GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Vonnis van 13 oktober 2025
de besloten vennootschap
HUNDU CONSTRUCTIONAND RENOVATION B.V. (“Hundu”),gevestigd in Curaçao,eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,gemachtigde: mr. E.R. van Arkel,
tegen
de vennootschap onder firma VILLA GRANDI (“Villa Grandi”),
gevestigd in Nederland,gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,gemachtigde(n): aanvankelijk mrs. K.A. Doekhi en K. Saleh, thans mr. N.E. Soon.
a. a) In januari 2023 hebben partijen overeenkomsten van aanneming gesloten over bouwwerkzaamheden [adres] te Otrobanda. Het betrof onder meer de renovatie van het daar aanwezige monumentale pand en de bouw van vakantiehuisjes.
b) Villa Grandi was de opdrachtgever, Hundu de aannemer.
c) De overeenkomsten werden aangegaan in de vorm van door Hundu uitgebrachte en door Villa Grandi voor akkoord getekende offertes. Door Hundu werden facturen gestuurd.
d) Na eerdere strubbelingen, is de samenwerking tussen partijen in maart 2024 geëindigd. Villa Grandi heeft derden ingeschakeld voor de verdere door haar gewenste werkzaamheden.
[luchtfoto van het complex, 2025]
e) Voor een aantal van de offertes geldt dat Hundu de daarin opgenomen werkzaamheden heeft voltooid en dat Villa Grandi de overeengekomen en gefactureerde bedragen heeft betaald. Voor een aantal andere offertes geldt dat de daarin opgenomen bedragen niet of niet geheel zijn betaald.
Overwegingen
4
De beoordeling in conventie en in reconventie
4.1.
Villa Grandi heeft als verweer gevoerd dat Hundu niet in haar vordering in conventie kan worden ontvangen omdat Villa Grandi als vennootschap onder firma naar Nederlands recht geen rechtspersoon is en niet zelfstandig, los van haar vennoten, in rechte kan optreden. Dit is onjuist. Een v.o.f. heeft zelfstandige procesbevoegdheid en kan in rechte als eiser of gedaagde optreden. Dit volgt ook uit art. 51 Rv-NL en de Curaçaose artikelen 5 sub 4 Rv-Oud (voor de v.o.f.) en 5 sub 4 Rv (voor de per 1 januari 2012 ingevoerde openbare vennootschap bedoeld in art. 7:801 BW).
Geen deugdelijke opname van het werk
4.2.
Vastgesteld moet worden dat partijen niet hebben zorggedragen voor een deugdelijke opname van de stand van het werk na de laatste door Hundu verrichte werkzaamheden en voorafgaand aan de inschakeling van andere bouwlieden. Door Villa Grandi is een rapport van CEC overgelegd, maar dit dateert van 24 januari 2025, dus bijna een jaar later, is goeddeels gebaseerd op foto’s en video’s en is tot stand gekomen zonder betrokkenheid van Hundu. Het ontbreken van een gezamenlijke (onafhankelijke) opname van de stand van het werk voordat dit door derden werd voltooid, is aan beide partijen toe te rekenen. Hierdoor kan in dit geding niet anders dan globaal worden vastgesteld in hoeverre het werk voltooid was en in hoeverre de facturering en de gedane betalingen daarmee in de pas liepen. Inschakeling van een deskundige, zoals ter zitting geopperd, zal gelet op het tijdsverloop en vooral de voltooiing van het werk door derden op dit punt geen duidelijkheid kunnen brengen.
Geen verzuim, geen schadevergoeding
4.3.
De aannemingsovereenkomsten (de offertes) bevatten geen termijnen waarbinnen de werkzaamheden moeten zijn voltooid. Uit de correspondentie van partijen vallen hooguit streefdata en gewenste data te halen, maar geen fatale data. Van de zijde van Villa Grandi is aan Hundu ook geen eenduidige en redelijke termijn gesteld aan Hundu als bedoeld in art. 6:82 BW voor het afronden van de werkzaamheden. In het bijzonder ook haar e-mails van 3 december 2023 en 10 maart 2024 zijn niet als een ingebrekestelling in de zin van art. 6:82 BW aan te merken, te meer gelet op Hundu’s reactie daarop van 12 maart 2024 waarin zij aanspraak maakt op een redelijke termijn en Villa Grandi verzoekt te stoppen met het inschakelen van derden.
4.4.
Bij gebreke van een ingebrekestelling, is Hundu niet in verzuim komen te verkeren. Intreden van verzuim op grond van art. 6:83 BW is evenmin aan de orde.
4.5.
