Zoeken naar rechterlijke uitspraken en jurisprudentie

Via Uitspraken.nl kunt u eenvoudig zoeken in onze online uitspraken databank door het invoeren van één of meerdere trefwoorden. Het is uiteraard ook mogelijk om te zoeken op wetsartikelen, zaaknummer, ECLI nummer of het oude LJN nummer.

Hoger beroep Strafrecht overig

26 november 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:10937

Op 26 november 2021 heeft de Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht. Het zaaknummer is 21-005402-19, bekend onder ECLI code ECLI:NL:GHARL:2021:10937. De plaats van zitting was Zwolle.

Soort procedure
Rechtsgebied
Zaaknummer(s)
21-005402-19
Datum uitspraak
26 november 2021
Datum gepubliceerd
26 november 2021
Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005402-19

Uitspraak d.d.: 26 november 2021

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,

gewezen -na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 1 oktober 2019 - op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 12 november 2014 met parketnummer 18-996503-12 in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te

[geboorteplaats]
op
[geboortedatum]
,

laatst bekende woon- of verblijfplaats te

[woonadres]
.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 12 november 2014 hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is -na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad- gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. J. Boksem, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Bij voormeld vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 12 november 2014 is verdachte voor het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Daarnaast heeft de rechtbank in haar vonnis de verbeurdverklaring uitgesproken van de in beslag genomen voorwerpen, met uitzondering van de woning aan de

[woonadres]
.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

1. primairhij op één of meer tijdstippen in de periode 1 januari 2007 tot en met 1 mei 2012, in de gemeente Groningen, althans in Nederland, van een voorwerp, te weten één of meer geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten één of meer geldbedrag(en), was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten één of meer geldbedrag(en), voorhanden had, terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf, immers hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) contante gelden uit de diverse kapperszaken gehaald en/of gebruikt zonder deze gelden te verwerken in de belastingaangiften en/of met welke gelden één of meer auto('s) en/of bouwgrond en/of een in aanbouw zijnde woning is aangeschaft/gefinancierd;

1. subsidiairhij op één of meer tijdstippen in de periode 1 januari 2007 tot en met 1 mei 2012,in de gemeente Groningen, althans in Nederland, een voorwerp, te weten één of meer geldbedragen en/of één of meer auto('s) en/of bouwgrond en/of een aanbouw zijnde woning, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten één of meer geldbedrag(en) en/of één of meer auto('s) en/of bouwgrond en/of een in aanbouw zijnde woning, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2. primairhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2007 tot en met 26 april 2012 in de gemeente Groningen tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), een werkgeversverklaring en/of een loonstro(o)k(en), althans (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben vervalst, door (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid op die werkgeversverklaring en/of loonstro(ok)(en) te vermelden dat werknemer

[naam]
werkzaam en/of in loondienst is bij Stichting Medicinale Cannabis Nederland BV, (telkens) met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2. subsidiairhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2007 tot en met 26 april 2012 in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) werkgeversverklaring(en) en/of een loonstro(o)k(en) - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat deze werd(en) voorgelegd aan ING Bank (ter verkrijging van een hypotheek) en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat dat/die geschrift(en) was/waren ondertekend door of namens de Stichting Medicinale Cannabis Nederland BV (als zijnde werkgever van

[naam]
) terwijl deze
[naam]
in werkelijkheid daar niet werkzaam en/of in loondienst was.

Overwegingen omtrent het bewijs

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof naar voren gebracht dat de door de rechtbank gehanteerde bewijsconstructie niet onbegrijpelijk is. Niettemin heeft de raadsman ter terechtzitting van het hof om aanhouding van de zaak verzocht voor het laten uitvoeren van een nieuw psychologisch of psychiatrisch onderzoek met betrekking tot verdachte. Dit vanwege zijn psychische kwetsbaarheid, maar ook om te kunnen beoordelen wat de rol van verdachte precies is geweest bij het tenlastegelegde en of wellicht anderen daarbij betrokken zijn geweest en misbruik hebben gemaakt van verdachtes kwetsbare positie. Daarnaast kan een eventuele nieuwe rapportage antwoord geven op de vraag in hoeverre verdachte voor het tenlastegelegde – bij een bewezenverklaring daarvan –verantwoordelijk kan worden gehouden.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting van het hof - kort en zakelijk weergegeven - op het standpunt gesteld dat het verzoek van de raadsman moet worden afgewezen. Voorts heeft de advocaat-generaal gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde.

