Beschikking van 15 juni 2026
behorend bij EJ. nr. AUA202501090
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Verzoekster],
wonende in Aruba, [adres],
verzoekster, de adoptiemoeder,
procederend in persoon.
Als belanghebbende is aangemerkt:
[Belanghebbende], de adoptievader,
gemachtigde: de advocaat mr. R.P. Lee.
Deze zaak gaat over de minderjarige:
[Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats].
Als adviseur zijn in de procedure betrokken:
Directie Voogdijraad, tevens bijzondere curator,
Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, de ABS.
Overwegingen
2.1
Zoals het Gerecht in de tussenbeschikking overwoog, is dit een verdrietige zaak. [Minderjarige] is, toen zij bijna 4 jaar oud was, samen met haar broertje (van toen 2 jaar) vanuit [geboorteplaats] geadopteerd door de adoptieouders. Die adoptie heeft de adoptiemoeder naar eigen zeggen niet gebracht wat zij ervan had verwacht. Het broertje van [minderjarige] kampte met gedragsproblemen, die een grote stempel drukten op het gezin. De adoptiemoeder heeft tijdens de eerste zitting verteld dat zij in Aruba niet de hulp kon krijgen die de adoptiezoon nodig had, en dat zij hem daarom heeft teruggebracht naar het kindertehuis waar hij vandaan kwam. In het gesprek met de rechter heeft [minderjarige] verteld dat zij niet wist dat dat zou gaan gebeuren: haar broertje is van het ene moment op het andere uit haar leven verdwenen. De band tussen de adoptiemoeder en [minderjarige] is altijd moeizaam geweest, en is op dit moment ronduit slecht. Ook de relatie tussen de adoptieouders is stukgelopen: zij zijn onlangs gescheiden. [Minderjarige] woont nu bij de adoptievader, alleen hij heeft het gezag over haar en er is geen omgang tussen [minderjarige] en de adoptiemoeder.
2.2
De adoptiemoeder is deze zaak begonnen omdat zij niet langer de adoptiemoeder van [minderjarige] wil zijn. Zij wil niet alleen afstand doen van haar gezag, maar wil ook haar juridische band met [minderjarige] verbreken.
2.3
In de tussenbeschikking heeft het Gerecht overwogen dat dit niet zomaar kan. Een adoptie is in principe definitief. Door een adoptie worden (meestal) de juridische banden met de oorspronkelijke ouder(s) doorbroken en wordt een nieuwe juridische band met de adoptieouders gecreëerd. De wetgever wilde daarom eerst dat een adoptie altijd onherroepelijk zou zijn. Pas na veel discussie is besloten dat de geadopteerde zelf (en dus niemand anders) in heel bijzondere gevallen kan vragen om herroeping van de adoptie.
2.4
De mogelijkheid tot herroeping van een adoptie is opgenomen in artikel 1:231 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA). Dit artikel luidt als volgt:
De adoptie kan door een uitspraak van het gerecht in eerste aanleg op verzoek van de geadopteerde worden herroepen.
Het verzoek tot herroeping wordt door de geadopteerde bij het gerecht in eerste aanleg ingediend binnen vijf jaren nadat het kind bekend is geworden met de adoptie. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit feit, kan het verzoek tot uiterlijk twaalf jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend.
De in het tweede lid gestelde termijn kan door de rechter buiten toepassing worden gelaten voor zover toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
2.5
Dit betekent dus dat de adoptiemoeder niet kan vragen om herroeping van de adoptie en dat zij niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
2.6
De geadopteerde zelf kan wel zelf vragen om herroeping van de adoptie. Omdat de band tussen [minderjarige] en de adoptiemoeder heel slecht is, maar het Gerecht niet kon overzien of een herroeping in het belang van [minderjarige] zou zijn, heeft het Gerecht de Voogdijraad benoemd tot bijzondere curator. Het Gerecht heeft de bijzondere curator in de tussenbeschikking gevraagd te onderzoeken of hij vindt dat een herroeping in het belang van [minderjarige] is en zo ja, of hij een verzoek tot herroeping van de adoptie door de adoptiemoeder zou willen indienen.