Dit staat in de weg aan Villa Grandi’s reconventionele vordering tot schadevergoeding.
4.6.
Voor zover die schadevergoedingsvordering niet ziet op herstelkosten maar op verduistering van aan Villa Grandi toebehorende zwembadmaterialen, geldt dat Hundu heeft betwist dat zij dergelijke materialen heeft weggenomen en dat Villa Grandi geen voor bewijs vatbare stellingen heeft aangevoerd die, indien bewezen, een tegendeel zouden aantonen. Wat betreft de door Villa Grandi gekochte ‘beton ciré’ ontbreekt voldoende belang bij de vordering, nu de bestuurder van Villa Grandi ter zitting heeft gezegd dat hij dit bij hem thuis heeft opgeslagen en desverzocht zal afgeven aan Villa Grandi.
Opzegging door Villa Grandi van opdracht in offertes 2023-002 en 2023-226
4.7.
Villa Grandi heeft als opdrachtgever de opdracht met betrekking tot een van de drie vakantiehuisjes opgezegd. Zij was daartoe ingevolge art. 7:764 lid 1 BW gerechtigd.
4.8.
Art. 7:764 BW bepaalt:
1. De opdrachtgever is te allen tijde bevoegd de overeenkomst geheel of gedeeltelijk op te zeggen.
2. In geval van zulke opzegging zal hij de voor het gehele werk geldende prijs moeten betalen, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien, tegen aflevering door de aannemer van het reeds voltooide werk. (...)
4.9.
Onjuist is de stelling die Villa Grandi als verweer aanvoert dat het aan aannemer Hundu is om te stellen en bewijzen wat de hoogte is van de besparingen als gevolg van het niet-doorgaan van de opdracht. Uit Hoge Raad 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8728 volgt immers dat de opdrachtgever die een aannemingsovereenkomst heeft opgezegd, en die op grond van art. 7:764 lid 2 BW in beginsel de volledige aanneemsom dient te betalen, de stelplicht en bewijslast heeft van het bestaan en de omvang van eventueel door de aannemer genoten besparingen, die in mindering op de verschuldigde aanneemsom moeten worden gebracht. Op de aannemer rust blijkens diezelfde uitspraak evenwel een belangrijke mededelingsplicht ten aanzien van (bestaan en omvang van) dergelijke besparingen.
4.10.
Villa Grandi heeft de opdracht met betrekking tot offertes en 2023-002 en 2023-226 (deels) opgezegd. Daartoe was zij gerechtigd. Tegenover haar stelling dat het door Hundu opgevoerde percentage van 75% aan besparingen veel te laag is, heeft Hundu geen onderbouwde calculatie geplaatst. Hundu heeft in haar offertes en facturen steeds 10% gerekend voor “Winst en risico”. Zeker gelet daarop, heeft zij onvoldoende onderbouwd hoe zij op een percentage van slechts 75% aan besparingen uitkomt. Nu het risico bij niet-uitvoering van de opdracht wegvalt, is ook het percentage van 10% te hoog. Uitgegaan zal worden van 5% (gederfde) winst. Dat percentage van de geoffreerde maar opgezegde aanneemsommen in offertes 2023-002 en 2023-226 zal aan Hundu worden toegewezen.
Opschorting; geen ontbinding
4.11.
Villa Grandi heeft zich ten aanzien van een aantal van de overige volgens Hundu openstaande bedragen beroepen op opschorting. Niet duidelijk is echter geworden waartoe die opschorting dient, wat Villa Grandi daarmee beoogt. Zij verlangt, zoals op de comparitie van partijen bevestigd, geen nakoming door Hundu. Niet gebleken is daarnaast dat zij de aannemingsovereenkomst(en) heeft ontbonden en aanspraak heeft gemaakt op vervangende schadevergoeding. Aan het opschortingsverweer zal dan ook worden voorbijgegaan.
Gefactureerde maar onbetaalde bedragen
4.12.
Door Hundu is gesteld dat zij steeds factureerde op basis van de voltooide werkzaamheden als overeengekomen in de offertes. Wat gefactureerd was, was (volgens Hundu) klaar. Villa Grandi heeft dat laatste betwist.
4.13.
Bij deze gefactureerde maar onbetaald gelaten bedragen, speelt het ontbreken van een opname van de verrichte werkzaamheden ook een rol. Zoals overwogen, is het ontbreken daarvan aan beide partijen toe te rekenen. Uit de correspondentie en de gang van zaken volgt dat geen van partijen in en na maart 2024 nog heil zag in verdere samenwerking. Villa Grandi stelde geen eenduidige termijn voor nakoming en ging met derden in zee, en Hundu volstond (brief van 4 juli 2024) met een sommatie tot betaling.
