Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, hoger beroep strafprocesrecht

ECLI:NL:GHARL:2026:4504

Op 9 July 2026 heeft de Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafprocesrecht, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 21-001994-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHARL:2026:4504. De plaats van zitting was Leeuwarden.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
21-001994-25
Datum uitspraak:
9 July 2026
Datum publicatie:
10 July 2026

Indicatie

Bankhelpdeskfraude. Het hof heeft verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van gegevens bestemd voor misdrijven, deelneming aan een criminele organisatie, witwassen, medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd en medeplegen van diefstal door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest. Beslissingen op vorderingen van benadeelde partijen. Beslissingen omtrent beslag.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001994-25

Uitspraakdatum: 9 juli 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 18 april 2025 met parketnummer 18-337947-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,

op dit moment verblijvende in P.I. [locatie 1] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 25 juni 2026 en op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte conform het vonnis van de rechtbank tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B. Hartman, en gemachtigde [gemachtigde] namens de benadeelde partij [benadeelde 1] hebben aangevoerd.

Omvang van het hoger beroep

Verdachte is door de rechtbank partieel vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde, namelijk voor zover dit ziet op de iPhone 6s en de Samsung J3. Het hof is van oordeel dat dit beschermde vrijspraken betreffen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het is gericht tegen voornoemde partiële vrijspraken.

Verdachte is voorts door de rechtbank partieel vrijgesproken van het onder 5 en 6 tenlastegelegde ten aanzien van aangevers [benadeelde 2] en [benadeelde 3] . Het hof is van oordeel dat dit ook beschermde vrijspraken betreffen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het is gericht tegen voornoemde partiële vrijspraken.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte op 18 april 2025 ten aanzien van de hem tenlastegelegde feiten (kort weergegeven: medeplegen van bankhelpdeskfraude, meermalen gepleegd, deelname aan een criminele organisatie en witwassen) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft de vorderingen van de benadeelde partijen deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.

Het hof vernietigt het vonnis omdat het tot een deels andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank Noord-Nederland is de tenlastelegging nader omschreven en gewijzigd. Aan verdachte is hierna ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 19 december 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander (en), althans alleen, stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten (onder meer)

- een of meer VOIP-programma’s, waaronder Skype en/of Zoiper Pro en/of SIP Softphone, aangetroffen op de Samsung J5 telefoon van verdachte

- een of meer Remote Access tools, waaronder Anydesk en/of Teamviewer Quicksupport, aangetroffen op de Samsung J5 telefoon van verdachte

heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, verkocht, overgedragen, verworven, vervoerd, ingevoerd, verspreid, anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;

2.hij op of omstreeks 19 december 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander (en), althans alleen, stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten (onder meer)

- diverse lijsten met leads, met (onder meer) de bestandsnamen 7,5 NL LLL.xlsx en/of siva5k.csv, elk bevattende een groot aantal persoonsgegevens van een groot aantal personen, aangetroffen op de HP-laptop in het vakantiehuisje

- een of meer Remote access tools, te weten Anydesk en/of Teamviewer, aangetroffen op de HP-laptop (p.302) in het vakantiehuisje

- een of meer VOIP-programma’s, waaronder skype en/of Zoiper, aangetroffen op de HP-laptop (p.302) in het vakantiehuisje

- 126, althans een groot aantal simkaarten, aangetroffen in de gezamenlijke ruimtes van het vakantiehuisje en de woning aan de [adres] te [plaats 2] heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, verkocht, overgedragen, verworven, vervoerd, ingevoerd, verspreid, anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;

3.hij in of omstreeks de periode van 5 december 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van

- oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht en/of

- diefstal met een valse sleutel als bedoeld in artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht en/of

- computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht en/of

- ( gewoonte)witwassen als bedoeld in artikel 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

4.hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 3 juli 2023 tot en met 19 december 2023, in [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of elders in Nederland, (van) een of meer voorwerp(en), te weten (onder meer) € 6.440,- aan contanten, althans enig geldbedrag, in ieder geval enig goed, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

5.hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2023 tot en met 19 december 2023 in [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in (een gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere computersyste(e)men en/of smartphone(s) van (onder meer)

- [benadeelde 4]

- [slachtoffer]

a. door het doorbreken van een beveiliging en/of

b. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of

c. door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als bankhelpdeskmedewerker en die aangever(s) vanuit die (valse) hoedanigheid te overtuigen tot het installeren van Anydesk en/of een (andere) Remote Acces Tool en een verbinding met verdachte te accepteren;

6.hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander (en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, de na te noemen geldbedrag(en), althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een of meer ander(en) toebehoorde(n), te weten aan (onder meer)

- [benadeelde 4] (€ 58.335,75)

- [slachtoffer] (ongeveer € 49.000,-,)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten (via Social Engineering/bankhelpdeskfraude en/of oplichting) onrechtmatig verkregen inloggegevens en/of (autorisatie)code(s) (zoals een code van een Random Reader en/of Webber en/of Digipas en/of e.dentifier en/of een TAN-code en/of een CVC code) voor het inloggen op de internetbankierenaccount(s) waartoe voornoemde aangevers/personen toegang hadden en/of het autoriseren van een overboeking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Inleiding

Het hof neemt onderstaande overwegingen van de rechtbank (cursief) over. De door het hof gebezigde bewijsmiddelen worden later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest opgenomen.

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Op 19 december 2023 wordt verbalisant [verbalisant] gebeld door zijn partner. Zij belt omdat ze een verdachte situatie heeft gezien in een vakantiehuisje tegenover hun huisje op een vakantiepark in [plaats 1] . Aan de keukentafel van dat vakantiehuisje ziet zij vier mannen achter laptops zitten. Ze klopt aan, omdat er een auto fout geparkeerd staat. Bij het opengaan van de deur ruikt ze een sterke wietgeur en ziet ze drugs op tafel liggen.

Verbalisant [verbalisant] vraagt zijn partner de kentekens door te geven. Als hij die natrekt in de politiesystemen ziet hij registraties met betrekking tot cybercrime en handel in verdovende middelen. [verbalisant] vermoedt dat in het vakantiehuisje bankhelpdeskfraude wordt gepleegd. Vervolgens wordt de vakantiewoning binnengetreden op basis van de Opiumwet om drugs in beslag te nemen. De aangetroffen situatie, die de politie beschrijft als een callcenterachtige setting, is voor de politie aanleiding de situatie te bevriezen en de woning met een machtiging van de rechter-commissaris te doorzoeken. De vier verdachten, waarvan er twee uiteindelijk tevergeefs wegvluchten voor de politie, worden in en om de vakantiewoning aangehouden.

