Beschikking van 15 juni 2026
Behorend bij EJ. nr. AUA202601135
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Verzoeker],
wonende in Aruba, te [adres],
verzoeker,
procederend in persoon.
In deze procedure wordt als belanghebbende aangemerkt:De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand,
gevestigd te Aruba,
hierna: ABS.
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 15 april 2026,
- het advies van de ABS, ingediend per mail op 18 mei 2026,
- de mondelinge behandeling ter zitting van 19 mei 2026, waar zijn verschenen verzoeker in persoon en namens de ABS, mevrouw [gemachtigde].
2.1
Verzoeker is op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] geboren. Hij heeft de [nationaliteit] nationaliteit.
2.2
Op de geboorteakte van verzoeker staat dat hij van het vrouwelijk geslacht is. Verzoeker heeft bij zijn de voornamen [voornaam] gekregen.
2.3
Bij beschikking van 12 december 2017, behorend bij EJ. nr. AUA201702549 / EJ. nr. 2099 van 2017, heeft het Gerecht de voornamen van verzoeker gewijzigd in [verzoeker].
Verzoeker verzoekt – naar het Gerecht begrijpt – om te gelasten dat de geslachtsaanduiding op zijn geboorteakte wordt gewijzigd, in die zin dat de geslachtsaanduiding ‘vrouwelijk’ wordt verbeterd in ‘mannelijk’. Verzoeker baseert zijn verzoek op artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) en artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA).
Overwegingen
4.1
Artikel 8 EVRM bepaalt:
1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
4.2
Artikel 1:24 BWA bepaalt dat de rechter, op verzoek van een belanghebbende, kan een aanvulling, doorhaling of verbetering gelasten van een akte in een register van de burgerlijke stand.
Standpunten van verzoeker en van de ABS
4.3
Verzoeker vraagt het Gerecht om de geslachtsaanduiding op zijn geboorteakte te wijzigen. Verzoeker identificeert zichzelf als van het mannelijk geslacht en gaat al sinds zijn vijftiende als man door het leven. Hij verzoekt deze wijziging zodat zijn geslacht op zijn officiële documenten correct kan worden weergegeven. Ter onderbouwing van het verzoek heeft verzoeker een medische verklaring overgelegd van [infectioloog], internist-infectioloog, van 29 oktober 2025, waarin staat dat verzoeker sinds 2016 bij deze internist-infectioloog bekend is met genderdysforie en dat betrokkene zich sindsdien in transitie bevindt en een hormonale behandeling ondergaat conform het zogenaamd “cross-sex” protocol zonder contra-indicaties. Verder staat er dat er bij betrokkene sprake is van “een duurzame, consistente overtuiging tot het behoren tot het andere geslacht dan in de oorspronkelijke geboorteakte is vermeld.” Ook heeft verzoeker een medische verklaring overgelegd van [huisarts], huisarts, van 13 november 2025. In deze verklaring staat dat betrokkene al langere tijd bij deze huisarts bekend is en tevens jarenlang onder behandeling en begeleiding is van de internist en andere betrokken specialisten in verband met genderdysforie en transitie. Verder staat hierin: “Ik ben op de hoogte van de duurzame en weloverwogen beslissing van betrokkene om het geslacht, zoals vermeld in de geboorteakte, te laten wijzigen. Betrokkene is volledig in staat om hierover een bewuste en zelfstandige keuze te maken.”
4.4
De ABS heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker. De ABS concludeert tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker], voor zover dit verzoek gebaseerd is op artikel 1:24 BWA. Daarbij verwijst de ABS naar een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) van 31 maart 2026 waarin wordt beslist dat artikel 1:24 BWA geen grondslag biedt tot toewijzing van een dergelijk verzoek. (Voetnoot 1) Voor het overige refereert de ABS zich naar het oordeel van het Gerecht.
4.5
In zijn uitspraak van 31 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:124 heeft het Hof onder meer het volgende overwogen:
(…)
‘4.8 Zolang er geen wettelijke regeling is in Aruba voor wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte wegens genderdysforie, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen. De Hoge Raad heeft dit beslist voor gevallen van genderneutraliteit (HR 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336). Naar het oordeel van het Hof heeft dit in Aruba naar de huidige stand van het recht ook te gelden voor transgenderpersonen die een wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte verlangen. Genderidentiteit valt immers binnen het bereik van het recht op privéleven als bedoeld in art. 8 EVRM. Het artikel verplicht de verdragspartijen bij het EVRM, waaronder Aruba als onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden, onder omstandigheden tot juridische erkenning van de genderidentiteit van transgenderpersonen. Daaruit vloeit voort dat transgenderpersonen er onder omstandigheden recht op hebben dat de geslachtsaanduiding in de geboorteakte in overeenstemming wordt gebracht met de duurzaam beleefde genderidentiteit. Aan overheden komt in dit verband maar een small margin of appreciation toe.’
(Voetnoot 2)
(…)
4.6
Het Gerecht zal, met inachtneming van de hiervoor genoemde uitspraak, het verzoek van verzoeker toewijzen. Bij verzoeker is sprake van een duurzaam beleefde genderidentiteit, die niet aansluit bij de geslachtsaanduiding op zijn geboorteakte. Immers gaat hij al sinds zijn vijftiende als man door het leven, heeft hij zijn voornamen laten wijzigen en is hij al geruime tijd in behandeling en onder begeleiding van artsen in verband met genderdysforie en transitie. Daarom is het Gerecht van oordeel dat verzoeker, niet gelet op het in artikel 1:24 BWA maar gelet op het in artikel 8 EVRM bepaalde, recht heeft op juridische erkenning van de door hem beleefde genderidentiteit.
4.7
Dat betekent dat het Gerecht de ABS zal gelasten om de geslachtsaanduiding op de geboorteakte van verzoeker te wijzigen van ‘vrouwelijk’ in ‘mannelijk’. Het Gerecht heeft gezien dat verzoeker eigenlijk heeft gevraagd om wijziging van zijn geslacht op al zijn officiële documenten. Dit kan het Gerecht echter niet doen, maar nadat uitvoering is gegeven aan de gelaste wijziging van de geslachtsaanduiding op zijn geboorteakte, kan verzoeker vervolgens wel deze aanduiding op andere officiële documenten (waaronder zijn paspoort) laten aanpassen.