Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, bodemzaak civiel recht overig

ECLI:NL:OGEAA:2026:186

Op 25 March 2026 heeft de Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een bodemzaak procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is AUA201802454, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEAA:2026:186.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
AUA201802454
Datum uitspraak:
25 March 2026
Datum publicatie:
7 August 2026

Indicatie

Civiel, ontbonden gemeenschap, onverdeelde huwelijksgoederengemeenschap, huurpenningen.

Uitspraak

Vonnis van 25 maart 2025 (bij vervroeging)

Behorend bij A.R. AUA201802454 AR

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[Eiseres],

te Aruba,

eiseres,

hierna te noemen: [eiseres],

gemachtigde: voorheen mr. J.M.R.F. Scheper, thans mr. G.L. Griffith,

tegen:

1
[Gedaagde 1],

te Aruba,

hierna ook te noemen: [gedaagde 1],

gemachtigde: mr. M.A. Kock,

en

2. [Gedaagde 2],

hierna ook te noemen: [gedaagde 2],

3. [Gedaagde 3],

Hierna ook te noemen: [gedaagde 3],

4. [Gedaagde 4],

hierna ook te noemen: [gedaagde 4],

5. [Gedaagde 5],

hierna ook te noemen: [gedaagde 5],

6. [Gedaagde 6],

hierna ook te noemen: [gedaagde 6],

allen te Aruba,

hierna gezamenlijk te noemen: [gedaagden].

gemachtigde: mr. A.J. Swaen.

1
DE PROCEDURE
1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit de tussenvonnissen in deze zaak van 27 februari 2019 en 11 januari 2023 weergegeven gang van zaken en genoemde stukken.

1.2

Bij laatstgenoemd tussenvonnis is een comparitie van partijen gelast die heeft plaatsgevonden op 14 maart 2023. Partijen, met uitzondering van gedaagde sub 1 zijn verschenen. Ter zitting is gesproken over een mogelijke regeling tussen partijen. Nadat vervolgens op 1 juni 2023 een nadere comparitie van partijen had plaatsgevonden, is de zaak naar de (parkeer)rol verwezen voor akte uitlating partijen.

1.3

Op de rol van 21 januari 2026 is door [eiseres] een akte uitlating regeling genomen. Tegen de gedaagden sub 1 tot en met 3, 5 en 6 is akte niet dienen verleend.

1.4

Vervolgens is vonnis bepaald.

Overwegingen

2
DE VORDERING EN BEOORDELING
2.1

Het gaat in deze zaak om het volgende.

2.1.1 [

Eiseres] was in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met [echtgenoot van eiseres]. Dit huwelijk is op 19 februari 2004 door echtscheiding ontbonden. Uit het huwelijk zijn drie kinderen geboren die inmiddels allen meerderjarig zijn. Na de echtscheiding van [eiseres] en [echtgenoot van eiseres] is [echtgenoot van eiseres] in tweede echt in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met gedaagde sub 1. Uit dit huwelijk is op 20 januari 2006 geboren [minderjarige] (hierna: [minderjarige]). [Echtgenoot van eiseres] is op 5 oktober 2010 in Aruba overleden. Hij was de zoon van gedaagden sub 2 en 3 en de broer van gedaagden sub 4, 5 en 6.

2.1.2

Tot de onverdeelde huwelijksgoederengemeenschap tussen [eiseres] en [echtgenoot van eiseres] behoort de onroerende zaak gelegen te [adres] te Aruba. Op het perceel is een woning en twee appartementen gebouwd. De woning werd bewoond door gedaagden sub 2 en 3 (de ouders van [echtgenoot van eiseres]). De appartementen worden verhuurd. In deze procedure vordert [eiseres] (naar het Gerecht begrijpt en kort gezegd) dat deze onroerende zaak in het kader van de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen [eiseres] en [echtgenoot van eiseres] wordt verkocht en dat de verkoopopbrengst en de geïnde huurgelden worden verdeeld.

