Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, eerste aanleg - enkelvoudig personen- en familierecht

ECLI:NL:OGEABES:2026:146

Op 19 June 2026 heeft de Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is BON202600219 en BON202600220, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEABES:2026:146.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
BON202600219 en BON202600220
Datum uitspraak:
19 June 2026
Datum publicatie:
20 July 2026

Indicatie

Aanhouding verzoeken met betrekking tot gezag en omgang tot onderzoek door Voogdijraad is afgerond.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600219 BON202600220

datum beslissing: 19 juni 2026

BESCHIKKING

op het verzoek van

[de man],

wonend te Bonaire,

hierna: de man,

gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout

tegen

[de vrouw],

wonend te Bonaire,

hierna: de vrouw,

procederend in persoon.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).

Procesverloop

1
Het procesverloop
1.1.

Het verzoekschrift van de man is met bijlagen op 24 april 2026 op de griffie van dit gerecht ingediend.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. De man is met zijn gemachtigde verschenen en de vrouw in persoon. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen.

1.3

Daarna is direct mondeling de volgende beslissing gegeven.

2
De feiten
2.1.

Uit de affectieve relatie tussen partijen zijn de volgende thans nog minderjarige kinderen geboren:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats], hierna: [minderjarige 1], en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats], hierna [minderjarige 2].

2.2.

De man heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend.

Overwegingen

3
Het verzoek en de beoordeling

Verzoek

3.1.

De man verzoekt om belast te worden met het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en om de vaststelling van een omgangsregeling. Ook verzoekt de man het gerecht hem toe te staan kosteloos te procederen.

Beoordeling

3.2.

De tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, kan de rechter in eerste aanleg verzoeken hem met het gezag over het kind te belasten (art. 1:253c BW BES).

3.3.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de vrouw niet wil dat de man samen met haar het gezamenlijk gezag over de kinderen gaat uitoefenen en ook niet dat er een omgangsregeling tot stand gaat komen. Ook is gebleken dat de communicatie tussen de man en de vrouw ernstig verstoord is. Het gerecht overweegt dat het in het belang van de kinderen is dat zij omgang hebben met beide ouders. De Voogdijraad heeft naar aanleiding van de opstelling van de vrouw het gerecht verzocht een onderzoek te gelasten naar de mogelijkheden voor gezamenlijk gezag en de totstandkoming van een omgangsregeling. Het gerecht is van oordeel dat meer informatie nodig is om een beslissing te nemen over de gezagssituatie en een omgangsregeling en verzoekt de Voogdijraad hiernaar onderzoek te doen.

3.4.

De man zal worden toegestaan kosteloos te procederen, gelet op de door hem overgelegde toekenning door de Raad voor Rechtsbijstand.

Beslissing

4
De beslissing

Het gerecht:

4.1.

verleent de man verlof kosteloos te procederen;

4.2.

houdt de verzoeken met betrekking tot het gezag en de omgangsregeling aan totdat door de Voogdijraad daaromtrent zal zijn gerapporteerd;

4.3.

bepaalt dat de behandeling wordt voortgezet op 30 september 2026 om 14.00 uur en dat partijen en dat deze beschikking geldt als oproeping om dan te verschijnen;

4.4.

bepaalt dat de Voogdijraad uiterlijk een week voor 30 september 2026 de raadsrapportage indient bij de griffie van het gerecht.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.