Vonnis van 25 maart 2026
Behorend bij A.R. no. AUA202502151
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Eiser],
wonende te Aruba,
eiser,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. H.F. Falconi,
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het inleidend verzoekschrift van [eiser], met producties, van 15 juli 2025;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] en [gedaagde 2], met producties, van 8 oktober 2025;
- de rolbeschikking van 19 november 2025 waarbij een comparitie is bepaald.
1.2
De comparitie van partijen heeft op 10 februari 2026 plaatsgevonden. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd. Partijen hebben vragen van het Gerecht beantwoord, het woord gevoerd en op elkaars stellingen gereageerd of kunnen reageren. Ter zitting is door [eiser] een productie en door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een tweetal producties overgelegd.
1.3
Vonnis is vervolgens bepaald op vandaag.
2.1
Op 21 augustus 2023 is de moeder van partijen, [moeder van partijen], overleden. De moeder heeft niet bij uiterste wil beschikt. Partijen zijn de gezamenlijke erfgenamen van de moeder. Zij hebben allen de nalatenschap zuiver aanvaard.
2.2
Tot de nalatenschap van de moeder behoort de onroerende zaak aan de [adres 1] te [locatie 1]. Op het perceel grond is een woning gebouwd en een appartement.
2.3 [
Eiser] woont sinds 2016 in het appartement.
3.1 [
Eiser] vordert – kort gezegd - dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de nalatenschap wordt bevolen, waarbij de onroerende zaak [adres 1] tegen een waarde van Afl. 167.585,- , met verrekening van de investeringen van [eiser] in de onroerende zaak van Afl. 70.800,- aan [eiser] wordt toegedeeld, onder de verplichting om aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een overbedelingsvergoeding van Afl. 32,32,261,67 per persoon te betalen.
3.2 [
Eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat het partijen niet is gelukt om onderling tot een verdeling te komen, dat hij het appartement op zijn kosten heeft gebouwd en dat hij recht heeft op verrekening daarvan en dat hij, nu hij al jarenlang woont in het appartement, recht op en belang bij toedeling heeft.
3.3 [
Gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben verweer gevoerd en geconcludeerd tot gedeeltelijk afwijzing van het gevorderde. Zij betwisten de gestelde investeringen door [eiser] in de onroerende zaak en ook de door [eiser] gestelde waarde. [Gedaagde 1] wil dat de onroerende zaak aan haar wordt toegedeeld en tevens menen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat [eiser] is gehouden een gebruiksvergoeding te betalen.
3.4
Op de stellingen van partijen wordt hierna – voor zover van belang – ingegaan.
Overwegingen
4.1
Tot de nalatenschap van de moeder van partijen behoort de hiervoor in 2.2 genoemde onroerende zaak. Hoewel partijen aanvankelijk een overeenkomst zijn aangegaan over de (wijze van) verdeling van de onroerende zaak, is tussen partijen niet in geschil dat deze overeenkomst niet langer tussen hen geldt en dat over de verdeling moet worden beslist.
4.2
Niet is in geschil dat enkel de onroerende zaak tot de te verdelen nalatenschap van de moeder behoort. Nu zowel [eiser] als [gedaagde 1] willen dat de onroerende zaak aan hen wordt toegedeeld en (omdat slechts een taxatie per 23 oktober 2023 is overgelegd) niet duidelijk is wat de huidige waarde van de onroerende zaak is en of beiden de toedeling ook tegen die waarde willen en kunnen financieren, zal het Gerecht een deskundige benoemen teneinde de marktwaarde van de onroerende zaak per datum taxatie te bepalen. Na ontvangst van het taxatierapport zullen [eiser] en [gedaagde 1] in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vraag of zij de toedeling tegen de getaxeerde waarde wensen. Zo ja, dan dienen zij bij de akte (onderbouwd met stukken van een bank) aan te tonen dat zij de toedeling ook kunnen financieren.
4.3
Tijdens de comparitie van partijen hebben partijen te kennen gegeven dat zij willen dat het Gerecht de persoon van de deskundige bepaalt. Gelet hierop zal het Gerecht de taxateur [taxateur] van [bedrijfsnaam] tot deskundige benoemen. De deskundige heeft zich bereid verklaard de opdracht te aanvaarden.
