Strafprocesrecht
OM-appel. De rechtbank had verdachte vrijgesproken van twee gevallen van het voorhanden hebben van een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 juni 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:3895 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-3895
Zaakgegevens
Op 10 juni 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Datum publicatie
- 12 juni 2026
- Zaaknummer
- 21-003769-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:3895
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OM-appel. De rechtbank had verdachte vrijgesproken van twee gevallen van het voorhanden hebben van een vuurwapen.
Het hof verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep ten aanzien van één van de feiten en bevestigt het vonnis van de rechtbank voor het overige.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003769-25
Uitspraakdatum: 10 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 26 augustus 2025 met parketnummer 18-314294-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag 1] 1996 in [geboorteplaats 1] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van de zitting van het hof van 27 mei 2026 en de zitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het aan hem onder 1 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman,
mr. W. Hendrickx, is aangevoerd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Op de zitting van het hof heeft de advocaat-generaal aangegeven de bezwaren tegen de beslissing van de rechtbank ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde, te weten vrijspraak van verdachte, niet te handhaven. Hiermee bestaan aan de zijde van het openbaar ministerie geen grieven meer tegen dat deel van het vonnis. Het hof zal daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep voor zover dat betrekking heeft op het onder 2 ten laste gelegde.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht verdachte vrijgesproken van het aan hem onder 1 ten laste gelegde.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en gronden heeft beslist. Het hof zal daarom het vonnis van de rechtbank – voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen – bevestigen.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, mr. T.H. Bosma en mr. L.J. Hofstra, in aanwezigheid van de griffier mr. G. Krist en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 10 juni 2026.