Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, eerste aanleg - enkelvoudig strafrecht overig

ECLI:NL:OGEAC:2025:303

Op 26 February 2025 heeft de Gerecht in eerste aanleg van Curaçao een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 500.00144/24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:OGEAC:2025:303.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
500.00144/24
Datum uitspraak:
26 February 2025
Datum publicatie:
4 February 2026

Indicatie

Gekwalificeerde doodslag, diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbende, wegmaken lijk

Uitspraak

Parketnummer : 500.00144/24

Uitspraak : 26 februari 2025 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres 1](volgens eigen opgave),

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2024, 11 december 2024, 13 december 2024, 16 december 2024, 18 december 2024 en 5 februari 2025. De verdachte is, behalve op laatstgenoemde datum, telkens verschenen, bijgestaan door haar raadsman, mr. J.B.S. Loth, advocaat in Curaçao. De verdachte heeft afstand gedaan van haar recht om bij de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting van 5 februari 2025 te verschijnen. De raadsman van de verdachte is met voorafgaande kennisgeving niet op laatstgenoemde zitting aanwezig geweest.

De officieren van justitie, mrs. D. van Zetten en H.J. Starrenburg (hierna: de officier van justitie), hebben ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder feiten 1 en 2 ten laste gelegde. Ten aanzien van feit 3 heeft hij betoogd dat dat feit kan worden bewezen verklaard.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

medeplegen gekwalificeerde doodslag c.q. doodslag

zij op of omstreeks 12 september 2018, althans in of omstreeks de maand september 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben zij verdachte en/of haar, verdachtes, mededader(s) opzettelijk meermalen (telkens) althans eenmaal

promethazine en/of codeïne en/of MDMA en/of zoplicon en/of Molly en/of een slaappil en/of een of meer andere verdovende en/of drogerende middelen en/of pillen en/of slaapmiddelen toegevoegd aan de whisky en/of een (andere) drank van die [slachtoffer] en/of

die [slachtoffer] vastgehouden en/of met vuisten in het gezicht althans tegen het hoofd en/of (boven)lichaam geslagen en/of gestompt en/of

die [slachtoffer] verwurgd, althans uitwendig (samen)drukkend geweld op de hals en/of nek van die [slachtoffer] uitgeoefend en/of (met kracht) gedurende enige tijd de hals/nek van die [slachtoffer] met (een) arm(en) afgeklemd en/of een nekklem aangelegd en/of

die [slachtoffer] met een injectie en/of een naald en/of een spuit promethazine en/of codeïne en/of MDMA en/of zoplicon en/of Molly en/of een of meer andere verdovende en/of drogerende middelen in de nek en/of hals en/of de/het schouder(blad) althans het lichaam geïnjecteerd en/of gestoken en/of geprikt en/of

die [slachtoffer] van de trap af getrokken en/of gesleept en/of gedragen terwijl het hoofd van die [slachtoffer] (telkens) de traptrede(s) raakte en/of

vervolgens die [slachtoffer] (achter)in zijn, althans een auto gelegd, te weten een [automerk/model] en/of met die [automerk/model] in de richting van [adres 2] gereden en/of bij [adres 2] die [slachtoffer] achter het stuur van die [automerk/model] getild en/of gezet en/of geduwd en/of

aldaar die [automerk/model] met daarin het lichaam van die [slachtoffer] in zee geduwd en/of gereden en/of in zee laten rijden,

ten gevolge van welk geweld en/of welke handelingen en/of de daardoor opgelopen verwondingen die [slachtoffer] is overleden,

welke voren omschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten: een (poging tot) diefstal met geweld in vereniging en/of het medeplegen van afpersing en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) aan voormeld feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

(artikel 2:260 jo 2:259 jo 1:123 lid 1 sub a van het Wetboek van Strafrecht)

Feit 2,

diefstal met geweld in vereniging en/of medeplegen afpersing, de dood ten gevolge hebbend

zij op of omstreeks 12 september 2018, althans in of omstreeks de maand september 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) woning(en) gelegen op of aan [adres 3] en/of de [adres 4] en/of [adres 5] heeft/hebben weggenomen:

? een (aantal) sleutel(s) en/of (een) telefoon(s) en/of een auto, te weten een [automerk/model] en/of een geldbedrag in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of haar mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen tot afgifte van:

? een (aantal) sleutel(s) en/of (een) telefoon(s) en/of een auto, te weten een [automerk/model] en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte, en/of haar mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) bestond(en) uit het:

promethazine en/of codeïne en/of MDMA en/of zoplicon en/of Molly en/of een slaappil en/of een of meer andere verdovende en/of drogerende middelen en/of pillen en/of slaapmiddelen toe te voegen aan de whisky en/of een (andere) drank van die [slachtoffer] en/of

die [slachtoffer] vasthouden en/of met vuisten in het gezicht althans tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam te slaan en/of te stompen en/of

die [slachtoffer] te verwurgen, althans uitwendig (samen)drukkend geweld op de hals en/of nek van die [slachtoffer] uit te oefenen en/of (met kracht) gedurende enige tijd de nek/hals van die [slachtoffer] met (een) arm(en) af te klemmen en/of een nekklem aan te leggen en/of

die [slachtoffer] met een injectie en/of een naald en/of een spuit promethazine en/of codeïne en/of MDMA en/of zoplicon en/of Molly en/of een of meer andere verdovende en/of drogerende middelen in de nek en/of de hals en/of de/het schouder(blad) althans het lichaam te ïnjecteren en/of te steken en/of te prikken en/of

die [slachtoffer] van de trap af te trekken en/of te slepen en/of te dragen terwijl het hoofd van die [slachtoffer] (telkens) de traptrede(s) raakte en/of

vervolgens die [slachtoffer] achterin zijn, althans een auto, te weten een [automerk/model] leggen en/of die [slachtoffer] achter het stuur van die auto, te tillen en/of te zetten en/of te duwen en/of met die [automerk/model] in de richting van [adres 2] te rijden en/of

aldaar bij [adres 2] die [automerk/model] met daarin het lichaam van die [slachtoffer] in zee te duwen en/of te rijden en/of in zee laten rijden

tengevolge van welk bovenomschreven feit die [slachtoffer] is overleden;

(artikel 2:291 lid 1 jo 3 jo 2:294 jo 1:123 lid 1 sub a van het Wetboek van Strafrecht)

Feit 3,

wegmaken van lijk

zij op of omstreeks 12 september 2018, althans in de maand september 2018, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een lijk/lichaam, te weten het lichaam van de overleden [slachtoffer], heeft verborgen en/of weggevoerd en/of weggemaakt, met het oogmerk om het feit en/of de oorzaak van het overlijden te verhelen,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) het lichaam van die [slachtoffer] in een auto, te weten een [automerk/model], getild en/of gezet en/of gestopt en/of die [automerk/model] in de richting van [adres 2] gereden en/of

bij [adres 2] die [automerk/model] met daarin het lichaam van die [slachtoffer] in zee gereden en/of geduwd althans die [automerk/model] in zee heeft laten rijden en zich aldus van het lichaam van die [slachtoffer] ontdaan;

(artikel 2:94 jo 1:123 lid 1 sub a Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

zij op of omstreeks 12 september 2018, althans in of omstreeks de maand september 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar, verdachtes, mededader(s), opzettelijk meermalen (telkens) althans eenmaal

promethazine en/of codeïne en/of MDMA en/of zoplicon en/of Molly en/of een slaappil en/of een of meer andere verdovende en/of drogerende middelen en/of pillen en/of slaapmiddelen toegevoegd aan de whisky en/of een (andere) drank van die [slachtoffer] en/of

die [slachtoffer] vastgehouden en/of met vuisten in het gezicht althans tegen het hoofd en/of (boven)lichaam geslagen en/of gestompt en/of

die [slachtoffer] gewurgd, althans uitwendig (samen)drukkend geweld op de hals en/of nek van die [slachtoffer] uitgeoefend en/of (met kracht) gedurende enige tijd de hals/nek van die [slachtoffer] met (een) arm(en) afgeklemd en/of een nekklem aangelegd en/of

die [slachtoffer] met een injectie en/of een naald en/of een spuit promethazine en/of codeïne en/of MDMA en/of zoplicon en/of Molly en/of een of meer andere verdovende en/of drogerende middelen in de nek en/of hals en/of de/het schouder(blad) althans het lichaam geïnjecteerd en/of gestoken en/of geprikt en/of

die [slachtoffer] van de trap af getrokken en/of gesleept en/of gedragen terwijl het hoofd van die [slachtoffer] (telkens) de traptrede(s) raakte en/of

vervolgens die [slachtoffer] (achter)in zijn, althans een auto gelegd, te weten een [automerk/model] en/of met die [automerk/model] in de richting van [adres 2] gereden en/of bij [adres 2] die [slachtoffer] achter het stuur van die [automerk/model] getild en/of gezet en/of geduwd en/of

aldaar die [automerk/model] met daarin het lichaam van die [slachtoffer] in zee geduwd en/of gereden en/of in zee laten rijden,

ten gevolge van welk geweld en/of welke handelingen en/of de daardoor opgelopen verwondingen die [slachtoffer] is overleden,

welke voren omschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten: een (poging tot) diefstal met geweld in vereniging en/of het medeplegen van afpersing en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) aan voormeld feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.;

Feit 2

zij op of omstreeks 12 september 2018, althans in of omstreeks de maand september 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) woning(en) gelegen op of aan [adres 3] en/of de [adres 4] en/of [adres 5] heeft/hebben weggenomen:

? een (aantal) sleutel(s) en/of (een) telefoon(s) en/of een auto, te weten een [automerk/model] en/of een geldbedrag in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte, en/of haar mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd door haar, verdachte, en/of haar mededader(s), met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of haar mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen tot afgifte van:

? een (aantal) sleutel(s) en/of (een) telefoon(s) en/of een auto, te weten een [automerk/model] en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte, en/of haar mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) bestond(en) uit het:

promethazine en/of codeïne en/of MDMA en/of zoplicon en/of Molly en/of een slaappil en/of een of meer andere verdovende en/of drogerende middelen en/of pillen en/of slaapmiddelen toevoegen aan de whisky en/of een (andere) drank van die [slachtoffer] en/of

die [slachtoffer] vasthouden en/of met vuisten in het gezicht althans tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam te slaan en/of te stompen en/of

die [slachtoffer] te verwurgen, althans uitwendig (samen)drukkend geweld op de hals en/of nek van die [slachtoffer] uitoefenen en/of (met kracht) gedurende enige tijd de nek/hals van die [slachtoffer] met (een) arm(en) af te klemmen en/of een nekklem aanleggen en/of

die [slachtoffer] met een injectie en/of een naald en/of een spuit promethazine en/of codeïne en/of MDMA en/of zoplicon en/of Molly en/of een of meer andere verdovende en/of drogerende middelen in de nek en/of de hals en/of de/het schouder(blad) althans het lichaam injecteren en/of te steken en/of te prikken en/of

die [slachtoffer] van de trap aftrekken en/of te slepen en/of te dragen terwijl het hoofd van die [slachtoffer] (telkens) de traptrede(s) raakte en/of

vervolgens die [slachtoffer] achterin zijn, althans een auto, te weten een [automerk/model] leggen en/of die [slachtoffer] achter het stuur van die auto, te tillen en/of te zetten en/of te duwen en/of met die [automerk/model] in de richting van [adres 2] te rijden en/of

aldaar bij [adres 2] die [automerk/model] met daarin het lichaam van die [slachtoffer] in zee te duwen en/of te rijden en/of in zee laten rijden

ten gevolge van welk bovenomschreven feit die [slachtoffer] is overleden.;