4.14.
De bewijsnood aan de zijde van Hundu, op wie ten aanzien van dit deel van de vordering de bewijslast rust, is dus mede veroorzaakt door Villa Grandi. Gelet hierop zal het gerecht de stand van het factureerde werk en het daarmee corresponderende door Villa Grandi te betalen bedrag schatten, en wel op 90%. Dit brengt mee dat Villa Grandi van de openstaande gefactureerde bedragen 10% niet hoeft te betalen. De aanspraak daarop door Hundu is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten.
Niet-gefactureerde bedragen
4.15.
Ten aanzien van de onderdelen van de offertes die door Hundu niet zijn gefactureerd, lijkt de gang van zaken op een opzegging door Villa Grandi van de opdracht. Villa heeft Hundu niet ingebrekegesteld en is met derden in zee gegaan. Hundu heeft na maart 2024 niet meer aangedrongen op toelating tot het werk en heeft volstaan met een betalingsaanspraak. Deze gang van zaken is in deze zaak in redelijkheid gelijk te stellen met een opzegging door de opdrachtgever in de zin van art. 7:764 BW.
4.16.
Gelet op dit uitgangspunt en gezien de hiervoor onder 4.2 genoemde omstandigheid dat partijen ten tijde van de staking van de werkzaamheden geen objectieve opname van het verrichte werk hebben laten maken, ligt een benadering als bedoeld onder 4.8 tot en met 4.10 ook hier in de rede. Dit brengt mee dat Villa Grandi van de overeengekomen maar niet-gefactureerde werkzaamheden 5% dient te betalen.
Overzicht toewijsbare bedragen
4.17.
De door Hundu gevorderde bedragen Cg 2.439 en Cg 229 zullen worden afgewezen om de hierna te noemen gronden. Voor het overige zijn, op grond van voorgaande overwegingen, de volgende bedragen toewijsbaar:
Grondslag vordering Hundu:
Verweer Villa Grandi:
Oordeel gerecht:
Offerte 2023-002 (Productie 5),
bouw drie vakantiewoningen, totaalbedrag Cg 379.277.
Voor wat betreft opzegging c.q. beëindiging van deze overeenkomst (bouw van drie vakantiewoningen) ex artikel 7:764 BW als opdrachtgever vrij om de overeenkomst met Hundu op te zeggen doch zij dient in dat geval de voor het gehele werk geldende prijs aan Hundu te betalen, verminderd met de besparingen die voor Hundu uit de opzegging voortvloeien, tegen aflevering door Hundu van het reeds voltooide werk.
Vanwege het niet doorgaan van de bouw van de derde vakantiewoning heeft Hundu op die woning een bedrag bespaard van 75% en derhalve is Villa Grandi op grond van artikel 7:764 BW verschuldigd aan Hundu 1/3 van Cg 379.277 (totale aanneemsom) X 25% = Cg 31.606.
Wij mochten opzeggen: art. 7:764 lid 1 BW.
Er moet veel meer af dan 75% ter zake besparingen. Hundu moet dat aantonen.
Zie overwegingen
4.8. - 4.10.
Uitgegaan zal worden van 5% gederfde winst. Dat komt voor de ingetrokken opdracht met betrekking tot het derde vakantiehuisje neer op 1/3 van Cg 379.277 (totale aanneemsom) X 5% = Cg 6.321.
Offerte 2023-214 (Productie 4)
Monument, totaalbedrag Cg 120.482.
Werk is voltooid en opgeleverd, Openstaand bedrag is Cg 18.072.
Het werk is niet af en niet opgeleverd. Wat onbetaald is gebleven, is 15% van het offertebedrag.
90% x Cg 18.072 is toewijsbaar (overweging 4.14), dus Cg 16.264.
Offerte 2023-221 (Productie 20)
Meerwerk vakantiewoningen zuidzijde, totaalbedrag Cg 96.535.
Openstaande bedragen Cg 78.485 en Cg 2.439:
Op factuur 2024-214 van Cg 78.485 heeft geen enkele betaling plaatsgevonden en op factuur 2023-0062 is Cg 2.439,72 te weinig betaald.
T.a.v. het bedrag van Cg 78.485:
Werk is niet afgerond (CvA 27). Betaling is opgeschort.
T.a.v. het bedrag van Cg 2.439:
Factuur 2023-0062 is wel geheel betaald, zie de bankbetalingen (producties 3 en 6 van Villa Grandi) en haar e-mail (productie 8 Hundu).