Op de foto’s die de politie heeft gemaakt is te zien dat aan de keukentafel 4 werkplekken zijn ‘ingericht’ met telkens een laptop, een headset en meerdere mobiele telefoons. In totaal worden in het vakantiehuisje 4 laptops en 12 mobiele telefoons in beslag genomen.

Daarnaast wordt een grote hoeveelheid simkaarten aangetroffen en in beslag genomen.

Op één van de laptops is te zien dat kort daarvoor via Skype gebeld is naar een telefoonnummer dat ook voorkomt op een leadslijst die op diezelfde laptop open staat.

Mevrouw [benadeelde 3] blijkt diezelfde middag het slachtoffer van fraude te zijn geworden.

Drie van de vier verdachten blijken op het adres [adres] in [plaats 2] te wonen. Bij een doorzoeking in hun kamers en in de gemeenschappelijke ruimte van die woning neemt de politie nog meer gegevensdragers en ruim 100 simkaarten in beslag.

Feit 1

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal acht het feit wettig en overtuigend te bewijzen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van dit feit vrijspraak zou moeten volgen. De telefoon die aan verdachte wordt toegeschreven en waarop hij de Remote Access Tools voorhanden zou hebben gehad, te weten de Samsung J5, is aangetroffen op de slaapkamer van verdachte op de [adres] in [plaats 2] , waarbij onduidelijk is wanneer verdachte de telefoon voor het laatst heeft gebruikt. Ten aanzien van de verweten pleegperiode kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen, omdat onvoldoende duidelijk is wanneer deze bestanden aanwezig zijn geweest en of verdachte hierover heeft kunnen beschikken in die periode.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak van het onder feit 1 tenlastegelegde voorhanden hebben van Remote Access Tools op de Samsung J5 wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde feit en vult deze aan.

Samsung J5

Dit toestel is aangetroffen op het adres [adres] te [plaats 2] onder het bed van

verdachte. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij dit toestel een paar maanden in

gebruik heeft gehad. Uit onderzoek van de politie blijkt dat de volgende applicaties op de

telefoon waren geïnstalleerd: AnyDesk, Teamviewer Quicksupport, Skype en Zoiper Pro -

SIP Softphone.

(…)

De Samsung J5 is aangetroffen onder het bed van verdachte in [plaats 2] en verdachte

heeft erkend daarvan de gebruiker te zijn geweest. Dat is naar het oordeel van de rechtbank

voldoende voor het oordeel dat hij over die Samsung J5 beschikkingsmacht had. Dat hij zich

op de pleegdatum in [plaats 1] bevond doet daar niet aan af.

(…)

Van het ten laste gelegde medeplegen onder feit 1 zal de rechtbank verdachte vrijspreken, nu ten aanzien van het voorhanden hebben van de gegevens op de gegevensdrager van verdachte telkens niet blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten.

In aanvulling op voorgaande overweegt het hof dat verdachte ter zitting in hoger beroep heeft aangegeven dat hij in maart 2023 de beschikking kreeg over de Samsung J5, zonder daarbij uitleg te geven. Op 19 december 2023, toen verdachte en medeverdachten zijn aangehouden, had verdachte de telefoon nog altijd in zijn bezit, aangezien de telefoon op de kamer van verdachte aan de [adres] in [plaats 2] werd aangetroffen. Verdachte heeft voorts ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij verantwoordelijk is voor alles wat op zijn kamer ligt en dat hij wist welke apps er op de Samsung J5 zaten. Het hof acht het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal acht het feit wettig en overtuigend te bewijzen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging blijft bij het in eerste aanleg gevoerde verweer dat ook ten aanzien van de HP-laptop vrijspraak dient te volgen. De laptop is weliswaar in het vakantiehuisje in [plaats 1] aangetroffen, maar hier waren ook andere personen (huisgenoten) aanwezig. De laptop behoort toe aan getuige [getuige] , die ook aangehouden is geweest voor dit feit en een weinig geloofwaardige verklaring heeft afgelegd over dat hij deze laptop, die hij nodig had voor zijn opleiding, zou hebben verkocht aan verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Deze weinig concrete verklaring komt hem ontzettend goed uit. Bij gebrek aan een concrete rol of een concreet aandeel voor verdachte verzoekt de verdediging het hof om deze verklaring niet te bezigen voor het bewijs en tot vrijspraak te komen.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak van het onder feit 2 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde feit.

Getuige [getuige] woonde samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en verdachte op [adres] in [plaats 2] . Hij heeft verklaard dat hij deze laptop aan zijn drie huisgenoten heeft verkocht. Gelet op deze verklaring en het aantreffen van deze laptop op

19 december 2023 in het huisje waar ook verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] aanwezig waren, concludeert de rechtbank dat zij de gebruikers waren van deze HP-laptop. Op deze gegevensdrager zijn Anydesk, Teamviewer en de Skype-app aangetroffen. Ook zijn er twee Exceldocumenten aangetroffen met hierin in totaal 8500 leads. De Exceldocumenten hebben de volgende namen: 7,5 NL LLLxlsx en sivaSk.csv.

Simkaarten

In de woning aan de [adres] te [plaats 2] zijn verder 90 simkaarten aangetroffen. Het gaat om 40 simkaarten in een open doosje aangetroffen onder de tv, 18 simkaarten in een doosje onder de tv in de woonkamer, 6 simkaarten achter de magnetron in de woonkamer,

6 simkaarten in een brillenkoker en 20 simkaarten in een tas van wit papier.

Nu verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] de bewoners waren van de [adres] te

[plaats 2] , concludeert de rechtbank dat zij deze simkaarten voorhanden hebben gehad.

Bewijsoverweging (…)

Verdachte heeft onder andere een grote hoeveelheid leads, apps zoals Skype, Zoiper,

Teamviewer, Anydesk en een grote hoeveelheid simkaarten voorhanden gehad.

De rechtbank stelt hieronder vast dat verdachte en zijn medeverdachten intensief hebben gefraudeerd. De grote hoeveelheid gegevens zoals hierboven beschreven waren dus bestemd voor het plegen van oplichtingen en diefstallen en verdachte wist dat ook.

