Het hof is van oordeel dat verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing ten tijde van de bestreden beschikking noodzakelijk was, en ook thans nog steeds is, in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hiertoe overweegt het hof als volgt. Uit de stukken en wat is besproken ter zitting in hoger beroep is gebleken dat er al voor de geboorte van [minderjarige] zorgen waren over de situatie van de moeder. Tussen de ouders bestaat vanaf het begin van hun relatie een instabiele en gewelddadige dynamiek, gekenmerkt door ruzies, spanningen en huiselijk geweld. Ook na de geboorte van [minderjarige] hebben zich meerdere geweldsincidenten voorgedaan tussen de ouders, waarvan [minderjarige] herhaaldelijk getuige is geweest. Uit een verslag van de Blijf Groep van 22 januari 2026 blijkt dat Veilig Thuis in juni 2022 de moeder heeft aangemeld bij de Blijf Groep, waar zij vervolgens tot januari 2025 verbleef. Tijdens de intake heeft zij verklaard dat de vader dominant en extreem jaloers gedrag vertoont, haar controleert en haar zowel fysiek als verbaal mishandelt. Ondanks meerdere politiemeldingen had de moeder deze incidenten aanvankelijk ontkend uit angst voor de vader. Op 10 november 2024 heeft de Blijf Groep de situatie van de moeder en [minderjarige] op code rood geplaatst vanwege ernstige zorgen over hun veiligheid. Daarbij is in aanmerking genomen dat de vader een geschiedenis heeft van ernstig huiselijk geweld, waaronder een veroordeling voor het neersteken van een eerdere partner. De specifieke risico’s voor de moeder zijn volgens de Blijf Groep onder meer gelegen in het blijvend grensoverschrijdend gedrag van de vader, waaronder pogingen om informatie te verkrijgen via instanties, klachten tegen hulpverleningsinstanties en ongewenst contact met de voorschool van [minderjarige] . Naar aanleiding hiervan is de omgang tussen [minderjarige] en de vader destijds stopgezet.
In januari 2025 heeft de moeder tegen het advies van de Blijf Groep, samen met [minderjarige] de Blijf Groep verlaten en is zij bij haar moeder gaan wonen. In deze periode hebben de ouders, zonder medeweten van de GI, opnieuw contact met elkaar gehad, zowel met als zonder [minderjarige] , en hebben zij zelfstandig afspraken gemaakt over de hervatting van de omgang tussen de vader en [minderjarige] . De omgang is vervolgens weer gestart. De Blijf Groep heeft hierover zorgen geuit, omdat conflicten tussen de ouders of het stellen van grenzen door de moeder kunnen leiden tot onvoorspelbare en escalerende reacties van de vader. Opnieuw werd de moeder geadviseerd het contact met de vader volledig te verbreken. De moeder heeft verklaard dat zij het contact met de vader deels uit angst aanging, om zijn emoties te kunnen inschatten. Tegelijkertijd heeft zij verklaard dat dit contact haar niets opleverde en dat zij verlangt naar een toekomst met rust en (mentale) veiligheid voor zichzelf en [minderjarige] .
De GI heeft vervolgens een aanmelding bij De Waag gedaan, om een risico-inschatting te laten uitvoeren en te onderzoeken of de bestaande patronen tussen de ouders doorbroken kunnen worden. Dit acht de GI van belang omdat beide ouders een tweeslachtige houding hebben ten aanzien van hun onderlinge relatie. De uitkomsten van dit traject zijn noodzakelijk om de GI in staat te stellen een duidelijke lijn te bepalen ten aanzien van het al dan niet voeren van gezamenlijke gesprekken tussen de ouders en de vormgeving van hun contact. Daarnaast zal NIKA worden ingezet om beter zicht te krijgen op de relatie tussen [minderjarige] en de ouders, wat noodzakelijk is om het welzijn en de ontwikkelingsmogelijkheden van [minderjarige] te waarborgen.
In dit kader heeft de GI getracht GGZ-informatie van de vader uit een eerder doorlopen hulpverleningstraject op te vragen, om doublures te voorkomen en de slagingskans van het traject bij de Waag te vergroten. De vader heeft hiervoor tot op heden geen toestemming verleend, waardoor het traject onvoldoende van de grond komt.
Na een incident eind november 2025 verbleef de moeder opnieuw met [minderjarige] bij de Blijf Groep. Aanleiding hiervoor was een door de moeder gedeeld audiofragment, waarin hoorbaar is dat zij de vader herhaaldelijk verzoekt te stoppen en weg te gaan, terwijl haar ‘nee’ niet wordt gerespecteerd. Tevens maakt de vader een bagatelliserende doch intimiderende opmerking in de trant van: “wat ga je doen, anders gaan we vechten”. [minderjarige] was daarbij hoorbaar aanwezig. Naar aanleiding van deze concrete onveiligheid heeft de Gl de omgang per 1 december 2025 opnieuw en onmiddellijk stopgezet als veiligheidsinterventie.
Daarnaast is gebleken dat de vader ook tijdens overdrachtsmomenten grenzen overschreed, onder meer door er bij de moeder op aan te dringen mee naar boven te gaan bij het terugbrengen van [minderjarige] , wat door de moeder als grensoverschrijdend en onveilig werd ervaren.