Gerechtshof Amsterdam, hoger beroep strafrecht overig
ECLI:NL:GHAMS:2026:648
Op 12 March 2026 heeft de Gerechtshof Amsterdam een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 23-001338-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHAMS:2026:648. De plaats van zitting was Amsterdam.
Indicatie
Vrijspraak overtreding van artikel 4, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000. Het vervoer van de passagier is uitgevoerd door een 100% dochtermaatschappij van de verdachte, die een separate rechtspersoon/aparte entiteit van de verdachte is. Kan niet worden bewezen dat de verdachte de uitvoerder was van de tenlastegelegde vlucht.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001338-25
datum uitspraak: 12 maart 2026
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 20 mei 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-078012-24 tegen
[bedrijf 1] N.V.,
gevestigd te [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 november 2025 en 12 maart 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadslieden naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 24 mei 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, als vervoerder (vanaf de luchthaven Leeds Bradford met vluchtnummer [nummer] ) door wiens tussenkomst de vreemdeling, genaamd [persoon] , geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] ( China ), aan een buitengrens of binnen het grondgebied van Nederland werd gebracht, niet de nodige maatregelen heeft genomen en/of niet het toezicht heeft gehouden dat redelijkerwijs van haar kon worden gevorderd om te voorkomen dat door die vreemdeling niet werd voldaan aan artikel 6, eerste lid, onder b, van de Schengengrenscode of artikel 3, eerste lid, onder a van de Vreemdelingenwet 2000, door niet of onvoldoende te controleren of die vreemdeling in het bezit was van een geldig document voor grensoverschrijding, dan wel in het bezit was van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbrak.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
Het hof is, evenals de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De boardingpass in het dossier vermeldt ‘BY: [bedrijf 2] ’, waaruit het hof opmaakt dat het vervoer van de passagier is uitgevoerd door de onderneming [bedrijf 2] B.V. Uit het door de verdediging overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel van 25 september 2025 blijkt dat [bedrijf 1] enig aandeelhouder is van deze onderneming. [bedrijf 2] B.V. is een 100% dochtermaatschappij van [bedrijf 1] , en daarmee een separate rechtspersoon van [bedrijf 1] . Omdat [bedrijf 2] een aparte entiteit is van [bedrijf 1] kan niet worden bewezen dat de verdachte de uitvoerder was van vlucht [nummer] .
Beslissing
BESLISSING
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 maart 2026.