Oordeel van het hof

Het hof heeft zich ter terechtzitting - na een korte onderbreking en beraadslaging in raadkamer - uitgelaten over het verzoek van de raadsman. Daarbij is aan de raadsman meegedeeld dat het hof op dat moment (nog) niet van de noodzaak van een nieuwe rapportage was gebleken. Het hof heeft daarbij kenbaar gemaakt dat het hof anders zou kunnen beslissen naar aanleiding van het verdere verloop ter terechtzitting of na de beraadslaging in raadkamer.

Het hof concludeert dat ook naar aanleiding van de verdere behandeling ter terechtzitting van het hof niet is gebleken van de noodzaak tot het doen opstellen van een nieuw deskundigenrapport over verdachte. Het hof acht zich voldoende voorgelicht over de persoon van de verdachte gelet op de rapportages die eerder over verdachte zijn opgemaakt. Het hof wijst het verzoek van de raadsman dan ook af.

Op grond van de inhoud van het dossier acht het hof het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna onder de bewezenverklaring is vermeld.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.primairhij op één of meer tijdstippen in de periode 1 januari 2007 tot en met 1 mei 2012, in de gemeente Groningen, althans in Nederland, van een voorwerpen, te weten één of meer geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten één of meer geldbedrag(en), was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten één of meer geldbedrag(en), voorhanden had, terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit het misdrijf, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) contante gelden uit de diverse kapperszaken gehaald en/of gebruikt zonder deze gelden te verwerken in de belastingaangiften en/of met welke gelden één of meer auto('s) en/of bouwgrond en/of een in aanbouw zijnde woning is aangeschaft/gefinancierd.

2.primairhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2007 tot en met 26 april 2012 in de gemeente Groningen tezamen en in vereniging met één of meer andere(n), een werkgeversverklaring en/of een loonstro(o)k(en), althans (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben vervalst, door (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid op die werkgeversverklaring en/of loonstro(ok)(en) te vermelden dat werknemer

[naam]
werkzaam en/of in loondienst is bij Stichting Medicinale Cannabis Nederland BV, (telkens) met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

witwassen, meermalen gepleegd.

Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:

valsheid in geschrift.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft – kort en zakelijk weergegeven – gevorderd dat verdachte voor het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van het door verdachte ondergane voorarrest, zodat verdachte niet meer terug hoeft in detentie.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting van het hof aangesloten bij het standpunt van de advocaat-generaal en het hof verzocht een gevangenisstraf aan verdachte op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft bij zijn straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.

Verdachte heeft opzettelijk geen loonbelasting afgedragen bij het uitbetalen van loon aan zijn personeelsleden en geen aangifte gedaan bij de belastingdienst van omzetbelasting van de door hem gegenereerde looninkomsten c.q. omzet van de via stichtingen zogenoemde "10 euro kapperszaken". Van de niet opgegeven en afgedragen gelden heeft verdachte onder meer een in aanbouw zijnde woning aan de Barthstraat te Groningen gefinancierd.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van een

werkgeversverklaring, waarin in strijd met de waarheid werd vermeld dat zijn broer

[naam]
als werknemer en in loondienst werkzaam was bij de Stichting Medicinale Cannabis

Nederland.

De verdachte heeft zich aldus stelselmatig onttrokken aan de voor hem geldende fiscale

verplichtingen en daarmee de Belastingdienst benadeeld. Hij heeft zich op deze wijze

stelselmatig geld toegeëigend, waarop hij geen recht had. Aan zijn strafbare handelen lijken

geen andere motieven ten grondslag te hebben gelegen dan hebzucht en financieel gewin. In

totaal heeft de verdachte enkele honderdduizenden euro’s aan gelden witgewassen, waarvan

circa € 400.000,- ter financiering in een in aanbouw zijnde woning is gestoken. Door het

niet afdragen van sociale verzekeringspremies en pensioenpremies heeft de verdachte

bovendien bewust fraude gepleegd waarbij hij zijn werknemers ernstig heeft benadeeld.

Het hof hanteert als uitgangspunt - mede gelet op de rechterlijke oriëntatiepunten met betrekking tot fraude - dat voor fraude op deze schaal een onvoorwaardelijke

gevangenisstraf van aanmerkelijke duur opgelegd dient te worden.

Voorts heeft het hof gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 12 oktober 2021. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk strafbaar feit. Verder kan daaruit worden opgemaakt dat verdachte sinds de bewezenverklaarde feiten gedurende een periode van inmiddels substantiële duur niet opnieuw met justitie in aanraking is gekomen in het kader van een soortgelijk strafbaar feit.

Daarnaast is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat er sprake is van een aanmerkelijk tijdsverloop gerekend vanaf de pleegdatum van de bewezenverklaarde feiten tot het eindarrest van dit hof op 26 november 2021, te weten ongeveer 9 jaren en 7 maanden. Ook is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 van het EVRM in aanzienlijke mate is geschonden.

