Gerechtshof Amsterdam, hoger beroep personen- en familierecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2000

Op 14 July 2026 heeft de Gerechtshof Amsterdam een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is 200.361.576/01, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHAMS:2026:2000. De plaats van zitting was Amsterdam.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
200.361.576/01
Datum uitspraak:
14 July 2026
Datum publicatie:
21 July 2026
Advocaat:
mr. K Walburg te Hoorn;mr. P.R. Starink te Beverwijk

Indicatie

vervangende toestemming voor verhuizing, inschrijving basisschool en gegevensoverdracht school, hoofdverblijfplaats en zorgregeling.

Artikel: 1:253a lid 1 BW

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.361.576/01

zaaknummer rechtbank: C/15/368416 / FA RK 25-4079

beschikking van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak van

[de moeder] ,

wonende te [plaats A] ,

verzoekster in principaal hoger beroep,

verweerster in incidenteel hoger beroep,

hierna: de moeder,

advocaat: mr. K. Walburg te Hoorn,

en

[de vader] ,

wonende te [plaats B] , gemeente [gemeente] ,

verweerder in principaal hoger beroep,

verzoeker in incidenteel hoger beroep,

hierna: de vader,

advocaat: mr. P.R. Starink te Beverwijk.

Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:

- de minderjarige [minderjarige 1] , hierna: [minderjarige 1] , en

- de minderjarige [minderjarige 2] , hierna: [minderjarige 2] .

In de procedure heeft een adviserende taak:

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem,

hierna: de raad.

1
De zaak in het kort

De zaak gaat over vervangende toestemming voor een verhuizing van de moeder met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna gezamenlijk: de kinderen) naar [plaats A] , voor een inschrijving van de kinderen op een basisschool in [plaats A] en een gegevensoverdracht naar die school. Daarnaast gaat de zaak over de voorlopige hoofdverblijfplaats van de kinderen, de tijdelijke zorgregeling voor de kinderen en een kostenveroordeling.

De rechtbank heeft bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen voorlopig bij de vader zal zijn en een tijdelijke zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen – kort gezegd – eenmaal per twee weken van vrijdagmiddag uit school tot zondag 17.00 uur bij de moeder verblijven. De verzoeken van de moeder om vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing met de kinderen naar [plaats A] , een inschrijving van de kinderen op een basisschool daar en een gegevensoverdracht naar die school, zijn afgewezen. De moeder is het daarmee niet eens en wil dat haar – in hoger beroep gewijzigde/vermeerderde – verzoeken worden toegewezen. De vader is het eens met de bestreden beschikking, maar verzoekt de moeder te veroordelen in de door hem gemaakte werkelijke kosten van rechtsbijstand of in de (bovenforfaitaire) proceskosten.

Het hof zal de beschikking van de rechtbank bekrachtigen en de verzoeken in hoger beroep van zowel de moeder als de vader afwijzen.

2
De procedure in hoger beroep
2.1

De moeder is op 17 november 2025 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 11 september 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank).

2.2

De vader heeft op 13 januari 2026 een verweerschrift met daarin ook een incidenteel hoger beroep ingediend.

2.3

De moeder heeft op 16 februari 2026 een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep ingediend.

2.4

Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:

- een bericht van de zijde van de moeder van 21 november 2025, met bijlage,

- een bericht van de zijde van de moeder van 13 april 2026 met bijlagen,

- een bericht van de zijde van de vader van 14 april 2026 met bijlagen, en

- een bericht van de zijde van de moeder van 20 april 2026 met bijlagen.

2.5

De zitting heeft op 24 april 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en door J. de Leeuw, een tolk in de Portugese taal,

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en

- de raad, vertegenwoordigd door V.A.S. Regout.

Zowel de advocaat van de moeder als de advocaat van de vader heeft op de zitting pleitnotities voorgedragen en overgelegd.

3
De feiten
3.1

De vader en de moeder (hierna gezamenlijk: de ouders) zijn de ouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , beiden geboren [in] 2018 te [plaats C] , Portugal.

De ouders hebben een relatie met elkaar gehad van juni 2011 tot februari 2024. De vader heeft de kinderen erkend. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.

3.2

De ouders en de kinderen hebben de Portugese nationaliteit.

3.3

Bij vonnis in kort geding van de rechtbank van 25 september 2024 heeft de voorzieningenrechter onder meer het uitsluitend gebruik van de woning aan de [A-straat] te [plaats B] aan de moeder toegedeeld.

3.4

Bij vonnis van de rechtbank van 19 maart 2025 heeft de rechtbank – voor zover thans van belang – het aandeel van de moeder in de woning aan de [A-straat] te [plaats B] aan de vader toegedeeld en de hypotheekschuld toegerekend aan de vader onder bepaalde voorwaarden. De vader heeft aan deze voorwaarden voldaan. Hij heeft de helft van de overwaarde van de woning aan de moeder betaald.

3.5

De moeder is in augustus 2025 naar een huurwoning in [plaats A] verhuisd. Zij is in februari 2026 verhuisd naar een koopwoning in [plaats A] .

3.6

De vader woont sinds 22 september 2025 in de voormalige echtelijke woning.

3.7

Bij de rechtbank is een procedure tussen partijen aanhangig waarin verzoeken zijn gedaan omtrent de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de zorgregeling en de kinderbijdrage, bij de rechtbank bekend onder zaaknummer C/15/355873 / FA RK 24-4198. Er is in die procedure nog geen datum voor een mondelinge behandeling bepaald.

4
De omvang van het hoger beroep
4.1

De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang:

- het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar [plaats A] , de kinderen daar met ingang van schooljaar 2025-2026 in te schrijven op de [basisschool] en aan de huidige onderwijsinstelling van de kinderen toestemming te verlenen voor het verstrekken van de leer- en begeleidingsgegevens aan de [basisschool] , afgewezen;

- bepaald dat, totdat in de procedure met zaaknummer C/l5/355873 / FA RK 24-4198 nader wordt beslist, de hoofdverblijfplaats van de kinderen voorlopig bij de vader zal zijn;

- een tijdelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, waarbij de kinderen eens per twee weken, in het even weekend, van vrijdagmiddag uit school tot zondag 17.00 uur en gedurende de helft van de schoolvakanties bij de moeder verblijven, waarbij geldt dat de ouders het halen en brengen zullen delen, eveneens totdat in de procedure met zaaknummer C/l5/355873 / FA RK 24-4198 nader wordt beslist.

4.2

De moeder heeft in het beroepschrift verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en haar verzoeken alsnog toe te wijzen en aldus:

a. te bepalen dat vervangende toestemming wordt verleend aan haar om met de kinderen te verhuizen van [plaats B] naar de woning gelegen aan de [B-straat] te [plaats A] ;

b. te bepalen dat vervangende toestemming wordt verleend aan haar om beide kinderen in te schrijven op de [basisschool] te [plaats A] met ingang van het schooljaar 2025-2026 dan wel een door het hof nader te bepalen datum;

c. te bepalen dat vervangende toestemming wordt verleend aan haar om namens beide ouders toestemming te verlenen aan de huidige onderwijsinstelling van de kinderen voor het verstrekken van alle noodzakelijke leer- en begeleidingsgegevens, onderwijskundige rapporten en andere educatiegerelateerde informatie aan de [basisschool] te [plaats A] , ten behoeve van de schooltoelating van beide kinderen.

Daarnaast heeft de moeder bij wijze van vermeerdering van verzoek verzocht te bepalen dat de zorg- en opvoedingstaken voor de kinderen (voor de duur van de bodemprocedure) als volgt verdeeld zullen worden:

- de kinderen verblijven in de oneven weken van vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur bij de vader. De vader haalt de kinderen uit school op vrijdag en de moeder haalt de kinderen zondag om 17.00 uur op bij de vader. Er kan dagelijks gebeld worden via videobellen om 17.00 uur. De vakanties en feestdagen worden in onderling overleg verdeeld.

