Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, eerste aanleg - enkelvoudig strafrecht overig

ECLI:NL:OGEABES:2025:163

Op 12 December 2025 heeft de Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 400.00105-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEABES:2025:163.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
400.00105-25
Datum uitspraak:
12 December 2025
Datum publicatie:
7 May 2026

Indicatie

Veroordeling voor (vrijwillige) seks met iemand onder de 16, waaruit een kind is geboren. Strafmaatoverwegingen. Het slachtoffer en haar familie willen niet dat de verdachte vervolgd wordt of vast komt te zitten. Verdachte heeft zijn verantwoordelijkheid genomen. Voor signaal aan de gemeenschap is het niet nodig om de verdachte terug te sturen naar de gevangenis. Het gerecht legt een voorwaardelijke gevangenisstraf op van 12 maanden.

Uitspraak

Parketnummer: 400.00105/25

Uitspraak: 12 december 2025 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1996 te Bonaire,

wonende op Bonaire, adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 en 12 december 2025. De verdachte is bijgestaan door zijn raadsvrouw M.M.A. van Lieshout, advocaat op Bonaire.

De officier van justitie, mr. A.A.E. Rienhart-Martis, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar.

De raadsvrouw heeft een strafmaatverweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:

in of omstreeks de maand november 2023 tot en met december 2023, althans in het najaar van het jaar 2023 op het eiland Bonaire, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], door

zijn, verdachtes, (stijve) penis in de mond van die [slachtoffer] te brengen en zich door die [slachtoffer] te laten pijpen en/of

die [slachtoffer] te beffen en/of

die [slachtoffer] uit te kleden en/of te haar te betasten en/of

zijn (stijve) penis in de vagina van die [slachtoffer] te (laten) brengen en heen en weer te wrijven/ bewegen;

Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht vindt op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

in de maanden november 2023 en december 2023 op het eiland Bonaire, meermalen met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], door

zijn (stijve) penis in de mond van die [slachtoffer] te brengen en zich door die [slachtoffer] te laten pijpen en

die [slachtoffer] te beffen en

die [slachtoffer] uit te kleden en te haar te betasten en

zijn (stijve) penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen en heen en weer te wrijven/bewegen.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien het Gerecht dat niet bewezen acht.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat. (Voetnoot 1)

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire.

1. [medewerker] van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland, afdeling Jeugdzorg deed op 16 oktober 2024 aangifte van ontucht met een minderjarige. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

V: Waar kom je aangifte van doen?

A: Ik kom aangifte doen tegen de man die seks had met [slachtoffer], waardoor [slachtoffer] zwanger van hem is. Toen [slachtoffer] zwanger raakte was zij 15 jaar oud.  (Voetnoot 2)

2. [ [slachtoffer] is op 20 december 2024 als getuige gehoord. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

Mijn geboortedatum is [geboortedatum] 2008. De vader van mijn kindje is [verdachte]. V: Hoe was de relatie tussen jou en [verdachte]?

A: We hadden ook seks met elkaar.

V: In welke periode/jaar was dat?

A: November of december vorig jaar (2023).

V: Hoe vaak heb jij seks gehad met [verdachte]?

A: Het was meer dan 1 keer. Daarna raakte ik zwanger.  (Voetnoot 3)

3. De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

Het klopt dat ik seks heb gehad met [slachtoffer] en dat zij toen 15 jaar oud was. Ik heb mijn penis in de mond van [slachtoffer] gebracht. Ik heb [slachtoffer] gebeft. Ik heb haar ook uitgekleed, haar betast en mijn penis in haar vagina gebracht. Het heeft plaatsgevonden eind 2023.  (Voetnoot 4)

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 251 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt buiten echt ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

De officier van justitie heeft aangegeven lang te hebben nagedacht over de strafmaat. Enerzijds vervult de verdachte zijn rol als vader, en willen het slachtoffer en haar familie niet dat hij wordt teruggestuurd naar de gevangenis, omdat de verdachte dan niet meer financieel kan bijdragen. Anderzijds is seks met een minderjarige een zeer ernstig feit, dat streng bestraft moet worden. Dat het meisje zwanger is geraakt is strafverzwarend. De verdachte veroordelen tot een straf waarvan het onvoorwaardelijk gedeelte gelijk is aan het voorarrest zou geen recht doen aan deze zaak, en een verkeerd signaal geven aan de samenleving van Bonaire. De officier van justitie heeft daarom gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar.

