Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, eerste aanleg - enkelvoudig strafrecht overig

ECLI:NL:OGEAA:2026:38

Op 6 February 2026 heeft de Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 511, 554 en 555 van 2025, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEAA:2026:38.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
511, 554 en 555 van 2025
Datum uitspraak:
6 February 2026
Datum publicatie:
9 March 2026

Indicatie

Verdachte maakte deel uit van een groep die zich schuldig heeft gemaakt aan bizar uitgaansgeweld. Daarbij vond eerst in Coconutz een tweevoudige gewelddadige diefstal van een ketting plaats en werd een bezoeker met een vuurwapen bedreigd. Vervolgens verplaatste de groep zich naar Kalibra. Daar werd ook een bezoeker met geweld bestolen van zijn ketting en was sprake van openlijk geweld. Ten slotte is de groep naar Lekker Bar gegaan. Ook daar werd een bezoeker met geweld beroofd van zijn ketting, is een vuurwapen getrokken en heeft openlijk geweld plaatsgevonden. Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij betrokken is geweest bij openlijk geweld in Kalibra. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging en aan het bezit van verdovende middelen.

Uitspraak

Parketnummers: P-2025/01609, P-2025/00819 en P-2024/00745 (TUL)

Zaaknummers: 511, 554 en 555 van 2025

Uitspraak van: 6 februari 2026

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het [detentieplaats],

hierna: de verdachte.

1
Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 januari 2026.

Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. Z.J.E. Paesch, de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.G. Croes, advocaat in Aruba.

Parketnummer P-2025/01609

Het slachtoffer [slachtoffer 1] was eveneens ter terechtzitting aanwezig. Het slachtoffer [slachtoffer 2] is niet ter terechtzitting verschenen.

Parketnummer P-2025/00819

Het slachtoffer [slachtoffer 3] is niet ter terechtzitting verschenen.

2
Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer P-2025/01609

1. primair:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zilveren halsketting (met diamanten steentjes) en/of een polshorloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit, het trekken aan de halsketting en/of polshorloge van die [slachtoffer 2] en/of meermalen, althans eenmaal met de vuist in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2],

subsidiair:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in de omgeving van de lokaliteit Kalibra, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal met de vuist/open hand in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2];

2.

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in de omgeving van de lokaliteit Lekker, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal met de vuist/open hand in het gezicht en/of het achterhoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan en/of het meermalen, althans eenmaal met een groot/zwaar voorwerp tegen het gezicht, althans op het hoofd van die [slachtoffer 1] slaan;

Parketnummer P-2025/00819

1.

dat hij op of omstreeks 22 april 2025 in Aruba [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 3] door middel van Whatsapp berichten, dreigend de woorden toe te voegen: "Wakk bo salio tonti bo mama awoki fe hotell trece mi kaka nan pami paso keremi mi tin paar di guy chiki kinan lokooo pa wak morto. Dos guy chikito kinan loko loko pa buta e prome morto di anja", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking:

2.

dat hij op of omstreeks 23 april 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof in bezit en/of aanwezig heeft gehad:

3.

dat hij op of omstreeks 23 april 2025 in Aruba opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt in bezit en/of aanwezig heeft gehad.

3
Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen

4
Beoordeling van het bewijs
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft in de zaak met parketnummer P-2025/01609 vrijspraak gevorderd van het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde. Verder heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde. Volgens de officier van justitie is voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft in de zaak met parketnummer P-2025/00819 gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Volgens de officier van justitie is voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is het in de zaak met parketnummer P-2025/01609 eens met de officier van justitie dat voor feit 1 primair en feit 2 vrijspraak moet volgen. Verder heeft de verdediging geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van feit 1 subsidiair.

De verdediging heeft zich in de zaak met parketnummer P-2025/00819 op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van dit feit heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte geen opzet had om het slachtoffer iets aan te doen, omdat hij uit woede handelde en de geuite woorden geen gericht dreigement waren. Ten aanzien van feiten 2 en 3 heeft de verdediging geen bewijsverweer gevoerd.

4.3

Het oordeel van het Gerecht

Parketnummer P-2025/01609

Met de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 3 augustus 2025 bij Kalibra diefstal in vereniging vergezeld van geweld en bij Lekker openlijk geweld in vereniging heeft gepleegd, zodat de verdachte zonder nadere motivering van het ten laste gelegde feit 1, primair, en feit 2 zal worden vrijgesproken.

4.4

Bewezenverklaring

Parketnummer P-2025/01609

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

dat hij op of omstreeks 3 augustus 2025 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, in de omgeving van de lokaliteit Kalibra, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal met de vuist/open hand in het gezicht en/of het achterhoofd en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan en/of het meermalen, althans eenmaal (met geschoeide voet) te schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2].

Parketnummer P-2025/00819

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

1.

dat hij op of omstreeks 22 april 2025 in Aruba [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 3] door middel van Whatsapp berichten, dreigend de woorden toe te voegen: "Wakk bo salio tonti bo mama awoki fe hotell trece mi kaka nan pami paso keremi mi tin paar di guy chiki kinan lokooo pa wak morto. Dos guy chikito kinan loko loko pa buta e prome morto di anja", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

dat hij op of omstreeks 23 april 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

3.

dat hij op of omstreeks 23 april 2025 in Aruba opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt in bezit en/of aanwezig heeft gehad.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4.5

Bewijsmiddelen  (Voetnoot 1)

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Parketnummer P-2025/01609

Nu de verdachte het ten laste gelegde feit 1 subsidiair heeft bekend en ter terechtzitting geen vrijspraak is bepleit, volstaat het Gerecht voor dat feit met een opsomming van de bewijsmiddelen:

De bekennende verklaring van de verdachte, op 16 januari 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting;

Proces-verbaal 2e verhoor verdachte [verdachte] d.d. 28 augustus 2025, bijlage 16.8 van het dossier;

Proces-verbaal van aangifte aangever [slachtoffer 2] d.d. 3 augustus 2025, met bijlagen waaronder medische verslagen, bijlage 3.1 van het dossier;

Proces-verbaal bevinding videobeelden “Papia Mia Restaurant” d.d. 11 augustus 2025, bijlage 10.1 van het dossier.

Parketnummer P-2025/00819

Feit 1:

1. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 22 april 2025, met bijlagen waaronder schermafdrukken van Whatsapp-gesprekken:

Ik wil aangifte doen van bedreiging tegen de man die ik als [medeverdachte 1] ken. Het is zo dat ik parttime werk als monteur bij mijn huis.

Twee maanden geleden nam [medeverdachte 1] opnieuw contact met mij op en vroeg mij of ik onderdelen, namelijk "Coll over" voor zijn auto kon bestellen. Ik stelde hem op de hoogte dat het soms een maand of langer kan duren voordat de bestelde onderdelen op Aruba aankomen. Ik heb bedoelde onderdelen voor hem online besteld. Tot heden zijn de onderdelen nog niet gekomen. [Medeverdachte 1] had mij 950 Arubaanse florin gegeven voor het bestellen van zijn "coil over".

Heden omstreeks 11:55 uur kreeg ik van [medeverdachte] de volgende berichten gestuurd: "Mail fada bo tin mi kaba cubo ganjamento kens. Hotel bo ke drumi mita bai mandabo un hotel gratisss. Wakk bo sali tonti bo mama awoki fe hotel trece mi kaka nana pami paso keremi mi tin para di guy chiki kinana lokooo pa wak morto. Dos guy chikito kinana loko loko pa buta e prome morto di anja. Wak pabo Sali awokiiii trese mi kaka nan pami prome cu ta laat pabo". Ik heb [medeverdachte 1] beantwoord en zei tegen hem dat ik bereid ben om hem zijn geld terug te geven. Hierna stuurde [medeverdachte 1] het volgende: "Rmn mino ke tende nada nada nada. Trece mi conan awo pami. Beef aki bo mes a buske. Ma wanta hopi". Ik had hem beantwoord dat ik zijn geld voor hem terug zal brengen, maar hij beantwoorde me niet meer.