4.4
Partijen zijn verplicht om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. Het Gerecht zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Voldoet een van partijen niet aan deze verplichtingen, dan kan het Gerecht in het nadeel van die partij beslissen.
4.5
De deskundige heeft het Gerecht desgevraagd meegedeeld de kosten van het onderzoek, gelet op de aard en omvang van de te verrichten werkzaamheden, vooralsnog te begroten op Afl. 500,-. Het aan de deskundige te betalen voorschot zal worden vastgesteld op dit bedrag, tenzij binnen twee weken na heden schriftelijk gemotiveerd bezwaar tegen de hoogte van dit voorschot ter griffie is ingekomen. In laatstgenoemd geval zal het Gerecht nader beslissen over de begroting van het voorschot.
4.6 [
Eiser] zal het voorschot moeten voldoen. Als het voorschot niet wordt betaald, kan het Gerecht daaruit de gevolgtrekking maken die het geraden acht. De deskundige dient zijn werkzaamheden niet aan te vangen voordat het voorschot is ontvangen.
Investeringen door [eiser]
4.7 [
Eiser] heeft onvoldoende weersproken gesteld dat hij vanaf 2007 (bouw)werkzaamheden op en aan de onroerende zaak heeft verricht en betaald. Zo heeft hij een betonnen vloer gestort en het op het perceel gelegen appartement gebouwd. Nu dit bij leven van de moeder is gebeurd en de moeder in de op het perceel gelegen woning woonde, gaat het Gerecht ervan uit dat dit (anders dan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] menen) met toestemming van de moeder is gebeurd. Concrete, voor bewijs vatbare feiten en/of omstandigheden voor een andersluidend oordeel zijn niet gesteld of gebleken..
4.8
Desgevraagd heeft [eiser] verklaard dat hij geen afspraken met de moeder heeft gemaakt over de (terug)betaling van de kosten voor deze bouwwerkzaamheden. Dat [eiser] recht heeft op terugbetaling door moeder van de door hem geïnvesteerde gelden en dus een vordering heeft op de nalatenschap, kan dan ook niet worden gezegd. Voor het oordeel dat de moeder is dan wel dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn ongerechtvaardigd verrijkt en [eiser] is verarmd, is onvoldoende gesteld. Het beroep daarop is niet onderbouwd. Naar het oordeel van het Gerecht brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid in dit geval echter mee dat bij de verdeling van de nalatenschap met deze door [eiser] gedane investeringen rekening moet worden gehouden. Het door [eiser] gevorderde bedrag van Afl. 70.600,- heeft hij niet, althans onvoldoende concreet onderbouwd en enkel gebaseerd op de in het door hem overgelegde taxatierapport uit 2023 opgenomen waarde. Desgevraagd heeft [eiser] ter gelegenheid van de comparitie verklaard voor de bouw van het appartement en de betonnen vloer in totaal ongeveer Afl. 37.000,- aan kosten te hebben betaald. Dit is door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] weersproken. Volgens hen is sprake van een investering van hooguit Afl. 15.000,-. Geen van partijen heeft hun stelling concreet onderbouwd. Nu vast staat dat [eiser] gelden heeft geïnvesteerd, zal het Gerecht deze investeringen om proceseconomische redenen (gelet op de aard van het gebouwde, de uit de (wel) overgelegde (door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voor wat betreft de hoogte betwiste) bonnen voor materialen en werkzaamheden en bij de in het overgelegde taxatierapport (op basis van ‘cost approach’) opgenomen aan het appartement en de betonnen fundering toegekende waarde van respectievelijk Afl. 43.200,- en Afl. 27.600,-) begroten op in totaal Afl. 30.000,-.
4.9
Dit betekent dat [eiser] recht heeft op betaling aan hem door de nalatenschap van Afl. 30.000,-. Indien de onroerende zaak aan [eiser] wordt toegedeeld, zal dit bedrag van de waarde waartegen wordt toegedeeld (de getaxeerde waarde) moeten worden afgetrokken en de door [eiser] aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te betalen overbedelingsvergoedingen dienen op het dan resterende bedrag te worden gebaseerd (bijvoorbeeld: de onroerende zaak wordt op Afl. 330.000,- gewaardeerd, dan wordt de onroerende zaak tegen die waarde aan [eiser] toegedeeld en is hij gehouden om aan zowel [gedaagde 1] als aan [gedaagde 2] een bedrag van Afl. 10.000,- aan overbedelingsvergoeding te betalen). Indien de onroerende zaak aan [gedaagde 1] wordt toegedeeld, dan zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ieder gehouden om Afl. 10.000,- aan [eiser] te betalen, welk bedrag door [gedaagde 2] uit de van [gedaagde 1] te ontvangen overbedelingsvergoeding kan worden voldaan en welk bedrag door [gedaagde 1] bij de toedeling van de onroerende zaak aan haar, aan [eiser] kan worden betaald.