De raadsvrouw heeft een strafmaatverweer gevoerd en aangevoerd dat de door de officier van justitie gevorderde straf geen recht doet aan dit specifieke geval.

Het Gerecht overweegt als volgt.

De verdachte heeft meerdere keren seks gehad met een 15-jarig meisje gedurende een periode van ongeveer twee maanden. De verdachte zelf was toen 27 jaar oud. Seks op een leeftijd onder de 16 jaar kan, naar de ervaring leert, voor slachtoffers nadelige psychische gevolgen van mogelijk lange duur met zich brengen. Om die reden is ontucht (seks) met een minderjarige onder de 16 strafbaar, ook als de seks vrijwillig was.

Het Gerecht heeft gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor het seksueel binnendringen van een kind ouder dan 12 jaar maar jonger dan 16 jaar als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren gegeven.

Het Gerecht ziet echter aanleiding in deze zaak van het oriëntatiepunt af te wijken.

Bij elke zaak dienen de concrete omstandigheden, waaronder de aard en ernst van het feit, de context waarin dit heeft plaatsgevonden, de impact op het slachtoffer en de persoon van de verdachte, zorgvuldig te worden gewogen.

In deze zaak vindt het Gerecht allereerst van belang dat het slachtoffer 15 ½ jaar oud was ten tijde van het seksuele contact (oftewel: al bijna 16 jaar) en dat van een afhankelijkheidsrelatie of druk op haar geen sprake lijkt te zijn geweest. Het slachtoffer heeft verklaard dat zij een vriendschappelijke relatie had met verdachte, de ze gingen ‘chillen’, en dat ze ook – vrijwillige – seks hadden. De rest van het dossier spreekt dit niet tegen.

Verder heeft zowel het slachtoffer zelf als haar familie meerdere keren te kennen gegeven niet te willen dat de verdachte zou worden vervolgd. De aangifte is gedaan door jeugdzorg, buiten medeweten van het slachtoffer en haar familie om.

Ook neemt het Gerecht in strafmatigende zin mee dat de verdachte op allerlei manieren verantwoordelijkheid heeft genomen voor wat er is gebeurd. Hij heeft afspraken gemaakt met de vader van het slachtoffer en haar hulpverleners toen bleek dat zij zwanger was, hij draagt financieel bij aan de zorg voor zijn kind, en hij heeft omgang met zijn kind. De verdachte heeft er ook blijk van gegeven het laakbare van zijn gedrag in te zien. Hij heeft zijn relatie met het slachtoffer afgekapt toen hij achter haar leeftijd kwam, heeft steeds openheid van zaken gegeven en heeft toegegeven dat hij fout zat.

De (huidige en tevens toenmalige) vriendin van de verdachte is op de hoogte van de situatie en staat achter hem. Uit het voorlichtingsrapport van de Reclassering Caribisch Nederland van 18 november 2025 volgt verder dat ook zij positief zijn over de verdachte, dat hij de fout van zijn handelen inziet en dat hij van deze strafzaak heeft geleerd.

Blijkens zijn strafkaart is de verdachte niet eerder veroordeeld.

Het Gerecht neemt ten slotte nog het verloop van deze zaak in aanmerking. Het feit is gepleegd eind 2023. In augustus 2024 is aangifte gedaan door jeugdzorg, waarna de verdachte pas in mei 2025 is aangehouden en in verzekering is gesteld. De verdachte heeft toen 11 dagen vastgezeten.

Een aanhouding en een aansluitende detentie van 11 dagen is een duidelijk signaal aan de gemeenschap dat seks met iemand onder de 16 strafbaar is en consequenties heeft. Ook de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf onderstreept de ernst van zedendelicten en maakt duidelijk dat dergelijk gedrag ontoelaatbaar is.

Alles afwegend is het Gerecht van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden recht doet aan deze zaak. Die straf zal het Gerecht opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 17a, 17b, 17c, 17d, 31 en 251 van het Wetboek van Strafrecht BES.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal, bijgestaan door mr. B.K.M. Pouw, griffier, en op 12 december 2025 in tegenwoordigheid van de uitsprakengriffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.

De griffier is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Caribisch Nederland (Bureau Jeugd & Zeden) d.d. 15 mei 2025, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 2681-EIND-CICIS96 en de onderzoeksnaam “ZB21-2024”.

Voetnoot 2

Proces-verbaal van aangifte d.d. 16 oktober 2024, pagina 7-13 (i.h.b. p. 7).

Voetnoot 3

Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 december 2024, pagina 18-21 (i.h.b. p. 20).

Voetnoot 4

Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 11 december 2025, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.