2. De verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 16 januari 2026:

Ik heb deze berichten gestuurd, omdat ik hem betaald had voor veren van mijn auto en ik die veren steeds niet kreeg.

Feiten 2 en 3 (verdovende middelen):

Nu de verdachte het onder 2 en 3 bewezenverklaarde heeft bekend en ter terechtzitting geen vrijspraak ten aanzien van deze feiten is bepleit, volstaat het Gerecht voor die feiten met een opsomming van de bewijsmiddelen:

Proces-verbaal van aanhouding van [verdachte] d.d. 24 april 2025;

Proces-verbaal wegen en testen verdovende middelen d.d. 28 april 2025;

Een geschrift, zijnde een deskundigenrapport opgemaakt door [toxicoloog] (toxicoloog), d.d. 5 mei 2025

Proces-verbaal 1e verhoor verdachte d.d. 29 april 2025.

4.6

Bewijsoverwegingen

Parketnummer P-2025/00819

Feit 1:

Het Gerecht stelt voorop dat voor een veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of zware mishandeling is vereist dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen of zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht.

Vast staat dat verdachte een Whatsapp-bericht naar het slachtoffer heeft gestuurd waarin hij, vrij vertaald, zegt: “Godverdomme zorg dat je nu uit het hotel komt en mijn shit voor mij brengt, want geloof mij ik heb een paar kleine jongens hier die gek zijn om de dood te zien. Twee kleine jongens hier gek gek om de eerste dode van het jaar te laten vallen”.

Het Gerecht overweegt dat door de uitlatingen van de verdachte, gezien de omstandigheden waaronder de uitlatingen hebben plaatsgevonden, bij het slachtoffer in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat verdachtes opzet daarop ook was gericht. Verdachte wilde het slachtoffer immers onder druk zetten om zijn veren te krijgen of zijn geld terug te geven. Het opzet van verdachte was dus ook gericht op het aanjagen van vrees. Het verweer dat de woorden van een te algemene aard zijn om tot een dergelijke redelijke vrees te kunnen leiden, volgt het Gerecht gezien de uit de bewijsmiddelen voortvloeiende context van de uitlatingen niet. Dat de verdachte deze bedreigingen zou hebben geuit in een uitbarsting van boosheid en zich door deze emotie wellicht heeft laten meeslepen, staat aan het aannemen van een redelijke vrees niet in de weg. Het verweer wordt dan ook verworpen.

5
Strafbaar feit, strafbare dader? (Parketnummer P-2025/01609)
5.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 subsidiair een beroep gedaan op noodweer en noodweerexces en heeft naar het Gerecht begrijpt bepleit dat de verdachte ten aanzien van dit feit moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdediging aangevoerd dat hij onder de veronderstelling verkeerde dat zijn vriend, medeverdachte [medeverdachte 2], werd aangevallen en hem ging verdedigen.

5.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het beroep op noodweer en noodweerexces dient te worden verworpen. Uit objectieve bewijsmiddelen blijkt dat het slachtoffer reeds op de grond lag toen hij door verdachte werd geschopt en naar het Gerecht begrijp de grenzen van een noodzakelijke verdediging heeft overschreden. Tevens blijkt nergens uit dat verdachte in een hevige gemoedsbeweging verkeerde.

5.3

Het oordeel van het Gerecht

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is voor een geslaagd beroep op noodweer in de eerste plaats vereist dat de rechter de door de verdachte opgegeven feitelijke toedracht, die uit wettige bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid, aannemelijk acht. Eerst als dat het geval is, kan worden toegekomen aan de vraag of die toedracht kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en of het door de verdachte begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging daartegen. Noodweerexces kan alleen aan de orde zijn als zich een noodweersituatie voordoet.

