Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, kort geding civiel recht overig

ECLI:NL:OGEAC:2025:244

Op 4 August 2025 heeft de Gerecht in eerste aanleg van Curaçao een kort geding procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is CUR202502727, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEAC:2025:244.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
CUR202502727
Datum uitspraak:
4 August 2025
Datum publicatie:
20 November 2025

Indicatie

Ontruiming. Verhuurster is niet gehouden huurster een ruimere termijn te gunnen dan door de Huurcommissie bepaald.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202502727

Vonnis in kort geding van 4 augustus 2025

inzake

[EISERES],

wonend in Curaçao,

eiseres,

procederend in persoon,

tegen

BUNGALOW HOTEL VREDENBERG N.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

vertegenwoordigd door haar bestuurster […].

1
Verloop van de procedure
1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 21 juli 2025;

de mondelinge behandeling op 1 augustus 2025.

1.2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2
De feiten

In dit kort geding wordt uitgegaan van de volgende feiten:

Eiseres huurt een appartement van gedaagde aan de [adres] in Curacao.

In september 2024 heeft gedaagde toestemming verzocht aan de Huurcommissie om de huurovereenkomst op te zeggen.

Bij beslissing van de Huurcommissie van 2 juni 2025 is aan eiseres de verzochte toestemming verleend. Daarbij is bepaald dat eiseres het gehuurde uiterlijk op 1 augustus 2025 moet ontruimen.

De deurwaarder heeft aan eiseres brieven van gedaagde betekend met daarin de opzegging van de huur.

3
De vordering en het verweer
3.1.

De vordering van eiseres strekt ertoe dat de door de Huurcommissie bepaalde datum voor de ontruiming met maximaal zes maanden wordt uitgesteld. Eiseres legt aan deze vordering ten grondslag dat het haar nog niet is gelukt andere woonruimte te vinden, ook niet in een hogere prijsklasse. Eiseres wijst er hierbij op dat huisdieren veelal niet zijn toegestaan, terwijl zij vijf katten heeft. Ook wijst zij erop dat zij een stipte betaler is.

3.2.

Gedaagde verzet zich tegen de vordering. Volgens gedaagde kan van haar niet gevergd worden de door eiseres veroorzaakte overlast langer te dulden. Gedaagde stelt in dit verband onder meer dat eiseres met de bestuurders van gedaagde en met andere huurders conflicten heeft gehad, evenals met de persoon die een pitbull van een overleden buurman kwam ophalen om die te laten afmaken. Het problematisch gedrag van eiseres duurt volgens gedaagde tot op heden voort.

Overwegingen

4
De beoordeling
4.1.

Bij de beschikking van de Huurcommissie van 2 juni 2025 is gedaagde bevolen het gehuurde te ontruimen. Ter zitting is door eiseres bevestigd dat zij geen hoger beroep tegen die beschikking heeft ingesteld en zal instellen. Ook eiseres wenst het gehuurde te verlaten.

4.2.

Dit kort geding gaat om de vraag of gedaagde aan eiseres moet toestaan om langer in de woning te blijven dan door de Huurcommissie is bepaald. Zoals ter zitting gezegd, zou hiervoor reden zijn als geoordeeld kan worden dat sprake is van misbruik van bevoegdheid door gedaagde als zij eiseres houdt aan de beslissing van de Huurcommissie, als gedaagdes beroep op die beschikking naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat is hier niet het geval. De beschikking volgde in een procedure die al in september 2024 was begonnen. Vanaf dat moment had eiseres er rekening mee kunnen houden dat het verzoek van gedaagde tot beëindiging van de huur zou worden toegewezen. De beschikking van 2 juni 2025 kan in die zin dan ook niet als een grote verrassing voor eiseres zijn gekomen. Dat het voor eiseres (met haar katten) moeilijk is elders woonruimte te vinden, is onvoldoende om gedaagde te verplichten eiseres langer als huurder te dulden.

4.3.

Door de deurwaarder is nog geen aanvang gemaakt met de ontruiming. De beschikking van de Huurcommissie moet nog aan eiseres worden betekend, met bevel tot ontruiming. Een dergelijke betekening kon niet plaatsvinden zo lang het door de Huurcommissie gegeven ontruimingsbevel nog niet onherroepelijk was. Alleen een onherroepelijk ontruimingsbevel levert immers een executoriale titel op (art. 7:251 BW).

4.4.

Niettegenstaande het voorgaande, ziet het gerecht aanleiding om bij wijze van ordemaatregel bij dit vonnis een datum te bepalen waarvoor de gedwongen ontruiming niet mag plaatsvinden. Daarmee wordt gedaagde de gelegenheid geboden de gedwongen ontruiming voor te bereiden en wordt eiseres de gelegenheid geboden vrijwillig te ontruimen en een gedwongen ontruiming (met de daarmee gemoeide kosten) te vermijden.

4.5.

Eiseres moet als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat gedaagde zonder advocaat heeft geprocedeerd, worden haar kosten op nihil gesteld.

Beslissing

5
De beslissing in kort geding

Het gerecht

5.1.

bepaalt dat de gedwongen ontruiming van het gehuurde door de deurwaarder niet eerder kan plaatsvinden dan 15 augustus 2025;

5.2.

wijst het meer of anders gevorderde af;

5.3.

veroordeelt eiseres in de kosten van het geding, aan de zijde van gedaagde tot heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 4 augustus 2025 in het openbaar uitgesproken.