Feit 3

zij op of omstreeks 12 september 2018, althans in de maand september 2018, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een lijk/lichaam, te weten het lichaam van de overleden [slachtoffer], heeft verborgen en/of weggevoerd en/of weggemaakt, met het oogmerk om het feit en/of de oorzaak van het overlijden te verhelen,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) het lichaam van die [slachtoffer] in een auto, te weten een [automerk/model], getild en/of gezet en/of gestopt en/of die [automerk/model] in de richting van [adres 2] gereden en/of bij [adres 2] die [automerk/model] met daarin het lichaam van die [slachtoffer] in zee gereden en/of geduwd althans die [automerk/model] in zee laten rijden en zich aldus van het lichaam van die [slachtoffer] ontdaan.;

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn omwille van de leesbaarheid in de bewezenverklaring (cursief) verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. (Voetnoot 1)

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

1. Een informatierapport d.d. 16 september 2018 van het Bureau Infodesk van het Korps Politie Curaçao, opgemaakt door de verbalisant [verbalisant 1]. De verbalisant heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) Op 14 september 2018 omstreeks 14:00 uur verscheen bij het Wijkbureau Montagne een melder die later bleek te zijn :[betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1964, wonende op het adres [adres 3]. [betrokkene 1]gaf te kennen dat zijn vriend, genaamd [slachtoffer], al sinds woensdag 12 september 2018 omstreeks 20:00 uur nergens meer te bekennen is. (…)

(…) Op 15 september 2018 omstreeks 15:00 uur kwam aan de wacht de man genaamd [betrokkene 2], geboren op [geboortedatum] 1987, wonende op het adres [adres]. [betrokkene 2] verklaarde dat hij al twee dagen geen contact heeft met een vriend van hem genaamd [slachtoffer] (…) wonende te [adres 4]. Hij heeft geen familieleden in Curaçao. [slachtoffer] rijdt de auto van zijn baas: een [automerk/model] [kentekennummer] en hij verbleef vermoedelijk te [adres 3]. (…)” (Voetnoot 2)

2. Op 16 september 2018 hebben de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] naar aanleiding van de gemelde vermissing van [slachtoffer], een forensisch onderzoek verricht op het adres [adres 3]. Er werden in totaal 32 sporen veilig gesteld, waaronder leesbrillen, lege bierflessen, Monster drink, een lege fles Black Label, sigarettenpeuken en een Coca Cola fles.  (Voetnoot 3) Op 27 juli 2023 werden de 32 sporendragers die op voormeld adres zijn veiliggesteld in twee verpakte dozen opgehaald bij LIRC te Zoetermeer. Op 10 augustus 2023 werden voormelde verpakte dozen overgedragen aan [verbalisant 4] van de Forensische Opsporing van de Eenheid Den Haag.  (Voetnoot 4)

3. Op 10 augustus 2023 werden de 32 sporendragers die op het adres [adres 3] zijn veiliggesteld, door de verbalisant [verbalisant 4] opgeslagen bij de Forensische Opsporing van de Eenheid Den Haag. Deze sporendragers zijn voorzien van een uniek Spoor Identificatie Nummer (SIN). De verbalisant heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) De volgende sporen en sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:

(…)

Sporendragers

(…)

Goednummer : [goednummer

SIN : [SIN 1]

Object : Fles

Aantal/eenheid : 1 stuk

(…)

Merk/type : Black Label

Land : Nederland

Bijzonderheden : Spoor [nummer]: lege fles sterke drank op aanrecht in plastic zak. (…)” (Voetnoot 5)

4. De vloeistof afkomstig uit de whiskyfles [SIN 1](SIN (van de NFI)[SIN 2]) is door dr. [dokter 1] van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzocht. Dr. [dokter 1] heeft in het NFI-rapport van 29 maart 2024 – voor zover van belang – het volgende gerapporteerd:

“(…) In de vloeistof uit de whiskyfles [SIN 2] zijn de geneesmiddelen promethazine en codeïne aangetoond. Deze stoffen kunnen iemand drogeren of bedwelmen.” (Voetnoot 6)

5. Een [automerk/model] met daarin menselijke botten is in de bodem van de zee bij de Noordkust aangetroffen en uit de zee gehaald. De verbalisant [verbalisant 5] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“ (…) Op 5 juli 2019 werd een voertuig, een [automerk/model], door een duiker op de bodem van de zee aan de Noordkust ter hoogte van [adres 2] aangetroffen. (…) Het onderzoek in deze voortzettende werd op 17 juli 2019 (…) aangevangen om het voertuig uit het water te halen. Tijdens de werkzaamheden in de bodem van de zee, werd door een team van vier (4) duikers een menselijk skelet in het voertuig gevonden. De botten werden in een jutezak gestopt en later aan de Technische recherche ter inbeslagname afgegeven. (…) Het voertuig werd, gezien de grootte en de wielen, herkend als een ‘[automerk/model]’. (...)” (Voetnoot 7)

6. De forensisch patholoog, dr. L. Althaus, heeft op 24 juli 2019 de veiliggestelde beenderen onderzocht en – voor zover van belang – het volgende in het forensisch autopsierapport opgenomen:

“(…) CONCLUSION(S)

(…) The findings are, so far, consistent with a ca. 50 years old, male person with a pre-mortem body length of ca. 174 cm. (…)

CAUSE OF DEATH

Unknown.

MANNER OF DEATH

Most probably non-natural. (…)” (Voetnoot 8)

7. Door het Team Forensische Opsporing Curaçao is het volgende botmateriaal ten behoeve van DNA-vergelijkend onderzoek veiliggesteld:Het linker femur van de sporen identiteitszegel SIN: [SIN 3](Voetnoot 9)

8. Een NFI-rapport van 6 februari 2020 van dr. [dokter 2] met de resultaten van een DNA-verwantschapsonderzoek naar voormeld botmateriaal. De deskundige heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) Onderzoeksmateriaal

(…)

Tabel 1. Ontvangen onderzoeksmateriaal uit 2020.01.14.297

(…)[SIN 4]

Een referentiemonster wangslijmvlies van [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1939), de biologische vader van de vermiste [slachtoffer].

(…)

Tabel 2. Ontvangen onderzoeksmateriaal uit 2020.01.16.190

(…)[SIN 5]*

Een referentiemonster bot veiliggesteld uit het femur [SIN 3].

(…)

Interpretatie en conclusie

Op basis van de resultaten van het DNA-verwantschapsonderzoek wordt geconcludeerd dat de ongeïdentificeerde man [SIN 5] de vermiste [slachtoffer] kan zijn. (…) De DNA-kenmerken van de drie Y-chromosomale loci in het DNA-profiel van de ongeïdentificeerde persoon [SIN 5]komen overeen met die in het DNA-profiel van [slachtoffer] [SIN 4] (de biologische vader van de vermiste [slachtoffer]). (…)” (Voetnoot 10)

9. In de woning van de (mede)verdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) werden middels “Opnemen Vertrouwelijke Communicatie” (hierna: OVC) gesprekken opgenomen die tussen [medeverdachte 1] en haar vriend op 30 augustus 2023 in voormelde woning zijn gevoerd. De verbalisant [verbalisant 6] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) Waar in de uitwerking [medeverdachte 1] staat, wordt de verdachte [medeverdachte 1] bedoeld. [vriend van medeverdachte 1] is de vriend van de verdachte [medeverdachte 1]. (…)

[medeverdachte 1]: de man die ze zijn gaan gooien hmm.

(…)

[medeverdachte 1]: Achter, daar achter mijn huis zo.

(…)

[vriend van medeverdachte 1]: Je bent daar toch niet bij betrokken?

[medeverdachte 1]: Ik was toen dat gebeurde wel daar, weet je. (…) Ik was daar. Want het punt is (…) Ze waren op zoek naar iemand om naar de man toe te gaan. Want mogelijk had de man geld.(…)” (Voetnoot 11)

10. In de woning van de (mede)verdachte [medeverdachte 1] werden middels OVC gesprekken opgenomen die tussen [medeverdachte 1] en haar vriend op 31 augustus 2023 in voormelde woning zijn gevoerd. De verbalisant [verbalisant 7] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) Als in het proces-verbaal gesproken wordt over [medeverdachte 1], wordt hier de verdachte [medeverdachte 1] mee bedoeld (…). Met [vriend van medeverdachte 1] wordt de vriend van de verdachte [medeverdachte 1] bedoeld (…). (…)

Onderstaande sessie start op 31 augustus 2023 om 08:50 uur en eindigt om 09:20 uur. (…)

[medeverdachte 1] = E

[vriend van medeverdachte 1] = R

(…)

E: Anyway daarna wilden ze iets te drinken maken en aan hem komen geven/ mee nemen. (…) Daarna zeiden ze zo van ja, dat ze zouden vertrekken (…)

E: (…) Ik bleef bij hem. Zij zijn vertrokken. (…)

E: Ze waren vertrokken…maar de man was…echt…het leek alsof hij dronken of onder invloed van drugs was. Maar hij was niet…hij is niet gaan slapen. (…)

E: Ik heb die meiden geappt na een half uur. Ik zei tegen hen: ‘kom mij halen, want deze man slaapt niet. (…)

E: Toen ik bij de auto aankwam zat [medeverdachte 2] in de auto want…Ze hadden een [automerk]. Ik zei tegen haar…want toen ik bij de auto aankwam zijn die gozers en de andere meid uit de auto gestapt. Zie liepen naar het huis toe. (…)

E: Ik zei tegen [medeverdachte 2]: “wat gaan ze doen?” (…) Ze zei: “Ja, ze gaan die man “hode” daarbinnen. (Opmerking tolk: “Hode” is iets of iemand iets slechts aandoen) (…)

E: Na een poosje is [medeverdachte 2] gekomen. Ze zei tegen mij: “ja, ze hebben met die man gevochten (…)” (Voetnoot 12)

11. In de woning van de (mede)verdachte [medeverdachte 1] werden middels OVC gesprekken opgenomen die tussen [medeverdachte 1] en de (mede)verdachte [medeverdachte 2] op 2 september 2023 in voormelde woning zijn gevoerd. De verbalisant [verbalisant 7] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) Onderstaande sessie start op 2 september 2023 om 10:39 uur tot en met 11:29 uur. Het betreft een conversatie tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] welke in beide woningen middels de OVC is opgenomen. (…)

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

(…)

F: (…) ze wilden het ding van die man halen/zoeken/hebben. En ik zag duidelijk dat die man zoals hij was niet in slaap zou vallen. Die man bleef praten praten praten (…)

F: Ja. Ik kwam jou in de auto tegen. En die gasten en die meid waren aan het lopen (…)

J: Ja, inderdaad…Je wist niet van het ding. Toen je ingestapt was, heb ik jou gezegd wat ze gingen doen.