T.a.v. het bedrag van Cg 78.485:
90% x Cg 78.485 is toewijsbaar (overweging 4.14), dus Cg 70.636.
T.a.v. het bedrag van Cg 2.439:
In het licht van de betwisting door Villa Grandi heeft Hundu haar aanspraak op betaling van het volgens haar resterende saldo van Cg 2.439 onvoldoende onderbouwd. Dit deel van de vordering zal worden afgewezen.
Offerte 2023-222 (Productie 21) Meerwerk monument, totaalbedrag Cg 73.181
Openstaand bedrag Cg 57.057
Factuur 2023-0063 werd op 13 november 2023 door Villa Grandi betaald. Werk is (nagenoeg) voltooid en opgeleverd.
Niet gefactureerd. Werk is niet afgerond en niet opgeleverd.
Zie overweging 4.16.
Toewijsbaar is 5% x Cg 57.057 = Cg 2.852
Offerte2023-226 (Productie 22)
Vakantiewoning noordzijde, totaalbedrag Cg 48.267
Overeenkomst opgezegd door Villa Grandi. Vanwege het niet doorgaan van de overeenkomst heeft Hundu een bedrag bespaard van 75% en derhalve is Villa Grandi op grond van artikel 7:764 BW verschuldigd aan Hundu een bedrag van 1/3 van Cg 48.267 (totale aanneemsom) X 25% =Cg 12.066,99.
Wij mochten opzeggen: art. 7:764 lid 1 BW.
Er moet veel meer af dan 75% ter zake besparingen.
Hundu moet dat aantonen.
Zie overwegingen 4.8. – 4.10
Uitgegaan zal worden van 5% gederfde winst. Dat komt neer op Cg 2.413.
Offerte 2023-228 (Productie 24)
Vloeren twee huisjes zuidzijde, totaalbedrag Cg 32.332.
Er is te weinig betaald op de twee facturen 2023-0074 en 2024-213
Openstaande bedragen Cg 3.233 en Cg 229.
Werk is niet afgerond
(CvA 26)
Op de eerste factuur is 10% opgeschort.
T.a.v. het bedrag van Cg 3.233:
90% x Cg 3.233 is toewijsbaar (overweging 4.14), dus Cg 2.909.
T.a.v. het bedrag van Cg 229:
Waar het bedrag van Cg 229 op ziet, is door Hundu onvoldoende onderbouwd. Dit deel van de vordering zal worden afgewezen.
Offerte 2023-230 (Productie 25)
Straatwerk Witteweg, totaalbedrag 34.354.
Werk is voltooid en opgeleverd. Er is te weinig betaald.
Openstaand Cg 3.435,48.
Niet gefactureerd. Het geleverde werk is gebrekkig. Er is 10% ingehouden.
Zie overweging 4.16.
Toewijsbaar is 5% x Cg 3.435 = Cg 171
Totaal toewijsbaar
Cg 6.321 + Cg 1.6264 + Cg 70.636 + Cg 2.852 + Cg 2.413 + Cg 2.909 + Cg 171 = Cg 101.566.
4.18.
Op grond van het voorgaande is de vordering van Hundu toewijsbaar tot het bedrag van Cg 101.566.
4.19.
De gevorderde wettelijke rente, waartegen geen specifiek verweer is gevoerd, is eveneens toewijsbaar. Het petitum van Hundu vermeldt 2023 als ingangsjaar, maar dat wordt, gelet op de toelichting onder 41 van het verzoekschrift, verbeterd gelezen als 2024.
4.20.
Aan buitengerechtelijke kosten zal op de voet van art. 136 sub III Procesreglement Civiele Zaken Cg 3.000 worden toegewezen.
4.21.
Nu partijen in conventie over en weer in het gelijk en het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten in conventie worden gecompenseerd.
4.22.
In reconventie geldt Villa Grandi als de in het ongelijk gestelde partij. Zij wordt in reconventie dan ook veroordeeld in de proceskosten. De kosten van Hundu worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 1.500 (half punt van tarief 8) aan gemachtigdensalaris.
Beslissing
5.1.
veroordeelt Villa Grandi tot betaling aan Hundu van een bedrag van Cg 101.566, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2024 tot aan de dag van betaling en vermeerderd met Cg 3.000 voor buitengerechtelijke kosten;
5.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst af het meer of anders gevorderde;
5.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen;
5.5.
wijst de vorderingen af;
5.6.
veroordeelt Villa Grandi in de proceskosten van Hundu van Cg 1.500, bij niet-voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis;
5.7.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken.