Gerechtshof Amsterdam, hoger beroep civiel recht overig
ECLI:NL:GHAMS:2026:321
Op 27 January 2026 heeft de Gerechtshof Amsterdam een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van civiel recht overig, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is 200.363.915/01, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHAMS:2026:321. De plaats van zitting was Amsterdam.
Advocaat:
mr. I.C Andréa te Alkmaar;mr. K. Straathof te Alkmaar
Indicatie
Kort geding. Ingebruikgeving sociale huurwoning voor prostitutiedoeleinden.
art. 7:213 BW
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1
zaaknummer : 200.363.915/01
zaaknummer rechtbank Alkmaar : 11954643 \ KG EXPL 25-148 KB
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige burgerlijke kamer van 27 januari 2026
[appellant]
wonende te [plaats] ,
appellant,
advocaat: mr. I.C. Andréa te Alkmaar,
WONINGSTICHTING VAN ALCKMAER VOOR WONEN
gevestigd te Alkmaar,
geïntimeerde,
advocaat: mr. K. Straathof te Alkmaar.
Partijen worden hierna [appellant] en Van Alckmaer genoemd.
mr. J.E. van der Werff - voorzitter
mr. J.C. Toorman - raadsheer
mr. M.J.R. Brons - raadsheer
S. van Loo - griffier
aan de zijde van appellant:
- [naam 1] ,
bijgestaan door mr. F. Baars, advocaat te Alkmaar,
aan de zijde van geïntimeerde:
[naam 2] (woonconsulent),
[naam 3] (woonconsulent),
bijgestaan door mr. Straathof voornoemd.
Het geding in hoger beroep
Op 22 december 2025 heeft de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, onder bovengemeld zaaknummer een vonnis gewezen (hierna: het bestreden vonnis) in een kort geding tussen Van Alckmaer als eiseres en [appellant] als gedaagde. De kantonrechter heeft [appellant] veroordeeld binnen 10 dagen na betekening van het bestreden vonnis de door hem van Van Alckmaer gehuurde woning aan [A-straat] te [plaats] te ontruimen. De kantonrechter heeft [appellant] in de proceskosten veroordeeld.
[appellant] is bij appeldagvaarding van 16 januari 2026 in hoger beroep gekomen van het bestreden vonnis. De appeldagvaarding bevat de grieven en een incidentele vordering. Van Alckmaer heeft op 26 januari 2026 een memorie van antwoord met producties ingediend.
[appellant] heeft in de hoofdzaak geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van geïntimeerde alsnog geheel of gedeeltelijk zal afwijzen. In het incident heeft [appellant] geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal schorsen voor wat betreft de bepaling in onderdeel 5.3 daarvan tot de beslissing in de hoofdzaak.
Van Alckmaer heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen en [appellant] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn incidentele vordering en zijn hoger beroep, althans zijn incidentele vordering en hoger beroep ongegrond zal verklaren, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep, uitvoerbaar bij voorraad.
Tijdens de mondelinge behandeling op 27 januari 2026 hebben mrs. Baars en Straathof voornoemd het woord gevoerd. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van het hof beantwoord.
Van het verhandelde op de zitting zijn zittingsaantekeningen gemaakt, die zo nodig in een apart proces-verbaal worden uitgewerkt.
Na schorsing en hervatting van de zitting heeft het hof mondeling uitspraak gedaan, die in dit proces-verbaal schriftelijk wordt weergegeven.
Beoordeling
1. Het hof neemt de feiten over die in het bestreden vonnis zijn opgenomen.
2. Ook het hof acht de ingebruikgeving van de woning voor prostitutiedoeleinden een ernstige toerekenbare tekortkoming, die in beginsel een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. In deze zaak doen zich echter bijzondere omstandigheden voor:
meteen na de constatering van de ingebruikgeving heeft [appellant] deze gestaakt;
er is geen overlast gemeld door omwonenden;
[appellant] ziet inmiddels de ernst van zijn handelen in;
[appellant] heeft blijkens een door hem overgelegde verklaring van zijn psychiater psychische hulp die ook lijkt te helpen;
[appellant] heeft zich aangemeld voor bewind;
de ouders van [appellant] zijn bereid om hem te helpen als hij onder bewind wordt gesteld;
[appellant] heeft getoond in te zien dat hij hulp nodig heeft;
[appellant] heeft concreet zicht op een baan bij HTM […];
[appellant] heeft groot belang bij behoud van zijn woning.
3. Deze omstandigheden brengen mee dat in het geval van [appellant] onvoldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden en hem tot ontruiming zal veroordelen.
4. Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen en de vorderingen van Van Alckmaer afwijzen.
5. Het hof geeft hiermee [appellant] een laatste kans.
6. Bij behandeling van het incident heeft [appellant] geen belang meer.
Beslissing
Beslissing
vernietigt het bestreden vonnis;
wijst de vorderingen van Van Alckmaer alsnog af;
veroordeelt Van Alckmaer in de proceskosten in beide instanties. De kosten voor de eerste aanleg aan de zijde van [appellant] worden tot nu vastgesteld op € 543,00 aan salaris. De kosten voor het hoger beroep aan de zijde van [appellant] worden tot nu vastgesteld op € 528,67 aan verschotten en € 2.428,00 aan salaris.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat conform art. 29a lid 3 Rv is ondertekend door de voorzitter.
------------------------------
voorzitter