In aanvulling op het voorgaande overweegt het hof als volgt. Op grond van de verklaring van [getuige] , zoals die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zal worden opgenomen, concludeert het hof dat de HP-laptop toebehoorde aan verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 3] . De stelling van de verdediging dat de verklaring van getuige [getuige] niet betrouwbaar is, acht het hof niet aannemelijk geworden. De mogelijkheid dat [getuige] niets over zijn eventuele eigen rol zou hebben verklaard, doet niet af aan het feit dat verdachte en de medeverdachten op 19 december 2023 in het vakantiehuisje in [plaats 1] zijn aangetroffen met de betreffende laptop open op tafel. Het verweer dat de laptop gewoon nog van [getuige] was en deze ook aanwezig is geweest in het vakantiehuisje, is niet aannemelijk geworden. [getuige] is op 19 december 2023 niet aangetroffen. Daarbij acht het hof het niet aannemelijk dat hij zijn laptop in het huisje zou achterlaten, als hij daar zou zijn geweest en erna weer zou zijn vertrokken.

Het hof acht het onder 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3 Deelname aan een criminele organisatie

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal acht het feit wettig en overtuigend te bewijzen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de aanwezigheid in het bijzijn van personen die zich bezighouden met strafbare feiten of het zijn van huisgenoot iemand nog geen deelnemer aan een crimineel samenwerkingsverband maakt. Voorts blijkt op geen enkele wijze dat sprake is geweest van enige structuur, taakverdeling dan wel concrete afspraken of tot strafbare feiten te kunnen komen, waar verdachte deel van heeft uitgemaakt. Om te kunnen spreken van een crimineel samenwerkingsverband moeten meer feiten en omstandigheden worden vastgesteld. De verdediging heeft het hof verzocht verdachte vrij te spreken van het onder 3 tenlastegelegde feit.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak van het onder feit 3 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen.. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank en neemt deze over.

Volgens vaste jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr (hierna: een criminele organisatie) worden verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht op het plegen van misdrijven. Van deelneming aan een criminele organisatie is sprake als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband én als de verdachte een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van hierboven bedoeld oogmerk. In het bestanddeel “deelneming aan” ligt tevens het opzet van de verdachte besloten. Niet is vereist dat komt vast te staan dat een persoon - om als deelnemer aan een criminele organisatie te kunnen worden aangemerkt - moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.

De vaststaande feiten

Op grond van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast. De verdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn op 19 december 2023 gezamenlijk aangetroffen in het vakantiehuisje in [plaats 1] . Dat vakantiehuisje was ingericht als professioneel callcenter. Er werd een tafel aangetroffen met vier openstaande laptops, gekoppeld aan headsets om mee te bellen. Bij iedere laptop werden telefoons aangetroffen. De laptops en telefoons bleken die dag en de dagen ervoor intensief te zijn gebruikt. Zo blijkt bijvoorbeeld dat met de aangetroffen HP laptop die dag 5 anydesk-sessies hebben plaatsgevonden.

Met de aangetroffen iPhone 6s is tussen 7 en 19 december 2023 242 keer uitgebeld via

Skype (waarvan 10 keer op 19 december 2023). Met de aangetroffen iPhone 7 van

[medeverdachte 2] is tussen 8 en 19 december 2023 818 keer uitgebeld via Skype (waarvan 231 keer op 19 december 2023). Op 19 december 2023 zijn er met dit toestel gesprekken gevoerd die langer duurden dan 5 minuten, waaronder met [benadeelde 2] , die dezelfde dag slachtoffer is geworden van bankhelpdeskfraude. Op dezelfde dag is ook [benadeelde 3] daarvan slachtoffer geworden. Op de aangetroffen HP-laptop is te zien dat kort daarvoor via Skype gebeld is naar het telefoonnummer van [benadeelde 3] en dat dit telefoonnummer ook voorkomt op een leadslijst die op diezelfde laptop open staat. Op de iPhone 11 van [medeverdachte 1] staat een chat waarin instructies worden gegeven om een MacBook op te halen die met geld van de rekening van [benadeelde 3] is besteld.

Op de aangetroffen devices die konden worden onderzocht zijn steeds velerlei gegevens aangetroffen die duiden op het gebruik daarvan om fraude te plegen. Het gaat onder andere om leadslijsten, afbeeldingen gerelateerd aan bankrekeningen van slachtoffers en katvangers, chatgesprekken over fraude en applicaties die voor fraude gebruikt zijn of daarvoor kunnen worden gebruikt. Verder is in het vakantiehuisje een zeer grote hoeveelheid simkaarten en zijn meerdere bankpassen op naam van derden aangetroffen.

Verder bleek dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , en [verdachte] samenwonen in [plaats 2] .

Tijdens een doorzoeking van hun woning in [plaats 2] is ook daar een grote hoeveelheid

simkaarten aangetroffen. Bovendien zijn ook daar gegevensdragers in beslag genomen, waarop ook gegevens staan die kunnen worden gerelateerd aan het plegen van fraude.

Uit het dossier blijkt verder dat er in de periode voorafgaand aan het aantreffen van de verdachten in [plaats 1] ook andere vakantiehuisjes zijn gehuurd. Van 5 tot en met 10 december 2023 werd er een vakantiehuisje op [locatie 2] in [plaats 3] gehuurd. Van 11 tot en met 18 december 2023 is met de betaalkaart van [getuige] , huisgenoot van [medeverdachte 4]

, [medeverdachte 1] en [verdachte] in [plaats 2] , een vakantiehuisje gehuurd in

[plaats 4] . Vanaf 18 december 2023 werd het vakantiehuisje in [plaats 1] gehuurd, wat ook werd bekostigd vanaf de bankrekening van [getuige] . Ter zitting heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij de huurder was van in ieder geval de huisjes in [plaats 3] en [plaats 1] . In de periode van 5 tot en met 19 december 2023 heeft hij inderdaad in vakantiehuisjes verbleven.

De Samsung A50 van [medeverdachte 2] heeft vanaf 5 december tot en met 8 december 2023 telefoonmasten in [plaats 3] aangestraald, en op 11 en 12 december 2023 een mast in

[plaats 5] (dus in de buurt van [plaats 4] ).

De iPhone 11 van [medeverdachte 1] heeft op 7 en 8 december 2023 telefoonmasten in

[plaats 3] aangestraald, op 13 december 2023 een mast in [plaats 5] (dus in de buurt van

[plaats 4] ) en op 18 en 19 december 2023 een mast in [plaats 6] .