Alles afwegende en met name gezien de lange duur van de procedure en de schending van de redelijke termijn is het hof met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat een afdoening van de zaak door middel van het opleggen van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest van verdachte thans passend is. Het hof zal daarom een gevangenisstraf voor de duur van 296 dagen, met aftrek van voorarrest, aan verdachte opleggen.

Inbeslaggenomen voorwerpen

Het hof is van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen zoals genoemd in AH-46, te weten:

A.1.II.1.1 Groene tas met muntgeld, opschrift haarservice shop

A.1.II.1.2 Plastic tas met muntgeld, opschrift copy

A.1.II.1.3 Plastic tas met muntgeld, opschrift Kadus

A.1.II.1.4 Vuilniszak met muntgeld

A.1.II.1.5 Plastic zak met muntgeld, sticker met opschrift bank

A.1.II.1.6 Blauwe belastingdienstenvelop met daarin 5 zakjes met kleingeld

A.1.II.1.7 4 papieren zakken met muntgeld in sealbag

A.1.II.1.8 Doos Vioba coffeecream met kleingeld in papieren zakjes, plastic zakjes en los in doos

A.1.1I.1.9 Doos Vioba coffeecream met kleingeld in papieren zakjes, plastic zakjes en los in doos zijnde totaal € 3.900,95, bestaande uit:

321 munten van € 0,01

452 munten van € 0.02

2194 munten van € 0,05

2167 munten van € 0,10

3614 munten van € 0,20

1387 munten van € 0,50

718 munten van € 1,00

714 munten van € 2,00

A.1.II.1.74 envelop met opschrift maandag 23 04 2012 € 240,-, bevattende

3 biljetten x € 50,-

3 biljetten x € 20,-

3 biljetten x € 10,-

A.1.II.1.74 envelop met opschrift 25 04 omzet 591,-, bevattende

5 biljetten x € 20,-

19 biljetten x € 10,-

A.1.II.1.74 envelop met opschrift 19-04 St Jansstr. bevattende

3 biljetten x € 50,-

3 biljetten x € 20,-

3 biljetten x € 10,-

A.1.II.1.74 envelop met opschrift 20-04-St. jans, bevattende

2 biljetten x € 50,-

1 biljet x € 20,-

5 biljetten x € 10,-

moeten worden verbeurd verklaard nu de inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte

toebehoren en geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de strafbare feiten

zijn verkregen en betrekking hebben op de feiten die door de verdachte zijn begaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 57, 225 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 296 (tweehonderdzesennegentig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

A.1.II.1.1 Groene tas met muntgeld, opschrift haarservice shop

A.1.II.1.2 Plastic tas met muntgeld, opschrift copy

A.1.II.1.3 Plastic tas met muntgeld, opschrift Kadus

A.1.II.1.4 Vuilniszak met muntgeld

A.1.II.1.5 Plastic zak met muntgeld, sticker met opschrift bank

A.1.II.1.6 Blauwe belastingdienstenvelop met daarin 5 zakjes met kleingeld

A.1.II.1.7 4 papieren zakken met muntgeld in sealbag

A.1.II.1.8 Doos Vioba coffeecream met kleingeld in papieren zakjes, plastic zakjes en los in doos

A.1.1I.1.9 Doos Vioba coffeecream met kleingeld in papieren zakjes, plastic zakjes en los in doos zijnde totaal € 3.900,95, bestaande uit:

321 munten van € 0,01

452 munten van € 0.02

2194 munten van € 0,05

2167 munten van € 0,10

3614 munten van € 0,20

1387 munten van € 0,50

718 munten van € 1,00

714 munten van € 2,00

A.1.II.1.74 envelop met opschrift maandag 23 04 2012 € 240,-, bevattende

3 biljetten x € 50,-

3 biljetten x € 20,-

3 biljetten x € 10,-

A.1.II.1.74 envelop met opschrift 25 04 omzet 591,-, bevattende

5 biljetten x € 20,-

19 biljetten x € 10,-

A.1.II.1.74 envelop met opschrift 19-04 St Jansstr. bevattende

3 biljetten x € 50,-

3 biljetten x € 20,-

3 biljetten x € 10,-

A.1.II.1.74 envelop met opschrift 20-04-St. jans, bevattende

2 biljetten x € 50,-

1 biljet x € 20,-

5 biljetten x € 10,-

Aldus gewezen door

mr. G.A. Versteeg, voorzitter,

mr. J. Corthals en mr. R.D.J. Visschers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. Y.A. Hoekstra, griffier,

en op 26 november 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.A. Versteeg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 26 november 2021.

Tegenwoordig:

mr. O.G. Schuur, voorzitter,

mr. R. Zwarts, advocaat-generaal,

mr. P.T. Vissers, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.