F: Ja, klopt.(…)” (Voetnoot 13)

12. In de woning van de (mede)verdachte [medeverdachte 1] werden middels OVC gesprekken opgenomen die op 12 september 2023 tussen [medeverdachte 1] en NNV2 in voormelde woning zijn gevoerd. De verbalisant [verbalisant 7] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) Onderstaande sessie start op 12 september 2023 om 09:39 uur en eindigt omstreeks 09:53 uur. (…)

[medeverdachte 1]: (…) Dus hij deed de deur voor me open, dus ik stapte, tap, uit, stapte in de auto denkende dat het klaar was zodat iedereen weggaat, kwam ik, ik kwam de kerels en het andere meisje gewoon om de hoek tegen. Ze gingen daar naar binnen. Ik vroeg aan hen wat ze gingen doen. Ze zeiden ze gaan op zoek naar geld en zo. (…)” (Voetnoot 14)

13. In de woning van de (mede)verdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) werden middels OVC gesprekken opgenomen die op 1 september 2023 tussen [medeverdachte 2] en NN-man in voormelde woning zijn gevoerd. De verbalisant [verbalisant 7] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“Onderstaand gesprek betreft een gesprek tussen de verdachte (…) [medeverdachte 2] en een NN-man die door [medeverdachte 2] [betrokkene 3] wordt genoemd. Mogelijk betreft het hier (…) de (ex)partner van [medeverdachte 2]. (…)

Onderstaande sessie start op 1 september 2023 om 17:42 uur en eindigt omstreeks 17:57 uur. (…)

E = [medeverdachte 2]

N = NN-man

(…)

E: We gingen rotzooien met een gast ‘makamba’ (= Hollander) in [adres 3] (…) we zouden hem beroven (…) we waren met z’n vijven (…)

E: (…) het ging fout. Nee, we hebben zijn sleutels en alle klote dingen gepakt om naar zijn andere huis te gaan (…) we kwamen daar wel aan, maar de sleutels maakten niet open…de mensen bleven boos/kwaad (…) ze dachten/bedoelden dat ze de man in elkaar zouden slaan, zodat de man zou praten … dat hij zou, dat hij zou zeggen waar de kluis was, want eigenlijk was de kluis in het huis, dat wisten we al maar euh…(…)

E: (…) maar we konden de sleutels niet vinden (…) hoe dan ook een meisje/meid waar ik goed mee was, zij werkte bij het [bedrijf], die man wilde niet praten, dus zij gaf die man gewoon een injectie. (…)

E: Wij vochten met het lichaam en gingen naar [adres 2]. (…)

E: We hebben de auto, het lichaam en alle klote dingen de zee ingeduwd. (…)

E: Ja, maar ik was erbij. Ik heb gezegd ‘kom laten we dan maar naar [adres 2] gaan’. Ik kwam met het idee om naar [adres 2] te gaan. (…)” (Voetnoot 15)

14. Op 1 september 2023 tot en met 2 september 2023 vonden er tussen de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de volgende Whatsapp-gesprekken plaats die door de verbalisant [verbalisant 8] – voor zover van belang – als volgt zijn gerelateerd:

“(…)

Datum en tijdstip

Verzender

Origineel bericht

Vertaling

(…)

2023-09-01 10:26

[medeverdachte 2]

Pero e iPhone tami mes a zwaai e na laman

Maar de iPhone heb ik zelf in de zee gegooid

(…)

2023-09-01 10:37

[medeverdachte 2]

Anto ta [medeverdachte 3] ku [medeverdachte 4] a sali kune

En [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn met hem naar buiten gegaan/hebben hem meegenomen

2023-09-01 10:37

[medeverdachte 2]

Nos tabata ku [verdachte]

Wij waren met [verdachte]

(…)

2023-09-01 10:38

[medeverdachte 2]

Ora nos a yega [adres 2] tmb hombu tbt lila lila kaba

Toen wij bij [adres 2] aankwamen was die man al helemaal “paars” (liep die man al helemaal blauw aan)

2023-09-01 10:38

[medeverdachte 2]

[verdachte] a dal e hombu overdosis

[verdachte] heeft die man een overdosis “geslagen” (letterlijk. Vrij vertaald: toegediend)

(…)

(…)” (Voetnoot 16)

15. Op 30 augustus 2023 vonden er tussen de verdachte [medeverdachte 2] en ‘[betrokkene 4]’ de volgende Snapchat-gesprekken plaats. Het gesprek vond plaats nadat de uitzending van RTL Boulevard een item over de vermissing van [slachtoffer] had uitgezonden. De verbalisant [verbalisant 6] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…)

Afkomstig van

Aan

Bericht

Vertaling

Datum en tijdstip

(…)

[medeverdachte 2]

[betrokkene 4]

Ta e a bin ku e plan

Hij/zij kwam met het plan

30-8-2023 16:58:09

(…)

[medeverdachte 2]

[betrokkene 4]

E ta traha na [bedrijf]

Zij werkt bij de [bedrijf]

30-8-2023 16:58:21

(…)

[medeverdachte 2]

[betrokkene 4]

Nn a lastre hombu baha trapi kune

Ze hebben die man van de trap (het Gerecht begrijpt: afgesleept (van de trap afgetrokken)

30-8-2023 17:03:00

[medeverdachte 2]

[betrokkene 4]

E hombu su kabes a keda dal riba kada un trapi

Het hoofd van die man bleef tegen elke trede slaan/bonken

30-8-2023 17:03-29

(…)

(…) (Voetnoot 17)

16. Op 30 augustus 2023 vonden er tussen de verdachte [medeverdachte 2] en [betrokkene 4] ( [betrokkene 4] ) de volgende Whatsapp-gesprekken plaats, die door de verbalisant [verbalisant 9] als volgt zijn gerelateerd:

“(…) Het gesprek vond plaats nadat de uitzending van RTL Boulevard een item over de vermissing van [slachtoffer] had uitgezonden. (…)

Afkomstig van

Aan

Bericht

Vertaling

Datum en tijd

(…)

[medeverdachte 2]

[betrokkene 4]

12019204-2731879-1695016641330.jpg

(Foto van de verdachte [verdachte])

30-8-2023 18:15:00

[betrokkene 4]

[medeverdachte 2]

E tbt sa?

Wist zij/hij het?

30-8-2023 18:15:06

[medeverdachte 2]

[betrokkene 4]

Un te a stel overdosis

Zij heeft toch overdosis geregeld (klaargemaakt)

30-8-2023 18:15:19

(…)

(…)” (Voetnoot 18)

17. In de woning van de (mede)verdachte [medeverdachte 2] werden middels OVC gesprekken opgenomen die op 28 mei 2024 tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 5] ([betrokkene 5]) in de woning van [medeverdachte 2] zijn gevoerd. De verbalisant [verbalisant 6] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) [medeverdachte 2] = E [betrokkene 5] = N

(…)

N: Wie is gegaan? Ben jij gegaan?

E: De andere mensen en ik zijn naar [adres 2] gegaan. (…)” (Voetnoot 19)

18. In de woning van de (mede)verdachte [medeverdachte 2] werden middels OVC gesprekken opgenomen die op 29 mei 2024 tussen [medeverdachte 2] en NN-man in de woning van [medeverdachte 2] zijn gevoerd. De verbalisant [verbalisant 8] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) 00:03:38

[medeverdachte 2]: (…) Terwijl de kluis (ntv) [adres 6]. (…) Weet je tegenover Napa (fon) op Curaçao…Wanneer je die straat inrijdt…nou, die man had (ntv)…in dat huis (ntv). (…) slaappil. Die meid werkt vanzelf bij [bedrijf]. Ze heeft het vloeibaar gemaakt (…). (…) Ze heeft hem drugs gegeven. Ze heeft mollie gebruikt. (…)

[medeverdachte 2]: Die meid heeft gezegd dat we geld in het huis zouden vinden. Wij hebben geen moer gevonden. (…)

00:06:12

[medeverdachte 2]: (…) Zij zijn…naar binnen gestapt…(ntv)…Ze begonnen hem te slaan…ze hebben hem geslagen…geslagen…geslagen…(ntv)…waar de man was (ntv) helemaal onder het bloed…gooiden hen met z’n drieën omver (…) ze sloegen de man een prik in zijn “garganta” (nek/hals) (…) Geen eens tien seconden…Toen de man begon te snurken….(ntv)… (…) “nan a bah’é for di e trapi” (ze lieten hem van de trap zakken)…Dam! Dam! Dam! (…)

[medeverdachte 2]: (…) drie keer (ntv)…ze heeft mijn nicht thuis afgezet. (…) In plaats dat ik ook thuis uitstap ben ik naar [adres 2] gereden met hen. (…)” (Voetnoot 20)

19. In de woning van de (mede)verdachte [medeverdachte 2] werden middels OVC gesprekken opgenomen die op 30 mei 2024 tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 5]([betrokkene 5]) in de woning van [medeverdachte 2] zijn gevoerd. De verbalisant [verbalisant 6] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) E: Die meid werkte bij de [bedrijf][verdachte].

(…) E: (…) Ze zei tegen ons om naar het huis van die man in [adres 3] te gaan. Dus, toen liet ze mij weten dat het een semi-seks-pay was. En vanuit daar zou zij naar het huis van die man gaan in [adres 6]. (…)

E: …om in de kluis te gaan. Toen we aankwamen moest de beveiliging onze id’s en onze dingen nemen. (…)

E: De auto kwam toen net naar buiten. Die man toeterde en gaf de beveiliging aan: “Laat ze komen!” Ze hebben geen id’s genomen. We zijn naar binnen gegaan. (…)

E: (…) De mannen begonnen drank in te schenken en zo. (ntv) Ze hebben spul in de drank van die man gegooid. Ze hebben “mol/mollie” (fon) in de drank van die man gegooid. (…)

E: Het was zo, de man moest gedrogeerd worden om zo snel mogelijk bij de kluis te kunnen komen. (…)

E: (…) Ze hebben mollie in zijn drank gestopt. Ze hebben er slaappil in gestopt zodat hij ging slapen. Niets! (…)

E: (…) ze waren allemaal op het geld af (…)

E: Die man reageerde nergens op. Hij was dronken, maar hij was goed bij. Geen enkele drugs had toen nog reactie op hem. (…) Toen zeiden wij: “Nou laten we naar huis gaan.” Maar die man zat nog steeds op [medeverdachte 1] ([medeverdachte 1]). Die meid zei tegen [medeverdachte 1], blijf jij maar, wij nemen alle sleutels mee en gaan naar het huis in [adres 6]. (…) We waren toen met z’n vieren vertrokken en gingen naar het huis in [adres 6]. (…)

E: (…) we kwamen aan in [adres 6], geen enkele sleutel past. (…) De auto die de meid had, had ze net gehuurd, geld uitgegeven, dit gedaan, dat gedaan. Dus (…) ze moest haar geld weer eruit halen (…)

00:05:44

Ze zei: “E kos aki ta bira atrako o asesinato” (Dit wordt een overval of een moord)

(…)

E: Die meid, die meid die bij [bedrijf] werkte (…)

E: (…) Ze wist al dat de man een kluis had in [adres 6]. In ieder geval, ik begon [medeverdachte 1] te appen. (…) Ik zei tegen haar: “Ik zeg je zo meteen wanneer we er zijn.”

(…)

E: Toen we daar aankwamen, Ja….[medeverdachte 1]…Ik zei tegen haar: “We zijn er. Kom naar buiten.” (…) We zaten alleen met z’n tweeën in de auto (…) [medeverdachte 1] zei tegen mij: “Wat gaat er gebeuren?” Ik zei tegen haar: “Ze gaan de man slaan om hem te laten (ntv) (…)

E: Eigenlijk ben ik gekomen met de ‘tips di [adres 2]’ (tip over [adres 2]). Want er was niets anders wat ik kon doen. Om die man daar niet te vinden…er was niets anders. (…) Ik heb besloten om uit te stappen…want ik wilde de dingen beter zien. Ik kwam net aanlopen met de zaklamp die fel op hen scheen. (…) Ze waren hem aan het slaan, slaan, slaan [betrokkene 5]. (…) Ze vroegen die man naar de sleutel, vroegen die man naar de sleutel…Die man vocht met ze….Die man vocht met ze… (…)

E: Die man vocht met ze, Dam! Ze sloegen de man op het hoofd. (ntv) Die meid sloeg die man een prik hier. Luister [betrokkene 5]….[betrokkene 5], minder dan 10 minuten (…)

E: De man sliep…(…) Ze zeiden dat ze hem maar samen zouden dragen. Doordat de man zwaar was, konden ze hem niet dragen. Ze moesten hem slepen. (…)

E: (…) Ze sleepten hem naar buiten. (…) En naarmate ze de trap afgingen deed het hoofd van de man tok (fon)…tok (fon)…(ntv)…iets wat ik gezien heb, [betrokkene 5]. (…)

E: (…) Ze sloegen hem alleen zodat hij zou praten. (…)

E: (…) ze sloeg die man een prik (ntv) hebben hem achter in zijn pick-up gestopt. (…)

E: (…) In ieder geval zei [medeverdachte 1] tegen ons om haar thuis af te zetten: “Zet mij thuis af!” Die meid (ntv) heeft toen met (ntv) gebeld: “We zijn bijna bij [adres 2], maar we moeten de meid afzetten.” [betrokkene 5], nogmaals, in plaats dat ik samen met [medeverdachte 1] uitstap, deed ik weer nieuwsgierig en ben toch naar [adres 2] gegaan met ze. Toen kwamen we aan bij [adres 2]. (…) ik heb eigenlijk de telefoon van de Julianabrug gegooid. Toen we de brug opreden. (…) Toen we aankwamen bij [adres 2] zei ik hen: “Pon’é bou di stür pa e kos keda manera ta depressief e tabata anto ela mata” (Zet hem achter het stuur, zodat het zou lijken dat hij depressief was en doodde) (…)” (Voetnoot 21)

20. In de woning van de (mede)verdachte [medeverdachte 2] werden middels OVC gesprekken opgenomen die op 30 mei 2024 tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] in de woning van [medeverdachte 2] zijn gevoerd. De verbalisant [verbalisant 8] heeft – voor zover van belang – het volgende gerelateerd:

“(…) E: (…) op geen enkel moment was het opzettelijk (letterlijk. Vrij vertaald: de opzet) om die man te doden (…)

A: Maar het opzettelijke (letterlijk. Vrij vertaald: de opzet) was wel om dingen van hem af te pakken.

E: Ja. (…)” (Voetnoot 22)

21. De (mede)verdachte [medeverdachte 1] werd op 3 juni 2024 omstreeks 14:14 uur verhoord. Zij heeft bij die gelegenheid – voor zover van belang – het volgende verklaard:

“(…) In 2018, september, had ik een vriendin, zij is [medeverdachte 2] (…). We zaten samen in de klas en ze zei: ‘er is een poolparty’. Ze vroeg mij om mee te gaan.(…) ik denk rond 20:00 uur vroeg [medeverdachte 2] ([medeverdachte 2]) mij weer of ik meega naar de poolparty. (…) ik ging mee. Ze kwamen ons ophalen, (…) We gingen naar de meneer. (…) We waren met z’n vijven. (…) ik zag ze drank inschenken voor de meneer. (…) Toen zeiden ze dat ze dingen zouden gaan kopen en toen bleef ik met die meneer. (…) Toen vroeg [medeverdachte 2] aan mij, via de app, is die meneer gaan slapen. Ik zei nee, kom mij halen (…) Na een tijdje kwamen ze mij halen. Hij is met mij naar beneden gegaan, ongeveer drie treden naar beneden (…) Het duurde wel voordat hij de deur openmaakte, hij was niet stabiel, hij wankelde. (…) Ik zag drie mensen staan (…). (…) Ik stapte in de auto. [medeverdachte 2] was in de auto en ik ging zitten. (…) [medeverdachte 2] zei, ik ga kijken. Het duurde heel lang. (…) daarna kwam ze terug. En toen vertelde zij aan mij dat die man dood was gegaan. (…) Ik bleef in de auto zitten, zij bleef bij mij in de auto, na een tijdje kwam het andere meisje en ze was agressief. (…)

V: Je zei eerder dat het meisje [verdachte] agressief was, hoe ging dat?

A: Ze gooide de deur van de auto hard dicht en zei: shit, shit, shit!!! (…)” (Voetnoot 23)

22. De (mede)verdachte [medeverdachte 1] werd op 5 juni 2024 omstreeks 10:52 uur verhoord. Zij heeft bij die gelegenheid – voor zover van belang – het volgende verklaard:

“(…) V: Is er door anderen wel wat gedronken daar?

A: Ik zag hen drank voor die meneer inschenken. De 2 mannen en [verdachte]. Die waren daar mee bezig (…)

A: (…) Toen ik wegging kwam ik hun tegen bij het zwembad (…)

V: Hoeveel zijn hun?

A: 3

V: En wie waren dat?

A: De 2 mannen en de zuster. (…)” (Voetnoot 24)

23. De (mede)verdachte [medeverdachte 2] werd op 12 juni 2024 omstreeks 09:41 uur verhoord. Zij heeft bij die gelegenheid – voor zover van belang – het volgende verklaard:

“(…) V: Hoe gingen jullie naar de woning van [slachtoffer]?

A: Met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. We waren met z’n vieren in de auto. [verdachte] was er nog niet bij. (…)

V: Hoe kwamen jullie binnen bij [adres 3]?

A: Via de security kwamen we binnen. [slachtoffer] kwam net aanrijden en zei tegen de security laat hun doorgaan. Toen zijn we doorgereden (…)

V: Hoe ging dat nu met iets door het drankje doen? Wie van de twee mannen deed dit?

A: (…) de ene keer deed [medeverdachte 4] het en de andere keer [medeverdachte 3] (…)

V: Wat werd er door de drank gegooid?

A: (…) er was Molly en een slaappil. (…)

V: Wat was de bedoeling van het drogeren?

A: [verdachte] wilde dat hij in slaap zou vallen en dat zij naar het andere huis in [adres 6] zou gaan. (…)

V: Waar bleef [medeverdachte 1] achter?

A: [verdachte] had haar gezegd om te blijven. (…)

V: Wat moest [medeverdachte 1] doen bij de man in de woning toen jullie weggingen?

A: (…) Ik heb haar toen gezegd (…) dat we onderweg waren terug naar de woning. Toen ze uitstapten bij Kust Batterij zijn ze vreemd uitgestapt en zij ze alle drie uitgestapt. Ik vroeg wat is er gaande, ze zeiden je zal wel zien.(…)

A: Daarvoor zijn we naar [adres 6] gegaan. We gingen eerst naar een andere huis van [slachtoffer] in [adres 6]. Als je via Napa aan de Caracasbaaiweg erin rijdt, daar in de buurt. (…)

M: Via Google maps werd op aanwijzen van de verdachte [medeverdachte 2] door de [adres 4] gelopen en werd het pand waar het slachtoffer een woning in had door de verdachte herkend. (…)

V: Hoe kwamen jullie aan de sleutels?

A: Volgens mij had [verdachte] die binnen gepakt. Ik had sleutels daarbinnen gezien bij de woning te [adres 3]. (…)

A: We waren met z’n vieren.

V: Hoe wisten jullie van het bestaan van deze woning?

A: [verdachte] is daar naartoe gereden (…)

V: De vorige keer had jij het over een Rolex, hoe wist je dat?

A: [verdachte] had gezegd dat er een Rolex daar was en geld in een kluis. (…)

V: Wie zijn idee was dit om naar de andere woning te gaan?

A: (…) [verdachte] kwam ons zeggen dat [medeverdachte 1] zou achterblijven en dat wij zouden gaan.

V: Wie had de sleutels in zijn handen bij die andere woning in [adres 6]?

A: [verdachte] is uitgestapt. (…)

A: Volgens mij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ook. (…)

A: Ik bleef in de auto. (…)

V: Waar waren de sleutels in de auto?

A: Volgens mij had [verdachte] die op een moment in haar handen en later zag ik ze in de tussenruimte bij de handrem. (…)

V: Daarna zijn jullie naar de woning van [verdachte] gegaan. Wat gingen jullie daar doen?

A: Ze zijn allemaal uitgestapt en volgens mij zijn ze iets gaan pakken. (…)

A: (…) Daarna heeft ze gezegd dat ze een overdosis is gaan pakken of zoiets. (…)

V: Wat is er besproken toen jullie terugreden naar [adres 3]?

A: Zij vroegen mij om aan [medeverdachte 1] te vragen of de man al sliep. (…)

V: Waren de anderen nog steeds kwaad toen ze aankwamen bij de woning in [adres 3]?

A: Ja, ik geloof van wel. (…)

A: Ze zijn heel snel uitgestapt. (…)

V: Wie stapten uit de auto?

A: [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [verdachte]. (…)

V: Waar liepen ze naartoe?

A: Ze zijn teruggegaan richting de ingang van het huis. (…)

V: Wat gebeurde er toen?

A: Ik heb [medeverdachte 1] een app gestuurd, we zijn aangekomen kom naar buiten. (…)

A: [medeverdachte 1] is toen gekomen. Toen zei [medeverdachte 1] tegen mij dat ze zijn begonnen te vechten met de man. (…) en toen ben ik uitgestapt. Ik zei tegen haar ik ga kijken wat er gaande is. (…)

A: [medeverdachte 1] bleef in de auto zitten.

V: Wat gebeurde er binnen, wat zag je, wie deed wat?

A: Terwijl ik er naartoe liep, zag ik [medeverdachte 3] [slachtoffer] met een vuist slaan tegen zijn hoofd. (…) [medeverdachte 4] stond daar, ik kwam aan en ik stond in de deuropening. Toen injecteerde [verdachte] [slachtoffer]. (…)

V: Hoe ging het slaan op zijn hoofd?

A: Een keer hard op de zijkant van het hoofd tegen de slaap. De andere arm zat rond de nek van [slachtoffer]. [medeverdachte 3] heeft hem geslagen aan de kant waar niet met de injectie geprikt is, [verdachte] had hem geprikt aan de andere kant.

V: Wat gebeurde er nadat de prik gezet werd?

A: Binnen tien seconden was er geen reactie meer van [slachtoffer], toen is hij gevallen. (…) Toen droegen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 4] [slachtoffer]. (…)

V: Waar ontstond de vechtpartij?

A: Binnen in de woning, in de keuken. (…)

V: We hebben het gehad over de vechtpartij, de injectie, wat gebeurde er toen?

A: (…) [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hebben [slachtoffer] gedragen naar de auto. Terwijl ze aan het lopen waren met hem en de trap naar beneden gingen, bonkte het hoofd van [slachtoffer] op de trap. Op elke trede van de trap. (…)

V: Wie heeft het lichaam van [slachtoffer] in de auto getild?

A: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. (…)

V: Waar is [slachtoffer] in de auto gelegd?

A: Achterin. (…)

A: Ze hadden me gevraagd of ik een plek wist en toen heb ik gezegd [adres 2]. (…)

V: Hoe zijn jullie naar [adres 2] gegaan?

A: We zijn de brug over gegaan en zijn gesplitst. We hebben [medeverdachte 1] thuisgebracht en ik had eigenlijk moeten uitstappen, maar ik was heel nieuwsgierig dus ben ik meegegaan. (…)

V: Wat zag je toen je aankwam rijden bij [adres 2]?

A: De pick-up stond er. De jongens waren al uitgestapt. [verdachte] stapte ook uit. Ze hebben [slachtoffer] uitgehaald en [verdachte] heeft geholpen om [slachtoffer] op de bestuurderstoel te zetten. (…)

V: Wie waren er allemaal op [adres 2]?