Het rapport van de bijzondere curator
2.7
De bijzondere curator heeft op 30 maart 2026 gerapporteerd. Daarbij zijn twee versies van het rapport ingediend: één bestemd voor het Gerecht en één voor de adoptieouders. In het rapport dat is bestemd voor de adoptieouders ontbreken de weergave van het verslag van het gesprek met [minderjarige], de zogenoemde Symptom Checklist (SCL-90-R), de Ouder-Kind Interactie Vragenlijst (OKIV-R), de Teacher’s Report Form (TRF), het Youthselfreport (YSR) en de Childhood Trauma Questionnaire (CTQ). De bijzondere curator heeft het Gerecht verzocht die informatie vertrouwelijk te behandelen, gelet op de gespannen verhouding tussen [minderjarige] en de adoptiemoeder.
2.8
De adoptiemoeder heeft niet tegen dit verzoek geprotesteerd en het Gerecht is aan het verzoek van de bijzondere curator tegemoetgekomen. In principe moet de informatie waarvan de rechter kennis neemt, ook kenbaar zijn voor de belanghebbenden in de procedure. In bijzondere gevallen kan de rechter echter inzage en afschrift van weigeren (vgl. artikel 811, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Zo’n weigering is – samengevat – mogelijk als het belang van degene die niet beschikt over alle informatie, niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van anderen. In dit geval is het Gerecht van oordeel dat het belang van de adoptieouders (of in ieder geval de adoptiemoeder) om alle testresultaten te ontvangen, niet opweegt tegen het belang van [minderjarige] dat haar privacy wordt gerespecteerd. Daarbij komt dat in de versie van het raadsrapport dat aan de adoptieouders is verstrekt, een samenvatting staat van wat is gebleken uit het gesprek met en de onderzoeken van [minderjarige]. Zij beschikken dus in grote lijnen over de informatie waarop de bijzondere curator zijn advies heeft gebaseerd.
2.9
In het rapport van de bijzondere curator staat, samengevat, dat [minderjarige] nooit een goede band heeft gehad met haar adoptiemoeder. Zij heeft weinig warmte, begrip en emotionele steun ervaren en voelde zich ongewenst. Met haar adoptievader heeft [minderjarige] wel een goede band. Sinds haar adoptieouders uit elkaar zijn en zij bij haar vader woont, voelt [minderjarige] zich vrolijker en vrijer. Zij voelt zich gewenst, begrepen en gesteund.
[Minderjarige] heeft moeite met het feit dat haar adoptiemoeder niet langer haar moeder wil zijn. [Minderjarige] wil daarover niet praten en het doet haar zichtbaar pijn. [Minderjarige] kan de gevolgen van een eventuele herroeping van de adoptie volgens het rapport (logischerwijs) niet overzien.
2.10
De bijzondere curator heeft weliswaar geen uitdrukkelijk verzoek ingediend namens [minderjarige] om de adoptie door de adoptiemoeder te herroepen, maar komt in het rapport wel tot de conclusie dat die herroeping in het belang van [minderjarige] is. De bijzondere curator onderbouwt deze conclusie als volgt. [Minderjarige] heeft een emotioneel belastende relatie met haar adoptiemoeder, waarbij zij weinig steun en vooral kritiek en afwijzing heeft ervaren. Het is niet realistisch te verwachten dat de band tussen [minderjarige] en de adoptiemoeder zal verbeteren, gelet op de houding van de adoptiemoeder. De adoptiemoeder vertoont geen enkele zelfreflectie, plaatst alle problemen buiten zichzelf en geeft duidelijk te kennen dat zij de adoptie wil herroepen. Vanwege alle ingrijpende gebeurtenissen in haar leven, heeft [minderjarige] veel behoefte aan stabiliteit en veiligheid. Een herroeping van de adoptie biedt [minderjarige] de mogelijkheid om op te groeien in een veilige en ondersteunende omgeving die aansluit bij haar sociaal-emotionele behoeften, terwijl negatieve interacties en emotionele belasting door de adoptiemoeder worden geminimaliseerd. Ook kan [minderjarige] door de herroeping van de adoptie haar identiteitsontwikkeling beter vormgeven en ervaren dat haar gevoelens en ervaringen worden erkend. Volgens de bijzondere curator zou een herroeping van de adoptie door de adoptiemoeder het sociaal-emotioneel welzijn van [minderjarige] bevorderen. Daarom meent de bijzondere curator dat een herroeping van de adoptie door de adoptiemoeder in het belang van [minderjarige] is.