4.10
Indien en voor zover [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben bedoeld (bij wege van reconventionele vordering) een door [eiser] aan hen te betalen gebruiksvergoeding te vorderen, dan geldt dat dit wordt afgewezen. Zoals hiervoor is overwogen, gaat het Gerecht ervan uit dat [eiser] reeds sinds 2016 met toestemming in het op het perceel gelegen appartement verblijft. Gesteld noch gebleken is dat hij hiervoor een vergoeding aan de moeder heeft betaald dan wel dat de moeder daarop aanspraak heeft gemaakt. [Eiser] heeft verder betwist, en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben niet, althans onvoldoende concreet (met bewijs vatbare feiten en/of omstandigheden) onderbouwd gesteld, dat hij (ook) van de op het perceel gelegen woning gebruik maakt. Voor het toekennen van een gebruiksvergoeding bestaat daarom geen grond.
De verdere gang van zaken
4.11
Nadat de deskundige zijn rapport heeft ingediend, zullen [eiser] en [gedaagde 1] zich bij gelijktijdig te nemen akten kunnen uitlaten over de vraag of zij toedeling tegen die getaxeerde waarde wensen en of zij de toedeling tegen die waarde kunnen financieren, een en ander zoals hiervoor in 4.2 omschreven.
4.12
In afwachting van het taxatierapport en de te nemen akten zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.
5.1
beveelt een deskundigenonderzoek ter beantwoording van de vraag wat de marktwaarde is van de onroerende zaak per datum taxatie;
5.2
benoemt tot deskundige:
[Taxateur]
[Bedrijfsnaam]
[Adres 2]
[Locatie 2], Aruba
Email: [e-mailadres]
Tel: [telefoon nummer]
5.3
bepaalt over de vaststelling van het voorschot voor de kosten van de deskundige het volgende:
- het aan de deskundige te betalen voorschot wordt voorshands vastgesteld op Afl. 500,-;
- partijen kunnen binnen twee weken na heden bij het Gerecht schriftelijk bezwaar maken tegen de hoogte van dit voorschot;
- als niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt het voorschot van de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op voormeld bedrag;
- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld in een afzonderlijke beslissing;
5.4
bepaalt dat [eiser] het voorschot dient over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] (Swiftcode CMBAAWAX) bij de Caribbean Mercantile Bank, [adres 3], [locatie 3], Aruba, ten name van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en onder vermelding van “voorschot deskundigenrapport zaak AUA202502151AR”;
5.5
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
5.6
wijst de deskundige erop dat hij het onderzoek onmiddellijk moet staken en contact moet opnemen met de griffie over een aanvullend voorschot, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
5.7
draagt de deskundige op zijn taxatierapport met een duidelijke conclusie, en een gespecificeerde einddeclaratie in te leveren bij de griffie van het Gerecht;
5.8
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
5.9
bepaalt dat partijen (nadere) inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als hij daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot de onroerende zaak en ook voor het overige hun medewerking moeten verlenen aan het onderzoek;
5.10
schrijft de deskundige voor dat hij bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen;
5.11
bepaalt dat uit het rapport van de deskundige moet blijken of aan partijen de gelegenheid is geboden om opmerkingen te maken, terwijl in het rapport tevens melding dient te worden gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen, en verzoekt de deskundige om in het rapport te reageren op de opmerkingen van partijen;
5.12
draagt de griffier op een afschrift van dit vonnis toe te zenden aan de deskundige;
5.13
draagt de griffier op om na inlevering van het schriftelijke rapport door de deskundige de zaak op een termijn van 4 weken weer op de rol te plaatsen voor het nemen van een akte uitlating door [eiser] en [gedaagde 1] en om partijen daarvan bericht te doen;
5.14
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 maart 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.