Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, eerste aanleg - enkelvoudig civiel recht overig

ECLI:NL:OGEABES:2026:209

Op 19 August 2026 heeft de Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is BON202600357 en BON202600358, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEABES:2026:209.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
BON202600357 en BON202600358
Datum uitspraak:
19 August 2026
Datum publicatie:
28 August 2026

Indicatie

Vervangende toestemming reizen met minderjarige en verzoek gezamenlijk gezag

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600357 en BON202600358

Datum uitspraak: 19 augustus 2026

BESCHIKKING

in de zaak van:

[de man],

wonende te Bonaire,

verzoeker,

hierna: de man,

gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,

tegen

[de vrouw],

wonende te Bonaire,

verweerster,

hierna: de vrouw.

De Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad) is opgeroepen met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige (artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES).

Procesverloop

1
Het procesverloop
1.1.

Het verzoekschrift van de man is met bijlagen op 1 juli 2026 ingediend.

1.2.

Op 11 augustus 2026 heeft de vrouw per e-mail het Gerecht om uitstel verzocht. Het Gerecht heeft partijen bericht dat de op 19 augustus 2026 geplande zitting doorgang zal vinden voor de behandeling van het verzoek om vervangende toestemming om te reizen en dat het verzoek tot gezamenlijk gezag op een latere datum zal worden behandeld.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2026. Daarbij is de man verschenen, bijgestaan door mr. Van Lieshout. De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Namens de Voogdijraad is [medewerker Voogdijraad] aanwezig.

1.4.

De rechter heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan.

2
De feiten
2.1.

Partijen zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige].

2.2.

De man heeft de minderjarige erkend. De vrouw heeft het gezag over de minderjarige.

2.3. [

de minderjarige] woont bij haar moeder.

Overwegingen

3
Het verzoek en de beoordeling

Het verzoek

3.1

De man verzoekt het Gerecht hem en de vrouw gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag over [de minderjarige]. Ook verzoekt de man vervangende toestemming om met [de minderjarige] te reizen van Bonaire, via Miami (USA), naar Orlando (USA) en vice versa van 19 september 2026 tot en met 26 september 2026 om een Disney Cruise te maken.

3.2.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van de man een aanvullend verzoek gedaan tot afgifte van het paspoort van [de minderjarige], dat nu in het bezit van de vrouw is. Voor de reis naar de Verenigde Staten heeft [de minderjarige] een ESTA (Electronic System for Travel Authorization) nodig en voor het aanvragen hiervan en voor de reis zelf is het noodzakelijk om over het paspoort te beschikken.

De beoordeling

3.3.

Omdat het verzoek om vervangende toestemming betrekking heeft op een reis op korte termijn, zal het Gerecht hierover vandaag al beslissen. Het verzoek van de man om de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten zal worden behandeld op 28 oktober 2026 om 14.45 uur.

3.4.

Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt alsdan een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

3.5.

De man heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij ernstig ziek is en dat deze reis mogelijk de laatste zal zijn die hij met zijn naaste familie kan maken. De vrouw had aanvankelijk ingestemd met de reis, maar heeft haar instemming later ingetrokken. De vrouw heeft in haar uitstelverzoek toegelicht dat dit voortkwam uit een emotionele discussie met de man, maar dat zij bereid is de toestemming te verlenen. De Voogdijraad heeft onderschreven dat het in het belang van [de minderjarige] is dat zij deze reis met haar vader kan maken. Van bezwaren is verder ook niet gebleken. Hoewel de vrouw te kennen heeft gegeven toestemming voor de reis te zullen geven, heeft de man nog wel belang bij zijn verzoek, nu de vrouw een eerder gegeven toestemming heeft ingetrokken. De vervangende toestemming zorgt ervoor dat zeker is dat de reis door kan gaan. Daarom zal het Gerecht de vervangende toestemming verlenen. In het verlengde daarvan zal het Gerecht bepalen dat de vrouw het paspoort van [de minderjarige] met het oog op deze reis zal afgeven aan de man.

Beslissing

4
De beslissing

Het Gerecht:

4.1.

staat de man toe met [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats], te reizen vanaf Bonaire via Miami (USA) naar Orlando (USA) en vice versa in de periode van 19 september 2026 tot en met 26 september 2026;

4.2.

bepaalt dat deze beschikking – voor zover nodig – in de plaats treedt van een door de vrouw ondertekend toestemmingsformulier;

4.3.

bepaalt dat de vrouw voor 23 augustus 2026 het paspoort van [de minderjarige] aan de man afgeeft ten behoeve van de in 4.1 bedoelde reis;

4.4.

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als een oproeping van partijen en de Voogdijraad voor de voortzetting van de mondelinge behandeling op 28 oktober 2026 om 14.45 uur;

4.5.

verklaart de beslissingen in 4.1. en 4.3. uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier en op schrift gesteld en ondertekend op 20 augustus 2026.