In de periode waarin de vakantiehuisjes zijn gehuurd zijn er meerdere personen slachtoffer geworden van bankhelpdeskfraude, waarbij betrokkenheid van diverse verdachten kan worden vastgesteld. Zo is [benadeelde 4] voor het eerst benaderd op 5 december 2023, waarbij vervolgens in enkele dagen tijd bijna € 60.000,- is buitgemaakt. Een deel van het geld is gebruikt voor een bestelling bij de Media Markt, welke bestelling op naam staat van [verdachte] , waarvan de factuur in zijn telefoon staat en welke bestelling is opgehaald in [plaats 3] . Het grootste deel van het geld wordt doorgeboekt naar diverse bankrekeningen, die om verschillende redenen aan [medeverdachte 2] worden gelinkt. Zo is [medeverdachte 2] bijvoorbeeld herkend op camerabeelden van pintransacties van bankrekeningen waar het geld heen is gegaan.

Ook [naam 1] is in die periode benaderd, namelijk op 15 december 2023. De

Skypegesprekken die met [naam 1] zijn gevoerd hebben plaatsgevonden met de iPhone 7 van [medeverdachte 2] . Ook het Skypegesprek met [benadeelde 2] blijkt te zijn gevoerd met die iPhone 7.

Zoals eerder vermeld is [benadeelde 2] op 19 december 2023 benaderd toen de verdachten in het vakantiehuisje in [plaats 1] verbleven. Op dezelfde dag is ook [benadeelde 3] opgelicht vanuit dat vakantiehuisje.

Tot slot wijst de rechtbank op de chatgesprekken die zich in het dossier bevinden. Uit die chatgesprekken blijkt van intensief contact tussen de verdachten onderling, waarbij veelvuldig wordt gesproken over fraude, waarbij de gespreksdeelnemers elkaar tips geven, zich bedienen van schuilnamen en in versluierde taal spreken.

In het bijzonder wijst de rechtbank op een chatgesprek dat is aangetroffen op de Samsung A3 van [medeverdachte 3] . In de chats daterend van 9 tot en met 19 december 2023 wordt onder meer gesproken over “het overnemen van een leb”, “een vis aan de lijn”, en een “leb osso”. Aan dit gesprek wordt deelgenomen door ene “ [username 1] ”, “ [username 2] ”, “ [username 3] ”, “ [username 4] ” en “ [username 5] ”. [medeverdachte 3] gebruikte het account “ [username 5] ”, en volgens [getuige] wordt hij ook “ [username 6] ” genoemd. Het account van “ [username 2] ” behoorde toe aan [medeverdachte 1] .

Daarnaast wijst de rechtbank in het bijzonder op een chat tussen de gebruikers “ [username 7] ” en “ [username 8] ”. Deze chat is aangetroffen op de Samsung A50 van [medeverdachte 2] . Het

account “ [username 7] ” werd door hem gebruikt en “ [username 8] ” betreft [medeverdachte 1]

.

Het gesprek tussen hen dateert van 6 en 7 december 2023, op het moment dat de oplichting

van [benadeelde 4] plaatsvindt. In dat gesprek zegt [medeverdachte 1] onder andere tegen

[medeverdachte 2] : “is t al geland op die revo”, terwijl even daarvoor een geldbedrag van

€ 3.100,24, afkomstig van [benadeelde 4] , is overgemaakt naar een Revolut-rekening.

[medeverdachte 2] stuurt daarop een screenshot van die rekening waarop de bijschrijving zichtbaar is naar [medeverdachte 1] . Laatstgenoemde zegt even later: “is overgooi bro (...) huh, wat bedoel je. Iedereen 25% toch”, en weer later: “sterk man. 3K eraf. Lekker man. Iedereen 750 daar. Ik ga die boys ook melden." Vervolgens gaat het gesprek verder over het “bellen van vissen” vanuit “die osso”. In die chat wordt ook gesproken over de aanwezigheid van “die boys” bij “die osso”, en wordt ook gevraagd of “ [username 6] die 06 kan lebben”, waarop [medeverdachte 2] reageert dat “hij zegt kan niet”, vanwege “lijpe ontsteking in me kies”. Vervolgens zegt [medeverdachte 1] : “Kan jij die [naam 2] bellen dan delen wij die 25%”. Daarna volgen nog allerlei instructies van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] , zoals de wijze waarop hij een gesprek zou moeten voeren “zeg collega van [naam 3] ”, en uiteindelijk ook instructies om de sporen te wissen: “Alles verwijderen, Any verwijderen, En geschiedenis ook enzo, Oproepen logboek, Alles Bro”.

Conclusies rechtbank met betrekking tot het bestaan van een criminele organisatie

Uit de vaststellingen hierboven kan worden afgeleid dat de verdachten zich intensief, structureel en in georganiseerd verband hebben bezig gehouden met het plegen van (bankhelpdesk)fraude. In zijn algemeenheid vergen dergelijke feiten een zekere planmatige aanpak en onderlinge afstemming tussen betrokken personen om de uitvoering te laten slagen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachten daartoe inderdaad intensief met elkaar hebben gecommuniceerd, dat er tips en instructies werden uitgewisseld, bijvoorbeeld ook om sporen te wissen, dat ze zich bedienden van schuilnamen en in versluierde taal met elkaar spraken. In dit geval hadden de verdachten in de periode van 5 tot en met 19 december 2023 bovendien de beschikking over vakantiehuisjes als werkplek en blijkt dat ze vanuit die vakantiehuisjes ook daadwerkelijk slachtoffers hebben gemaakt. Verder blijkt in het bijzonder uit de aangehaalde chat tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] dat er afspraken zijn gemaakt over de verdeling van buitgemaakte gelden.

Naar het oordeel van het hof kan op grond van het voorgaande, en de bewijsmiddelen zoals die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen., worden geconcludeerd dat in de periode van 5 tot en met 19 december 2023 sprake is geweest van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, met het oogmerk om misdrijven te plegen, namelijk oplichting, diefstal (met valse sleutels), computervredebreuk en/of witwassen. Het gegeven dat de bewezenverklaarde periode relatief beperkt is, maakt dit niet anders. Naar het oordeel van het hof is gelet op de intensiteit van de samenwerking sprake van een ‘zekere duurzaamheid’. Het hof acht daarbij van belang dat uit het dossier volgt dat verdachte en de medeverdachten elkaar ondersteunden in de vorm van fraude die zij pleegden. De handelingen die daarvoor nodig zijn, slagen als er meerdere mensen tegelijk beschikbaar zijn om ze uit te voeren. De manier waarop verdachte en zijn medeverdachten op 19 december 2023 werden aangetroffen, was naar het oordeel van het hof niet willekeurig: zij waren aan het werk om samen bankhelpdeskfraude te plegen en versterkten elkaar in de manier waarop zij te werk gingen.

Het hof stelt voorts vast dat verdachte zich binnen voornoemd samenwerkingsverband zelf schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Naar het oordeel van het hof staat daarmee vast dat verdachte in deze periode heeft deelgenomen aan de criminele organisatie.

Feit 4 Witwassen

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal acht het feit wettig en overtuigend te bewijzen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde vrijspraak moet volgen. Een deel van de factuur (en daarmee het witwasbedrag) is door de toenmalige vriendin van verdachte betaald. Het resterende bedrag betreft, uitgesmeerd over 6 maanden, nog geen € 880,00 per maand aan onverklaarbaar vermogen. In de betreffende periode had verdachte werk, kreeg hij toeslagen, en had hij spaargeld. Het strekt te ver om te stellen dat het onverklaarbaar vermogen afkomstig is geweest van enig misdrijf.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak van het onder feit 4 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het onder feit 4 tenlastegelegde en neemt deze over en vult deze aan.

Voor een bewezenverklaring van witwassen moet vast komen te staan dat het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. De rechtbank zal - nu bewijs voor een aanwijsbaar gronddelict waaruit het bedrag afkomstig zou zijn, ontbreekt - in de eerste plaats moeten vaststellen of de in het dossier aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn, dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen (en dus van een vermoeden dat het gaat om geld dat uit misdrijf afkomstig is). Als dit het geval is, dan mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de geldbedragen. Een dergelijke verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn.

Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaring van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geldbedrag. Uit de resultaten van dat onderzoek zal ten slotte moeten blijken of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dus of een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Vermoeden van witwassen

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte in de ten laste gelegde periode van juli tot en met december 2023 een totaalbedrag van € 6.440,- contant vooruit heeft betaald aan [bedrijf] te [plaats 2] .

Uit de Icov Rapportage Vermogen en Inkomsten omtrent verdachte bleek dat verdachte niet over vermogensbestanddelen beschikte. Ook bleek niet van legale inkomsten in de jaren

2019 tot en met 2023. De rechtbank stelt dan ook vast dat het bij de Belastingdienst bekende inkomen van verdachte de hiervoor genoemde contante vooruitbetalingen niet kan verklaren.

Daarnaast blijkt uit onderzoek naar de bankrekening van verdachte dat hij in de periode tussen 17 april en 30 november 2023 in totaal 3.090 euro contant opneemt. De contante opnamen worden veelal voorafgegaan door een bijschrijving vanaf een tegenrekening met daarbij een niet te verifiëren omschrijving.

Voornoemde feiten en omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van het hof het vermoeden dat de door de verdachte betaalde geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn. De verklaring van verdachte dat dit niet zo zou zijn, omdat hij een bijbaan en uitkering had en een deel van het bedrag door zijn toenmalige vriendin zou zijn betaald, is niet aannemelijk geworden. Ter zitting in hoger beroep heeft verdachte bovendien verklaard dat een deel van het geld dat hij tot zijn beschikking had, afkomstig was van geld dat hij had overgehouden aan het plegen van vergelijkbare strafbare feiten waarvoor hij in september 2023 is veroordeeld, te weten onder meer medeplegen van oplichting (meermalen gepleegd) en medeplegen van gewoontewitwassen (meermalen gepleegd).

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat (ten minste een deel van) het geldbedrag van enig misdrijf afkomst is. Het tenlastegelegde witwassen is dus bewezen. Nu het om contante betalingen voor een huurauto gaat, in een beperkte periode, spreekt het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde gewoonte van witwassen.

Feit 5 en 6 - Computervredebreuk en diefstal met valse sleutels

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Standpunt van de verdediging Verdachte heeft met betrekking tot de aangifte van [benadeelde 4] verklaard dat hij inderdaad een telefoon heeft opgehaald bij de Mediamarkt. Hij heeft hiervoor een vergoeding ontvangen en heeft ook de naam genoemd van de persoon die hem heeft benaderd. De opsomming van bewijsmiddelen biedt geen weerlegging van deze verklaring en het vonnis van de rechtbank bevat geen bewijsoverweging waarin de verklaring van verdachte wordt ontkracht. Het dossier bevat geen bewijs voor de stelling dat het aandeel van verdachte groter is geweest dan hij zelf heeft gesteld. Het handelen van verdachte in deze zaak is kenmerkend voor dat van een katvanger. De verdediging heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot de zaak van aangever [slachtoffer] .

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak van het onder feit 5 en 6 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals die later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen.. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof verenigt zich met onderstaande overwegingen van de rechtbank met betrekking tot feiten 5 en 6 en neemt deze over.

De in deze zaak gepleegde diefstallen met valse sleutels hebben hierin bestaan dat de daders zich hebben voorgedaan als bonafide bankmedewerkers en op die manier de computers van de aangevers hebben overgenomen via een Remote Access Tool zoals Anydesk of

Teamviewer. Op die manier kregen de daders de controle over de bankrekening van de slachtoffers en daarna hebben zij het geld doorgesluisd naar rekeningen van katvangers in binnenland en buitenland, pinopnames verricht en/of online aankopen gedaan.

Het plegen van diefstal met valse sleutels op deze manier vergt een gezamenlijke planmatige aanpak, intensieve en nauwe samenwerking en duidelijke afstemming tussen de verschillende daders. Zij verrichten namelijk handelingen die tegelijkertijd of kort na elkaar plaatsvinden en die moeten worden afgestemd om de bankhelpdeskfraude tot een geslaagd einde te kunnen brengen en het gezamenlijke doel te bereiken: in korte tijd zoveel mogelijk geld van de bankrekening van een slachtoffer halen. Deze handelingen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien. Dit betekent dat indien de rechtbank vaststelt dat verdachte de beller is geweest, hij een rol had in het wegsluizen van het buitgemaakte geld of een pakketje heeft opgehaald, dat medeplegen van de ten laste gelegde diefstal met valse sleutels oplevert.

(Medeplegen van) computervredebreuk (feit 5)

Van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is onder meer sprake als iemand vanuit een valse hoedanigheid een slachtoffer overtuigt tot het installeren van een Remote Access Tool zoals Anydesk of Teamviewer en een verbinding met verdachte accepteert. Op die manier heeft de dader toegang tot de bancaire omgeving van het slachtoffer en dringt hij door het aannemen van een valse hoedanigheid binnen op een geautomatiseerd werk van het slachtoffer.

