Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, eerste aanleg - enkelvoudig civiel recht overig

ECLI:NL:OGEABES:2026:216

Op 18 March 2026 heeft de Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is SAB202400017, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEABES:2026:216.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
SAB202400017
Datum uitspraak:
18 March 2026
Datum publicatie:
1 September 2026

Indicatie

Artikel 3:200a BW BES, langdurig onverdeelde nalatenschap, eindbeschikking. Toekenning percelen conform het voorstel van verzoekers en belanghebbende.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Zittingsplaats Saba

Zaaknummer: SAB202400017

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Beschikking op het verzoek op grond van artikel 3:200a Burgerlijk Wetboek BES met betrekking tot de percelen gelegen te

UPPER HELL’S GATE

Ongeveer 828 m2, omschreven in meetbrief [../….], met de volgende omschrijving:

“This parcel of land is situated on the island of Saba, Dutch Caribean, in the district of [..] Gate in the area locally known as “[..] Hill”.

It is bounded on the northern side by the lands of [X], on the eastern side by the parcels of land described in Certificate of Admeasurement number 3 of [….] and 41 of [….], on the southern side by the parcel of land described in Certificate of Admeasurement number 53 of [….], on the western side by the remaining land of [Y], where also an propose access, as shown on the attached drawing.”

hierna: het perceel,

van:

[verzoekster],

wonend te Saba,

verzoekster,

procederend in persoon,

met als in het geding verschenen belanghebbende:

HET OPENBAAR LICHAAM SABA,

zetelend te Saba, hierna: het OLS,

gevolmachtigde: mr. P. Groeneveld.

Procesverloop

1
Het procesverloop
1.1.

Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend.

1.2.

De openbare oproeping van belanghebbenden als bedoeld in artikel 200f lid 5 BW BES heeft plaatsgevonden door publicaties in de National Gazette van Sint Maarten en The Daily Herald, en door berichten op de sociale media kanalen van het Gemeenschappelijk Hof.

1.3.

De zaak is na diverse administratieve verwikkelingen en nadat verzoekster diverse aanvullende stukken heeft ingezonden, uiteindelijk behandeld op de zitting van 18 februari 2026. Daarbij zijn verzoekster en de gevolmachtigde van OLS verschenen. Door verzoekster is ter zitting verklaard dat haar moeder en zus niet aanwezig waren, omdat zij het eens zijn met het verzoek.

1.4.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

Overwegingen

2
De beoordeling

Het verzoek

2.1.

Verzoekster verzoekt het Gerecht te beslissen over de eigendom van het perceel omschreven in de kop van deze beschikking en het perceel aan haar in eigendom toe te kennen.

2.2.

Het verzoek is gebaseerd op de wettelijke regeling voor langdurig onverdeeld gebleven nalatenschappen (artikel 3:200a Burgerlijk Wetboek BES). Deze regeling is bedoeld om een oplossing te bieden voor terreinen met een onduidelijke eigendomssituatie en geeft de rechter de mogelijkheid grond aan ‘gebruikers’ toe te wijzen.

Het standpunt van het OLS

2.3.

Artikel 3:200f BW bepaalt dat het OLS in dit soort zaken belanghebbende is en moet worden opgeroepen. Artikel 3:200c lid 4 bepaalt dat de rechter het gevoelen inwint van het OLS over de eventueel noodzakelijke ontwikkeling van de onroerende zaak waarop het verzoek betrekking heeft.

2.4.

In zijn akte van 17 februari 2026 heeft het OLS het standpunt ingenomen dat het OLS geen bezwaar heeft tegen toekenning van het perceel in eigendom aan verzoekster. Het gaat om een inwoner van Saba die al meer dan 10 jaar het perceel gebruikt. Het OLS roept het domeinbeginsel niet in. Er is geen noodzaak voor ontwikkeling. Dit standpunt heeft de gemachtigde van het OLS ter zitting bevestigd.

Kan de regeling inzake langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen worden toegepast?

2.5.

Na de inbezitneming door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was alle grond van de overheid (Gemeenschappelijk Hof 16 november 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:214, [.]. Sint Maarten). Men spreekt wel van het domeinbeginsel. Het OLS heeft het domeinbeginsel niet ingeroepen in deze zaak. In deze zaak is geen eigenaar van het perceel ingeschreven in de openbare registers.

Wat is de actuele situatie?

2.6.

Uit de overgelegde stukken blijkt het volgende.

- [ Y], geboren [geboortedatum], heeft het perceel in 1965 gekocht van [naam1]. In een door twee getuigen mede ondertekende verklaring verklaart [Y] dat hij niet gehuwd is en geen kinderen heeft en dat hij het perceel op 17 maart 2010 voor het symbolische bedrag van NAf 1,- heeft verkocht aan zijn neef en nicht: [naam2] en [naam3].

- In een schriftelijke verklaring van 15 oktober 2013 verklaren [naam2] en [naam3] dat zij het perceel om niet overdragen aan hun dochter [verzoekster] (verzoekster)

- ondanks daartoe te zijn opgeroepen, hebben zich geen belanghebbenden gemeld en zijn er geen bezwaren geuit tegen de eigendomsverkrijging door verzoeker.

2.7.

Om het perceel aan verzoekster in eigendom toe te kennen dient zij als gebruiker te worden aangemerkt. Dat is het geval.

Verder is van belang dat, ondanks daartoe te zijn opgeroepen, zich geen belanghebbenden hebben gemeld en er geen bezwaren zijn geuit tegen de eigendomsverkrijging door verzoekster.

2.8.

Van een noodzaak tot ontwikkeling als bedoeld in artikel 3:200c BW is niet gebleken.

Slotsom 2.9. Aan alle voorwaarden is voldaan. Het Gerecht zal daarom de eigendom van het perceel toekennen aan verzoekster.

Beslissing

3
De beslissing

Het Gerecht:

3.1.

kent het perceel omschreven in meetbrief [../….], gelegen aan de [..] Road, in eigendom toe aan [verzoekster], geboren [geboortedatum];

3.2.

bepaalt dat deze beschikking door toedoen van de griffier binnen twee weken na deze uitspraak openbaar bekend wordt gemaakt in de Staatscourant, de National Gazette (van Sint Maarten) en The Daily Herald en op de website van het Gemeenschappelijk Hof, door plaatsing van het volgende bericht:

BEKENDMAKING

Bij beschikking van het Gerecht in eerste Aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 maart 2026 is op grond van de wettelijke regeling voor langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen (artikel 3:200a BW BES) een onroerende zaak in eigendom toegekend aan de verzoekster [verzoekster], wonende te Saba. Het betreft de onroerende zaak:

[locatie] (828 m2, meetbrief 019 van 2012) te Saba

De beschikking is met als zoekterm SAB202400017 te vinden onder

“Uitspraken” op www.rechtspraak.nl

3.3.

bepaalt dat de griffier nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan een afschrift van deze beschikking zendt aan de bewaarder van de openbare registers in Saba ter inschrijving;

3.4.

draagt de griffier op, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, de kosten voor de openbare bekendmakingen in mindering te brengen op het door verzoekster betaalde voorschot en het eventueel overblijvende uit te keren aan verzoekster.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.