Verder verzoekt de moeder het hoofdverblijf van de kinderen voor de duur van de bodemprocedure bij haar te bepalen.

Ter zitting in hoger beroep heeft de moeder haar verzoek gewijzigd en vermeerderd in die zin dat zij verzoekt om aan haar vervangende toestemming te verlenen:

a. om met de kinderen te verhuizen naar de woning gelegen aan [C-straat] te ( [plaats A] ;

b. om beide kinderen in te schrijven op de [X] school te [plaats A] ;

c. voor de overdracht van onderwijs- en begeleidingsgegevens aan de [X] basisschool;

d. voor de duur van de bodemprocedure, het tijdelijk hoofdverblijf van de kinderen bij haar te bepalen en een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen in de oneven weken van vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur bij de vader verblijven, met dagelijks videobellen om 17.00 uur en vakanties en feestdagen in onderling overleg.

4.3

Het verweer van de vader in principaal hoger beroep strekt ertoe het beroep van de moeder ongegrond te verklaren en mitsdien haar verzoeken in hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. In incidenteel hoger beroep verzoekt de vader:

- primair: de moeder te veroordelen in de daadwerkelijk door hem gemaakte kosten van rechtsbijstand in beide instanties, overeenkomstig de overgelegde kostenspecificatie;

- subsidiair: de moeder te veroordelen in de bovenforfaitaire proceskosten;

- meer subsidiair: de moeder te veroordelen in de proceskosten.

4.4

De moeder verzoekt in incidenteel hoger beroep de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn zelfstandige verzoeken, dan wel zijn zelfstandige verzoeken af te wijzen. Ter zitting in hoger beroep heeft zij verzocht de proceskosten in hoger beroep te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

5
De motivering van de beslissing

Rechtsmacht en toepasselijk recht

5.1

Omdat partijen en de kinderen de Portugese nationaliteit hebben, heeft de zaak een internationaal karakter en moet het hof beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ten aanzien van de verzoeken. Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat dit het geval is. De verzoeken betreffen de ouderlijke verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 1 van de Verordening Brussel II-ter. Ten tijde van de indiening van het (inleidend) verzoekschrift hadden de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter ten aanzien van het verzoek rechtsmacht toekomt (artikel 7, eerste lid, Verordening Brussel II-ter).

Verder is tussen partijen niet in geschil dat Nederlands recht van toepassing is, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

Ontvankelijkheid

5.2

Het hof dient te beoordelen of de moeder ontvankelijk is in haar verzoeken voor zover deze zien op de tijdelijke hoofdverblijfplaats van de kinderen en de tijdelijke zorgregeling.

De moeder meent dat gelet op het feit dat de verzoeken omtrent de verhuizing enerzijds en het tijdelijk hoofdverblijf en de (tijdelijke) zorgregeling anderzijds met elkaar verbonden zijn, tegen de tijdelijke beslissingen ook hoger beroep open staat. De vader stelt zich op het standpunt dat de verzoeken weliswaar samenhangen met de verzoeken tot het verlenen van vervangende toestemming, maar dat deze daardoor niet automatisch appellabel zijn. Hij voert verder aan dat van een voorlopige zorgregeling niet zelfstandig hoger beroep kan worden ingesteld zolang deze uitdrukkelijk tijdelijk is, onderdeel is van een lopende procedure en niet vooruitloopt op een eindbeslissing in eerste aanleg.

Het hof is van oordeel dat de moeder ontvankelijk is in haar verzoeken omtrent de tijdelijke hoofdverblijfplaats van de kinderen en de tijdelijke zorgregeling. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking bepaald dat, totdat in de bodemprocedure nader wordt beslist, de hoofdverblijfplaats van de kinderen voorlopig bij de vader zal zijn en een tijdelijke verdeling van de zorgregeling vastgesteld. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 23 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB6910, volgt dat wat betreft de ontvankelijkheid van het hoger beroep, doorslaggevend is of de – bij voorraad uitvoerbaar verklaarde – voorlopige beslissing een onherroepelijk karakter heeft in die zin dat de beschikking, eenmaal geëffectueerd, in haar gevolgen niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Dat is het geval bij de bestreden voorlopige beslissingen. Omdat de beslissingen op dit moment gelden, heeft de moeder er dan ook belang bij om de beslissingen in hoger beroep te laten toetsen. De moeder is dan ook ontvankelijk in haar hoger beroep en in de door haar in hoger beroep gedane verzoeken.