Uit de onderzoeksbevindingen volgt dat verdachte achter medeverdachte [medeverdachte 2] liep toen deze zich in de richting van het slachtoffer begaf. Vast staat dat medeverdachte [medeverdachte 2] in het voorbijlopen de ketting van het slachtoffer probeerde af te rukken, waarna tussen hen een worsteling is ontstaan. Verdachte heeft verklaard dat hij niet heeft gezien dat medeverdachte [medeverdachte 2] de ketting van het slachtoffer probeerde af te rukken. Uit de videobeelden blijkt dat verdachte pas in beeld komt als het afrukken van de ketting al een seconde of 5 geleden is. Op het moment waarop medeverdachte [medeverdachte 2] de ketting afrukt, is verdachte niet in beeld en kan dus ook niet beoordeeld worden waar hij naar kijkt. Het is in de hectiek van de nachtclub mogelijk dat verdachte niet heeft gezien dat medeverdachte [medeverdachte 2] de ketting van het slachtoffer afrukte. Het Gerecht acht het daarom mogelijk dat de verdachte niet heeft gezien dat medeverdachte [medeverdachte 2] de agressor was en in de veronderstelling verkeerde dat zijn vriend werd aangevallen. In het licht hiervan zal het Gerecht derhalve uitgaan van deze lezing van verdachte.

Uit de videobeelden blijkt echter dat medeverdachte [medeverdachte 2] het slachtoffer vasthield en het slachtoffer enkel afwerende bewegingen maakte. Bovendien was er al beveiliging ter plaatse die hen uit elkaar probeerde te halen. Er was op dat moment voor verdachte geen reden voor het uitdelen van vuistslagen. In de kern moeten de handelingen van verdachte als aanvallend worden beschouwd.

Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte het slachtoffer heeft geschopt terwijl het slachtoffer reeds hulpeloos op de grond lag. Ook op dat moment was geen sprake (meer) van een (voortdurende) ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdediging geboden was. In zoverre was er geen noodweersituatie meer.

Evenmin is gebleken dat verdachte ten tijde van zijn handelen verkeerde in een hevige gemoedsbeweging die het onmiddellijke gevolg was van een aanranding. Het beroep van verdachte op noodweer en noodweerexces wordt dan ook verworpen.

De feiten zijn strafbaar en er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde of verdachte uitsluiten.

6. De bewezenverklaring

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer P-2025/01609

Feit 1 subsidiair: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:82 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba,

Parketnummer P-2025/00819

Feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba,

Feit 2: opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder C van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening,

Feit 3: opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, onder C van de Landsverordening verdovende middelen,

strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening.

7
De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

8
Oplegging van de straf
8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft strafmaatverweer gevoerd en daartoe aangevoerd dat verdachte een beperkte rol had bij het openlijke in vereniging plegen van geweld.

8.3

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte maakte deel uit van een groep die zich schuldig heeft gemaakt aan bizar uitgaansgeweld. Daarbij vond eerst in Coconutz een tweevoudige gewelddadige diefstal van een ketting plaats en werd een bezoeker met een vuurwapen bedreigd. Vervolgens verplaatste de groep zich naar Kalibra. Daar werd ook een bezoeker met geweld bestolen van zijn ketting en was sprake van openlijk geweld. Ten slotte is de groep naar Lekker Bar gegaan. Ook daar werd een bezoeker met geweld beroofd van zijn ketting, is een vuurwapen getrokken en heeft openlijk geweld plaatsgevonden. Deze gang van zaken is onverklaarbaar en onaanvaardbaar.

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij betrokken is geweest bij openlijk geweld in Kalibra. Het is niet duidelijk of hij ook aanwezig is geweest bij de gebeurtenissen bij de Lekker Bar.

Het spreekt voor zich dat dit soort gedrag onaanvaardbaar is en stevig moet worden bestreden. Het slachtoffer is hevig geschrokken en heeft letsel opgelopen. Dit soort feiten leiden tot een gevoel van onveiligheid onder het uitgaanspubliek en in de samenleving.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging. Deze bedreiging heeft bij het slachtoffer serieuze gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt, zoals ook uit zijn aangifte naar voren is gekomen. Dit rekent het Gerecht de verdachte aan.