De overwegingen van het Gerecht
2.11
Ondanks dat de adoptiemoeder en de adoptievader het eens zijn met het advies van de bijzondere curator, zal het Gerecht dit advies niet volgen. Dit betekent dat het Gerecht de adoptie door de adoptiemoeder in stand zal laten. Het Gerecht legt deze beslissing hierna uit.
2.12
Uit het rapport van de bijzondere curator blijkt dat [minderjarige] worstelt met het verzoek van de adoptiemoeder. Dat is niet vreemd: het moet voor [minderjarige] bijzonder pijnlijk zijn om – na haar adoptie en het onverwachte vertrek van haar broertje – opnieuw een gevoel van verlies en afwijzing te ervaren. Er is [minderjarige] in haar jonge leven heel veel overkomen en al die gebeurtenissen waren het gevolg van keuzes die volwassenen voor haar maakten. [Minderjarige] heeft tot nog toe (bijna) nooit de gelegenheid gehad om zelf belangrijke beslissingen te nemen.
2.13
Zoals het Gerecht in de tussenbeschikking overwoog, is een herroeping van een adoptie op verzoek van het kind alleen mogelijk als kan worden vastgesteld dat die herroeping is gebaseerd op “sufficiently sound and weighty considerations in the interests of the child”. Het Gerecht kan niet vaststellen dat op dit moment van dat soort omstandigheden sprake is.
2.14
Vast staat dat de relatie tussen [minderjarige] en de adoptiemoeder slecht is. Net als de bijzondere curator verwacht het Gerecht niet dat die situatie zal veranderen. Niet als de adoptie door de adoptiemoeder wordt herroepen, maar ook niet als de adoptie door de adoptiemoeder (voorlopig) in stand blijft. De bijzondere curator lijkt zijn advies vooral te baseren op de wens dat het voor [minderjarige] duidelijk moet zijn waar zij opgroeit en wie beslissingen over haar mag nemen. Daarvoor is het echter niet nodig dat de adoptie door de adoptiemoeder wordt herroepen. In de echtscheidingsprocedure is al beslist dat [minderjarige] bij de adoptievader woont en dat hij het eenhoofdig gezag over haar heeft. Ook is er geen omgangsregeling bepaald tussen [minderjarige] en de adoptiemoeder. De adoptiemoeder staat juridisch gezien dus al op flinke afstand van [minderjarige]. Zij is op papier nog de adoptiemoeder van [minderjarige], maar mag geen beslissingen nemen over [minderjarige] en heeft ook geen recht op omgang. De duidelijkheid, waaraan [minderjarige] behoefte heeft, bestaat dus al.
2.15
Daarbij komt dat het Gerecht op dit moment niet kan inschatten wat de juridische gevolgen zijn van een herroeping van de adoptie voor – bijvoorbeeld – de nationaliteit van [minderjarige]. Volgens de bijzondere curator heeft [minderjarige] (alleen) de nationaliteit van [geboorteplaats], maar het Gerecht kan niet uitsluiten dat [minderjarige] door de adoptie ook de [nationaliteit] nationaliteit heeft verkregen. Die nationaliteit vervalt mogelijk als de adoptie door de adoptiemoeder wordt herroepen, wat misschien weer gevolgen heeft voor de mogelijkheden van [minderjarige] om bijvoorbeeld gemakkelijk naar bepaalde landen te reizen of om in bepaalde landen te studeren.
2.16
Tot slot – en dat vindt het Gerecht het belangrijkst – zou een herroeping van de adoptie op dit moment niet écht de eigen keuze zijn van [minderjarige]. Het is de adoptiemoeder die deze procedure is begonnen, omdat zij niet langer de adoptiemoeder van [minderjarige] wil zijn. [Minderjarige] heeft daar zelf niet voor gekozen. Uit het rapport van de bijzondere curator blijkt dat [minderjarige] het heel verdrietig vindt dat de adoptiemoeder deze keuze heeft gemaakt. Zij wil niet over de herroeping van de adoptie praten. Ook kan zij eigenlijk niet overzien wat de gevolgen van een herroeping zijn. Dat is gelet op de situatie heel begrijpelijk. Tegelijk betekent dit dat het Gerecht niet kan vaststellen dat de herroeping van de adoptie door de adoptiemoeder op dit moment daadwerkelijk in het belang van [minderjarige] is. Daarbij komt dat kinderen over het algemeen van nature loyaal zijn aan hun opvoeder(s), ook als de hechting niet goed tot stand is gekomen. Om die reden kan eigenlijk van [minderjarige] niet worden gevraagd om (op deze jonge leeftijd) te kiezen of zij een streep wil zetten door de adoptie door de adoptiemoeder. Die vraag komt simpelweg te vroeg.
2.17
Al met al vindt het Gerecht het daarom niet in het belang van [minderjarige] om op dit moment de adoptie door de adoptiemoeder te herroepen. Het Gerecht vindt dat [minderjarige] zelf moet kunnen kiezen of zij de juridische band met de adoptiemoeder wil doorsnijden. Op dit moment kan [minderjarige] die keuze niet maken. Daarom vindt het Gerecht in het belang van [minderjarige] dat zij ruim de tijd krijgt om te beslissen wat zij wil. Als het Gerecht de adoptie vooralsnog in stand laat, kan [minderjarige] tot zij 30 jaar wordt (en misschien zelfs langer, zie nr. 2.4) beslissen of zij de adoptie door de adoptiemoeder wil laten herroepen of niet. Tegen die tijd zal [minderjarige] een meer overwogen keuze kunnen maken dan op dit moment. Bovendien is het dan echt haar eigen keuze, en niet een keuze die haar min of meer is opgedrongen doordat de adoptiemoeder deze procedure is begonnen.
2.18
Het Gerecht realiseert zich dat geen van de adoptieouders gelukkig zal zijn met deze beslissing. [Minderjarige] zelf misschien ook niet. Het Gerecht heeft daarom een brief geschreven aan [minderjarige] om de beslissing uit te leggen. De tekst van die brief staat hieronder.
In August 2025, we spoke about the request of your adoptive mother ([verzoekster], as you refer to her) to revoke her adoption. Afterwards, I spoke with your adoptive parents twice (in August 2025 and May 2026). I also requested the Voogdijraad to investigate what would be in your best interest. I asked them to advise me on whether it would be in your best interest to revoke the adoption by [verzoekster].
Today, I issued a formal decision (“beschikking”). It was not an easy decision to make, but I ultimately decided not to revoke [verzoekster] adoption, at least not at this time. In this letter, I will try to explain my decision to you. I have also included this letter in my “beschikking” so that your father and [verzoekster] are aware of what I have written to you.
It is very clear to me that you have been through a great deal in your life. You did not choose any of these circumstances. As a young child, you were adopted because, as I understand it, your birth mother was unable to care for you. A few years later, your brother suddenly disappeared from your life. You grew up in an environment that was not particularly warm or supportive. More recently, your adoptive parents divorced, and you and your father had to leave the family home. [Verzoekster] has made it clear that she no longer wishes to be involved in your life. All of this must have been very difficult, and I want to emphasize that none of it is, or ever was, your fault. You were, and still are, a child. You may have been difficult at times. All children are, and adopted children often require additional support. It was and is the responsibility of adults to care for you, support you, love you, and deal with any challenges that arise. It should not have been the other way around. It was not your responsibility to try to make the adults happy.
Having met [verzoekster], I am concerned that she may not have been able to provide you with the unconditional love and support you deserved. This is not your fault.
The law stipulates that an adopted person may request the revocation of their adoption until the age of 30 (or possibly even later). As you are still a minor, the adoption can only be revoked if there is a pressing need to do so immediately. In my opinion, there is no such need at this time.
Given all the things you have gone through, I fully understand that you do not want to be around [verzoekster]. You do not have to be. You will be living with your father. [Verzoekster] no longer has parental responsibility for you and cannot make decisions about your life. You do not have to see [verzoekster].
For these reasons, I do not believe there is an immediate need to revoke the adoption at this time.
Therefore, I decided to leave the situation as it is for now. On paper, [verzoekster] will remain your adoptive mother. In practice, she is not involved in your life. This will give you the opportunity to decide for yourself, later in life, whether you wish to maintain or revoke the adoption. You may decide that you want to revoke the adoption by [verzoekster], or you may choose to leave things as they are. That decision is entirely yours. As I said, you will have until you are at least 30 years old to decide what you want. That gives you plenty of time to think things through and make your own choice. There is no need to rush. I find it very important that, this time, the decision is yours. Not someone else's.
