woning aan de koper daarvan indien en voorzover [gedaagde] weigert zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van de bemiddelingsovereenkomst met de makelaar en/of de totstandkoming van de koopovereenkomst en/of de levering van de woning aan de koper daarvan. Na aftrek van alle met de verkoop van de woning gemoeid gaande kosten moet de netto verkoopopbrengst gelijkelijk worden verdeeld tussen partijen (met inachtneming van (1) hetgeen hierna is overwogen onder het laatste liggende streepje ter zake van de belastingschuld van partijen en (2) de voorlaatste volzin van rechtsoverweging 2.6);

-de hiervoor onder c. vermelde auto zal worden toebedeeld aan [gedaagde], terwijl [gedaagde] dienaangaande ten titel van overbedeling (28.000,-- : 2 =) Afl. 14.000,-- verschuldigd is aan [eiseres];

-de hiervoor onder e. vermelde bankrekening zal worden toebedeeld aan [gedaagde], terwijl [gedaagde] dienaangaande ten titel van overbedeling (25.000,-- : 2 =) Afl. 12.500,-- verschuldigd is aan [eiseres];

-de hiervoor onder b. omschreven inboedelgoederen zullen worden toebedeeld aan [gedaagde], terwijl [gedaagde] dienaangaande ten titel van overbedeling (11.800,-- : 2 =) Afl. 5.900,-- verschuldigd is aan [eiseres];

-de hiervoor onder d. omschreven auto zal worden toebedeeld aan [eiseres], terwijl [eiseres] dienaangaande ten titel van overbedeling (7.000,-- : 2 =) Afl. 3.500,-- verschuldigd is aan [gedaagde];

-de hiervoor onder f. vermelde schuld zal worden toebedeeld aan [eiseres], terwijl [gedaagde] dienaangaande ten titel van schuldoverbedeling (14.375,25 : 2 =) Afl. 7.187,63 verschuldigd is aan [eiseres];

-de hiervoor onder g. vermelde schuld zal worden toebedeeld aan [gedaagde], terwijl [eiseres] dienaangaande ten titel van schuldoverbedeling (24.500,-- : 2 =) Afl. 12.250,-- verschuldigd is aan [gedaagde];

-de hiervoor onder h. vermelde schuld zal worden toebedeeld aan [eiseres], terwijl [gedaagde] dienaangaande ten titel van schuldoverbedeling (2.300,-- : 2 =) Afl. 1.500,-- verschuldigd is aan [eiseres];

-de hiervoor onder i vermelde belastingschuld dient te worden betaald uit de bruto opbrengt van de verkoop van de woning; de notaris dient daarvoor zorg te dragen.

2.5

Resumerend geldt op grond van vorenstaande verdeling het volgende:

i. [Gedaagde] is uit hoofde van (schuld)overbedeling verschuldigd aan [eiseres]: (14.000,-- + 12.500,-- + 5.900,-- + 7.187,63 + 1.500,-- =) Afl. 41.087,63;

ii. [Eiseres] is uit hoofde van (schuld)overbedeling verschuldigd aan [gedaagde] (3.500,-- + 12.250,-- =) Afl. 15.750,--.

2.6

Aldus is [gedaagde] na verrekening van het hiervoor onder ii. vermelde bedrag (41.087,63 minus 15.750,-- =) Afl. 25.337,63 verschuldigd aan [eiseres]. Daar komt bij de hiervoor onder 2.3 vastgestelde totaalvergoeding voor het gebruik door [gedaagde] van de woning met inboedel ad Afl. 41.521,20, te vermeerderen met Afl. 494,30 voor iedere maand dat [gedaagde] na mei 2026 de woning in gebruik heeft. Aldus is [gedaagde] in totaal aan [eiseres] verschuldigd (25.337,63 + 41.521,20 =) Afl. 66.858,83, te vermeerderen met Afl. 494,30 voor iedere maand dat [gedaagde] na mei 2026 de woning in gebruik heeft. Dit door [gedaagde] aan [eiseres] verschuldigde bedrag dient ten behoeve van [eiseres] te worden verrekend met de aan [gedaagde] toekomende helft van de netto opbrengst van de verkoop van de woning. Ook hiervoor dient de notaris, net als met betrekking tot betaling van de belastingschuld van partijen, zorg te dragen.

2.7

In de aard van deze tussen voormalige echtelieden gevoerde procedure ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren tussen partijen als na te melden.

2.8

Al het vorenstaande leidt tot de volgende verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen, waarbij naar billijkheid rekening is gehouden met de belangen van partijen en het openbaar belang in de zin van het eerste lid van artikel 3:185 BW.

3
DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

3.1.1

bepaalt dat de woning bij makelaar Century-21, of een door partijen gezamenlijk te bepalen andere makelaar, in de onderhandse verkoop moet worden gezet voor een koopsom van Afl. 237.265,-- of een door partijen gezamenlijk te bepalen andere koopsom;

3.1.2

bepaalt dat als voormelde door het Gerecht bepaalde koopsom of de door partijen gezamenlijk bepaalde andere koopsom door een derde wordt geboden of meer dan dat, de woning aan die derde moet worden verkocht;

3.1.3

bepaalt dat de termijn waarbinnen de woning onderhands te koop wordt aangeboden gerekend vanaf de uitspraak van dit vonnis 12 maanden bedraagt, of een door partijen gezamenlijk af te spreken andere termijn;

3.1.4

bepaalt dat na ommekomst van voormelde door het Gerecht bepaalde termijn of een door partijen gezamenlijk af te spreken andere termijn ieder der partijen bevoegd is om de woning zonder toestemming van de ander aan te brengen op de veiling om die in het openbaar te doen verkopen met als inzetprijs 70 procent van de hiervoor vermelde koopsom, ofwel Afl. 166.085,50 (of een door partijen gezamenlijk te bepalen andere inzetprijs);

3.1.5

bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt voor alle vereiste door [gedaagde] te verrichten rechtshandelingen (1) voor het sluiten van de bemiddelingsovereenkomst met de makelaar, (2) voor de totstandkoming van de verkoopovereenkomst met een eventuele koper van de woning en (3) voor de levering van de woning aan de koper daarvan indien en voorzover [gedaagde] weigert zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van de bemiddelingsovereenkomst met de makelaar en/of de totstandkoming van de koopovereenkomst en/of de levering van de woning aan de koper daarvan;

3.1.6

bepaalt dat, na aftrek van alle met de verkoop van de woning gemoeid gaande kosten (en de hierna onder 3.4 vermelde belastingschuld), de netto verkoopopbrengst gelijkelijk moet worden verdeeld tussen partijen;

3.2

aan [gedaagde] wordt het volgende toebedeeld:

-de hiervoor onder c. vermelde auto;

-de hiervoor onder e. vermelde bankrekening;

-de hiervoor onder b. omschreven inboedelgoederen;

-de hiervoor onder g. vermelde schuld;

3.3

aan [eiseres] wordt het volgende toebedeeld:

-de hiervoor onder d. omschreven auto;

-de hiervoor onder f. vermelde schuld;

-de hiervoor onder h. vermelde schuld;

3.4

bepaalt dat de hiervoor onder i. vermelde belastingschuld van partijen dient te worden betaald uit de bruto opbrengt van de verkoop van de woning en dat de notaris daarvoor zorg dient te dragen;

3.5

stelt vast op grond van hetgeen hiervoor is overwogen onder 2.5 en 2.6 dat [gedaagde] in totaal Afl. 66.858,83 aan [eiseres] verschuldigd is, te vermeerderen met Afl. 494,30 voor iedere maand dat [gedaagde] na mei 2026 de woning in gebruik heeft;

3.6

bepaalt dat de hiervoor onder 3.5 vermelde door [gedaagde] aan [eiseres] verschuldigde bedragen ten behoeve van [eiseres] worden verrekend met de aan [gedaagde] toekomende helft van de netto opbrengst van de verkoop van de woning, en bepaalt voorts dat ook hiervoor de notaris zorg dient te dragen;

3.7

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.8

compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

3.9

wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier.