Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, eerste aanleg - enkelvoudig strafrecht overig

ECLI:NL:OGEAA:2026:37

Op 6 February 2026 heeft de Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 509 van 2025, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEAA:2026:37.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
509 van 2025
Datum uitspraak:
6 February 2026
Datum publicatie:
9 March 2026

Indicatie

Verdachte maakte deel uit van een groep die zich schuldig heeft gemaakt aan bizar uitgaansgeweld. Daarbij vond eerst in Coconutz een tweevoudige gewelddadige diefstal van een ketting plaats en werd een bezoeker met een vuurwapen bedreigd. Vervolgens verplaatste de groep zich naar Kalibra. Daar werd ook een bezoeker met geweld bestolen van zijn ketting en was sprake van openlijk geweld. Ten slotte is de groep naar Lekker Bar gegaan. Ook daar werd een bezoeker met geweld beroofd van zijn ketting, is een vuurwapen getrokken en heeft openlijk geweld plaatsgevonden. Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij degene is geweest die de vier diefstallen met geweld heeft gepleegd en samen met de anderen een vuurwapen met munitie voorhanden heeft gehad.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/01466

Zaaknummer: 509 van 2025

Uitspraak van: 6 februari 2026

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het [detentieplaats],

hierna: de verdachte.

1
Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 januari 2026.

Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. Z.J.E. Paesch, de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.G. Croes, advocaat in Aruba.

Het slachtoffer [slachtoffer 1] was eveneens ter terechtzitting aanwezig. De overige slachtoffers zijn niet ter terechtzitting verschenen.

2
Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere goudkleurige halsketting(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken/wegrukken aan/van de halsketting van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3];

2.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zilveren halsketting (met diamanten steentjes) en/of een polshorloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken aan de halsketting en/of polshorloge van die [slachtoffer 4] en/of meermalen, althans eenmaal met de vuist in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 4] slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 4],

3.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gouden halsketting (van 14 karaat) met een gouden hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken aan de halsketting van die [slachtoffer 1] en/of meermalen, althans eenmaal in het gezicht en/of met een voorwerp tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan;

4.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen en/of munitie, te weten een vuistvuurwapen, zilver van kleur met een zwart handvat, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

3
Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen

4
Beoordeling van het bewijs
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van dat onderdeel “en/of een polshorloge” in feit 2, waar (partieel) vrijspraak voor is gevorderd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd en is het met de officier van justitie eens dat voor het onderdeel “en/of een polshorloge” in feit 2 (partieel) vrijspraak moet volgen.

4.3

Het oordeel van het Gerecht

Met de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte ten aanzien van feit 2 een polshorloge heeft gestolen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering van dit onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Verder is het Gerecht van oordeel dat ten aanzien van de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend is bewezen dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Niet is gebleken dat er sprake was van een gemeenschappelijk plan om de diefstallen te plegen, laat staan met geweld. Het Gerecht zal de verdachte daarom hiervan vrijspreken.

4.4

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder feiten 1 tot en met 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

1.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere goudkleurige halsketting(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken/wegrukken aan/van de halsketting van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3];

2.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zilveren halsketting (met diamanten steentjes) en/of een polshorloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken aan de halsketting en/of polshorloge van die [slachtoffer 4] en/of meermalen, althans eenmaal met de vuist in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 4] slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 4],

3.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gouden halsketting (van 14 karaat) met een gouden hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken aan de halsketting van die [slachtoffer 1] en/of meermalen, althans eenmaal in het gezicht en/of met een voorwerp tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan;

4.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen en/of munitie, te weten een vuistvuurwapen, zilver van kleur met een zwart handvat, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad;

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4.5

Bewijsmiddelen  (Voetnoot 1)

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Nu de verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en er ter terechtzitting geen vrijspraak is bepleit, volstaat het Gerecht met een opsomming van de bewijsmiddelen:

De bekennende verklaring van de verdachte, op 16 januari 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting;

Proces-verbaal 2e verhoor verdachte [verdachte] d.d. 12 augustus 2025, bijlage 14.9 van het dossier;

Proces-verbaal aangever [slachtoffer 2] d.d. 4 augustus 2025, met bijlagen waaronder een foto van een ketting en een foto van masnoticia, bijlage 2.1 van het dossier;

Proces-verbaal aangifte diefstal met geweld [slachtoffer 3] d.d. 4 augustus 2025, bijlage 2.2 van het dossier;

Proces-verbaal van aangifte aangever [slachtoffer 4] d.d. 3 augustus 2025, met bijlagen waaronder medische verslagen, bijlage 3.1 van het dossier;

Proces-verbaal bevinding videobeelden “Papia Mia Restaurant” d.d. 11 augustus 2025, bijlage 10.1 van het dossier;

Proces-verbaal aangever [slachtoffer 1] d.d. 3 augustus 2025, met bijlagen waaronder een medisch verslag, bijlage 4.1 van het dossier;

Proces-verbaal onderzoek vuurwapen, patronen en huls in verband met beroving d.d. 2 september 2025, bijlage 17.1 van het dossier.

5
Strafbaar feit, strafbare dader?
5.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte zich ten aanzien van de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten beroept op noodweer en derhalve moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdediging aangevoerd dat eerst de ketting van verdachte in Coconutz met geweld van hem is afgerukt, waarna verdachte, gedreven door boosheid, vervolgens kettingen van anderen heeft afgerukt.

5.2

Het oordeel van het Gerecht

Verdachte heeft verklaard dat zijn ketting werd afgerukt in Coconutz en dat hij vervolgens zelf kettingen heeft afgerukt in achtereenvolgens Coconutz (feit 1), Kalibra (feit 2) en Lekker Bar (feit 3). Vervolgens is bewezen verklaard dat hij bij Kalibra en Lekker Bar in gevecht is geraakt met de eigenaren van de kettingen. Ten aanzien van het bewezenverklaarde bij Coconutz valt niet in te zien dat het afrukken van de ketting van een ander zelfverdediging vormt, ook niet als dat een reactie is op het afrukken van een ketting door die ander. Dat is veeleer een wraakactie. Het handelen van verdachte moet naar de kern bezien dan ook als aanvallend worden gezien. Ten aanzien van het bewezenverklaarde bij Kalibra en Lekker Bar heeft verdachte verklaard dat hij daar zonder directe aanleiding kettingen van de slachtoffers heeft afgerukt. Deze handelingen van verdachte vormen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de slachtoffers, zodat verdachte geen beroep toekomt op zelfverdediging. Anders gezegd: verdachte was zelf de agressor, de slachtoffers mochten in reactie daarop gepast geweld gebruiken en dan kan verdachte niet zeggen dat sprake was van zelfverdediging. Het beroep op noodweer wordt dan ook verworpen.

Voor zover bedoeld is ook een beroep te doen op noodweerexces, geldt dat geen sprake was van een noodweersituatie, zodat ook geen sprake kan zijn van noodweerexces.

De feiten zijn strafbaar en er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde of verdachte uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 2: diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 3: diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 4: medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

6
Oplegging van de straf
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht het jeugdstrafrecht toe te passen, gelet op de jonge leeftijd van verdachte en zijn ontwikkelingsfase. Daartoe is aangevoerd dat verdachte nog jong is en heeft gehandeld zonder na te denken, zoals jeugdigen doen. Het jeugdstrafrecht biedt betere mogelijkheden voor begeleiding en behandeling, met name op het gebied van impuls- en emotieregulatie. Ten aanzien van de strafmaat heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij is gewezen op zijn moeilijke jeugd, de problematische relatie met zijn moeder en zijn uitgesproken wens om zijn schoolopleiding alsnog af te ronden. Verder heeft de verdediging benadrukt dat de verdachte openheid van zaken heeft gegeven en niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijke feiten.

6.3

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte maakte deel uit van een groep die zich schuldig heeft gemaakt aan bizar uitgaansgeweld. Daarbij vond eerst in Coconutz een tweevoudige gewelddadige diefstal van een ketting plaats en werd een bezoeker met een vuurwapen bedreigd. Vervolgens verplaatste de groep zich naar Kalibra. Daar werd ook een bezoeker met geweld bestolen van zijn ketting en was sprake van openlijk geweld. Ten slotte is de groep naar Lekker Bar gegaan. Ook daar werd een bezoeker met geweld beroofd van zijn ketting, is een vuurwapen getrokken en heeft openlijk geweld plaatsgevonden. Deze gang van zaken is onverklaarbaar en onaanvaardbaar.

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij degene is geweest die de vier diefstallen met geweld heeft gepleegd en samen met de anderen een vuurwapen met munitie voorhanden heeft gehad.