Het hof zal de zaak hierna inhoudelijk bespreken en ziet aanleiding eerst het verzoek van de moeder om aan haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar [plaats A] te verhuizen, te behandelen.

In principaal hoger beroep

Vervangende toestemming (voor verhuizing, inschrijving basisschool en gegevensoverdracht)

Het wettelijk kader

5.3

Uit artikel 1:253a, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter kunnen worden voorgelegd. De rechter dient in geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag een zodanige beslissing te nemen als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Uit vaste rechtspraak volgt dat, hoezeer het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, andere belangen zwaarder kunnen wegen. De rechter dient bij zijn beslissing alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen.

De standpunten

5.4

De moeder meent dat de rechtbank haar ten onrechte geen toestemming voor verhuizing met de kinderen naar [plaats A] , voor schoolinschrijving en een gegevensoverdracht heeft verleend. Zij heeft altijd het leeuwendeel van de verzorging van de kinderen op zich genomen en wil een nieuwe start maken met de kinderen. Voor de moeder was een verhuizing naar [plaats A] noodzakelijk, omdat het voor haar niet mogelijk was om de vader uit te kopen uit de voormalige echtelijke woning. Zij moest daardoor op zoek naar vervangende woonruimte. In [plaats B] en omgeving zijn woningen met minimaal drie slaapkamers tegen betaalbare prijzen schaars of vrijwel onvindbaar en omdat de moeder parttime werkt, weigeren makelaars een huis aan haar te verhuren. De moeder heeft een doordachte keuze gemaakt. Vanwege de krappe woningmarkt heeft de moeder noodgedwongen een (huur)huis in [plaats A] geaccepteerd. Zij heeft geprobeerd om zo dicht mogelijk bij de kinderen te blijven, maar dat bleek niet mogelijk. Daarnaast wonen haar zus en haar moeder ook in [plaats A] . De verhuizing staat het contact tussen de kinderen en de vader niet in de weg. Er is geen zodanige inperking van de omgang dat een verhuizing niet gerechtvaardigd zou zijn. De moeder is bereid de vader te compenseren door het halen en brengen op zich te nemen en de kinderen op studiedagen en in de vakanties vaker bij hem te laten verblijven. Eventueel kunnen de kinderen ook drie weekenden in de maand bij de vader verblijven. De (reis)afstand van [plaats B] naar [plaats A] is groot, maar niet onoverkomelijk. De kinderen zijn jong en geworteld in de omgeving die de moeder hen (als hoofdverzorger) biedt. De kinderen hebben er belang bij om de continuïteit die de moeder kan bieden voort te zetten door bij haar te blijven. Daarnaast hebben de kinderen een positieve houding ten aanzien van de verhuizing en heeft [minderjarige 2] expliciet haar blijdschap geuit over de schoolwisseling. Hoewel de communicatie tussen de ouders stroef verloopt, is het niet zo dat de ouders niet met elkaar kunnen communiceren. Verder stelt de moeder onder verwijzing naar jurisprudentie dat de rechtspraak het principe van vervangende toestemming voor schoolgerelateerde beslissingen bij ouderlijke geschillen erkent.