You may not understand my decision, or agree with it. That is okay. I just want you to know that I made this decision because I believe it offers you the most protection, even if it may not feel that way right now.
If you would like some more explanation, I would be more than happy to provide it. If you would like to, you are welcome to stop by the courthouse coming Wednesday, 17 June, around 3.30 pm. I will let the guards know that you may be coming. If you would prefer to visit at another time, please let me know by sending an email to [E-mailadres]. You are welcome to bring someone with you if that would make you feel more comfortable. However, you cannot bring your father, because I am not allowed to discuss the case with him while [verzoekster] is not present. Those are the rules I must follow as a judge.
Of course, it is also perfectly fine if you do not wish to come.
To conclude, I wish you every success and happiness in the future. Your father made it very
clear to me that he is doing everything he can to be there for you and to be a good father. It is also clear to me that the two of you make a good team. I hope this decision will give you some peace of mind. If not right away, then at least eventually.
2.19
Het Gerecht hoopt dat de duidelijkheid die deze beslissing geeft, [minderjarige] en de adoptievader de gelegenheid geeft om hun leven samen verder op te bouwen. Voor de relatie met de adoptiemoeder verandert er eigenlijk niets: [minderjarige] blijft bij de adoptievader wonen, de adoptiemoeder mag geen beslissingen over haar nemen en er is ook geen contact tussen [minderjarige] en de adoptiemoeder. Wel moet de adoptiemoeder– voor zover zij dat nog niet heeft gedaan – het paspoort van [minderjarige] afgeven aan de vader.
2.20
De adoptievader heeft tijdens de zitting op 22 mei 2026 nog gezegd dat hij graag de namen van [minderjarige] wil veranderen. [Minderjarige] heeft nu de voornamen [minderjarige] [voornaam] en de geslachtsnaam [geslachtsnaam 1]. De adoptievader wil graag de geslachtsnaam (laten) wijzigen in [voornaam], omdat die naam afkomstig is van zijn familie. Daarvoor is dan wel noodzakelijk dat [minderjarige] niet langer de voornaam [voornaam] draagt.
2.21
Het Gerecht kan zich voorstellen dat het dragen van de achternaam [geslachtsnaam 1] voor [minderjarige] pijnlijk is. Dit is immers de geslachtsnaam van de adoptiemoeder, en de adoptiemoeder heeft duidelijk laten weten dat zij niets meer met [minderjarige] te maken wil hebben. Het Gerecht kan echter niet beslissen over de geslachtsnaam van [minderjarige]: dat kan alleen de Gouverneur (artikel 1:7 lid 1 BWA). Afhankelijk van de vraag of in dat geval een wijziging van de geslachtsnaam in [voornaam] mogelijk is (op grond van het Arubaanse namenrecht ligt [geslachtsnaam 2] als geslachtsnaam van de adoptievader wellicht meer voor de hand) moet worden bezien of de voornamen van [minderjarige] moeten worden gewijzigd. Dat verzoek kan echter niet in deze procedure worden behandeld, omdat deze procedure alleen gaat over (de herroeping van) de adoptie. Als de adoptievader dat wil, kan hij daarvoor een afzonderlijk verzoek indienen. Dat kan hij zelf doen, en als hij bijstand wil van een advocaat kan hij de Directie Sociale Zaken ook vragen om een verklaring van onvermogen. In dat geval hoeft hij de advocaatkosten niet zelf te betalen. Het is het Gerecht niet duidelijk of mr. Lee de vader op die mogelijkheid heeft gewezen.
2.22
Op grond van het voorgaande wordt het verzoek van de adoptiemoeder niet-ontvankelijk verklaard. Zoals het Gerecht in de tussenbeschikking overwoog, hoeft het ook niet meer te beslissen op de (subsidiaire) verzoeken van de adoptiemoeder om alleen de adoptievader te belasten met het gezag en om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem te bepalen. Daarover is immers al in de echtscheidingsprocedure beslist. Voor zover de bijzondere curator een verzoek heeft ingediend namens [minderjarige] om de adoptie door de adoptiemoeder te herroepen, wordt dit verzoek afgewezen.