Computervredebreuk op deze wijze maakte een essentieel onderdeel uit van de gepleegde oplichtingen en diefstallen met valse sleutels en was daarmee onlosmakelijk verbonden. De computers van de slachtoffers werden overgenomen om vervolgens geld van de spaarrekening naar de lopende bankrekening over te maken, er werden online aankopen gedaan met liet geld van de slachtoffers en er werd geld overgeboekt naar bankrekeningen van katvangers. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van (medeplegen van) oplichting of diefstal met valse sleutels, komt zij daarom tevens tot een bewezenverklaring van (medeplegen van) computervredebreuk in de zaak van dat slachtoffer.

(…)

[benadeelde 4]

Op 5 december 2023 is aangever gebeld door twee mannen die zich voordeden als medewerker van de SNS-Bank over een verdachte transactie in de omgeving van [plaats 7] . Een van de mannen noemde zich [naam 3] . Aangever moest allerlei controles doen op zijn telefoon. In totaal is er een bedrag van € 58.335,75 overgeboekt naar onder andere bankrekening [rekeningnummer 1] op naam van [naam 4] en bankrekening [rekeningnummer 2] op naam van [naam 5] .

Uit het onderzoek naar de mobiele telefoon van aangeefster blijkt dat daarop in de betreffende periode de app Anydesk is geïnstalleerd en weer is verwijderd.

Uit transactiegegevens van rekening [rekeningnummer 1] op naam van [naam 4]

blijkt dat er op 7 december 2023 € 285,- naar bankrekening

[rekeningnummer 3] op naam van [medeverdachte 2] is overgemaakt.

Daarnaast vindt op 6 december 2023 een overboeking van een bedrag van € 3.100,24 naar een rekening op naam van [naam 6] .

In het vakantiehuisje in [plaats 1] zijn bankpassen van twee andere bankrekeningen op naam van [naam 6] zijn aangetroffen.

Van de rekening op naam van [naam 6] wordt op 28 november 2023 een bedrag van 1 euro overgemaakt naar een bankrekening op naam van [medeverdachte 2] .

Daarnaast blijkt uit gegevens van de MediaMarkt dat er op 7 december 2023 een iPhone 15

Pro ter waarde van 1.299,- euro is besteld, die is betaald vanaf de rekening

[rekeningnummer 1] .

De bestelling bij Mediamarkt (een iPhone 15 Pro) blijkt bij navraag te zijn gedaan door verdachte [verdachte] . In zijn telefoon is een factuur van de bestelling aangetroffen. Het bij de bestelling gebruikte mailadres komt voor in de user dictionairy van deze Samsung van

[verdachte] .

Op 7 december, wanneer een deel van de frauduleuze overboekingen plaatsvinden, logt eenzelfde type toestel als [medeverdachte 2] bezit (Samsung A505FN) in op de RABO- [nummer 1] rekening van [naam 5] . Op 13 en 14 november vinden twee bijschrijvingen plaats op deze rekening van de hiervoor genoemde Litouwse bankrekening (LT- [nummer 2] ) van [medeverdachte 2] . Op

5 december 2023 vindt een contante storting van € 50,- plaats en op 6 december een contante opname van € 2.500,- , Op beelden van deze twee pintransacties wordt verdachte

[medeverdachte 2] herkend.

[slachtoffer]

Uit de aangifte van [slachtoffer] blijkt dat zij op 31 mei 2023 werd gebeld door een medewerker van de ING Bank. Deze man zei tegen aangeefster dat zij een schuld van € 1.000,- zou hebben. Aangeefster heeft een pincode ingetoetst op haar telefoon. Aangeefster heeft meerdere keren gebeld met deze man en met een vrouw die ook een medewerker was van de ING Bank. Aangeefster kreeg mail van de Bunq-bank en heeft op een link uit deze mail geklikt. Er is een bedrag van 49.000 euro afgeschreven van haar ING-rekening, verdeeld over 20 transacties.

De politie heeft een logbestand van Skype2 onderzocht, dat is aangetroffen op de Samsung

J5 telefoon van verdachte. Daaruit blijkt dat er op 31 mei 2023 meerdere malen contact is geweest met het telefoonnummer [telefoonnummer] , waaronder meerdere gesprekken van meer dan 60 minuten. Dit is het telefoonnummer van [slachtoffer] .

Bij de beoordeling van de bewijsbaarheid van de feiten 5 en 6 heeft het hof als vertrekpunt genomen dat vaststaat dat verdachte en zijn medeverdachten zich binnen een georganiseerd samenwerkingsverband intensief hebben beziggehouden met fraude. In dat licht bezien is betrokkenheid van verdachte als medepleger bij een afzonderlijke aangifte bewijsbaar als die aangifte aan verdachte kan worden gelinkt. Dat dan niet vaststaat welke bijdrage verdachte precies heeft geleverd, maakt dat niet anders.

Het hof acht het tenlastegelegde medeplegen van computervredebreuk en diefstal met valse sleutels ten aanzien van aangevers [benadeelde 4] en [slachtoffer] wettig en overtuigend bewezen. Het hof acht in aanvulling op het voorgaande met betrekking tot aangever [benadeelde 4] van belang dat sprake is van een concrete vorm van betrokkenheid doordat verdachte de iPhone Pro, die met de rekening van [benadeelde 4] is betaald, onder zijn eigen naam ophaalt en ook onder zijn eigen naam correspondeert met de Mediamarkt. Voorts acht het hof met betrekking tot aangever [slachtoffer] van belang dat de Samsung J5 die naar eigen zeggen van verdachte is, hierbij betrokken was. Het hof constateert dat verdachte ter zitting in hoger beroep zelf heeft aangegeven dat hij de beschikking kreeg over de Samsung J5 in maart 2023 en hij de telefoon toen ook is gaan gebruiken. Het hof gaat er dus vanuit dat verdachte de telefoon ook gebruikte ten tijde van het met betrekking tot aangever [slachtoffer] tenlastegelegde feit. Van verdachte mag onder deze omstandigheden worden verlangd dat hij, als hij de telefoon zelf niet in gebruik zou hebben gehad, vertelt wie de telefoon dan wel had. Verdachte gebruikte de telefoon voor het tenlastegelegde feit en had erna de beschikking erover, aangezien de telefoon in zijn kamer werd aangetroffen. Naar het oordeel van het hof is onvoldoende aannemelijk geworden dat verdachte tijdens de tenlastegelegde periode niet het gebruik zou hebben gehad van de Samsung J5.

Conclusie

Gelet op de verklaring van verdachte en de in de eventueel later op te maken aanvulling bij dit arrest opgenomen bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van computervredebreuk en diefstal met valse sleutels ten aanzien van aangevers [benadeelde 4] en [slachtoffer] .