Het spreekt voor zich dat dit soort gedrag onaanvaardbaar is en stevig moet worden bestreden. De slachtoffers zijn hevig geschrokken en de bezoeker van Kalibra heeft letsel opgelopen. Dit soort feiten leiden tot een gevoel van onveiligheid onder het uitgaanspubliek en in de samenleving. Daar komt bij dat het voorhanden hebben van

vuurwapens met bijbehorende munitie een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen meebrengt.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij het eenmalig toepassen van geweld bij het wegrukken van een ketting uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar. Strafverzwarend in deze zaak is dat het om meerdere gewelddadige berovingen gaat op dezelfde avond in het uitgaansleven. En de oriëntatiepunten gaan voor het als first offender bezitten van een vuurwapen in een auto uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden.

De verdachte was ten tijde van het plegen van de strafbare feiten meerderjarig, zodat in beginsel het volwassenenstrafrecht van toepassing is. Het Gerecht is van oordeel dat in de door de raadsvrouw geschetste argumenten onvoldoende reden is gelegen tot het afwijken van de hoofdregel dat het volwassenstrafrecht van toepassing is. Enkel zijn jonge leeftijd is daartoe onvoldoende. Ook overigens ontbreken daarvoor aanknopingspunten. De reclassering (zie hieronder) heeft toepassing van het jeugdrecht niet geadviseerd en gebleken is dat verdachte voor zichzelf zorgt, niet meer naar school gaat en een baan heeft. . Het Gerecht zal dan ook het volwassenenstrafrecht toepassen.

Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 8 december 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De deskundige van Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba (hierna: de reclassering) heeft gerapporteerd over de persoon van verdachte. Uit het rapport blijkt dat verdachte geen eenvoudige jeugd heeft gehad en sprake is van alcohol- en drugsgebruik. In positieve zin heeft te gelden dat verdachte een hechte band heeft met zijn oudere broer, hij werkervaring heeft en intellectuele capaciteiten. Volgens de reclassering zou verdachte erbij gebaat zijn om na zijn een onvoorwaardelijke straf onder toezicht te worden gesteld van de reclassering, inhoudende een gedragsinterventie gericht op emotieregulatie, probleeminzicht en impulscontrole, en daarnaast begeleiding gericht op het versterken van pro-sociale vaardigheden en het verbeteren van zijn relatie met zijn moeder. Monitoring van middelengebruik en sociale omgeving wordt wenselijk geacht. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven open te staan voor verdere behandeling door de reclassering.

Gelet op het voorgaande, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Het Gerecht ziet gelet op voorgaande wel aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er enerzijds toe om de reclassering in staat te stellen met verdachte te werken aan de nodige begeleiding en anderzijds om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarbij houdt het Gerecht in sterke mate rekening met de omstandigheid dat de verdachte ter zitting inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn handelen en spijt heeft betuigd.

Alles overziend, zal aan verdachte worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Dit is lager dan de eis van de officier van justitie, omdat het Gerecht voornoemde omstandigheden kennelijk anders weegt.

7
Het beslag
7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde vier gouden halskettingen, één gouden hanger, één gouden ringvinger en één doorzichtig plastic zakje erin inhoudende een hoeveelheid gouden restjes, gevorderd dat deze verbeurd zullen worden verklaard.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vier gouden halskettingen aan de verdachte terug te geven.

7.3

Het oordeel van het gerecht

Het Gerecht gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet:

vier gouden halskettingen;

één gouden hanger;

één gouden ringvinger;

één doorzichtig plastic zakje erin inhoudende een hoeveelheid gouden restjes.

8
Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:136 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de zesendertig [36] maanden;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot acht [8] maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte, dan als veroordeelde, zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie [3] jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt en ook als dat inhoudt het verlenen van medewerking aan een gedragsinterventie gericht op emotieregulatie, probleeminzicht en impulscontrole, begeleiding gericht op het versterken van pro-sociale vaardigheden en het verbeteren van de relatie met moeder, monitoring van middelengebruik en sociale omgeving;

geeft de reclassering opdracht de veroordeelde begeleiding te bieden bij en toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan de rechthebbenden van de volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen:

vier gouden halskettingen;

één gouden hanger;

één gouden ringvinger;

één doorzichtig plastic zakje erin inhoudende een hoeveelheid gouden restjes.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 6 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Voetnoot

Voetnoot 1

Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (Divisie Algemene Recherche) d.d. 10 november 2025, geregistreerd onder proces-verbaalnummers 2025/01465, 2025/01466 en 2025/01467 en de onderzoeknamen “Coconut, Zilver en Ketting”.