5.5

De vader is van mening dat de rechtbank alle belangen heeft meegewogen en een beslissing heeft genomen die in het belang van de kinderen is. Hij betwist dat de moeder vanwege de krappe woningmarkt een huis in [plaats A] heeft moeten accepteren. Zij heeft niet aangegeven wat de noodzaak is geweest om daar te gaan wonen en deze noodzaak ontbreekt volgens de vader ook. De moeder heeft tot op heden geen inzicht gegeven in haar pogingen om in de buurt van [plaats B] een huurwoning te vinden, terwijl de vader weet dat in de buurt genoeg passende huurwoningen met voldoende slaapkamers te huur worden aangeboden. Ook is de moeder in staat om samen met haar moeder en zus een woning buiten [plaats A] te huren, dichter bij [plaats B] . De vader betwist dat de moeder de hoofdverzorger is (geweest). Toen de ouders nog samen waren hebben zij de zorg en opvoeding van de kinderen altijd bij helfte gedeeld en na de relatiebreuk hebben zij afgesproken om die verdeling voort te zetten, maar een verhuizing naar [plaats A] maakt die regeling feitelijk onmogelijk. Van de moeder werd en wordt verlangd dat zij (mede in het belang van de kinderen) op zoek gaat naar een woning in of dichter bij [plaats B] . De vader betwist dat de keuze van de moeder doordacht was en dat de kinderen er belang bij hebben de continuïteit die de moeder kan bieden voort te zetten door bij de moeder te blijven. Hij meent dat hij de kinderen dezelfde continuïteit kan bieden. Sinds de bestreden beschikking ligt de zorg voor en opvoeding van de kinderen bijna volledig bij hem en dat verloopt goed. De kinderen ervaren rust en stabiliteit bij hem en het gaat goed met hen. Verder betwist de vader dat de kinderen geworteld zijn in de omgeving die de moeder hen biedt. De kinderen zijn geworteld in [plaats B] , waar zij naar school gaan, sporten, zwemmen en hun vriendjes en vriendinnetjes hebben. Zij hebben niets met [plaats A] . Wat de kinderen geuit zouden hebben over de verhuizing moet met enige terughoudendheid beoordeeld worden. Zonder toestemming voor verhuizing bestaat er geen grondslag voor een schoolwissel of gegevensoverdracht naar een school buiten de regio. Van een onjuiste toepassing van de wet of jurisprudentie is dan ook geen sprake, aldus de vader.

Het advies van de raad

5.6

De raad heeft ter zitting in hoger beroep verklaard op dit moment geen aanleiding te zien om af te wijken van het advies dat hij bij de rechtbank heeft gegeven. De moeder heeft aangegeven dat de kinderen niet geworteld zijn op een plek, maar dat zij in hun vroege ontwikkeling afhankelijk zijn van de primaire verzorger. Gelet op de leeftijd van de kinderen klopt dat niet: één van de ontwikkelingstaken van kinderen tussen de zes en acht jaar is nu juist dat zij hun zelfstandigheid ten opzichte van de ouders vergroten. De moeder is voorbijgegaan aan het uitvoeren van gezamenlijk ouderschap, waarbij de betrokkenheid van de ouders gelijkwaardig is. De keuze van de moeder om, voordat er een definitieve beslissing is genomen over de hoofdverblijfplaats van de kinderen, een huis te kopen in [plaats A] lijkt impulsief en onvoldoende doordacht. Als zij een woning was blijven huren, was er meer mogelijk geweest. De raad acht het in het belang van de kinderen dat de moeder in de buurt van de vader gaat wonen en ziet geen noodzaak voor de verhuizing van de moeder. Op dit moment kan de raad niet beoordelen of de kinderen beter af zijn bij de vader of de moeder. Een raadsonderzoek daarnaar, zoals de moeder heeft verzocht, acht de raad echter niet helpend. Er moet een duidelijke beslissing genomen worden en de kinderen hebben daar het meeste baat bij omdat er dan rust komt.

De beoordeling

5.7

De moeder heeft ter zitting in hoger beroep benoemd dat een raadsonderzoek mogelijk een oplossing zou kunnen bieden voor de voorliggende verzoeken. Het hof acht zich voldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen over de verzochte vervangende toestemming voor een verhuizing met de kinderen naar [plaats A] , zodat geen aanleiding bestaat een raadsonderzoek te gelasten.

5.8

Het gezin woonde in de echtelijke woning in [plaats B] . In februari 2024 is de relatie tussen de ouders verbroken. Tot eind september 2024 woonden de ouders samen met de kinderen in de gezamenlijke woning. Bij vonnis van 25 september 2024 heeft de voorzieningenrechter het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de moeder toegedeeld. Vervolgens heeft de rechtbank bij vonnis van 19 maart 2025 het aandeel van de moeder in de echtelijke woning aan de vader toegedeeld en de hypotheekschuld toegerekend aan de vader. De moeder is in augustus 2025, zonder toestemming van de vader, met de kinderen naar een huurwoning in [plaats A] verhuisd. De vader is kort daarna weer in de (voormalige echtelijke) woning gaan wonen en heeft inmiddels het aandeel van de moeder in de echtelijke woning overgenomen. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking bepaald dat de kinderen naar de regio [plaats B] moesten terugkeren. De kinderen wonen inmiddels al geruime tijd bij de vader.

5.9

Het belang van de moeder bij een verhuizing met de kinderen naar [plaats A] is erin gelegen dat zij haar leven daar op haar manier kan inrichten, op een plek waar zij financieel in staat is te wonen in een woning met meerdere slaapkamers. Met dit belang van de moeder is ook het belang van de kinderen gegeven, omdat zij voor een belangrijk deel door de moeder worden verzorgd en opgevoed. Hiertegenover staat het – evenzeer zwaarwegende – belang van de vader bij voortzetting van zijn huidige rol in het leven van de kinderen om op deze wijze zo goed mogelijk bij de verzorging en opvoeding van de kinderen betrokken te blijven. Ook het belang van de kinderen is ermee gediend om in hun vertrouwde omgeving te kunnen opgroeien en daarbij mede door de vader te worden verzorgd en opgevoed.

5.10

Overeenkomstig vaste rechtspraak dient het hof bij de beslissing over vervangende toestemming voor verhuizing alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen en alle betrokken belangen af te wegen. De noodzaak om te verhuizen is daarbij een belangrijke wegingsfactor. Het hof is niet ervan overtuigd geraakt dat een noodzaak bestond voor de moeder om te verhuizen naar [plaats A] , omdat in (de omgeving van) [plaats B] geen geschikte woning te vinden was. Begrijpelijk is dat de moeder heeft gezocht naar een woning met meerdere slaapkamers, maar ook als rekening wordt gehouden met dat criterium heeft zij onvoldoende aangetoond dat het voor haar niet mogelijk was om in (de omgeving van) [plaats B] een geschikte en betaalbare woning te vinden. De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij de huurwoning in [plaats A] in mei 2025 gevonden heeft. Het huurcontract is getekend in juni 2025. De moeder heeft – tegenover de gemotiveerde betwisting door de vader – geen, althans onvoldoende bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat zij vóór die tijd serieus heeft gezocht naar passende huisvesting in (de omgeving van) [plaats B] . Weliswaar heeft zij stukken overgelegd (hoger beroepschrift, tabblad 2, productie 11) waaruit blijkt dat zij heeft gereageerd op huurwoningen, maar dit zijn voornamelijk huurwoningen waarvan de huurprijs ver boven het inkomen van de moeder ligt dan wel woningen die niet in (de omgeving van) [plaats B] liggen. Ter zitting in hoger beroep heeft zij verklaard dat zij haar zoek-inspanningen verder niet kan aantonen omdat haar e-mail geblokkeerd is geweest.

Verder heeft de moeder stukken overgelegd (hoger beroepschrift, tabblad 11, productie 11) waaruit blijkt van reacties/afwijzingen in de periode van medio september 2025 tot begin november 2025, maar dat is in de periode nadat de moeder de huurwoning in [plaats A] al had betrokken. Uit die stukken blijkt verder - zonder toelichting, die niet is gegeven - niet hoe tijdig en adequaat de moeder heeft gereageerd op de aangeboden huurwoningen, en wat zij verder nog heeft ondernomen om passende huisvesting in (de omgeving van) [plaats B] te vinden. Niet in geschil is dat de vader de moeder heeft gewezen op huizen meer in de omgeving van [plaats B] , maar dat de moeder daarop niet of nauwelijks heeft gereageerd. Bij dit alles komt dat de moeder uit de verdeling van de voormalige echtelijke woning een bedrag aan overwaarde heeft ontvangen van (ongeveer) € 90.000,-. Zij heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarom het haar toekomende bedrag niet geheel of ten dele kon worden aangewend voor een passende (huur)woning in de (omgeving van) [plaats B] . Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat de moeder inmiddels een huis in [plaats A] heeft gekocht, waar zij op 28 februari 2026 is ingetrokken. Het hof is van oordeel dat de moeder met deze beslissing onvoldoende oog heeft gehad voor de belangen van de kinderen.

5.11

Ook overigens is het hof van oordeel dat de door de moeder gestelde belangen bij een verhuizing van de kinderen niet zwaar genoeg wegen om het verzoek van de moeder toe te wijzen. De kinderen wonen vanaf hun (zeer) vroege jeugd in [plaats B] , gaan daar naar school (groep 4), en hebben daar hun sport- en overige sociale activiteiten. De moeder heeft niet bestreden de stelling van de vader bij de rechtbank dat partijen sinds september 2023 een 50/50 zorgverdeling hadden. Die zorgregeling is ook voortgezet toen de vader in [plaats D] verbleef. De moeder stelt zich op het standpunt dat het een voorlopige regeling was, hetgeen de vader betwist. Maar wat daarvan ook zij: de vader heeft inmiddels geruime tijd een substantieel aandeel in de zorg voor de kinderen, ook doordeweeks. Bij een verhuizing van de kinderen naar [plaats A] zal de vader de kinderen doordeweeks fysiek niet meer zien, en niet meer bij hun doordeweekse routine betrokken blijven. Voor de kinderen is het belangrijk dat zij contact met de vader kunnen blijven houden en dat zij niet van school hoeven te wisselen. Een verhuizing van de kinderen naar [plaats A] zou, anders dan de moeder stelt, een te grote inperking van de zorg van de vader voor de kinderen en het contact tussen de vader en de kinderen betekenen. De afstand tussen [plaats A] en [plaats B] is te groot om de vader de gelegenheid te geven door de week voor de kinderen te zorgen. De door de moeder voorgestelde weekendregeling (drie weekenden per maand) biedt in dit opzicht dan ook onvoldoende compensatie.

De moeder heeft verder aangevoerd dat de kinderen geworteld zijn in de omgeving die zij hen als moeder biedt omdat zij de hoofdverzorger is. De vader heeft betwist dat de moeder de hoofdverzorger was. Wat daarvan ook zij: inmiddels heeft de vader al langere tijd een substantieel deel van de zorg voor de kinderen. De kinderen komen verder op een leeftijd dat zij zich meer gaan losmaken van hun ouders en andere factoren, zoals vrienden, school en buitenschoolse activiteiten, steeds belangrijker worden voor hun worteling. Het hof acht het op dit moment in het belang van de kinderen om in hun vertrouwde omgeving te blijven, omdat dit bijdraagt aan continuïteit en rust. De kinderen wonen inmiddels geruime tijd bij de vader en zien de moeder eenmaal in de twee weken in het weekend. De vader heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat het, hoewel de kinderen de moeder missen, goed met de kinderen gaat. Verder is niet gebleken dat de vader de kinderen op dit moment geen stabiliteit kan bieden. Wel dient de vader zoveel mogelijk ernaar te streven dat er dagelijks (video)belcontact tussen de kinderen en de moeder plaatsvindt, omdat dit in het belang van de kinderen wordt geacht. Dat [minderjarige 2] tegenover de moeder haar blijdschap geuit zou hebben over een eventuele schoolwisseling, leidt niet tot een ander oordeel. Een dergelijke uitlating kan bezwaarlijk los worden gezien van de loyaliteit die [minderjarige 2] , vanzelfsprekend, ook jegens haar moeder heeft. Daarbij komt dat niet is gebleken dat [minderjarige 2] het op haar huidige school niet naar de zin zou hebben.

5.12

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het belang van de vader en de kinderen bij afwijzing van het verzoek van de moeder zwaarder weegt dan het belang van de moeder en de kinderen bij toewijzing daarvan. Hetgeen de moeder verder nog heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Het hof zal het verzoek van de moeder dan ook afwijzen en de bestreden beschikking in zoverre bekrachtigen. Omdat het hof geen vervangende toestemming aan de moeder zal verlenen om met de kinderen te verhuizen naar [plaats A] , zal het hof ook haar verzoeken om vervangende toestemming te verlenen om beide kinderen in te schrijven op de [X] school te [plaats A] en voor de overdracht van onderwijs- en begeleidingsgegevens aan de [X] basisschool, afwijzen.

Hoofdverblijfplaats en zorgregeling

5.13

Aangezien het hof de bestreden beschikking ten aanzien van de vervangende toestemming voor verhuizing, inschrijving basisschool en gegevensoverdracht zal bekrachtigen, zal het hof de verzoeken van de moeder om het tijdelijk hoofdverblijf van de kinderen bij haar te bepalen en een andere zorgregeling vast te stellen, afwijzen. De moeder heeft deze verzoeken gedaan in het verlengde van haar verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing. Nu dit verzoek is afgewezen, behoeven de verzoeken omtrent de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de zorgregeling geen zelfstandige bespreking meer.

In incidenteel hoger beroep

Proceskostenveroordeling

5.14

De vader meent dat sprake is van misbruik van procesrecht, wat wordt versterkt door het knip- en plakwerk in het beroepschrift waarin personen worden aangehaald die niets met de procedure te maken hebben. Dit is inmiddels de negende juridische procedure en de vader is in anderhalf jaar tijd ruim € 30.000,- aan kosten voor rechtsbijstand kwijt, terwijl de moeder op basis van gefinancierde rechtsbijstand procedeert. De procedures zijn vaak onnodig, maar worden desondanks voortgezet. Daarmee wordt de grens van het toelaatbare procesgebruik ruimschoots overschreden. Verder stelt de vader dat de moeder recentelijk is uitgekocht uit de voormalige echtelijke woning en daarom over ruim € 90.000,- beschikt. Het belang van de kinderen lijkt door de moeder als oneigenlijk argument gebruikt te worden om de vader financieel, fysiek en mentaal te breken. Onder die omstandigheden acht de vader een proceskostenveroordeling gerechtvaardigd.

5.15

De moeder stelt dat het verzoek van de vader een juridische grondslag ontbeert. In zaken van personen- en familierecht geldt als uitgangspunt dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Er is geen sprake van misbruik van procesrecht of evident onredelijk procederen, waardoor afgeweken zou moeten worden van voormeld uitgangspunt. Voor zover de vader betoogt dat de moeder ten onrechte of nodeloos heeft geprocedeerd, mist dit een feitelijke en juridische grondslag. De moeder heeft gebruikgemaakt van een haar toekomend rechtsmiddel in een geschil dat rechtstreeks betrekking heeft op haar positie als ouder en het belang van de kinderen. Dat de ouders van mening verschillen over de reikwijdte van het appelrecht maakt niet dat sprake is van onredelijk procederen. Het is onjuist dat de moeder slechts procedeert om de vader financieel uit te putten en hij heeft dat niet onderbouwd met bewijs. Verder stelt de moeder dat slechts drie van de door de vader overgelegde facturen specifiek zien op de kosten van deze procedure in eerste en tweede aanleg.

De beoordeling

5.16

Het hof ziet, gelet op de aard van de procedure, geen aanleiding om de moeder in de proceskosten te veroordelen. Van het door de vader gestelde misbruik door de moeder van haar processuele bevoegdheden is niet (voldoende) gebleken. Het verzoek van de vader om de moeder te veroordelen in de proceskosten zal dan ook worden afgewezen. De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.17

Al het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6
De beslissing

Het hof:

in principaal en incidenteel hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;

compenseert de proceskosten van het hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. M.C. Schenkeveld en mr. J.M.I. Vink, in tegenwoordigheid van mr. I.L.I. Bossert als griffier en is op 14 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.