Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, kort geding civiel recht overig
ECLI:NL:OGEAC:2026:175
Op 28 August 2026 heeft de Gerecht in eerste aanleg van Curaçao een kort geding procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is CUR202602358, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEAC:2026:175.
Indicatie
Beëindiging dienstverlening aan online bank. Geen grond voor het stellen van een nadere termijn voordat tot afsluiting mag worden overgegaan.
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Vonnis in kort geding van 28 augustus 2026
BANK OF NEW INNOVATION,
gevestigd in Nevis, eiseres, gemachtigden: mrs. Th. Aardenburg en E. Frins,
tegen
1
IBIS MANAGEMENT ASSOCIATES N.V.,
2. IBIS GLOBAL SERVICES B.V.,
beide gevestigd in Curaçao, gedaagden, gemachtigden: mrs. S. Altena en M. Hammoud.
Eiseres wordt hierna ‘BONI’ genoemd. Gedaagden worden hierna gezamenlijk ‘IBIS’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 9 juli 2026, met producties,
de e-mail van BONI van 18 augustus 2026, met één productie,
de e-mail van IBIS van 19 augustus 2026, met producties,
de mondelinge behandeling van 20 augustus 2026,
de pleitnotities van de gemachtigden.
1.2.
Het cautio-incident is voorafgaand aan de zitting afgedaan met een toezegging van het kantoor van de gemachtigde van BONI. Vonnis is bepaald op vandaag.
2.1.
BONI is een op Nevis gevestigde onlinebank. Zij biedt aan cliënten toegang tot wereldwijde financiën, vermogensbeheer en grensoverschrijdende betalingen.
2.2.
IBIS is een adviesbureau gespecialiseerd in directe betalingsverwerking en digitaal bankieren.
2.3.
Voor de implementatie van de betalingssystemen en de bijbehorende software maakt BONI sinds 2019 gebruik van de diensten van IBIS.
2.4.
Begin 2026 is tussen partijen een geschil ontstaan over de betaling van (volgens IBIS) openstaande facturen door BONI. Naar aanleiding van dit geschil heeft IBIS op 22 januari 2026 de overeenkomst tussen partijen schriftelijk opgezegd per 28 februari 2026.
2.5.
BONI is vervolgens een kort geding gestart om de opzegging door IBIS aan te vechten en de voortzetting van de dienstverlening door IBIS te bewerkstelligen. Bij vonnis van 13 maart 2026 (CUR202600629) heeft het gerecht voorlopig geoordeeld dat de vele achterstanden die zijn ontstaan en de vele herinneringen die daarvoor zijn verzonden de opzegging van de overeenkomst door IBIS rechtvaardigen. Het gerecht heeft verder voorlopig geoordeeld dat BONI een termijn van vier maanden krijgt om een andere leverancier te zoeken en de systemen daar onder te brengen. Het gerecht heeft IBIS verboden om gedurende die periode de dienstverlening aan BONI stop te zetten.
2.6.
BONI heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 13 maart 2026. Daarop is nog niet beslist.
2.7.
IBIS zou naar aanleiding van het vonnis van 13 maart 2026 initieel op 14 juli 2026 de dienstverlening aan BONI beëindigen en BONI afsluiten van de systemen. IBIS heeft echter, nadat kort voor die datum het merendeel van de openstaande facturen door BONI was betaald, aan BONI laten weten dat zij uit coulance pas op 16 september 2026 zal stoppen met de dienstverlening.
3
De vordering en de standpunten van partijen
3.1.
BONI stelt dat zij meer tijd nodig heeft om de systemen bij een andere leverancier onder te brengen. Volgens BONI neemt het zoeken naar een nieuwe leverancier en het migreren van de diensten naar deze nieuwe leverancier meer tijd in beslag dan de vier maanden die zij van het gerecht heeft gekregen. Volgens BONI heeft zij inmiddels wel een nieuwe leverancier gevonden, maar heeft deze te kennen gegeven meer tijd nodig te hebben om de migratie volledig te kunnen voltooien. Om te voorkomen dat BONI afgesloten wordt van de systemen van IBIS en zonder werkende systemen komt te zitten, wil BONI dat IBIS met het beëindigen van de dienstverlening wacht totdat de migratie naar de nieuwe leverancier is voltooid. BONI vordert daarom dat het gerecht IBIS verbiedt om de diensten die zij aan BONI levert geheel of gedeeltelijk te beëindigen, op te schorten of anderszins te staken en om BONI de toegang tot de door IBIS beheerde digitale platformen, systemen en services te ontzeggen of te beperken.
3.2.
IBIS is het niet eens met de vordering van BONI. Volgens IBIS was BONI in december 2025 al gewaarschuwd dat bij het uitblijven van betaling de overeenkomst opgezegd zou worden en heeft BONI derhalve ruim voldoende tijd gehad om een nieuwe leverancier te zoeken en de systemen daar onder te brengen. Daarbij heeft BONI volgens IBIS ook na het vonnis van 13 maart 2026 nagelaten de facturen tijdig te betalen, terwijl dit op grond van het vonnis wel een voorwaarde was voor voortzetting van de dienstverlening door IBIS tot 14 juli 2026. IBIS betwist verder dat BONI een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Volgens IBIS kan BONI de transacties die op dit moment door de systemen van IBIS worden verwerkt eventueel ook handmatig verwerken, mede gelet op de lage hoeveelheid transacties per dag, en is zij derhalve voor de continuïteit van haar bedrijfsvoering niet aangewezen op de dienstverlening van IBIS.
Overwegingen
BONI heeft een spoedeisend belang
4.1.
Het spoedeisend belang is in deze zaak gegeven nu IBIS aangegeven heeft op 16 september 2026 over te gaan tot beëindiging van de dienstverlening en het afsluiten van BONI van haar systemen. Daarbij heeft BONI de stelling van IBIS dat zij de transacties ook handmatig zou kunnen verwerken en derhalve niet aangewezen is op de dienstverlening van IBIS gemotiveerd weersproken. Volgens BONI is het systeem van IBIS noodzakelijk om de betalingen aan de voor- en achterkant met elkaar te verbinden en is het niet toegestaan om dit handmatig te doen. Gelet op het aanzienlijke bedrag dat BONI betaalt voor de diensten van IBIS, acht het gerecht het ook niet aannemelijk dat het om diensten gaat die niet noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering van IBIS.
De vordering van BONI wordt afgewezen
4.2.
Het gerecht heeft in het vonnis van 13 maart 2026 geoordeeld dat de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat IBIS aan BONI een redelijke termijn moet gunnen om een nieuwe leverancier te zoeken en de systemen daar onder te brengen. Het gerecht heeft destijds een termijn van vier maanden vanaf de datum van het vonnis redelijk geacht. Het gerecht ziet geen aanleiding om nu van dat oordeel af te wijken. Het gerecht heeft bij dat oordeel immers al het belang van BONI bij de continuïteit van haar bedrijfsvoering afgewogen tegen het belang van IBIS om afscheid te nemen van een contractspartij die haar betalingsverplichtingen onvoldoende nakomt. In het bijzonder is niet gebleken dat er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die een verlenging van deze termijn rechtvaardigen. Zo is bijvoorbeeld niet concreet geworden binnen welke termijn de migratie van de diensten naar een andere leverancier wel kan worden afgerond. BONI heeft weliswaar in het verzoekschrift gesteld dat zij een nieuwe leverancier heeft gevonden die met wat meer tijd de diensten van IBIS kan overnemen, maar tijdens de zitting is gebleken dat BONI nog in onderhandeling is met deze partij en dat er dus nog geen overeenkomst tot stand is gekomen. Het staat daarom op dit moment nog niet vast wanneer daadwerkelijk met de migratiewerkzaamheden aangevangen zal worden en – in het verlengde daarvan – wanneer die werkzaamheden afgerond zullen worden. Dat de migratie in ieder geval op 1 januari 2027 zal zijn voltooid, zoals BONI stelt, kan daarom niet zonder meer worden aangenomen. Het gerecht weegt verder ook mee dat BONI tijdens de vorige procedure zelf heeft gepleit voor een termijn van zes maanden en dat met de toezegging van IBIS om pas op 16 september 2026 met de dienstverlening te stoppen BONI die termijn van zes maanden inmiddels feitelijk ook heeft gekregen.
4.3.
De omstandigheid dat IBIS recentelijk heeft aangeboden om de dienstverlening (onder bepaalde voorwaarden) tot het einde van dit jaar voort te zetten, kan niet tot een ander oordeel leiden. IBIS heeft aan dat aanbod immers uitdrukkelijk de voorwaarde verbonden dat BONI het nog openstaande bedrag aan achterstallige facturen evenals de kosten voor de dienstverlening voor de periode van oktober tot en met december 2026 van in totaal USD 30.157,79 uiterlijk op 13 augustus 2026 volledig moest hebben betaald. Gelet op het feit dat BONI de afgelopen jaren een groot deel van de facturen niet op tijd heeft betaald en er sprake is van een reëel incassorisico nu BONI niet op Curaçao is gevestigd en hier geen vermogensbestandsdelen heeft, acht het gerecht het niet onredelijk dat IBIS een vooruitbetaling van dit bedrag als voorwaarde aan de voortzetting van de dienstverlening tot het einde van dit jaar heeft gesteld. BONI heeft echter besloten niet tot betaling over te gaan en het aanbod dus niet te accepteren. BONI kan daarom aan dit (inmiddels vervallen) aanbod van IBIS om de dienstverlening tot het einde van dit jaar voort te zetten geen rechten ontlenen en het gerecht ziet ook geen grond om IBIS daartoe (alsnog) te verplichten.
4.4.
Het voorgaande betekent dat de vordering van BONI wordt afgewezen. Er is geen grond in dit kort geding IBIS andermaal een (tijdelijk) verbod op te leggen tot afsluiting van BONI van haar systemen.
4.5.
Omdat BONI in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten van IBIS. De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld.
Beslissing
5
De beslissing in kort geding
5.1.
wijst de vordering van BONI af;
5.2.
veroordeelt BONI in de proceskosten van IBIS van Cg 1.500 voor gemachtigdensalaris, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;
5.3.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;
5.4.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door mr. D. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken.