Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, bodemzaak civiel recht overig

ECLI:NL:OGEAA:2026:140

Op 13 May 2026 heeft de Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een bodemzaak procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is AUA202204586 AR, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEAA:2026:140.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
AUA202204586 AR
Datum uitspraak:
13 May 2026
Datum publicatie:
1 June 2026

Indicatie

Civiel, vordering.

Uitspraak

Uitspraak van 13 mei 2026

behorend bij A.R. nr. AUA 202204586

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap ROMAR TRADING N.V.

gevestigd in Aruba

eiseres in conventie, verweerster in reconventie

hierna: RT

gemachtigde: mr. D.G. Kock

tegen:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (J.M.K.) ISLAND BURGER RESTAURANT VBAeveneens gevestigd in Aruba

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

hierna: BK

gemachtigde: voorheen mr. A.C. Herrera en A.K.E. Henriquez, thans mr. D.M. Canwood.

1
DE PROCEDURE EN DE KERN VAN DE ZAAK
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingediend op 14 december 2022

- de rolbeschikking van 8 november 2023

- de conclusie van antwoord, tevens van eis in reconventie van 15 november 2023, met een incidentele vordering tot benoeming van een deskundige en overlegging van een document

- het antwoord in het incident van 13 december 2023

de akte van 7 februari 2024 waarmee BK in het incident reageert op producties van RT

het vonnis van 8 mei 2024 in het incident

de conclusie van repliek (in conventie) en van antwoord in reconventie van 3 juli 2024

de conclusie van dupliek en van repliek in reconventie van 16 oktober 2024

de akte uitlating producties (in conventie), tevens conclusie van dupliek in reconventie van 13 november 2024.

de naam van gedaagde

1.2.

In het verzoekschrift noemt RT haar tegenpartij Island Burger Restaurant VBA terwijl BK die naam laat voorafgaan door de letters JMK. Omdat geen van beide partijen ingaat op het naamsverschil zal het Gerecht aannemen dat er geen twijfel over bestaat dat daarmee dezelfde vennootschap is bedoeld. In de kop van het vonnis is dit tot uitdrukking gebracht.

de kern van dit vonnis

1.3.

In essentie is in geschil welke strekking een prijsafspraak heeft die partijen hebben gemaakt en waarmee zij zijn afgeweken van hun overeenkomst: BK geeft aan die afspraak een ruimere werking dan RT. Het Gerecht geeft RT gelijk, maar wacht met de eindbeslissing omdat het nadere informatie nodig heeft over de geldigheid van een boetebeding, waarop RT een beroep doet.

Overwegingen

2
DE BEOORDELING VAN HET GESCHIL

de vaststaande feiten

2.1.

Tussen partijen staat het volgende vast.

-a- BK exploiteert of exploiteerde meerdere fast food restaurants in Aruba. RT houdt zich onder meer bezig met de inkoop, opslag en levering van restaurantproducten. RT heeft met ingang van 12 maart 2020 op basis van de door partijen met elkaar gesloten Distribution Agreement producten voor BK ingekocht, voor haar opgeslagen en geleverd aan haar filialen.

-b- Artikel 4 van de Distribution Agreement bevat onder meer de tekst

PRICING POLICIES AND PRICE LISTS . … The pricing structure for BURGER KING shall be as follows: Distributor agrees to sell all products to BK stores with a 13% gross margin i.e:. ’ …

-c- Artikel 5 van de Distribution Agreement kent een boetebeding en bevat onder meer de tekst:

CREDIT TERMS .. Credit terms for stores with no outstanding balances are net (45) day terms. i.e.: all January invoices are to be paid no later than February 15th. In the event BK ISLAND RESTAURANT average outstanding accounts payable to the Distributor exceeds (45) days. ROMAR TRADING will be entitled to charge a 12.5% extra of the outstanding balance per each month that the payment is behind. …

-d- De Distribution Agreement is geëindigd.

de vordering in conventie

2.2.

RT heeft de procedure gestart. Zij wil een veroordeling van BK om haar Afl. 873.800,35 te betalen, verhoogd met rente en proces- en beslagkosten. Bij conclusie van repliek heeft zij haar eis vermeerderd en betaling gevorderd van de contractuele boete van artikel 5 van de Distribution Agreement. De hoofdsom is volgens RT het verschil tussen het bedrag dat BK moet betalen voor de leveranties en het bedrag dat BK daarvoor heeft betaald.

2.3.

BK voert aan dat het verschil tussen die bedragen Afl. 523.548,54 is en wil dat het Gerecht de vordering van RT geheel of gedeeltelijk afwijst. RT gaat van een verkeerd restantbedrag uit omdat zij in een aantal facturen ten onrechte een marge van 13% in rekening heeft gebracht, terwijl zij recht had op slechts 9%, aldus het verweer van BK.

de vordering in reconventie

2.4.

BK heeft een tegenvordering ingesteld. Zij wil dat het Gerecht RT veroordeelt om het teveel in rekening gebrachte bedrag van Afl. 494.087,77 te betalen - aan KFC, dus niet aan BK - met rente, incasso- en proceskosten, en dat het Gerecht bepaalt dat BK haar schuld aan RT mag verrekenen met een vordering van KFC op RT.

2.5.

RT erkent dat zij in september/oktober 2021 een marge van 9% of 9½% met BK heeft afgesproken, maar voert aan dat die afspraak slechts voor de producten gold die niet door RT waren ingekocht, maar die BK bij haar in opslag had gegeven nadat BK een nieuwe ‘achterligger’ (ultimate beneficiary owner - UBO) had gekregen.

de prijsafspraak

2.6.

BK beroept zich op een prijsafspraak waarbij partijen zij afgeweken van artikel 4 van de Distribution Agreement. Volgens haar is de afspraak vastgelegd in drie mailberichten. Zij beroept zich op de volgende passages uit die berichten:

uit het bericht van 8 september 2021 van RT aan BK:

Bon dia Jerritza, Adhunto ricibi e open balance statement nan pa luna di July 2021. Tambe si Jerritza por manda e correctie nan pa cada factura cu nan correctie preis pa intern nos por regla esaki a.s.a.p. …

uit het bericht van 22 september 2021 van BK aan RT:

Tocante e price adjustment, contrario na nos contract, nos a baha e margin di 13% pa 9.5% como buena fe. …

uit het bericht van 19 oktober 2021 van RT aan BK

Desde e dia cu nos a busca e productonan aki nos a hacie duidelijk cu Nella  (Voetnoot 1) cu nos loa. Cobra 13.5% ora di delivery, pero pa werk mee, nos a baha e prijs di 13.5% pa 9.5% pa e productonen aki so concerniendo overname productonan di Burger King.

2.7.

BK wijst in dit verband ook nog op art 4 van de Supply Agreement, welke overeenkomst de basis was voor leveranties van RT aan KFC vanaf 1 april 2017. Ook daarin wordt een marge van 13% genoemd ‘for all products’, maar anders dan in de Distribution Agreement bevat de Supply Agreement de bepaling dat KFC een marge van 9.5% is verschuldigd ‘for all frozen chicken and fries which are bought and paid for JMK Island restaurants’.

2.8.

BK heeft aan haar uitleg van de prijsafspraak van 2021 geen andere feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd dan hiervoor weergegeven. De onderbouwing van die uitleg moest wel door haar worden gegeven, omdat zij zich beroept op de afwijking van artikel 4 van de Disribution Agreement. In de tekst van de mailberichten en die van de Supply Agreement hebben partijen redelijkerwijs gelezen dat de lagere marge alleen (‘so’) gold voor producten die van KFC en BK waren en die dus niet door RT waren ingekocht. Onmiskenbaar ging het daarbij om de bedrijfsvoorraden die RT in opslag had genomen toen in 2017 KFC en in 2020 BK door dezelfde nieuwe UBO werden overgenomen. Daarna heeft RT namelijk de producten voor BK en KFC ingekocht.

2.9.

Het wordt nog duidelijker dat partijen de bedoeling hadden om de prijsafspraak alleen voor de overname voorraden golden als daarbij wordt betrokken wat KFC (KFC en BK hadden in 2021 kennelijk dezelfde leiding) op 12 oktober 2021 aan RT heeft gemaild (zie productie 45 bij de conclusie van dupliek/repliek van BK):

‘… Price adjustments: nos tin basta tempo ta going back and forward tocante prijs … Esaki ta abase cu nos como Burger King a pasa un cantidad di product pa warehouse di Romar Trading na balor di awg. 0.00 como esy ta producto nan di nos pero to wordo factura na momento di hasi delivery riba invoice. e prijs verschil y invoice ta algo interno di boso di cual mester wordo drecha pa hasi e payments nan klop. … Nos ta paga abase di un sheet cu nos ta verreken nos producto y loke ta producto di Romar nos ta paga e prijs mane mester ta. …

Het ging dus in de ogen van de medewerkers van BK en KFC om de producten die niet door RT waren ingekocht en die KFC en BK aan RT in opslag hebben gegeven hierbij maakt het geen verschil of die producten door KFC/BK werden gebracht, dan wel door RT werden opgehaald. Dat de ‘price adjustment’ ook voor andere producten zijn gemaakt, heeft BK niet onderbouwd.

BK heeft onvoldoende gesteld

2.10.

Uit het voorgaande volgt dat RT sinds de start van de samenwerking in 2020 producten heeft geleverd waarvoor zij niet een marge van 13%, maar van slechts 9% of 9½% mocht rekenen. Dat RT met haar vordering van Afl. 873.800,35 ook betaling vordert voor leveranties uit de voorraad producten die BK in 2020 bij haar in opslag heeft gegeven, heeft BK niet aangevoerd. Hieruit volgt dat de facturen die op die leveranties zien inmiddels zijn betaald. Het had op de weg van BK gelegen om te stellen dat en in hoeverre zij die betalingen onverschuldigd heeft gedaan. Dat heeft zij niet gedaan. Dit heeft tot gevolg dat de vordering van RT tot betaling van de hoofdsom onvoldoende is weersproken. De meningen van de accountants waar partijen zich over en weer op beroepen kunnen hier niets aan toe- of afdoen en BK heeft geen andere feiten en omstandigheden gesteld die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden. Het Gerecht gaat daarom aan haar bewijsaanbiedingen voorbij.

de boetebepaling

2.11.

Artikel 5 van de Distribution Agreement houdt in dat BK bij te late betaling een boete is verschuldigd van 12½ % van het openstaande bedrag per maand. Bij conclusie van repliek/antwoord heeft RT voor het eerst aanspraak gemaakt op de boete, dit met ingang van 14 december 2022. BK heeft op deze bijkomende vordering niet afzonderlijk gereageerd. In beginsel moet het Gerecht BK dan ook tevens veroordelen tot betaling van, in feite, 4½ tot 5 miljoen florin (ruim 40 maanden à 12.5% van de hoofdsom). RT vordert bovendien betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom.

2.12.

Gelet op deze uitkomst dringt de vraag zich op of hier sprake is van een woekerboete, die in strijd is met de goede zeden. Indien dat zo is, moet het Gerecht ambtshalve beoordelen welke gevolgen daaraan worden verbonden. Dit oordeel zal zijn gebaseerd op de omstandigheden van het geval (zie de artikelen 3:40, 3:41 en 3:42 BW en de jurisprudentie daarover). Daarover heben partijen geen discussie gevoerd. Het Gerecht ziet hierin aanleiding om hen in staat te stellen zich bij akte gelijktijdig uit te laten over de geldigheid van het boetebeding en over de eventuele gevolgen van de nietigheid daarvan. Zij mogen vervolgens bij antwoordakte op de akte van hun tegenpartij reageren. Van belang lijkt onder meer te zijn welk karakter de boetebepaling heeft (is het een prikkel tot nakoming of gaat het om vaststelling van vertragingsschade?) en welke belangen van partijen zijn betrokken bij het naleven van de boetebepaling (welke gevolgen heeft dat met name voor BK?).

tijd voor een schikking?

2.13.

Een aktewisseling is uiteraard niet nodig indien partijen overeenstemming met elkaar kunnen bereiken over een regeling van het geschil en de procedure op de rolzitting van het Gerecht laten doorhalen.

de slotsom

2.14.

De vordering van RT tot betaling van de hoofdsom blijkt gegrond, maar de toewijzing daarvan moet wachten op aktes die partijen gelijktijdig kunnen indienen op de rolzitting om zich uit te laten over de boetebepaling. Zij krijgen daarna gelegenheid om – eveneens gelijktijdig – bij antwoordakte te reageren op de akte die hun tegenpartij indient.

2.15.

Het lot van de vorderingen van BK hangt af van de uitkomst in de procedure met zaaknummer 202204425AR en daarop zal daarom ook pas later worden beslist.

Beslissing

3
DE BESLISSINGEN

Het Gerecht:

in conventie:

verwijst de zaak naar zijn rolzitting van woensdag 10 juni 2026 om elk van de twee partijen in staat te stellen dan gelijktijdig een akte in te dienen, zoals bedoeld in rechtsoverweging 2.12 van dit vonnis, en houdt iedere verdergaande beslissing aan

in reconventie

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.E. de Boer, rechter-plv. en is door de rolrechter mr. A.J.J. van Rijen uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoot

Voetnoot 1

Nella Geerman is of was destijds de General Manager van BK