A: Ik, [verdachte], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3]. (…)

V: Wat deed jij?

A: Ik bleef kijken. Ik heb ook mijn telefoonlicht aangezet om te kunnen kijken. (…)

V: Hoe kwam de auto uiteindelijk in het water terecht?

A: Ze hebben het in neutraal gezet en een beetje geduwd. (…)

O: (…) wij hebben in jouw telefoon een chatgesprek gevonden waarin jij zegt: “Maar ik heb zijn iPhone zelf in zee gegooid”.

V: Leg dit eens uit.

A: [verdachte] had me de telefoon van [slachtoffer] gegeven toen we op de Julianabrug reden. [verdachte] had me gevraagd om de telefoon weg te gooien. Ik heb toen de telefoon in het water weggegooid, vanaf de Julianabrug. (…)” (Voetnoot 25)

24. De (mede)verdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]) werd op 6 juni 2024 omstreeks 12:43 uur verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid – voor zover van belang – het volgende verklaard:

“(…) V: Je zegt dat je het hele verhaal wil vertellen vanaf het begin.

A: (…) Ik kan mij wel herinneren dat [verdachte] tegen mij had gezegd dat zij een oudere meneer had die bereid was te betalen voor seks en dat hij een trio wilde hebben. (…)

V: Hoe zijn jullie gegaan?

A: We zijn met de auto gegaan. De man stond buiten op ons te wachten. Hij was naar de portier gegaan om te zeggen dat wij zouden komen. (…)

V: Wie gingen er weg?

A: Ik, [verdachte], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2].

V: Waar gingen jullie heen?

A: Het huis van [verdachte]. (…)

V: Wie heeft de slaappil erin gedaan?

A: Volgens mij was het [verdachte]. (…)

V: In welke drank ging die slaappil?

A: Black Label.

V: Dronk de meneer er ook van?

A: Ja. (…)” (Voetnoot 26)

25. De (mede)verdachte [medeverdachte 3] werd op 12 juni 2024 omstreeks 10:45 uur verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid – voor zover van belang – het volgende verklaard:

“(…) V: Wie kwam er op het idee over de afspraak met [slachtoffer]?

A: [verdachte]. (…)

V: Wist iedereen van tevoren wat jullie gingen doen op [adres 3]?

A: Ja.

V: Wat wist iedereen toen jullie gingen naar [adres 3]. Kun je dat vertellen?

A: Het begon ermee dat [verdachte] zei dat ze de man in slaap zou brengen. Op dat moment zouden we kunnen zien wat we allemaal konden meenemen. (…)

V: Wie heeft drogerende spullen meegenomen?

A: [verdachte]. (…)

V: Jullie komen aan bij de woning op [adres 3]. Dan is er een poolparty. Vertel, wat gebeurt er in en rond het zwembad? (…)

A: De meneer kwam ons ophalen bij de poort. We zijn naar het huis gegaan. We zijn naar binnen gegaan. (…)

V: Je bent toch naar een ander huis gegaan in [adres 6]?

A: Het huis van die meneer? We zijn daar langs gegaan inderdaad. (…)

V: Waarom gingen jullie naar de andere woning?

A: (…) [verdachte] had gezegd dat daar een kluis was. (…)

V: Je zegt dat je terugkomt bij [adres 3]. Jij stapt uit, wat doe je dan? (…)

A: (…) [medeverdachte 4] was uitgestapt. Ik ging achter hem aan. (…) Daar was die man in opstand gegaan. Hij ging rebelleren tegen [medeverdachte 4]. (…) Ik ben hem gaan wurgen van achteren. (…) Daarna is [verdachte] gekomen. (…) en gaf hem toen een injectie. (…)

V: Je vertelde dat [verdachte] de meneer prikte. Hoelang duurde het toen dat het leven uit het lichaam van die meneer ging?

A: (…) Ik ben weggegaan en na een tijdje teruggekomen. (…)

V: Waarom ging je weg?

A: Ik ben toen de woning in gegaan om geld te gaan zoeken. Ik en [medeverdachte 4] zochten samen naar geld. (…)

V: Wie hielpen hem om naar de auto te dragen?

A: Ik maakte de deur van de pick-up open. Dat was de achterdeur (…).

V: Waar lag meneer precies?

A: De meneer lag achter de stoel. Daar waar je normaal met je voeten zit. (…)

V: [medeverdachte 1] stapte uit, en toen?

A: We zijn naar [adres 2] gegaan. [verdachte] is mij en [medeverdachte 4] weer gaan helpen. We hebben de meneer van achteren eruit gehaald.

V: Hoe ging dat dan?

A: We hebben hem opgetild. (…)

V: Dan zit hij daar, achter het stuur?

A: De stoel was achteruit gehaald zodat er genoeg ruimte was om de meneer in de bestuurdersstoel te zetten. (…)

V: En toen, wie deed wat?

A: (…) De auto stond in Drive. Ik deed de voet van de meneer op het gaspedaal. (…)” (Voetnoot 27)

26. De (mede)verdachte [medeverdachte 4] hierna: [medeverdachte 4]) werd op 11 juni 2024 omstreeks 10:35 uur verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid – voor zover van belang – het volgende verklaard:

“(…) V: Eerder heb je verteld dat er een vechtpartij ontstond. Wie zijn er betrokken geweest bij de vechtpartij?

A: [medeverdachte 3], [verdachte] en ik.

V: Wat heb jij tijdens die vechtpartij gedaan?

A: Ik heb geprobeerd om die man tegen te houden. Ik heb hem met mijn handen vastgehouden want [medeverdachte 3] kon hem niet in zijn eentje aan.

V: Jij komt aan bij die woning en ziet dat [medeverdachte 3] aan het vechten is en dat hij de man niet aankan. Neem ons mee in jou verhaal.

A: Ze waren aan het vechten met die meneer. Ik ben gaan helpen omdat ze aan mij vroegen om te helpen. Wij waren met zijn drieën aan het vechten. Toen heeft [medeverdachte 3] de man gewurgd en heeft [verdachte] hem gestoken. (…)

V: Dus jij hebt hem vastgehouden zodat [medeverdachte 3] hem kon wurgen/

A: Nee, ik heb geholpen om de man te laten praten. Ik hield de man vast zodat de man niet weg kon gaan.

V: (…) Jullie stormden de woning binnen en toen?

A: (…) Toen ben ik gaan helpen omdat de man los wilde. [medeverdachte 3] sloeg de man in elkaar. Toen wij aankwamen zijn wij beiden naar binnen gestormd en zijn zij gaan vechten met de man.

V: Jij ook?

A: Ja, ik ben ook mee gaan doen omdat ze dat tegen mij zeiden. Ik hield de man vast. [medeverdachte 3] was de man aan het slaan. Jij houdt de man vast. Omdat de man zo sterk was, liet ik de man los, toen heeft [medeverdachte 3] de man gewurgd en heeft [verdachte] de man de injectie gegeven. Jullie hebben gevraagd wie de drogerende middelen had meegenomen? [verdachte] had die meegenomen.

V: Wie heeft de drogerende middelen in het drankje gedaan?

A: Dat heeft [verdachte] gedaan. (…)

V: Jij hebt het over het plan. Hoe is dat ontstaan?

A: (…) Op de dag zelf. In de middag werd ik benaderd dat er een poolparty was. Daarna heb ik gehoord dat er een plan was van een overval.

V: Wanneer op die dag?

A: Dat was voordat er begonnen was met het pakken van de sleutels en zo. (…)

V: (…) Wat hebben jullie gedaan nadat jullie het appartement hadden verlaten?

A: Wij zijn teruggegaan naar [adres 7], naar de woning van [verdachte]. Daar had ze allerlei spulletjes, naalden en pilletjes gehaald. (…)

(…)

A: [verdachte] is uitgestapt, de woning ingegaan, weer teruggekomen en in de auto gestapt. (…)

V: Dus jullie rijden weg bij de [adres 7]. [verdachte] heeft de injectienaald gepakt (…) Maar [medeverdachte 3] is boos. [verdachte] haalt een injectienaald en jij vraagt niet wat er gaat gebeuren?

A: Iedereen was boos (…).” (Voetnoot 28)

27. De (mede)verdachte [medeverdachte 4] werd op 11 juni 2024 omstreeks 15:26 uur verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid – voor zover van belang – het volgende verklaard:

“(…) V: Je hebt verklaard dat [verdachte] tegen [medeverdachte 1] zei dat zij met de man bezig moest zijn. [verdachte] ging samen met [medeverdachte 3] de woning in en jij was met [medeverdachte 2] in de pool. Hoe wisten jullie wat jullie moesten doen?

A: [verdachte] heeft de taken verdeeld. Zij heeft iedereen instructies gegeven. (…)

V: Kan je ons stap voor stap meenemen?

A: Wij kwamen aan bij de gate van [adres 3] en die man kwam ons tegemoet. Wij reden naar het huis achter die meneer aan. Net voordat wij uit de auto stapten, vertelde [verdachte] wat wij allemaal moesten gaan doen. [medeverdachte 1] moest de man bezighouden. [verdachte] en [medeverdachte 3] moesten samen zijn en ik en [medeverdachte 2] moesten ook samen zijn. (…)

V: Je zei dat het plan daarvoor nog niet duidelijk was. Wat was er wel duidelijk?

A: Dat er een poolparty was. Het plan om iemand te beroven werd mij daar pas duidelijk. (…)

V: (…) wat moesten jullie doen?

A: (…) Toen wij aankwamen bij de woning wisten wij pas dat wij de man wilden beroven. [medeverdachte 1] moest de man bezighouden, zodat [verdachte] en [medeverdachte 3] in de woning hun ding konden doen, konden gaan stelen. Ik was samen met [medeverdachte 2] in het zwembad.

V: Is er ook besproken wat het entertainen in moest houden, wat [medeverdachte 1] moest gaan doen?

A: Nee, ze moest die man gewoon vermaken.

V: Jij en [medeverdachte 2] moesten in het zwembad blijven, waarom?

A: Om die man in de gaten te houden en de man af te leiden. Het afleiden was volgens het plan echt de taak van [medeverdachte 1]. Maar omdat [medeverdachte 1] zo zenuwachtig was, zijn we haar gaan helpen. We hebben toen ook de man afgeleid. We hebben met hem gepraat en zo, en konden hem in de gaten houden. (…)

V: Je hebt eerder verteld dat je aan kon geven waar het appartement ligt waar jullie naartoe zijn gegaan. Hoe heet de straat?

(…) A: Het is de [adres 4]. (…)

V: Vertel eens over het drogeren. Wie heeft dat in het drankje van [slachtoffer] [slachtoffer] gedaan?

A: [verdachte] had de pil meegenomen en in het drankje van [slachtoffer] gedaan.

V: Jij wordt [medeverdachte 4] genoemd toch door anderen?

A: Ja, dat klopt.

V: Je hebt al verklaard over dat jullie in gevecht gingen met [slachtoffer]. Wat was jouw rol geweest bij het gevecht?

A: Het idee was dat ik de man zou vasthouden zodat [medeverdachte 3] de man kon slaan. [medeverdachte 3] wilde op deze manier informatie van de man.

V: Waar sloeg [medeverdachte 3] hem?

A: Hij sloeg hem overal. Hij sloeg hem op zijn bovenlichaam, ook op zijn hoofd.

V: Wat wilde [medeverdachte 3] dan weten van de man?

A: (…) waar de kluis was. (…)

V: Op welke manier sloeg [medeverdachte 3] [slachtoffer]?