2.2

Bij akte uitlating regeling is namens [eiseres] bericht dat op grond van de inmiddels verkregen verklaring van erfrecht vast staat dat [echtgenoot van eiseres] als zijn enig erfgenaam heeft achtergelaten zijn zoon [minderjarige]. Dit betekent dat gedaagden sub 2 tot en met 6 geen deelgenoot zijn in en/of aanspraken hebben op de verkoopopbrengst van de onroerende zaak.

2.3

Omdat gedaagden sub 2 tot en met 6 geen deelgenoot zijn in de onroerende zaak of aanspraak hebben op de verkoopopbrengst daarvan, zal de vordering van [eiseres] tot verkoop van de onroerende zaak en verdeling van de verkoopopbrengst jegens hen worden afgewezen. Ook deze jegens gedaagde sub 1 ingestelde vordering wordt afgewezen bij gebrek aan belang, omdat tussen [eiseres] en gedaagde sub 1, zoals tijdens de comparitie van 1 juni 2023 is meegedeeld, over de onroerende zaak een regeling is bereikt.

2.4

In de akte uitlating regeling is verder meegedeeld dat [eiseres] en [minderjarige] voor wat betreft het aandeel van [minderjarige] in de onroerende zaak overeenstemming hebben bereikt (de onroerende zaak is verdeeld en het aandeel van [minderjarige] is aan [eiseres] geleverd) en dat [minderjarige] ermee heeft ingestemd dat de huurpenningen aan [eiseres] worden toegedeeld. Tevens is verzocht in een proces-verbaal of vonnis op te nemen dat de huurpenningen die de deurwaarder uit hoofde van het namens [eiseres] gelegde beslag onder zich heeft aan [eiseres] toekomen en aan haar worden toegedeeld. Dit verzoek is echter niet toewijsbaar, omdat [minderjarige] geen partij is in deze procedure.

2.5

Het Gerecht begrijpt uit de akte uitlating regeling van [eiseres] dat zij niet langer aanspraak maakt op de voor het gelegde beslag (volgens haar door gedaagden sub 2 tot en met 6) ontvangen huurpenningen en dat zij niet langer vordert dat gedaagden rekening en verantwoording afleggen over de door hun ontvangen huurpenningen, maar dat zij (slechts) wil dat de huurpenningen waarop beslag is gelegd aan haar worden uitgekeerd. Het Gerecht begrijpt haar vordering om de verdeling van de geïnde huurpenningen te bevelen daarom aldus, dat zij vordert dat de huurpenningen waarop beslag is gelegd (en waarop zij en gedaagde sub 1 (al dan niet ten dele) aanspraak hebben) zonder nadere verrekening aan haar worden toegedeeld. Tevens begrijpt het Gerecht dat [eiseres] deze vorderingen intrekt voor zover tegen gedaagden sub 2 tot en met 6 ingesteld.

2.6 [

Eiseres] zal in de gelegenheid worden gesteld zich erover uit te laten of haar vorderingen (zoals in het inleidend verzoekschrift onder het vierde en vijfde bullet point weergegeven) inderdaad op deze manier moeten worden begrepen. Indien dit zo is, dan zal [eiseres] tevens uiteen moeten zetten vanaf en tot welk moment precies beslag is gelegd en vanaf welk moment gedaagde sub 1 haar aandeel in de onroerende zaak aan [eiseres] heeft overgedragen. Ook zal [eiseres] stukken in het geding moeten brengen waaruit blijkt dat [minderjarige] zijn aandeel in deze huurpenningen aan haar heeft overgedragen. Vervolgens zullen gedaagden in de gelegenheid worden gesteld op deze vordering en stellingen te reageren.

2.7

De zaak zal naar de rol worden verwezen voor akte uitlating door [eiseres] zoals hiervoor bedoeld. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3
DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

3.1

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 22 april 2026 voor akte uitlating door [eiseres] zoals hiervoor in 2.6 omschreven;

3.2

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.