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij op 19 december 2023 te [plaats 2] gegevens, te weten

- VOIP programma's, waaronder Skype en/of Zoiper Pro en/of SIP Softphone, aangetroffen op de Samsung J5 telefoon van verdachte

- Remote Access tools, waaronder Anydesk en/of Teamviewer Quicksupport, aangetroffen op de Samsung J5 telefoon van verdachte

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;

2.hij op of omstreeks 19 december 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, voorwerpen en gegevens, te weten

- diverse lijsten met leads, met (onder meer) de bestandsnamen 7,5 NL LLL.xIsx en/of sivaSk.csv, elk bevattende een groot aantal persoonsgegevens van een groot aantal personen, aangetroffen op de HP-laptop in het vakantiehuisje

- Remote access tools, te weten Anydesk en/of Teamviewer, aangetroffen op de HP-laptop in het vakantiehuisje

- VOIP programma's, waaronder skype en/of Zoiper, aangetroffen op de HP-laptop in het vakantiehuisje

- een groot aantal simkaarten, aangetroffen in de gezamenlijke ruimtes van het vakantiehuisje en de woning aan de [adres] te [plaats 2] voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;

3.hij in de periode van 5 december 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van

- oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht en/of

- diefstal met een valse sleutel als bedoeld in artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht en/of

- computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht en/of

- ( gewoonte)witwassen als bedoeld in artikel 420tervan het Wetboek van Strafrecht;

4.hij, op tijdstippen, in de periode van 3 juli 2023 tot en met 19 december 2023, in [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of elders in Nederland € 6.440,- aan contanten voorhanden heeft gehad en/of heeft omgezet, terwijl hij telkens wist, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

5.hij in de periode van 31 mei 2023 tot en met 19 december 2023 in [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland, meerdere malen, telkens tezamen en in vereniging, telkens opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in (een gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere computersyste(e)men en/of smartphone(s) van (onder meer)

- [benadeelde 4]

- [slachtoffer]

door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als bankhelpdeskmedewerker en die aangever(s) vanuit die (valse) hoedanigheid te overtuigen tot het installeren van Anydesk en/of een (andere) Remote Acces Tool en een verbinding met verdachte te accepteren;

6.hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2023 tot en met 19 december 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, de na te noemen geldbedragen die geheel of ten dele toebehoorden aan

- [benadeelde 4] (€ 58.335,75)

- [slachtoffer] (ongeveer € 49.000,-,)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten (via Social Engineering/bankhelpdeskfraude en/of oplichting) onrechtmatig verkregen inloggegevens en/of (autorisatie)code(s) (zoals een code van een Random Reader en/of Webber en/of Digipas en/of e.dentifier en/of een TAN-code en/of een CVC code) voor het inloggen op de internetbankierenaccount(s) waartoe voornoemde aangevers/personen toegang hadden en/of het autoriseren van een overboeking.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

gegevens voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 310, 311,312, 317,321 en 326, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van gegevens voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 310,311,312,317,321 en 326, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

witwassen.

Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd.

Het onder 6 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim 6 maanden samen met anderen en in elk geval in een bepaalde periode in georganiseerd crimineel samenwerkingsverband, schuldig gemaakt aan het plegen van bankhelpdeskfraude. Op 19 december 2023 zijn verdachte en zijn medeverdachten aangehouden in een vakantiehuisje dat ingericht was als een callcenter en van waaruit zij bankhelpdeskfraude pleegden. Meerdere personen en banken zijn daarvan het slachtoffer geworden en zijn voor duizenden of zelfs tienduizenden euro’s opgelicht.

Verdachte en zijn medeverdachten maakten daarbij onder andere gebruik van illegaal verkregen lijsten met persoonsgegevens (leads), op welke lijsten de personen in voorkomende gevallen op leeftijd gesorteerd waren en belscripts speciaal ontwikkeld voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich in telefoongesprekken voorgedaan als een bankmedewerker en gezegd dat er een probleem was met hun bankrekening. Hierna moesten de slachtoffers een tooi installeren op hun computer of tablet, waarna de zogenaamde bankmedewerker kon meekijken. Er werden vervolgens bedragen overgeschreven naar bankrekeningen van zogenaamde geldezels, over welke rekeningen verdachte en zijn medeverdachten het beheer hadden.

De fraudeconstructie was professioneel opgezet en “core business” voor verdachte en zijn medeverdachten. Het dossier bevat concrete aanwijzingen dat het bewezen verklaarde aantal slachtoffers slechts een fractie is van de daadwerkelijke gedupeerden van de door verdachte en zijn medeverdachten gepleegde bankhelpdeskfraudes.

(…)

Verdachte en zijn medeverdachten hebben moedwillig misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen bij kwetsbare slachtoffers, door hen te overrompelen met een leugen en zo uit hun evenwicht te brengen. Zij hebben niet alleen het geld van de slachtoffers afgenomen, maar in sommige gevallen ook hun zelfvertrouwen, gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens in ernstige mate aangetast, zoals blijkt uit de aangiftes van de slachtoffers en/of de toelichting op hun schadevordering. Verder hebben sommige slachtoffers verklaard dat het handelen van verdachte en zijn medeverdachten voor gevoelens van schaamte, stress en angst hebben gezorgd.

Daarnaast is bankhelpdeskfraude een misdrijf dat het vertrouwen ondermijnt dat rekeninghouders in het algemeen in het betalingsverkeer en het bankwezen mogen hebben.

Dit vertrouwen is van groot belang voor het maatschappelijk en economisch verkeer. Ook leidt bankhelpdeskfraude tot hoge kosten voor de banken.

De verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen, maar alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin: een makkelijke manier om snel aan veel geld te komen.

Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een bedrag van

€ 6.440,-. Dit bedrag heeft verdachte contant betaald aan een autoverhuurbedrijf, terwijl verdachte in de bewezenverklaarde periode van het witwassen en de periode daarvoor niet beschikte over een legaal inkomen waaruit hij die uitgaven kon bekostigen. In zijn algemeenheid wordt door witwassen de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast. Door het verhullen van crimineel geld wordt de opsporing van de onderliggende misdrijven bemoeilijkt.

Alles afwegend is het hof van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en noodzakelijk is.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Het hof constateert dat zij - gelet op de inhoud van beslaglijst - beslissingen moet

nemen over de volgende inbeslaggenomen voorwerpen: een simkaart (volgnummer 1),

horloges (2 en 3) en diverse datadragers (4).

Het hof acht de simkaart en de datadragers (volgnummers 1 en 4) vatbaar voor verbeurdverklaring. De simkaart en de datadragers betreffen voorwerpen met behulp waarvan het feit is begaan of voorbereid en waarvan niet is kunnen worden vastgesteld aan wie deze toebehoorden.

Ten aanzien van de horloges (volgnummers 2 en 3) staat niet vast dat er een relatie is met de

strafbare feiten, terwijl ook niet vaststaat wie de rechthebbende is. Ten aanzien daarvan zal

het hof bepalen dat die voorwerpen moeten worden bewaard ten behoeve van de

rechthebbende.

Vorderingen van de benadeelde partijen

[benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.999,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd.

Verdachte is met betrekking tot het ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde 3] onder feit 6 van de zaak met parketnummer 18-337947-23 tenlastegelegde vrijgesproken in eerste aanleg. Zoals het hof bovenaan in dit arrest, onder het kopje ‘Omvang van het hoger beroep’ heeft overwogen, is verdachte ten aanzien van dit deel van de tenlastelegging niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep. Dat betekent dat het hof met betrekking tot de vordering van [benadeelde 3] geen beslissingen kan nemen.

[benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 47.499,71 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 29.367,68. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte en zijn medeverdachte(n) tot een bedrag van € 29.167,88. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot voornoemd bedrag zal worden toegewezen.

Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat ook de post ‘onderzoekskosten’ voor toewijzing in aanmerking komt. Uit de toelichting is voldoende duidelijk waar het onderzoek door [benadeelde 1] uit heeft bestaan en het opgevoerde aantal uren per zaak en uurtarief komen de rechtbank niet onredelijk voor. Omdat het gevorderde bedrag van

€ 600,00 ziet op onderzoekskosten die zijn gemaakt in drie zaken, te weten de zaken van aangevers [benadeelde 5] , [benadeelde 4] en [benadeelde 6] , en alleen de zaak van aangever [benadeelde 4] aan verdachte ten laste is gelegd, zal een derde van het gevorderde bedrag, te weten

€ 200,00, worden toegewezen.

In totaal wordt de vordering dus toegewezen tot een bedrag van € 29.367,88.

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering voor het overige bedrag, nu dit deel betrekking heeft op schadeloosstelling van [benadeelde 5] en [benadeelde 6] , welke feiten niet aan verdachte ten laste zijn gelegd. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op. Het hof volgt de verdediging niet in het standpunt dat het hof hiervan zou moeten afzien, alleen omdat [benadeelde 1] een professionele partij is. Het feit dat [benadeelde 1] een financiële instelling is, is geen criterium dat een rol moet spelen bij de keuze voor het al dan niet opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. Daarbij komt dat de gemachtigde van [benadeelde 1] , [gemachtigde] , ter zitting in hoger beroep onderbouwd om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel heeft verzocht. Zij heeft daarbij aangegeven dat de maatregel ertoe bijdraagt dat een toegewezen vordering betaald wordt, en ook dat de vordering eerder betaald wordt.

[benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 69.100,75 ingediend. De vordering bestaat uit een bedrag van € 59.100,75 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 29.167,87. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 18-337928-23 onder 5 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte en zijn medeverdachte(n) tot een bedrag van € 29.167,87, bestaande uit het deel van de door de benadeelde partij geleden schade die niet door [benadeelde 1] is vergoed. Verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot voornoemd bedrag zal worden toegewezen. Voor het overige wordt de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade oordeelt het hof dat deze onvoldoende onderbouwd is. Vergoeding van immateriële schade kan worden toegekend als een benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van ‘aantasting op andere wijze’ kan sprake zijn als de benadeelde psychische schade heeft opgelopen. Daartoe moet de benadeelde partij voldoende concrete gegevens aanvoeren waaruit naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Dat heeft de benadeelde partij onvoldoende gedaan. Het is ook niet zo dat de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, hoewel zij zonder meer nadelige gevolgen voor de benadeelde zullen hebben (gehad), met zich brengt dat de nadelige gevolgen voor de benadeelden zó voor de hand liggen, dat aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen. Een wettelijke grondslag voor vergoeding van immateriële schade ontbreekt daarom op dit moment. De benadeelde partij wordt daarom ten aanzien van het immateriële deel niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

[benadeelde 7]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 500,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Het hof constateert dat de zaak waarop deze vordering betrekking heeft niet is opgenomen n de tenlastelegging. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade aan de benadeelde partij is toegebracht. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

[benadeelde 6]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 32.112,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Het hof constateert dat de zaak waarop deze vordering betrekking heeft niet is opgenomen n de tenlastelegging. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade aan de benadeelde partij is toegebracht. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

[benadeelde 8]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 16.141,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Het hof constateert dat de zaak waarop deze vordering betrekking heeft niet is opgenomen n de tenlastelegging. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade aan de benadeelde partij is toegebracht. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

[benadeelde 9]

Het slachtoffer heeft geen vordering tot schadevergoeding ingediend, maar heeft in eerste aanleg wel stukken ingediend om de gestelde schade te onderbouwen. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Het hof constateert dat de zaak waarop deze vordering betrekking heeft niet is opgenomen in de tenlastelegging. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade aan de benadeelde partij is toegebracht. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

[benadeelde 10]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.480,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Het hof constateert dat de zaak waarop deze vordering betrekking heeft niet is opgenomen n de tenlastelegging. Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreekse schade aan de benadeelde partij is toegebracht. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 47, 57, 138ab, 140, 234, 311 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

Beslissing

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-337947-23 onder 2 tenlastegelegde, voor zover dit betrekking heeft op de iPhone 6s en de Samsung J3.

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-33794723 onder 5 en 6 tenlastegelegde, voor zover dit betrekking heeft op aangevers [benadeelde 2] en [benadeelde 3] .

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de simkaart en de datadragers (volgnummers 1 en 4).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de horloges (volgnummers 2 en 3).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 9] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 8] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 10] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 29.167,87 (negenentwintigduizend honderdzevenenzestig euro en zevenentachtig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4] , ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 29.167,87 (negenentwintigduizend honderdzevenenzestig euro en zevenentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 155 (honderdvijfenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 december 2023.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 29.367,88 (negenentwintigduizend driehonderdzevenenzestig euro en achtentachtig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 29.367,88 (negenentwintigduizend driehonderdzevenenzestig euro en achtentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 156 (honderdzesenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op - 5 januari 2024 over een bedrag van € 29.167,88.- 8 januari 2025 over een bedrag van € 200,00.

Dit arrest is gewezen door mr. M.C. van Linde, mr. T.H. Bosma en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 9 juli 2026.