A: Met zijn vuist.

V: Hoe vaak sloeg hij [slachtoffer]?

A: Tussen de 10 en 20 keer. (…)

V: [medeverdachte 3] vertelt dat hij tijdens het wurgen van [slachtoffer] achterover is gevallen met [slachtoffer] en dat jij boven op hun bent gedoken.

A: (…) Toen [medeverdachte 3] de man aan het wurgen was, heeft [verdachte] de man gestoken met de injectie.

V: [slachtoffer]’s gezicht was flink, bebloed, wat kan je daarover vertellen?

A: Hij had klappen in zijn gezicht gehad en daardoor was hij gaan bloeden. (…)

A: [medeverdachte 3] hield hem in de wurggreep vast. [verdachte] liep om de man heen en stak hem in zijn schouder. (…)

A: De naald zat erin, ze drukte de vloeistof leeg en haalde de spuit er weer uit. (…)

V: Wat gebeurt er met [slachtoffer] toen de spuit eruit was?

A: [medeverdachte 3] hield de man in een wurggreep tot de man niet meer bewoog.

V: Hoe lang duurde het voordat de man niet meer bewoog?

A: Dat duurde 10 tot 15 seconden. (…)

V: Jullie hebben [slachtoffer] in de auto gelegd. Wie hebben dat allemaal gedaan?

A: Ik, [verdachte] en [medeverdachte 3]. (…)

A: Wij hebben het lichaam naar de auto gesleept en in de auto gelegd. (…)

V: Dan komen jullie bij de pick-up aan. Via welke kant gaat [slachtoffer] in de auto?

A: Via de linker (achter)deur van de pick-up. (…)

A: [medeverdachte 3] deed de auto open met de afstandsbediening en deed daarna de deur open. (…)

A: [slachtoffer] lag op de grond. (…)

A: Toen heeft [verdachte] gezegd dat ik en [medeverdachte 3] mee moesten in de pick-up. (…)

A: Wij zijn vertrokken met de pick-up. (…)

V: Waar stond iedereen, wat deed iedereen?

A: Wij parkeerden de pick-up voordat wij bij de afgrond kwamen. (…) Wij hebben de man voorin gezet en [medeverdachte 3] heeft de auto in Drive gezet en toen reed de auto langzaam de klif af. (…)

V: Hebben jullie nog iets gedaan?

A: (…) Vervolgens zijn wij in de [automerk] gestapt.

V: Wie zat waar in de [automerk]?

A: [verdachte] en [medeverdachte 3] zaten voorin (…)

A: [medeverdachte 2] en ik zaten achter in de auto. (…)” (Voetnoot 29)

28. De verdachte werd op 5 juni 2024 omstreeks 09:40 uur verhoord. Zij heeft bij die gelegenheid – voor zover van belang – het volgende verklaard:

“(…) V: (…) Waar werkte je daarvoor?

A: (…) Ik werkte privé, (…) [bedrijf] (…).

V: Was het op voorhand de bedoeling dat jullie seks zouden hebben en [medeverdachte 3] iets zou pakken?

A: Ja, de vrouwen zouden zorgen voor seks en de party, de afleiding. De mannen zouden dan de gelegenheid hebben om iets te stelen.

V: Wie wisten van deze afspraak?

A: Ik, [medeverdachte 3], [medeverdachte 4], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Wij wisten eigenlijk allemaal wat we zouden gaan doen. De vrouwen zorgden dat [slachtoffer] bezet zou zijn en de mannen konden dan iets stelen. (…)

A: (…) Toen ik aankwam was [medeverdachte 3] op de grond en had [medeverdachte 3] hem, [slachtoffer], bij zijn keel beet. Ik had het spuitje al in mijn hand. (…) ging het spuitje in de achterkant van zijn schouder. (…)” (Voetnoot 30)

29. De verdachte heeft ter terechtzitting van 11 december 2024 het volgende verklaard:

“(…) Ik had in mei 2018 contact met [slachtoffer]. Ik had toen een date met hem. Het was bij zijn appartement aan de [adres 4]. (…) Hij gaf de indruk dat hij geld had. (…) De tweede keer was de groepsseks. (…) Toen bij [adres 3] werd er besproken om te gaan kijken wat daar aan de [adres 4] lag. Bij de [adres 4] hebben we niets gevonden. Ik, [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] waren boos. (…) Het was wel de bedoeling om [slachtoffer] te drogeren zodat hij kon slapen zodat er gestolen kon worden. (…) Toen zaten we met een lijk. Wij (…) hebben het lichaam naar de pick-up gebracht, daarin gelegd en gezegd dat we naar [adres 2] moesten gaan. [medeverdachte 3] heeft de pick-up gereden en [medeverdachte 4] ging mee. Ik ging samen met de meisjes in de [automerk]. (…) We hebben [medeverdachte 1] eerst naar huis te Seru Fortuna gebracht en vervolgens gingen we naar [adres 2]. (…) Ik ging met [medeverdachte 2] naar de jongens bij [adres 2]. (…)”  (Voetnoot 31)

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe – samengevat – aangevoerd dat uit het dossier niet is gebleken dat de verdachte alleen of samen met de andere verdachten het slachtoffer heeft gedood om een mogelijk, ander strafbaar feit te verbergen. Het meenemen van de sleutels van het huis van het slachtoffer te [adres 4] kan niet als diefstal worden aangemerkt. Dit nu die sleutels in het huis te [adres 3] zijn teruggevonden. Voorts had de verdachte niet het oogmerk gehad om enige spullen die zich in het huis te [adres 3] en/of die eigendom van het slachtoffer waren, toe te eigenen. Het meenemen van de pick-up, de telefoon en het lijk van het slachtoffer, had enkel als doel om het lijk en de sporen weg te maken. Ook de dood kan niet aan de verdachte worden toegerekend daar zij bij het zien van het toetakelen van het slachtoffer door de twee mannelijke verdachten, juist geprobeerd heeft het slachtoffer van hen te bevrijden. Deze mogelijke hulpverlening zijdens de verdachte aan het slachtoffer wijst erop dat zij geen opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer.

Tot slot meent de raadsman dat het onder 3 ten laste gelegde feit – te weten het wegmaken van een lijk – kan worden bewezen, nu de verdachte ook daarover openheid van zaken heeft gegeven.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Algemeen

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is het volgende buiten redelijke twijfel komen vast te staan.

Het slachtoffer [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) werd zowel op 14 als 15 september 2018 als vermist aangemeld. Hij zou op 12 september 2018 samen met de pick-up, een [automerk/model], voorzien van het kenteken [kentekennummer] (hierna: het voertuig), spoorloos zijn verdwenen, en zou ten tijde van de vermissing in de woning te [adres 3] hebben verbleven.

Tijdens de op 16 september 2018 in de woning te [adres 3] gedane forensische opsporing zijn 32 sporen, waaronder een lege fles whisky (Black Label) veiliggesteld. In de (resterende) vloeistof uit die fles whisky zijn de drogerende of bedwelmende geneesmiddelen promethazine en codeïne aangetoond.

Op 5 juli 2019 werd een voertuig op de bodem van de zee aan de Noordkust ter hoogte van [adres 2] aangetroffen. Dit voertuig bleek de vermiste [automerk/model] te zijn. Het voertuig werd op 17 juli 2019 uit de zee gehaald. In het voertuig werden botresten aangetroffen, die na DNA-onderzoek van het slachtoffer bleken te zijn.

Op 12 september 2018 heeft een ontmoeting tussen de verdachte en het slachtoffer op [adres 3] plaatsgevonden, waarbij het (aanvankelijk) om een seks-poolparty ging. Daarbij waren aanwezig de verdachte en de (mede)verdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]

Volgens de verklaringen van de verdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] kwam de verdachte met het plan om het slachtoffer te beroven en had zij dat plan pas toen ze op [adres 3] waren aan hen meegedeeld. Iedereen kreeg een taak toebedeeld. De meiden moesten het slachtoffer met seks afleiden, zodat de mannen het slachtoffer konden bestelen. Hiervoor moest het slachtoffer worden gedrogeerd, zodat hij in slaap zou vallen en zij hem konden bestelen. Er is slaappil en/of molly aan de drank van het slachtoffer toegevoegd. Aan de whisky werden promethazine en codeïne toegevoegd. Op een gegeven moment is de verdachte met de in de woning te [adres 3] weggenomen sleutels en ter uitvoering van het berovingsplan samen met de verdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] naar de woning van het slachtoffer aan de [adres 4] vertrokken. Dit met het doel om bij een volgens de verdachte daar aanwezige kluis te komen. De door hen meegenomen sleutels pasten niet. In de tussentijd is de verdachte [medeverdachte 1] alleen met het slachtoffer achtergebleven. Zij onderhield telefonisch contact met de verdachte [medeverdachte 2] om door te geven of het slachtoffer al dan niet in slaap was gevallen. Voormelde poging om het huis binnen te dringen, wekte grote boosheid bij de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2]. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte toen heeft gezegd: “Dit wordt een overval of een moord.” Hierna gingen ze naar het huis van de verdachte. Daar had de verdachte naalden en pilletjes c.q. nog meer drogerende middelen gehaald. Vervolgens reden ze terug naar de woning te [adres 3].

Bij terugkomst te [adres 3] ging de verdachte [medeverdachte 1] bij de verdachte [medeverdachte 2] in de auto zitten. De verdachte ging samen met de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] het huis binnen. Het slachtoffer werd door de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aangevallen en overmeesterd. Er ontstond een gevecht. Tijdens het gevecht werd het slachtoffer door zowel de verdachte [medeverdachte 3] als de verdachte [medeverdachte 4] gewurgd en door de verdachte [medeverdachte 3] geslagen. Volgens ook de verklaring van de verdachte [medeverdachte 2] die op een gegeven moment van dichtbij is gaan kijken, had de verdachte het slachtoffer met een stof geïnjecteerd waarna het slachtoffer daar slap van werd. De verdachte [medeverdachte 2] heeft het idee opgeworpen om naar [adres 2] te gaan.

Het lichaam van het slachtoffer werd door de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] gezamenlijk naar het voertuig gedragen c.q. versleept en achterin geplaatst. Vervolgens zijn de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in het voertuig naar [adres 2] gereden. De verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn samen met de verdachte in haar huurauto vertrokken. Onderweg naar [adres 2] zijn zij over de Julianabrug gereden. De verdachte [medeverdachte 2] heeft de telefoon van het slachtoffer vanaf de Julianabrug in zee geworpen. Vervolgens werd de verdachte [medeverdachte 1] thuis gebracht. De verdachte is samen met de verdachte [medeverdachte 2] naar [adres 2] gereden, waar zij zich bij de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hadden aangesloten.

Bij [adres 2] werd het slachtoffer op de bestuurdersstoel van het voertuig geplaatst. Vervolgens werd het voertuig in ‘Drive’-stand gezet en is het de zee ingereden.

Diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbende (feit 2)

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit overweegt het Gerecht dat het wettig en overtuigend bewezen kan worden, voor zover het ziet op de diefstal van een aantal sleutels, een telefoon en het voertuig.

Uit de bewijsmiddelen leidt het Gerecht af dat er sprake was van twee afzonderlijke diefstalmomenten, waarbij telkens geweld tegen het slachtoffer werd gebruikt.