Daar komt nog bij dat de verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het bezit van verdovende middelen. Het is algemeen bekend dat deze verslavend werken, voor de gezondheid van gebruikers daarvan schadelijk zijn en leiden tot allerhande andere criminaliteit.

Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 20 december 2025, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor drugsfeiten. Dit weegt het Gerecht in strafverzwarende zin mee.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij het aanwezig hebben van 5 tot 250 gram cocaïne in geval van recidive uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en bij het aanwezig hebben van meer van 30 gram hennep van halvering van de oriëntatiepunten voor cocaïne. Er bestaan binnen het Gemeenschappelijk Hof van Justitie geen oriëntatiepunten voor openlijke en in vereniging geweld plegen tegen personen of bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, maar het Gerecht zal bij het bepalen van de straf rekening houden met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Alles overziend, moet worden geconcludeerd dat de eis van de officier van justitie mild genoemd mag worden. Het Gerecht zal verdachte echter het voordeel van de twijfel geven en een straf opleggen conform de strafeis van de officier van justitie.

9
Het beslag
9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde 25 doorzichtige plastic zakjes inhoudende cocaïne en 21 zakjes doorzichtige plastic zakjes inhoudende hennep, gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde Afl. 1.449,05 en $ 314,-, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze aan verdachte terug kunnen worden gegeven.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vorderingen van de officier van justitie met betrekking tot de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen.

9.3

Het oordeel van het gerecht

Het Gerecht beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen, te weten 25 doorzichtige plastic zakjes inhoudende cocaïne en 21 zakjes doorzichtige plastic zakjes inhoudende hennep. Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Het Gerecht gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet:

Afl. 1.449,05;

$ 314,-;

Een donker grijze mobiele telefoon van het merk en model Apple Iphone.

Ten aanzien van de mobiele telefoon overweegt het Gerecht het volgende. Artikel 397, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering van Aruba bepaalt dat het Gerecht de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen gelast voor zover deze niet worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer, tenzij het Gerecht verklaart tot het afgeven van een zodanige last niet in staat te zijn. Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen mobiele telefoon.

10
Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 6 februari 2025 in de zaak met parketnummer P-2024/00745 heeft het Gerecht te Aruba de verdachte ter zake van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder B en C en artikel 4, eerste lid, onder C, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, waarvan 344 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.

De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van het voornoemd vonnis zal gelasten.

Ten aanzien van de vorderingen tot tenuitvoerlegging heeft de raadsvrouw geen verweer gevoerd.

Nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt en gezien hetgeen hiervoor in de strafmotivering is overwogen ziet het Gerecht aanleiding om de tenuitvoerlegging, zoals gevorderd, te gelasten.

11
Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:74 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer P-2025/01609 onder feit 1 primair en feit 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de zaak met parketnummer P-2025/01609 het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de zaak met parketnummer P-2025/00819 de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de twaalf [12] maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten;

25 doorzichtige plastic zakjes inhoudende cocaïne;

21 zakjes doorzichtige plastic zakjes inhoudende hennep;

gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

Afl. 1.449,05;

$ 314,-;

Een donker grijze mobiele telefoon van het merk en model Apple Iphone.

gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer P-2024/00745 bij vonnis d.d. 6 februari 2025 van dit Gerecht voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van driehonderdvierenveertig [344] dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 6 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Voetnoot

Voetnoot 1

Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in (voor parketnummer P-2025/01609) het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (Divisie Algemene Recherche) d.d. 10 november 2025, geregistreerd onder proces-verbaalnummers 2025/01465, 2025/01466 en 2025/01467 en de onderzoeknamen “Coconut, Zilver en (voor parketnummer P-2025/00819) Ketting” en het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (Divisie Justitiële Politie) d.d. .14 mei 2025, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 2025/00819 en de onderzoeksnaam “Coil”.