Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, eerste aanleg - enkelvoudig personen- en familierecht

ECLI:NL:OGEABES:2026:148

Op 19 June 2026 heeft de Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is BON202500229 BON202500230, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEABES:2026:148.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
BON202500229 BON202500230
Datum uitspraak:
19 June 2026
Datum publicatie:
20 July 2026

Indicatie

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen met een jaar en verlenging uithuisplaatsing met zes maanden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummers: BON202500229 BON202500230

datum beslissing: 19 juni 2026

op verzoek van:

ZORG EN JEUGD CARIBISCH NEDERLAND, gevestigd te Bonaire,hierna ook: ZJCN,

met betrekking tot de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats], hierna: [minderjarige 1], en

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats], hierna: [minderjarige 2],

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder], wonende te Bonaire,hierna: de moeder,

en

[de vader],

wonende te Bonaire,

hierna: de vader.

1
De procedure
1.1.

Het verzoekschrift van ZJCN is met bijlagen op 22 mei 2026 ingediend op de griffie van dit gerecht.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. De moeder is verschenen. De vader is, ondanks behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen en namens ZJCN zijn mevrouw [medewerker ZJCN 1] en mevrouw [medewerker ZJCN 2] verschenen.

1.3.

Na de zitting heeft de rechter direct mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen

2
Het verzoek en de beoordeling.

Het verzoek

2.1.

ZJCN heeft verzocht de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met een jaar te verlengen. De moeder en haar huidige partner hebben, samen met de kinderen, intensief met de hulpverleningsinstanties samengewerkt en er zijn positieve ontwikkelingen te zien zijn in het gezinssysteem. Zonder het gedwongen kader is het risico dat moeder zich terugtrekt wanneer het een periode goed gaat. Het gezinssysteem is nog te kwetsbaar om de ondertoezichtstelling te beƫindigen.

De beoordeling

2.2.

Op grond van artikel 1:254 BW BES juncto artikel 1:258 lid 1 BW BES kan de rechter in eerste aanleg een minderjarige onder toezicht stellen als die zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. De termijn van de ondertoezichtstelling beslaat ten hoogste een jaar en kan telkens door de rechter in eerste aanleg verlengd worden met ten hoogste een jaar.

2.3.

Bij de beschikking van dit gerecht van 25 juni 2025 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van ZJCN en uit huis geplaatst voor de duur van een jaar. Zij wonen bij de Stichting Project.

2.4.

In het verzoekschrift en ter zitting heeft ZJCN uiteengezet dat, hoewel in de afgelopen periode positieve ontwikkelingen in het gezinssysteem zichtbaar zijn, nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen. De moeder is bereid mee te werken en wil graag zicht op terugkeer van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het gezin. Het gezin werkt daarom intensief samen met de hulpverleningsinstanties. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in het weekend thuis bij de moeder. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat ZJCN actief toewerkt naar terugkeer van de kinderen in het gezin. Besproken is daarom of het nodig is dat de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met een jaar wordt verlengd. Om het gezin meer perspectief te bieden kunnen de Voogdijraad en ZJCN zich ook vinden in de verlenging van de uithuisplaatsing met zes maanden in plaats van een jaar.

2.5.

Op grond van het voorgaande is het gerecht van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog onverminderd aanwezig zijn. Het gezinssysteem blijkt nog te kwetsbaar om gedwongen hulpverlening los te laten. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar zal daarom worden toegewezen. Ook na een terugkeer bij moeder zal begeleiding en gedwongen hulpverlening noodzakelijk zijn. De uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de Stichting Project zal worden verlengd voor de duur van zes maanden; het doel is immers dat in de komende maanden wordt toegewerkt naar een einde aan die plaatsing en een terugkeer bij moeder.

Beslissing

3
De beslissing

Het gerecht:

3.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] en

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats],

voor de duur van een jaar, dat wil zeggen tot 25 juni 2027, en bepaalt dat ZJCN belast blijft met het toezicht;

3.2.

verlengt de uithuisplaatsing van [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats], bij Stichting Project voor de duur van zes maanden, dat wil zeggen tot 25 december 2026;

3.3.

verstaat dat de griffier de beslissing onder 3.1. aantekent in het gezagsregister;

3.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en is op 19 juni 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier en op 2 juli 2026 op schrift gesteld.