Het eerste diefstalmoment betreft het wegnemen van de sleutels van het slachtoffer, ter uitvoering van het plan om op zoek te gaan naar een kluis in het door het slachtoffer bewoonde appartement aan de [adres 4] en zich de inhoud daarvan wederrechtelijk toe te eigenen. Daarvoor werd het slachtoffer via zijn drank gedrogeerd. Hierbij hebben de verdachte en de andere verdachten onmiskenbaar getracht het slachtoffer in een staat van bewusteloosheid of onmacht te brengen, hetgeen ingevolge artikel 1:199 van het Wetboek van Strafrecht gelijkgesteld wordt met het plegen van geweld. Het wegnemen van de sleutels was een essentieel middel om toegang te verkrijgen tot de kluis en de daarin beweerdelijk aanwezige waardevolle goederen. Dit handelen vormt een voltooid strafbaar feit, ongeacht het feit dat het beoogde doel – toegang tot de kluis en het stelen van de inhoud daarvan – niet is gerealiseerd. Anders dan de raadsman heeft aangevoerd, doet het feit dat de desbetreffende sleutels in de woning te [adres 3] terug zijn gevonden aan het voorgaande niets af. Immers de verdachten hebben de sleutels uit de machtssfeer van het slachtoffer gehaald en hebben daar enige tijd als heer en meester over beschikt.

Het tweede diefstalmoment deed zich voor bij de terugkomst van de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] te [adres 3], waarbij zij het slachtoffer hadden mishandeld teneinde informatie over de kluis te verkrijgen. Tijdens en/of direct na deze mishandeling hebben zij wederrechtelijk de telefoon en het voertuig van het slachtoffer weggenomen.

Deze cumulatieve gedragingen, gekenmerkt door geweld en wederrechtelijke toe-eigening, duiden op diefstal met geweld.

Voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde strafverzwarende gevolg van het handelen van de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2], te weten: het overlijden van het slachtoffer, is niet vereist dat sprake is van opzet van de verdachte op dat gevolg. Bij het strafverzwarende gevolg als bedoeld in artikel 2:291, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht gaat het immers om een geobjectiveerd bestanddeel, dat aan de opzeteis is onttrokken. Wel is vereist dat het gevolg redelijkerwijs aan de verdachte kan worden toegerekend. Voor die toerekening dient in dit geval naast een causaal verband sprake te zijn van enige mate van voorzienbaarheid.

Doodsoorzaak

Het Gerecht ziet zich gesteld voor de vraag wat de doodsoorzaak van het slachtoffer is.

De officier van justitie komt tot de tussenconclusie dat de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] het slachtoffer hebben geslagen, gewurgd en geïnjecteerd, waardoor het slachtoffer opzettelijk van het leven is beroofd (zie pagina 13 requisitoir). Dat het slachtoffer – daardoor – is overleden, onderbouwt de officier van justitie als volgt:

‘Wat duidelijk is geworden is dat na de tweede geweldsepisode [slachtoffer] is overleden. [slachtoffer] is overleden nadat [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de woning zijn binnengestormd, nadat zij onverrichte zaken terugkeerden naar [adres 3]. [medeverdachte 2] kwam niet veel later erbij staan met de zaklamp die, zoals zij zelf zegt, fel op hen scheen. [medeverdachte 2], [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] verklaren alle vier dat [slachtoffer] meermalen is geslagen, verwurgd en daarna met een spuit is geïnjecteerd. In deze spuit zou molly zitten, nadat hij al reeds andere middelen toegediend had gekregen. Alle vier hebben verklaard dat na het verwurgen en injecteren, [slachtoffer] niet meer in leven was. [verdachte] heeft gevoeld voor een hartslag, maar constateerde dat [slachtoffer] die niet meer had en dus was overleden. [slachtoffer] hapte eerst nog naar lucht en stopte toen met ademhalen. Later, bij [adres 2], heeft [medeverdachte 3] ook gevoeld of [slachtoffer] nog hartslag had. Dat was niet het geval. [medeverdachte 2] verklaarde dat [slachtoffer] paars was aangelopen. Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 2] verklaard dat zij bij [adres 2], nadat ze het licht van haar telefoon heeft aangezet, zag dat zijn gezicht groot en opgezwollen was en ze hoorde zeggen dat [slachtoffer] heel zwaar geworden was.’ (requisitoir pagina 11 en 12).

Uit de conclusies van de forensisch patholoog blijkt echter dat de doodsoorzaak van het slachtoffer niet kan worden vastgesteld. Dit brengt met zich dat het, in tegenstelling tot het standpunt van de officier van justitie, niet (zonder meer) wettig en overtuigend bewezen kan worden dat het slachtoffer als gevolg van het drogeren, het fysieke geweld door de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en/of de door de verdachte toegediende injectie is komen te overlijden. Immers, zulks is door een medisch deskundige niet vastgesteld. Dat het slachtoffer kennelijk in de beleving van de verdachten bij aankomst op [adres 2] al was overleden, brengt het Gerecht niet tot een ander oordeel. Immers, op grond van de geldende wet- en regelgeving is een geneeskundige bevoegd om het overlijden van een persoon vast te stellen. Het Gerecht overweegt in dit verband dat geen van de verdachten beschikt over medische bevoegdheid of deskundigheid om op medisch verantwoorde wijze de dood vast te stellen. Bovendien impliceert de subjectieve en niet-gekwalificeerde waarneming van de verdachten niet dat er sprake was van een medische of feitelijke doodstoestand op dat moment.

Hoewel het in de omstandigheden van het geval wellicht minder waarschijnlijk is, is het in theorie en in de praktijk mogelijk dat het slachtoffer, terwijl hij in kennelijke staat van bewusteloosheid verkeerde, nog wel in leven was voordat hij in het voertuig te water werd gelaten. Indien er veronderstellenderwijs van zou worden uitgegaan dat het slachtoffer klinisch gezien nog in leven was toen men bij [adres 2] aankwam, kan het echter niet anders zijn dan dat hij in ieder geval uiteindelijk om het leven is gekomen op het moment dat hij in de [automerk/model] in de zee terecht is gekomen.

Door en namens de verdachte is aangevoerd dat de verdachte zag hoe een van de mannelijke verdachten het slachtoffer aan het wurgen was. Zij zag ook hoe het slachtoffer zich in een benarde situatie bevond, ademloos was en naar adem snakte en dat zij toen gesneld was naar het slachtoffer om hem te bevrijden van deze wurging en dat zij trachtte de wurging te stoppen. Daarbij heeft de naald van een spuit die de verdachte bij zich had het slachtoffer gestoken c.q. gekrast aan de achterkant van zijn rechterschouder. Dit zonder dat de inhoud van de buis in het lichaam van het slachtoffer is geïnjecteerd.

Niet alleen wordt dit betoog weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, maar is het, gelet op de omstandigheden van het geval en in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, op geen enkele wijze aannemelijk geworden.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het Gerecht van oordeel dat de dood van het slachtoffer onmiskenbaar is toe te rekenen aan de gedragingen van de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2], ook indien met de officier van justitie zou worden geconcludeerd dat het slachtoffer al vóór het te water gaan was overleden. Het behoeft immers geen betoog dat het drogeren en met fors geweld mishandelen van een persoon, en het lichaam van het reeds overleden, zo niet, in kennelijke staat van bewusteloosheid verkerende slachtoffer in een voertuig plaatsen en het vervolgens te zee laten van dit voertuig een situatie creëert waarin het overlijden van het slachtoffer naar objectieve maatstaven voorzienbaar en onvermijdelijk is. Het gedrag van de verdachte en voornoemde medeverdachten, vormt daarmee een directe en causale schakel met diens overlijden. Voor de verdachte [medeverdachte 2] geldt bovendien dat zij zich niet heeft gedistantieerd ten tijde van het drogeren, slaan, wurgen en injecteren van het slachtoffer; sterker nog, zij is degene die met het idee kwam om (het volgens haar dode) lichaam van het slachtoffer in de zee bij [adres 2] te gooien, waarbij zij ook aanwezig was. Bijna een jaar later is het desbetreffende voertuig met daarin de beenderen van het slachtoffer uit de zee gehaald.

Gezien het voorgaande acht het Gerecht bewezen dat de gewelddadige dood van het slachtoffer aan de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] kan worden toegerekend.

Gekwalificeerde doodslag (feit 1)

Door de verdediging is betwist dat sprake is van gekwalificeerde doodslag, nu de verdachte niet het daarvoor vereiste oogmerk had. Het Gerecht begrijpt dit verweer zo dat wordt betwist dat uit de bewijsmiddelen blijkt van een causaal verband tussen de diefstal met geweld en de doodslag, zodat niet is bewezen dat met de doodslag werd beoogd de diefstal met geweld voor te bereiden of gemakkelijker te maken.

Nu al eerder is overwogen dat het slachtoffer is overleden ten gevolge van het op hem door de verdachte en de andere verdachten uitgeoefende geweld, is sprake van doodslag. De aan de verdachte toe te rekenen massale gewelduitoefening is immers naar haar uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op de dood van het slachtoffer dat het Gerecht bewezen acht dat de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] willens en wetens en dus opzettelijk hebben gehandeld.

Met betrekking tot de vraag of de bewezenverklaarde doodslag onder de strafverzwarende omstandigheden heeft plaatsgevonden als bedoeld in artikel 2:260 van het Wetboek van Strafrecht, overweegt het Gerecht als volgt.

De kern van deze strafbaarstelling bestaat uit een doodslag die in een onmiddellijk verband staat met een ander strafbaar feit, zowel in causaal opzicht als wat het tijdstip van het zich voordoen van de feiten betreft: het andere feit, ook wel aangeduid als oorsprongsfeit, in dit geval: diefstal met geweld (de dood ten gevolge hebbende) moet de doodslag in zo’n mate vergezellen of van nabij volgen of daaraan voorafgaan dat het geacht kan worden er één geheel van uit te maken met als nadere beperking van de reikwijdte van de strafbaarstelling het (bijkomende) oogmerk van de verdachte dat de doodslag is gericht op het voorbereiden, gemakkelijker maken van – of kort gezegd straffeloosheid verzekeren voor – dat andere (oorsprongs-)feit.

Het Gerecht kan aan het handelen van de verdachte en de andere verdachten geen andere conclusie verbinden dan dat de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] met het doden van het slachtoffer het voor strafbaarheid van gekwalificeerde doodslag benodigde oogmerk hebben gehad de diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat nadat het slachtoffer, in ieder geval in de beleving van de verdachten was overleden, de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de woning op zoek gingen naar spullen om te stelen. Vast staat dat de verdachten het voertuig en de telefoon van het slachtoffer hebben meegenomen. Dat zij onderweg naar [adres 2] de telefoon vanaf de brug in de zee hebben gegooid en het voertuig hebben gebruikt om het lichaam van het slachtoffer daarin te water te laten, doet aan de diefstal met geweld en het daaraan voorgaande handelen niets af.

Medeplegen

Met betrekking tot het medeplegen is het Gerecht op basis van de gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat de verdachte op nauwe en bewuste wijze heeft samengewerkt met de verdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. Hoewel uit het dossier niet duidelijk blijkt dat de verdachten van tevoren concrete afspraken hebben gemaakt en van een gezamenlijk plan van aanpak niet is gebleken, zijn zij wel samen naar de woning van het slachtoffer gegaan en hebben zij allen – voor wat betreft hun aandeel in het geheel – een actieve bijdrage geleverd door gezamenlijk en gelijktijdig uitvoeringshandelingen te verrichten, waarbij de uitvoeringshandelingen van de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] uiteindelijk hebben geleid tot de dood van het slachtoffer. Het bewijs van medeplegen is in de onderhavige zaak tegen de verdachte hiermee geleverd.

Conclusie ten aanzien van feit 1 en feit 2

Het Gerecht acht op grond van het handelen van de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] zoals dat hiervoor is beschreven de onder 1 tenlastegelegde gekwalificeerde doodslag op het slachtoffer en de onder 2 tenlastegelegde diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbende dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Wegmaken lijk (feit 3)

Met de officier van justitie en de raadsman is het Gerecht van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] in nauwe en bewuste samenwerking het lichaam van het reeds overleden, zo niet, in kennelijke staat van bewusteloosheid verkerende slachtoffer in het voertuig hebben geplaatst en dit voertuig in zee hebben laten rijden. Als reeds overwogen staat medisch gezien niet vast dat het slachtoffer reeds was overleden op het moment dat men te [adres 2] aankwam. Dat op dat moment sprake was van een “lijk” als zodanig, kan derhalve niet worden vastgesteld. Hoe het ook zij: met hun handelen hebben de verdachte en de verdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] het – in ieder geval in hun beleving – lijk en, indien het slachtoffer op dat moment nog in leven was, het lichaam van het slachtoffer weggemaakt en daarmee uitvoering gegeven aan hun intentie dat het lijk van het slachtoffer dat op dat moment, indien nog in leven, hoe dan ook om het leven zou komen, nooit meer zou worden gevonden, zulks met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden te verhelen.

De verweren worden verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 2:259 en 2:260 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van doodslag, vergezeld en voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en gemakkelijker te maken.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:288 juncto artikel 2:289 juncto artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.

Het onder 3 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:94 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van het wegmaken van een lijk met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden te verhelen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor een “gekwalificeerde doodslag”, als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren gegeven en voor een “diefstal met geweld”, waarbij met een steekwapen en/of een ander geweld (niet schieten) de dood van het slachtoffer ten gevolge hebbende, als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren gegeven.

In dit geval heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de eendaadse samenloop van het medeplegen van gekwalificeerde doodslag en diefstal met geweld, de dood ten gevolge hebbende, en daarnaast van het wegmaken van het lijk van het slachtoffer. Goed beschouwd ziet het Gerecht wat betreft feiten 1 en 2 één en hetzelfde feitencomplex wat kan worden ondergebracht onder twee verschillende strafbepalingen, waarbij de onder 1 bewezenverklaarde gekwalificeerde doodslag met de hoogste straf wordt bedreigd. Bovendien zijn de feitelijke handelingen die hebben geleid tot het onder feit 3 bewezenverklaarde wegmaken van het lijk ook al bewezenverklaard onder feiten 1 en 2.

De verdachte is samen met de andere verdachten in de woning waar het slachtoffer verbleef gegaan, hebben het slachtoffer misleid, gedrogeerd, mishandeld en beroofd, niet alleen van zijn goederen, maar ook van zijn leven. Iemand doden is een onomkeerbare daad. Het biedt geen ruimte voor herstel en dieper ingrijpen in het leven van een ander is niet mogelijk.

Het Gerecht rekent de verdachte niet alleen aan dat zij en de andere verdachten het slachtoffer hebben beroofd en hem op gruwelijke wijze om het leven hebben gebracht en zich hebben ontdaan van zijn lichaam, maar ook dat zij hebben afgesproken om dit hele gebeuren stil te houden. Hiermee heeft de verdachte de grote onzekerheid en zorg waarin de familie van het slachtoffer verkeerde onnodig lang laten voortduren. De ouders van het slachtoffer hebben tot aan hun overlijden in diep verdriet moeten leven, gekweld door het feit dat de daders niet zijn achterhaald. Ook hebben de verdwijning/dood en de manier waarop het slachtoffer om het leven is gekomen tot grote beroering in de samenleving geleid.

De (leidende) rol van de verdachte vormt de basis van het delict. Zij kende het slachtoffer. Het slachtoffer had kennelijk vertrouwen in haar, nu hij al eerder van haar escortservice gebruik had gemaakt, zoveel is uit de stukken van het geding en het verhandelde ter terechtzitting duidelijk geworden. Dit weegt het Gerecht in strafverzwarende zin mee.

Het Gerecht heeft verder, wat de persoon van de verdachte betreft, kennisgenomen van het rapport van de psycholoog van 29 juni 2024 en dat van de psychiater van 6 december 2024. Volgens de psycholoog wordt de recidivekans gemiddeld ingeschat. Volgens de psychiater wordt deze niet verhoogd geacht, daar de verdachte haar wilde jaren achter zich heeft gelaten. Door zowel de psycholoog als de psychiater wordt de verdachte volledig toerekeningsvatbaar geacht.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht houdt in het voordeel van de verdachte er rekening mee dat zij niet eerder is veroordeeld ter zake van misdrijf.

Bij de strafoplegging houdt het Gerecht mede rekening met de leeftijd van de verdachte ten tijde van het delict. De verdachte was destijds relatief jong, namelijk 27 jaar oud.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:133 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 15 (vijftien) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, griffier, en op 26 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Voetnoot

Voetnoot 1

Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao (Divisie Georganiseerde Criminaliteit) d.d. 7 oktober 2024, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 202409280833.EIND en de onderzoeksnaam “SHUT”, doorgenummerde dossierpagina’s 1 – 1381 en het Forensisch dossier Cactus 21 van de Politie Den Haag (Dienst Regionale Recherche, Afdeling Specialistische Ondersteuning, Team Forensische Opsporing) d.d. 13 november 2024, geregistreerd onder het zaaknummer 2022277347, doorgenummerde dossierpagina’s 1 – 148.

Voetnoot 2

Informatie rapport d.d. 16 september 2018, dossierpagina’s 69-76.

Voetnoot 3

Proces-verbaal verzamelen van sporen in verband met een vermiste persoon d.d. 12 juli 2023, geregistreerd onder documentcode AMB-129, dossierpagina’s 118 – 121.

Voetnoot 4

Proces-verbaal ontvangst inbeslaggenomen goederen [adres 3] Curaçao en overdracht aan FO d.d. 15 augustus 2023, geregistreerd onder documentcode AMB-029, dossierpagina’s 122 – 125.

Voetnoot 5

Proces-verbaal bevindingen overdracht sporen [adres 3] Willemstad d.d. 12 augustus 2023, geregistreerd onder proces-verbaalnummer PL1500-2022277347-3, dossierpagina’s 61-67, afkomstig van het Forensisch dossier Cactus 21.

Voetnoot 6

Schriftelijk bescheid, te weten: een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 29 maart 2024, geregistreerd onder zaaknummer 2020.01.14.297, dossierpagina’s 143-148, afkomstig van het Forensisch dossier Cactus 21.

Voetnoot 7

Proces-verbaal van bevinding en verrichting d.d. 25 september 2019, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 2019.09.225.0957.AMB, dossierpagina’s 66A-67.

Voetnoot 8

Schriftelijk bescheid, te weten: een forensisch rapport d.d. 24 juli 2019, dossierpagina’s 135 – 141.

Voetnoot 9

Proces-verbaal verzamelen DNA-spoormateriaal ten behoeve van DNA vergelijkend onderzoek d.d. 3 december 2019, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 293/2019, dossierpagina’s 147 – 148.

Voetnoot 10

Schriftelijk bescheid, te weten: een NFI-rapport inzake een DNA-verwantschapsonderzoek d.d. 6 februari 2020, dossierpagina’s 149 – 151.

Voetnoot 11

Proces-verbaal OVC uitwerking 30-08-2023 [adres] te Rotterdam d.d. 6 september 2023, geregistreerd onder documentcode AMB-039, dossierpagina’s 298 – 300.

Voetnoot 12

Proces-verbaal OVC uitwerking 31 augustus 2023 woning [adres] te Rotterdam d.d. 2 oktober 2023, geregistreerd onder documentcode AMB-055, dossierpagina’s 301 – 307.

Voetnoot 13

Proces-verbaal OVC uitwerking 2 september 2023 [adres] te Rotterdam d.d. 30 oktober 2023, geregistreerd onder documentcode AMB-049, dossierpagina’s 318 – 330

Voetnoot 14

Proces-verbaal OVC uitwerking 12 september 2023, woning [medeverdachte 1], [adres] te Rotterdam d.d. 30 oktober 2023, geregistreerd onder documentcode AMB-063, dossierpagina’s 331 – 336.

Voetnoot 15

Proces-verbaal OVC uitwerking 1 september 2023, woning [medeverdachte 2], [adres] te Zwijndrecht d.d. 20 november 2023, geregistreerd onder documentcode AMB-094, dossierpagina’s 362 - 368.

Voetnoot 16

Proces-verbaal PvB chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] afkomstig uit Dump telefoon [medeverdachte 1] d.d. 18 oktober 2023, geregistreerd onder documentcode AMB-078, dossierpagina’s 431 – 446.

Voetnoot 17

Proces-verbaal gesprek [medeverdachte 2] met [betrokkene 4] via Snapchat d.d. 29 oktober 2023, geregistreerd onder documentcode AMB-090, dossierpagina’s 498 – 506.

Voetnoot 18

Proces-verbaal Whatsapp chatgesprek tussen [medeverdachte 2] en *[betrokkene 4] d.d. 25 april 2024, geregistreerd onder documentcode AMB-103, dossierpagina’s 507-527.

Voetnoot 19

Proces-verbaal OVC 28 mei 2024/ [adres] te Zwijndrecht d.d. 23 juli 2024, geregistreerd onder documentcode AMB-165, dossierpagina’s 1190 – 1207.

Voetnoot 20

Proces-verbaal OVC 29 mei 2024/ [adres] te Zwijndrecht d.d. 23 juli 2024, geregistreerd onder documentcode AMB-177, dossierpagina’s 1208 – 1215.

Voetnoot 21

Proces-verbaal van bevindingen OVC 30 mei 2024 gesprek tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 5] d.d. 22 juli 2024, geregistreerd onder documentcode AMB-168, dossierpagina’s 1216 – 1239.

Voetnoot 22

Proces-verbaal van bevindingen OVC 30 mei 2024 gesprek tussen [medeverdachte 2] en haar partner [betrokkene 3] d.d. 17 juli 2024, geregistreerd onder documentcode AMB-169, dossierpagina’s 1242 – 1252.

Voetnoot 23

Proces-verbaal van 1e verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 4 juni 2024, geregistreerd onder het proces-verbaalnummer 202406031400 VH1, dossierpagina’s 830 – 845.

Voetnoot 24

Proces verbaal van 2e verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 5 juni 2024, geregistreerd onder het proces-verbaalnummer 202406051030.VH-02, dossierpagina’s 846 – 860.

Voetnoot 25

Proces-verbaal van 2e verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 11 juni 2024, geregistreerd onder het proces-verbaalnummer 2024061209:22.VH-02, dossierpagina’s 921 - 942.

Voetnoot 26

Proces-verbaal van 3e verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 6 juni 2024, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 202406061200.VH03, dossierpagina’s 1072 – 1082.

Voetnoot 27

Proces-verbaal van 4e verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 12 juni 2024, geregistreerd onder het proces-verbaalnummer 202406121045.VH04, dossierpagina’s 1084 – 1094.

Voetnoot 28

Proces-verbaal 3e verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 11 juni 2024, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 2024060111035.VH03, dossierpagina’s 1146 – 1157.

Voetnoot 29

Proces-verbaal 4e verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 11 juni 2024, geregistreerd onder het proces-verbaalnummer 2024060111526.VH04, dossierpagina’s 1158 – 1168.

Voetnoot 30

Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 5 juni 2024, geregistreerd onder het proces-verbaalnummer 202406050936.VH2, dossierpagina’s 976 – 990.

Voetnoot 31

Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 11 december 2024, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.